Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:7397

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-10-2018
Datum publicatie
06-11-2018
Zaaknummer
C/13/653996 / KG ZA 18-954 MvdV/MB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering in kort geding van partner van bekende Nederlandse TV-presentatrice tot verbod hinderlijk volgen door fotograaf en verbod gebruik foto’s (portretten) afgewezen. Onrechtmatig handelen en/of strijd met AVG vooralsnog niet gebleken. Uitzondering AVG voor journalistieke doeleinden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/653996 / KG ZA 18-954 MvdV/MB

Vonnis in kort geding van 12 oktober 2018

in de zaak van

[eiser bij dagvaarding] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser bij dagvaarding van 19 september 2018,

advocaat mr. C. Hellingman te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SANOMA MEDIA NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 4] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. J.A. Schaap te Amsterdam.

1 De procedure

Ter zitting van 28 september 2018 heeft eiser, hierna [eiser bij dagvaarding] , gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden, hierna gezamenlijk Sanoma c.s. , en afzonderlijk Sanoma, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en het [gedaagde sub 4] , hebben, aan de hand van een op voorhand ingezonden Conclusie van Antwoord, verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. [eiser bij dagvaarding] en Sanoma c.s. hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van [eiser bij dagvaarding] : [eiser bij dagvaarding] en mr. Hellingman;

aan de zijde van Sanoma c.s. : [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] , [naam 1] , [beroep] (hierna: [naam 1] ), [naam 2] , [beroep] , [naam 3] , [beroep] , mr. Schaap en haar kantoorgenoot mr. P. de Leeuwe.

2 De feiten

2.1.

Sanoma is uitgeefster van het tijdschrift ‘ [naam tijdschrift] ’, dat wekelijks verschijnt, zowel digitaal als in een papieren versie. Sanoma publiceert ook andere titels, waaronder het blad ‘ [naam tijdschrift] ’. [gedaagde sub 2] is [functie] van [naam tijdschrift] en van tijd tot tijd medepresentator van het programma ‘ [naam programma 1] ’.

2.2.

[gedaagde sub 3] is (freelance) [beroep] van [naam tijdschrift] en verzorgt daarin een vaste rubriek ‘ [naam titel] ’, met foto’s van bekende personen. Het [gedaagde sub 4] wordt bestuurd door [naam 4] en [naam 5] [gedaagde sub 3] is de zoon van [naam 4] . [naam 1] werkt als [beroep] ook voor [naam tijdschrift] .

2.3.

[eiser bij dagvaarding] woont in [woonplaats] en is werkzaam als [beroep] ( [beroep] ) bij het [bedrijf] te [vestigingsplaats] . Daarnaast heeft hij als [beroep] /ondersteuner een onderneming aan huis. [eiser bij dagvaarding] heeft sinds enige tijd een affectieve relatie met [beroep] [naam 6] .

2.4.

Op 17 juli 2018 stond in het tijdschrift ‘ [naam tijdschrift] ’ dat [naam 6] een ‘geheime minnaar’ zou hebben en dat het om een [beroep] zou gaan die werkzaam is bij het [bedrijf] .

2.5.

Op 18 juli 2018 heeft [naam 6] in het ochtendprogramma ‘ [naam programma 2] ’ van Radio 538 bekend gemaakt dat zij al een jaar een relatie heeft en heel gelukkig met hem is. De naam van [eiser bij dagvaarding] heeft zij niet genoemd.

2.6.

Op 18 juli 2018 heeft [gedaagde sub 2] ‘s avonds in het programma [naam programma 1] verteld dat de nieuwe liefde van [naam 6] ‘ [beroep] [naam 7] ’ is. Hij kondigt aan in de komende [naam tijdschrift] met een herkenbare foto van deze [naam 7] te zullen komen.

“Ik hoop binnen 24 uur. Alle verloven zijn ingetrokken en de kliko’s met kijkgaten zijn de garage uitgereden” aldus [gedaagde sub 2] in dat programma.

2.7.

Op vrijdag 20 juli 2018 heeft [gedaagde sub 3] foto’s genomen van [eiser bij dagvaarding] , voor diens woning in [woonplaats] , onder meer vanuit een [naam auto] [merk auto] (de [merk auto] ) die pal voor de deur van [eiser bij dagvaarding] geparkeerd was. In de auto zat ook [naam 1] . Later op de dag hebben [gedaagde sub 3] en [naam 1] [eiser bij dagvaarding] gevolgd bij een bezoek aan de bakker, en daarna per auto over de snelweg naar [plaats] , alwaar [gedaagde sub 3] [eiser bij dagvaarding] opnieuw heeft gefotografeerd.

2.8.

Op zaterdag 21 juli 2018 heeft [gedaagde sub 3] [eiser bij dagvaarding] wederom gefotografeerd, toen deze de Albert Heijn in de buurt van zijn woning uit kwam.

2.9.

Op 25 juli 2018 is de [naam tijdschrift] nummer [nummer] (gedateerd [datum] ) uitgekomen. Op de cover staat (naast foto’s van andere bekenden, onder wie [naam 6] ) een foto van [eiser bij dagvaarding] (portret 1, zonder zonnebril) met in een nabij geplaatst hartje de tekst: ‘DIT is ‘m’. Over de foto’s van [naam 6] en [eiser bij dagvaarding] valt te lezen: “[naam titel]

Verderop (op pagina’s 6,7 en 8) in de [naam tijdschrift] staat een artikel (hierna: het Artikel) met onder meer de volgende inhoud:
“ [naam titel] (…)

Het lag in de lijn der verwachtingen dat [naam 6] haar vriend afgelopen week bij het grote publiek zou introduceren. [naam 6] liep immers mee in de Nijmeegse Vierdaagse en wat was er mooier geweest dan om na het bereiken van de finish, in de armen van haar geliefde te vallen? Helaas moest [naam 7] het meteen al op dat voor [naam 6] emotionele moment laten afweten. Want toen zij de slotdag van de Vierdaagse uitliep, was [naam 7] thuis in de [plaats] , waar [naam tijdschrift] hem kon fotograferen. [naam 7] vertelde [naam tijdschrift] dat hij vanwege zijn dienst die dag helaas niet aanwezig kon zijn bij de aankomst van [naam 6] bij de finish in Nijmegen. De [beroep] haalde voor zichzelf een paar warme broodjes bij de bakker om de hoek, en stapte daarna in zijn auto, waarmee hij enkele thuisbezoeken aflegde. Eén ervan was opmerkelijk genoeg bij (…). Wat [naam 7] bij (…) kwam doen en of hij überhaupt voor hem kwam, is niet bekend. Wellicht is de oud-voetballer zakelijk bij [naam 7] betrokken. Want naast zijn werk bij het [bedrijf] in [vestigingsplaats] is [naam 7] ook een bedrijf gestart, waarmee hij eveneens actief is in de medische wereld.”

Bij dit artikel zijn twee andere foto’s van [eiser bij dagvaarding] geplaatst, één zonder zonnebril in wit hemd in een deuropening, en één met zonnebril en blauw hemd (portretten 2 en 3).

2.10.

Op 25 juli 2018 is één van voormelde foto’s van [eiser bij dagvaarding] (met zonnebril, portret 3) in de [naam tijdschrift] verschenen, met een artikel onder de kop: “ [naam titel] ”. Deze foto is ook overgenomen door andere media.

2.11.

Bij brief (en e-mail) van 27 juli 2018 heeft de raadsman van [eiser bij dagvaarding] [gedaagde sub 3] gesommeerd (onder meer) om [eiser bij dagvaarding] niet meer te volgen of zich in zijn buurt op te houden om foto’s te maken, zijn foto’s niet te koop aan te bieden of te verspreiden en deze, evenals zijn persoonsgegevens, te vernietigen.

2.12.

Op 27 juli 2018 is de [merk auto] gesignaleerd nabij de woning van [naam 6] .

2.13.

In e-mails van 30 juli en 1 augustus 2018 heeft [gedaagde sub 2] , mede namens [gedaagde sub 3] , aan de raadsman van [eiser bij dagvaarding] meegedeeld dat Sanoma c.s. niet aan de sommatie van 27 juli 2018 zal voldoen, maar dat [naam tijdschrift] geen directe aanleiding ziet om meer beeldmateriaal van [eiser bij dagvaarding] (zonder [naam 6] ) te maken, behoudens gewijzigde omstandigheden. In de e-mail van 1 augustus 2018 staat ook dat Sanoma c.s. van mening is dat van ‘hinderlijk volgen’ van [eiser bij dagvaarding] geen sprake is geweest.

2.14.

Sanoma c.s. hebben (in ieder geval in de Conclusie van Antwoord), naar hun zeggen ‘onvoorwaardelijk’ de volgende toezeggingen aan [eiser bij dagvaarding] gedaan:

I. [naam tijdschrift] en [gedaagde sub 3] zullen geen foto’s meer maken en publiceren van [eiser bij dagvaarding] alleen, dat wil zeggen zonder [naam 6] . Dit lijdt slechts uitzondering als [eiser bij dagvaarding] zelfstandig, dus los van [naam 6] , onderwerp van het nieuws is (journalistieke reden);

II. [gedaagde sub 3] zal niet meer voor de woning van [eiser bij dagvaarding] posten en [eiser bij dagvaarding] niet meer volgen voor het maken van foto’s van [eiser bij dagvaarding] alleen;

III. [naam tijdschrift] en [gedaagde sub 3] zullen blijven handelen binnen het kader van de wet en jurisprudentie;

IV. [naam tijdschrift] zal de foto’s van [eiser bij dagvaarding] niet opnieuw verspreiden en/of gebruiken zonder dat [eiser bij dagvaarding] onderwerp is van het nieuws (journalistieke reden).

2.15.

Bij brief van 2 oktober 2018 heeft de raadsman van [eiser bij dagvaarding] aan de voorzieningenrechter meegedeeld dat de foto’s van [eiser bij dagvaarding] op 30 september en 1 oktober 2018 aangetroffen zijn op Blendle, waarmee Sanoma c.s. in strijd met de onder 2.14 gedane toezegging zou hebben gehandeld. Diezelfde dag heeft de raadsvrouw van Sanoma c.s. in reactie daarop meegedeeld dat de toezegging betrekking heeft op het “opnieuw gebruiken van de foto’s en geen betrekking [heeft] op het gebruik van het artikel waarover de procedure gaat.”

Daarnaast staat in deze reactie dat ook was toegezegd dat het artikel hangende het kort geding zou worden verwijderd, dat dit per abuis bij Blendle.nl niet was gebeurd, maar inmiddels wel.

2.16.

Sanoma c.s. hebben als productie 12 en 13 artikelen in het geding gebracht, te weten een interview met [naam 6] dat op 10 juli 2018 in de [naam dagblad] bijlage ‘ [naam bijlage] ’ verscheen met de titel “ [naam titel] ” en enige andere publicaties waarin [naam 6] zich als single presenteert en waarin naar haar vermeende relatie met een bekende getrouwde [beroep] wordt verwezen, waarover [naam 6] en deze [beroep] overigens in het openbaar geen mededelingen hebben gedaan.

3 Het geschil

3.1.

[eiser bij dagvaarding] vordert, samengevat:

1. Sanoma c.s. te verbieden [eiser bij dagvaarding] hinderlijk te (doen) volgen en/of zich te bevinden in de nabijheid van zijn woon- of verblijfplaats, waaronder begrepen zijn werkplekken en de woning van [naam 6] , met het oogmerk om het portret van [eiser bij dagvaarding] of zijn privé handelen vast te leggen;

2. Sanoma c.s. te bevelen elke verspreiding, zowel fysiek als digitaal, van de Cover

van [naam tijdschrift] nr. [nummer] van [datum] en het Artikel en/of de portretten 1, 2 en 3 van [eiser bij dagvaarding] te staken en gestaakt te doen houden;

3. Sanoma c.s. hoofdelijk dwangsommen op te leggen voor het geval zij de onder 1 en 2 gevorderde ver- en geboden overtreden;

4. [gedaagde sub 3] en het [gedaagde sub 4] te bevelen binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis een volledige opgave te verstrekken van alle in hun bezit zijnde persoonsgegevens van [eiser bij dagvaarding] , waaronder de foto’s, telefoonnummers, adressen en kentekens, onder het gelijktijdig bevel deze binnen die termijn te (doen) verwijderen uit hun bestanden en verwijderd te (doen) houden:

5. [gedaagde sub 3] en het [gedaagde sub 4] te bevelen om binnen zeven dagen na het te wijzen vonnis en volledige en juiste opgave te verstrekken van alle partijen aan wie [gedaagde sub 3] en het [gedaagde sub 4] publicatierechten voor de foto’s hebben verstrekt, onder overlegging van facturen;

6. ook dit op straffe van verbeurte van dwangsommen;

7. Sanoma c.s. hoofdelijk te veroordelen om aan [eiser bij dagvaarding] een voorschot op schadevergoeding te betalen van € 10.000;

8. Sanoma c.s. te veroordelen in de proceskosten en in de nakosten.

3.2.

[eiser bij dagvaarding] heeft kort gezegd het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd. Sanoma c.s. hebben onrechtmatig jegens hem gehandeld, door (opdracht te geven om) hem hinderlijk te volgen, zonder toestemming foto’s van hem te maken en deze te publiceren.

Dit is een grove inbreuk op zijn door het in artikel 8 van het EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens) beschermde recht op privacy, die op geen enkele manier te rechtvaardigen valt, aangezien [eiser bij dagvaarding] geen publieke figuur is en het Artikel en de foto’s geen onderwerp van publiek belang dienen. De publicatie van de foto en het Artikel is schadelijk voor [eiser bij dagvaarding] , niet alleen voor hem privé, maar ook in zijn hoedanigheid van [beroep] en komt bovendien in strijd met privacybelangen van zijn patiënten en cliënten. De publicatie ervan dient alleen de bevrediging van de nieuwsgierigheid van het publiek en een commercieel belang van Sanoma c.s. , welke belangen rechtens niet te respecteren zijn. Daarnaast is het hinderlijk volgen van mensen op de openbare weg strafbaar gesteld in artikel 426bis van het Wetboek van Strafrecht. Door de privégegevens van [eiser bij dagvaarding] te verzamelen, te gebruiken en te bewaren handelen Sanoma c.s. bovendien in strijd met de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming).

Volgens [eiser bij dagvaarding] zijn Sanoma c.s. als groep aansprakelijk voor dit onrechtmatig handelen en dienen zij hoofdelijk te worden veroordeeld tot vergoeding van de door hem geleden schade.

3.3.

Sanoma voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Voorop staat dat het hinderlijk volgen van iemand op straat, het posten voor diens woning of bij zijn werk en het heimelijk maken van foto’s in privésituaties onrechtmatig handelen jegens die persoon kan opleveren, ook als het gaat om iemand die in de publieke belangstelling staat. Dergelijk handelen is bovendien in principe strafbaar als het voldoet aan de delictsomschrijving van artikel 426bis WvSr, dat luidt:

“Hij die wederrechtelijk op de openbare weg een ander in zijn vrijheid van beweging belemmert of met een of meer anderen zich aan een ander tegen diens uitdrukkelijk verklaarde wil blijft opdringen of hem op hinderlijke wijze blijft volgen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.”

4.2.

Vast staat dat [gedaagde sub 3] en [naam 1] op 20 en 21 juli 2018 enige tijd voor de woning van [eiser bij dagvaarding] hebben gepost en hem met de auto hebben gevolgd. Daarnaast heeft [gedaagde sub 3] foto’s gemaakt van [eiser bij dagvaarding] , in ieder geval eenmaal voor het huis van [eiser bij dagvaarding] , vanuit de (van getinte ramen voorziene) [merk auto] die pal voor zijn deur stond geparkeerd.

Partijen verschillen in de weergave van hoe één en ander feitelijk in zijn werk is gegaan. Aan de ene kant verklaren [gedaagde sub 3] en [naam 1] dat alles plaatsvond in harmonie en met open vizier, dat ze op 20 juli meteen een praatje hebben gemaakt en dat [eiser bij dagvaarding] op geen enkele wijze kenbaar heeft gemaakt er niet van gediend te zijn dat hij werd gefotografeerd. [gedaagde sub 3] en [naam 1] zouden [eiser bij dagvaarding] hebben opgezocht in de veronderstelling dat hij naar Nijmegen zou gaan om [naam 6] op te vangen na de Vierdaagse – waaraan [naam 6] deelnam, zoals ze meermaals in het openbaar heeft aangekondigd – en in de hoop daar dan een plaatje van hen samen te kunnen schieten. [gedaagde sub 3] en [naam 1] zijn om die reden in de auto achter hem aangereden toen hij op 20 juli van huis vertrok. Naderhand werd pas duidelijk dat [eiser bij dagvaarding] op pad ging om patiënten te bezoeken. [gedaagde sub 3] is toen weliswaar met zijn auto achter die van [eiser bij dagvaarding] aan gereden, maar op gepaste afstand. Van hinderlijk volgen is volgens hem absoluut geen sprake geweest. Op 21 juli heeft [gedaagde sub 3] opnieuw met de [merk auto] bij de woning gepost, in de hoop dat [naam 6] bij [eiser bij dagvaarding] was. Toen [eiser bij dagvaarding] op een bepaald moment met een kennis en diens kind de deur uitstapte en naar de Albert Heijn op de hoek liep heeft [gedaagde sub 3] foto’s gemaakt van alleen [eiser bij dagvaarding] . De aanwezigheid van [gedaagde sub 3] op 23 juli 2018 in de nabijheid van de woning van [naam 6] was volgens [gedaagde sub 3] min of meer toevallig, toen hij op weg was naar een andere klus.

[eiser bij dagvaarding] aan de andere kant heeft verklaard dat hij zich zeer geïntimideerd voelde en dat wel degelijk sprake was van hinderlijk volgen, onder meer van bumperkleven op de snelweg. Een patiënt die hij 20 juli bezocht heeft schriftelijk verklaard dat [eiser bij dagvaarding] hem die dag vertelde dat de auto die hem volgde gevaarlijk dicht achter hem gereden had. Ook de kennis met het kind die op 21 juli 2018 tijdens een van de ‘fotomomenten’ aanwezig was heeft de handelwijze van [gedaagde sub 3] als hinderlijk en opdringerig ervaren.

4.3.

Hoe de feitelijke gang van zaken precies is geweest valt zonder nader onderzoek, waarvoor het kort geding zich niet leent, niet vast te stellen. Vast staat wel dat [eiser bij dagvaarding] geen toestemming voor het maken van de foto’s heeft gegeven (waar [gedaagde sub 3] ook niet om had gevraagd), maar ook dat [eiser bij dagvaarding] niet met zoveel woorden het maken van foto’s heeft verboden en/of heeft gezegd dat hij zich belaagd voelde. Wat daarvan ook zij, op dit moment is duidelijk dat [eiser bij dagvaarding] in ieder geval in zijn privé-omgeving en/of bij huisbezoeken aan cliënten/patiënten niet van de aanwezigheid van fotografen en journalisten gediend is. Daarover kan geen misverstand meer bestaan. Niet is in geschil dat voor journalistieke belangstelling jegens [eiser bij dagvaarding] , anders dan vanwege zijn relatie met [naam 6] , momenteel geen aanleiding bestaat. Sanoma c.s. heeft dan ook, om aan de te respecteren wensen van [eiser bij dagvaarding] op dit punt te voldoen, de toezeggingen gedaan zoals vermeld onder 2.14. Daarmee is vooralsnog voldoende aan de gerechtvaardigde belangen van [eiser bij dagvaarding] tegemoet gekomen. Voorshands bestaat geen aanleiding te veronderstellen dat Sanoma c.s. deze toezeggingen geen gestand zullen doen. Tegen deze achtergrond bestaat op dit moment onvoldoende grond voor het toewijzen van het onder 1 gevorderde, daargelaten dat dit te ruim is geformuleerd zoals Sanoma c.s. terecht hebben gesteld.

4.4.

[eiser bij dagvaarding] heeft onder 2 gevorderd dat Sanoma c.s. wordt bevolen elke verspreiding, zowel fysiek als digitaal, van de Cover van [naam tijdschrift] nr. [nummer] van [datum] en het Artikel en/of de portretten 1, 2 en 3 van [eiser bij dagvaarding] te staken en gestaakt te doen houden.

4.5.

Als uitgangspunt voor de beoordeling van de vordering onder 2 geldt dat voor publicatie van een foto (portret) niet steeds voorafgaande toestemming van de geportretteerde is vereist. Wel kan een geportretteerde zich verzetten tegen het zonder zijn toestemming openbaar maken van zijn (niet in opdracht vervaardigd) portret voor zover hij daarbij een redelijk belang heeft (artikel 21 Auteurswet), bijvoorbeeld indien sprake is van een inbreuk op zijn door artikel 8 EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens) en de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) beschermde persoonlijkheids-rechten. Ook hieruit vloeit echter geen absoluut verbodsrecht voort (HR 14-06-2013 ECLI:NL:HR:2013:CA2788 (Cruyff/Tirion). Voor de beoordeling van de vraag of iemand zich tegen de publicatie van zijn portret kan verzetten, moeten de aan de orde zijnde belangen tegen elkaar worden afgewogen met inachtneming van alle omstandigheden van het geval.

4.6.

In dit geval – en dat geldt zowel voor de foto’s als voor het Artikel –

staan tegenover de rechten van de geportretteerde ( [eiser bij dagvaarding] ) het, eveneens door het EVRM (artikel 10) beschermde recht van Sanoma c.s. op vrijheid van meningsuiting en informatievrijheid. Sanoma c.s. heeft terecht aangevoerd dat artikel 10 EVRM niet alleen ziet op misstanden in de samenleving en wereldnieuws, maar ook op ‘entertainmentnieuws’.

4.7.

Het antwoord op de vraag welk van deze rechten in een concreet geval zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle relevante omstandigheden. In eerdere rechtspraak wordt daarbij onder meer aandacht besteed aan de volgende aspecten:

( a) de vraag of de openbaarmaking een bijdrage levert aan een (publiek) debat van algemeen belang;

( b) de mate van bekendheid van de betrokken persoon en het onderwerp van de openbaarmaking;

( d) de methode van het verkrijgen van de relevante informatie en de verificatie/waarheidsgetrouwheid van de verkregen informatie;

( e) de inhoud, vorm en de gevolgen van de publicatie.

4.8.

[eiser bij dagvaarding] heeft allereerst gesteld dat de publicatie van zijn foto’s en het Artikel geen nieuwswaarde heeft, dat geen sprake is van een bijdrage aan een publiek debat van algemeen belang en dat hij geen publieke figuur is. Hier heeft Sanoma c.s. een aantal argumenten tegenover gesteld, zoals dat [eiser bij dagvaarding] de partner is van [naam 6] , die publieke bekendheid geniet en recentelijk onderwerp is geweest van publicaties in de media, onder meer vanwege een vermeende relatie met een gehuwde televisiepresentator.

Overwogen wordt als volgt. [naam 6] is een bekende Nederlander, staat volop in het nieuws en schuwt de publiciteit niet. Zij heeft onlangs een interview gegeven waarin zij details over haar privéleven vertelt en zich als succesvolle single van boven de 30 presenteert. Zo zegt zij onder meer “Het is niet meer standaard samenwonen, trouwen en dan kinderen krijgen. Zeker vrouwen van mijn leeftijd zijn steeds vaker vrijgezel, of gaan eerst voor een carrière en willen pas op latere leeftijd kinderen, of helemaal niet. Dat is ook normaal”. Zij is door haar uitspraken en levensstijl een voorbeeld voor veel vrouwen van haar leeftijd die ook een carrière nastreven en dat al dan niet combineren met een relatie en kinderen. Kort na dit interview vertelde [naam 6] in een radio-interview opeens dat ze al een tijd een nieuwe vriend heeft. Het is begrijpelijk dat het publiek dan wil weten wie die nieuwe vriend is. Vanwege haar voorbeeldfunctie gaat dit nieuws verder dan alleen het voldoen aan de nieuwsgierigheid van het publiek. Haar partner, thans [eiser bij dagvaarding] , is in het verlengde daarvan, anders dan hij stelt en zoals Sanoma c.s. terecht heeft aangevoerd, op dit moment door zijn relatie met [naam 6] zelf ook een min of meer publieke figuur geworden en onderwerp van ‘entertainmentnieuws’ met, zij het in geringe mate, nieuwswaarde. In deze situatie mag van hem op het gebied van blootstelling aan publiciteit meer worden gevergd dan van de gemiddelde onbekende burger.

4.9.

Het onderwerp van het Artikel en de publicatie van de foto’s geven nadere informatie over de omstandigheid dat [naam 6] inmiddels een relatie heeft en met wie, alsmede over de persoon van [eiser bij dagvaarding] . De foto’s zijn illustratief voor het Artikel, zijn niet diffamerend en niet genomen in een intieme setting. Geheime of vertrouwelijke informatie is niet openbaar gemaakt. Informatie over het werk van [eiser bij dagvaarding] en daaraan gerelateerde gegevens zijn en waren ook al eerder te vinden in andere publicaties en op het internet. Het artikel is niet negatief van toon en gesteld noch gebleken is dat het onjuiste informatie bevat.

4.10.

Wat betreft de totstandkoming van de foto’s geldt dat deze, mogelijk op één na, zijn genomen op de openbare weg. Op voorhand is niet voldoende zeker dat deze het resultaat zijn van het hinderlijk volgen van [eiser bij dagvaarding] door [gedaagde sub 3] dan wel anderszins als onrechtmatig zijn te bestempelen. Daarbij speelt een belangrijke rol dat voorshands onvoldoende aannemelijk is dat Sanoma c.s. wist of moest weten dat [eiser bij dagvaarding] tegen het maken van de foto’s bezwaar had.

4.11.

Dat het publiceren van de foto’s en het Artikel schadelijk is voor de reputatie van [eiser bij dagvaarding] , heeft hij tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door Sanoma c.s. niet aannemelijk gemaakt. Het artikel bevat, zoals gezegd, geen onjuistheden of grievende passages. Wel is de naam van een van de contacten van [eiser bij dagvaarding] genoemd, maar over de aard van de relatie van deze persoon met [eiser bij dagvaarding] worden slechts enige vragen opgeworpen in het Artikel. Van een aantasting van de privacy van cliënten en/of patiënten van [eiser bij dagvaarding] is in het Artikel dan ook evenmin sprake.

4.12.

Gelet op de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden is hetgeen [eiser bij dagvaarding] heeft gesteld ten aanzien van zijn privacy in de gegeven omstandigheden niet voldoende zwaarwegend om de balans naar zijn kant te doen doorslaan. Daarnaast heeft Sanoma c.s. onvoorwaardelijk toegezegd de foto’s van [eiser bij dagvaarding] niet opnieuw te zullen verspreiden en/of gebruiken te gebruiken, als [eiser bij dagvaarding] zelf geen onderwerp is van het nieuws (journalistieke reden). Er is daarom in de gegeven omstandigheden geen grond om de uitingsvrijheid van Sanoma c.s. in de door [eiser bij dagvaarding] gewenste zin te beperken en het publiceren van de foto’s en het Artikel wordt niet onrechtmatig geacht. De afweging van rechten en belangen valt ten gunste van Sanoma c.s. uit.

4.13.

Ook het beroep op de AVG van [eiser bij dagvaarding] in dit verband slaagt niet. Anders dan [eiser bij dagvaarding] heeft betoogd is de verwijzing van Sanoma c.s. naar artikel 43 van de Uitvoeringswet AVG terecht. Tegen de achtergrond van het onder 4.8 overwogene valt het maken en gebruiken van de foto’s van [eiser bij dagvaarding] en de verwerking van overige gegevens door Sanoma c.s. in het Artikel, tegen de achtergrond van het onder 4.8 overwogene, onder de in artikel 43 AVG vervatte uitzondering voor de verwerking van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke doeleinden. Dat het uitgeven van de [naam tijdschrift] ook een commercieel doel dient, maakt dat niet anders.

4.14.

Het voorgaande leidt ertoe dat ook het onder 2 en 3 gevorderde wordt afgewezen.

4.15.

Wat betreft de vordering onder 4 hebben [gedaagde sub 3] en het [gedaagde sub 4] verklaard geen andere gegevens van [eiser bij dagvaarding] te hebben dan zijn portret en het kentekennummer van zijn auto. Aan de vordering tot opgave van gegevens is dus al voldaan. Op grond van het bepaalde in artikel 17 lid 3 a AVG geldt dat hier het recht op vrijheid van meningsuiting en informatievrijheid een recht op het wissen van deze gegevens van [eiser bij dagvaarding] in de weg staat. Daarnaast zijn de gegevens van belang voor de archieven van Sanoma c.s. Daar komt bij dat [eiser bij dagvaarding] onvoldoende belang heeft bij het wissen nu dit archief niet voor het publiek toegankelijk is en Sanoma c.s. hebben toegezegd de foto’s (behoudens gewijzigde omstandigheden waarbij [eiser bij dagvaarding] zelf onderwerp van het nieuws is) niet opnieuw te zullen gebruiken. Ook deze vordering ligt daarom voor afwijzing gereed.

4.16.

Dat geldt ook voor het gevorderde onder 5, 6 en 7. Dat [gedaagde sub 3] en het [gedaagde sub 4] (het publicatierecht van) de foto’s aan derden hebben verstrekt of verkocht heeft [eiser bij dagvaarding] tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door Sanoma c.s. voorshands niet aannemelijk gemaakt. Evenmin is sprake van schade op grond van onrechtmatig handelen die Sanoma c.s. aan [eiser bij dagvaarding] zou moeten vergoeden, zoals uit het hiervoor overwogene voortvloeit.

4.17.

De slotsom luidt dat alle vorderingen van [eiser bij dagvaarding] worden afgewezen, met veroordeling van [eiser bij dagvaarding] , als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van dit geding.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen;

5.2.

veroordeelt [eiser bij dagvaarding] in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van Sanoma c.s. begroot op:

– € 1.950,- aan griffierecht en

– € 980,- aan salaris advocaat;

5.3.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. van der Veen, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2018.1

1 type: MB coll: MA