Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:7386

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31-10-2018
Datum publicatie
15-03-2021
Zaaknummer
C/13/635155 / HA ZA 17-922
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot ongedaanmaking van hetgeen grensoverschrijdend is gebouwd door de buren wordt toegewezen. Geen sprake van misbruik van bevoegdheid ex art. 3:13 BW. Art. 5:54 BW mist toepassing vanwege grove schuld. Vrijwaring gemeente faalt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 31 oktober 2018

in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: C/13/635155 / HA ZA 17-922 van

1 [eiser 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. M. van Kuilenburg te Amstelveen,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. L.F. van Wijck te Zoetermeer,

en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer: C/13/642718 / HA ZA 18-119 van

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. L.F. van Wijck te Zoetermeer,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE AMSTELVEEN,

zetelend te Amstelveen,

gedaagde,

advocaat mr. R.D. Boesveld te Haarlem.

Partijen zullen hierna [eisers] c.s., [gedaagden] c.s. en de Gemeente Amstelveen genoemd worden.

1 De procedure in de hoofdzaak

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 8 augustus 2017, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en voorwaardelijk van eis in reconventie, tevens incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, met een productie,

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident,

  • -

    het vonnis in het incident van 27 december 2017, waarin het gevorderde wordt toegewezen,

  • -

    het tussenvonnis van 23 mei 2018, waarbij een comparitie van partijen is bepaald,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 20 september 2018 en de daarin vermelde stukken,

  • -

    de brief van mr. Van Wijck van 9 oktober 2018 met opmerkingen over het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De procedure in de vrijwaringszaak

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 30 januari 2018, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 23 mei 2018, waarbij een comparitie van partijen is bepaald,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 20 september 2018 en de daarin vermelde stukken.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten in de hoofdzaak en de vrijwaringszaak

3.1.

[eisers] c.s. zijn eigenaren van het perceel aan de [adres 1] . [gedaagden] c.s. zijn eigenaren van het perceel aan de [adres 2] . Het perceel van [gedaagden] c.s. was onbebouwd en zij hebben daar een woning laten bouwen.

3.2.

Tussen het perceel van [eisers] c.s. en het perceel van [gedaagden] c.s. stond een (door [eisers] c.s. geplaatste) afscheiding.

3.3.

[gedaagden] c.s. hebben op 26 september 2014 bij het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Amstelveen een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een woning en het aanleggen van een in- en uitrit op hun perceel. Het college van burgemeester en wethouders hebben de gevraagde omgevingsvergunning op 25 november 2014 verleend.

3.4.

Op 18 februari 2015 heeft de heer [naam aannemer] , de aannemer van [gedaagden] c.s., de volgende e-mail, voor zover relevant, gestuurd aan de Gemeente Amstelveen:

“(…) Wij gaan de vrijstaande woning bouwen voor de Fam. [gedaagden] op hier boven vermeld adres. Hiervoor willen wij graag een afspraak maken met de landmeter van de gemeente om kavel en woning uit te zetten / aan te wijzen. (…)”.

3.5.

Op 24 februari 2015 heeft de heer [medewerker gemeente] , een landmeter van de gemeente, de bebouwingsgrenzen van de woning uitgezet overeenkomstig het bestemmingsplan en de bouwtekeningen.

3.6.

Voorafgaand aan de bouw van de woning door [gedaagden] c.s. hebben zij geen kadastrale inmeting laten verrichten.

3.7.

Na de bouw is uit een meting door het kadaster gebleken dat er ca. 2 m² grensoverschrijdend is gebouwd door [gedaagden] c.s. op het perceel van [eisers] c.s. De gehele garage van [gedaagden] c.s. is aan de achterzijde 16 cm en aan de voorzijde van de muur 22 cm over de kadastergrens gebouwd. De aan de garage gekoppelde overkapping van de entree is 28 cm over de kadastergrens gebouwd. Op de onderstaande foto is de huidige situatie zichtbaar, waarbij te zien is dat een kolom en een deel van het dak van [gedaagden] c.s. zich op en boven het perceel van [eisers] c.s. bevindt:

3.8.

Bij brief van 9 december 2015 hebben [gedaagden] c.s. de Gemeente Amstelveen aansprakelijk gesteld voor de door hen geleden en nog te lijden schade.

3.9.

Bij brief van 18 februari 2016 heeft de Gemeente Amstelveen de vermeende aansprakelijkheid van de hand gewezen.

3.10.

Op de website van de Gemeente Amstelveen stond onder meer het volgende:

“(…) De gemeente is verantwoordelijk voor de coördinatie van de basisregistratie vastgoed. In dit kader worden verschillende landmeetkundige werkzaamheden verricht. Veel van die werkzaamheden hebben betrekking op het realiseren van (nieuw)bouwprojecten en infrastructurele werken, zoals: het aangeven en uitzetten van rooilijnen; het uitzetten van kavels in het terrein; het uitzetten van nieuwe gebouwen in het terrein en het aangegeven van hoogtematen. (…)

De gemeente beheert diverse geometrische bestanden. De geometrische gegevens beschrijven de locatie, de vorm en de grootte van vastgoedobjecten. Meest bekende geometrische gegevens zijn de digitale kaarten. Meest bekende voorbeelden van digitale kaarten zijn de Grootschalige basiskaart (GBKN) en de digitale kadastrale kaart. (…)”.

4 Het geschil

in de hoofdzaak

in conventie

4.1.

[eisers] c.s. vorderen samengevat - hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] c.s. tot primair

  1. de overschrijding van het perceel van [eisers] c.s. ongedaan te maken op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag of deel van een dag dat gedaagden niet voldoen aan het ten deze te wijzen vonnis tot een maximum van € 50.000,00;

  2. aan [eisers] c.s. te voldoen een bedrag van € 24.000,00 ten titel van schadevergoeding;

subsidiair aan [eisers] c.s. te voldoen een bedrag van € 29.000,00 ten titel van schadevergoeding voor de overschrijding van het perceel en waarbij de kadastrale grens wordt gewijzigd conform de bij deze procedure ingebrachte kaart en verdere daarbij ontstane schade, waarbij alle kosten voor wijziging voor rekening van [gedaagden] c.s. komen waarbij [gedaagden] c.s. de overkapping en steunpaal tevens verwijderen van en boven de grond van [eisers] c.s. en terugbrengen voorbij de kadastrale erfgrens;

primair en subsidiair betaling van de proceskosten.

4.2.

[gedaagden] c.s. voeren verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in voorwaardelijke reconventie

4.4.

[gedaagden] c.s. vorderen - samengevat - veroordeling van [eisers] c.s. tot medewerking op eerste verzoek van [eisers] c.s. aan het voor rekening van [gedaagden] c.s. vestigen van een erfdienstbaarheid omvattende handhaving van de thans aanwezige toestand van de overbouw op het perceel van [eisers] c.s., dit uit te voeren door een door [gedaagden] c.s. aan te wijzen notaris en tegen een door de rechtbank van € 1.500,00 althans een door de rechtbank ex aequo et bono vast te stellen schadeloosstelling, althans subsidiair op eerste verzoek van [gedaagden] c.s. mee te werken aan de eigendomsoverdracht door een door hen aan te wijzen notaris van de strook grond van 1,3 m² waarop de overbouw zich bevindt voor de koopsom van € 1.300,00 (uitgaande van een prijs van € 1.000,00 per m²) althans een door de rechtbank ex aequo et bono vast te stellen koopsom, althans een door de rechtbank te benoemen deskundige/taxateur vast te stellen koopsom, dit alles op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat [eisers] c.s. in reconventie geheel of ten dele nalatig blijven aan het in deze te wijzen vonnis te voldoen en met veroordeling van [eisers] in de kosten van het geding.

4.5.

[eisers] c.s. voeren verweer.

4.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de vrijwaringszaak

4.7.

[gedaagden] c.s. vorderen - samengevat - dat de Gemeente Amstelveen wordt veroordeeld bij vonnis, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad,

  • -

    om aan [gedaagden] c.s. te voldoen al datgene waartoe zij in de hoofdzaak als gedaagden jegens de eisers in de hoofdzaak ( [eisers] c.s.) mochten worden veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordeling, en de wettelijke rente vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening,

  • -

    om, indien [gedaagden] c.s. als gedaagden in de hoofdzaak mochten worden veroordeeld tot afbraak van de berging voor zover deze grensoverschrijdend is gebouwd, aan [gedaagden] c.s. te voldoen alle kosten en schade die daar voor [gedaagden] c.s. uit voortvloeit, welke schade zo nodig zal moeten worden opgemaakt bestaat en dienen te worden vereffend volgens de wet,

  • -

    met veroordeling van de Gemeente Amstelveen in de proces- en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

4.8.

De Gemeente Amstelveen voert verweer.

4.9.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

in de hoofdzaak

in conventie en in voorwaardelijke reconventie

5.1.

Gelet op de onderlinge samenhang van de vorderingen zal de rechtbank de vorderingen in conventie en in voorwaardelijke reconventie hierna gezamenlijk bespreken.

5.2.

Voorop wordt gesteld dat ingevolge artikel 5:1 lid 1 BW eigendom het meest omvattende recht is dat een persoon op een zaak kan hebben. Het staat de eigenaar volgens artikel 5:1 lid 2 BW in beginsel vrij met uitsluiting van ieder ander om van zijn zaak gebruik te maken. De bevoegdheden die een eigenaar aan zijn eigendom kan ontlenen worden begrensd door de rechten van anderen en door de beperkingen die voortvloeien uit de regels van ongeschreven privaatrecht.

5.3.

Tussen partijen is niet in geschil dat de garage met overkapping van [gedaagden] c.s. voor een deel over de erfgrens is gebouwd én dus op de grond van [eisers] c.s. is gebouwd. Dit is een inbreuk op het eigendomsrecht van [eisers] c.s. Nu [eisers] c.s. recht hebben op respect van hun eigendomsrecht, kan hun vordering tot ongedaanmaking/afbraak van hetgeen grensoverschrijdend is gebouwd op hun perceel in beginsel worden toegewezen.

5.4.

[gedaagden] c.s. stellen zich echter op het standpunt dat deze vordering tot ongedaanmaking van [eisers] c.s. misbruik van bevoegdheid oplevert zoals bedoeld in artikel 3:13 BW, waardoor zij deze bevoegdheid niet kunnen inroepen. Van misbruik van bevoegdheid is onder meer sprake wanneer men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening van die bevoegdheid en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Daarbij dienen alle relevante omstandigheden in aanmerking te worden genomen (vgl. HR 17 april 1970, NJ 1971/89).

5.5.

De rechtbank verwerpt het beroep van [gedaagden] c.s. op artikel 3:13 BW. [eisers] c.s. hebben namelijk aangevoerd, hetgeen niet gemotiveerd is betwist door [gedaagden] c.s., dat zij van plan zijn om een nieuwe garage te gaan bouwen op hun perceel tot aan de erfgrens, waarmee hun belang als eigenaar bij een rechte erfgrens van hun perceel gegeven is. Nu staat er immers zowel een kolom van de garage van [gedaagden] c.s. als een deel van de muur en een deel van het dak van de garage van [gedaagden] c.s. op het perceel van [eisers] c.s., (zoals zichtbaar is op de foto onder rov. 3.7.), zodat [eisers] c.s. zonder toewijzing van de gevorderde ongedaanmaking bij het bouwen van hun nieuwe garage stuiten op een scheve afscheiding met inhammen, waar zij omheen zouden moeten bouwen, wat duidelijk onwenselijk is. De omstandigheid dat de grensoverschrijding wellicht (zeer) gering is gelet op de omvang van het totale perceel van [eisers] c.s. – wat daar ook van zij, het grootste deel van dit perceel wordt immers ingenomen door het tuincentrum van [eisers] c.s. – doet aan het voorgaande niet af. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat zich ter plaatse al een (provisorische) carport van [eisers] bevindt (zie foto onder rov. 3.7.) en het aannemelijk voorkomt dat een nieuwe garage door [eisers] c.s. ook juist op die locatie zal worden opgericht.

Daartegenover staat het belang van [gedaagden] c.s. dat wordt geschaad bij toewijzing van de vordering, bestaande uit voornamelijk financieel nadeel. Volgens [gedaagden] c.s. zullen zij enorme schade lijden, omdat zij onder meer een deel van het dak van de garage en een compleet dragende muur met fundering zullen moeten verwijderen en opnieuw zullen moeten laten optrekken. Dit zal nadelige gevolgen kunnen hebben voor de woning en mogelijks zelfs leiden tot sloop van delen daarvan. Bovendien wijzen [gedaagden] c.s. erop dat zij na ongedaanmaking van het gebouwde hun auto niet meer in hun garage kunnen plaatsen. Nu [gedaagden] c.s. de gestelde (mogelijke) gevolgen van de ongedaanmaking niet hebben onderbouwd, noch enigszins concreet hebben aangegeven wat de daarmee gemoeide kosten zullen zijn, en [eisers] c.s. de gestelde (mogelijke) gevolgen gemotiveerd hebben betwist, is naar het oordeel van de rechtbank, tegen de achtergrond van hetgeen hiervoor onder rov. 5.2. is overwogen ten aanzien van het eigendomsrecht, niet gebleken van een onevenredigheid tussen de belangen van partijen waardoor [eisers] c.s. niet in redelijkheid tot het instellen van hun vordering zouden kunnen komen.

5.6.

Nu gelet op het voorgaande aan de voorwaarde die [gedaagden] c.s. aan hun vordering in reconventie hebben gesteld is voldaan, komt de rechtbank thans toe aan de bespreking van het beroep in reconventie op artikel 5:54 lid 1 BW door [gedaagden] c.s.

5.7.

Artikel 5:54 lid 1 BW bepaalt dat als de eigenaar van een gebouw of werk (in casu [gedaagden] c.s.) door wegneming van het uitstekende gedeelte onevenredig veel zwaarder wordt benadeeld dan de eigenaar van het erf door handhaving daarvan (in casu [eisers] c.s.), de eigenaar van het gebouw (in casu [gedaagden] c.s.) te allen tijde kan vorderen dat hem tegen schadeloosstelling een erfdienstbaarheid tot het handhaven van de bestaande toestand wordt verleend of, ter keuze van de eigenaar van het erf (in casu [eisers] c.s.), een daartoe benodigd gedeelte van het erf wordt overgedragen. Dit kan niet als de eigenaar van het gebouw ter zake van de bouw kwade trouw of grove schuld verweten kan worden (zie artikel 5:54 lid 3 BW).

5.8.

Artikel 5:54 lid 1 BW mist in dit geval toepassing. De rechtbank is met [eisers] c.s. van oordeel dat [gedaagden] c.s. grove schuld verweten kan worden, waardoor de vordering in reconventie zal worden afgewezen. Het had op de weg van [gedaagden] c.s. gelegen om als initiatiefnemer van de bouw het kadaster te raadplegen na de geuite twijfels door [eisers] c.s., het zagen in de schutting en het dak van de carport van [eisers] c.s. en het plaatsen van een kolom door dit dak van [eisers] c.s. Zelfs onder deze omstandigheden zijn [gedaagden] c.s. blindelings blijven vertrouwen op hun aannemer die zijn werk verrichtte aan de hand van de aanwijzingen van de Gemeente Amstelveen. Dat zij dit deden komt voor hun rekening en risico en kan [eisers] c.s. niet worden tegengeworpen. Het voorgaande maakt dat [gedaagden] c.s. hun onderzoeksplicht hebben verzaakt, hetgeen onder de gegeven omstandigheden grove schuld oplevert.

5.9.

De conclusie van het voorgaande is dat de vordering van [eisers] c.s. tot ongedaanmaking van hetgeen grensoverschrijdend is gebouwd op hun perceel zal worden toegewezen.

5.10.

[eisers] c.s. hebben voorts gevorderd dat de rechtbank een dwangsom verbindt aan de veroordeling tot ongedaanmaking van de overschrijding. Aangezien [gedaagden] c.s. daartegen geen verweer hebben gevoerd, zal de gevorderde dwangsom worden toegewezen, zij het tot een maximum als nader bepaald. [eisers] c.s. hebben nagelaten een termijn te vorderen voor voldoening aan de veroordeling. De rechtbank acht het redelijk om een termijn van 4 maanden te stellen voor voldoening aan de veroordeling.

5.11.

Ten aanzien van de gevorderde bedragen aan schadevergoeding door [eisers] c.s. overweegt de rechtbank als volgt. [eisers] c.s. vorderen primair € 24.000,00 schadevergoeding, bestaande uit € 7.000,00 voor aangerichte schade aan het hekwerk, de overkapping en de dakgoten, € 2.000,00 voor herstel van de grondlaag en € 15.000,00 voor kosten aan juridische bijstand. Subsidiair vorderen zij betaling van € 29.000,00, bestaande uit de hiervoor genoemde € 24.000,00 en € 5.000,00 voor kosten van de grond. Deze vorderingen zullen worden afgewezen, nu [gedaagden] c.s. deze schade hebben weersproken en [eisers] c.s. de gevorderde bedragen in het geheel niet hebben onderbouwd.

Proceskosten

5.12.

Nu partijen in conventie over en weer in het ongelijk zijn gesteld zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder van de partijen de eigen kosten draagt.

[gedaagden] c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in (voorwaardelijke) reconventie, aan de zijde van [eisers] c.s. begroot op (1/2 punt × tarief II € 543,00) € 271,50.

Nakosten

5.13.

De nakosten worden toegewezen op de wijze als in de beslissing vermeld.

in de vrijwaringszaak

5.14.

Aangezien [gedaagden] c.s. in de hoofdzaak zijn veroordeeld tot ongedaanmaking van hetgeen grensoverschrijdend is gebouwd, moet in de vrijwaringszaak de vraag beantwoord worden of de Gemeente Amstelveen aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan geleden en nog te lijden schade door [gedaagden] c.s.

5.15.

[gedaagden] c.s. leggen het volgende - samengevat - aan hun vordering ten grondslag. [gedaagden] c.s. stellen zich op het standpunt dat de Gemeente Amstelveen aansprakelijk is, omdat de Gemeente Amstelveen primair toerekenbaar tekort geschoten is in de uitvoering van de opdracht tot het uitzetten van de kavel en de woning, althans subsidiair jegens hen onzorgvuldig en onrechtmatig heeft gehandeld. Volgens [gedaagden] c.s. heeft de Gemeente Amstelveen, anders dan waartoe de door [gedaagden] c.s. gegeven opdracht strekte, niet gekeken naar waar de kadastrale grens tussen het perceel van [gedaagden] c.s. en haar buren [eisers] c.s. liep. De opdracht van [gedaagden] c.s. omvatte niet alleen het uitzetten van de rooilijnen, maar ook het uitzetten van de kavel en de woning in het terrein aan de hand van de coördinaten, waarbij de kadastrale grenzen in acht diende te worden genomen door de Gemeente Amstelveen. Subsidiair voeren [gedaagden] c.s. aan dat zij erop mochten vertrouwen dat bij de Gemeente Amstelveen voldoende deskundigheid aanwezig was om deze werkzaamheden goed en daarmee in overeenstemming met de kadastrale gegevens te verrichten, die verwachting werd ook door de gemeente gewekt op haar website. Door de Gemeente Amstelveen is niet aangegeven aan [gedaagden] c.s., dat zij zelf verantwoordelijk waren voor het leveren van de juiste informatie en is ook niet gewaarschuwd of geadviseerd om zelf bij het kadaster navraag te doen naar de kadastrale grens.

5.16.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van [gedaagden] c.s. niet toewijsbaar is. Daartoe overweegt zij als volgt. Anders dan [gedaagden] c.s. menen, is niet gebleken dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen. Het uitzetten van de rooilijnen en de bebouwingsgrenzen is immers een taak waartoe de Gemeente Amstelveen wettelijk gehouden is blijkens artikel 1.24 Bouwbesluit 2012. De rechtbank wijst er op dat ook overigens uit niets blijkt dat [gedaagden] c.s. de Gemeente Amstelveen hebben verzocht om de kadastrale erfgrenzen uit te zetten, dan wel dat zij daarmee rekening diende te houden. In de e-mail van 18 februari 2015 wordt slechts verzocht om een afspraak met de landmeter van de gemeente om de kavel en woning “uit te zetten/aan te wijzen” (zie rov. 3.4.).

5.17.

Ook de subsidiaire grondslag kan niet tot toewijzing van de vordering leiden. Niet is gebleken dat de Gemeente Amstelveen onrechtmatig dan wel onzorgvuldig heeft gehandeld. [gedaagden] c.s. verwijten de Gemeente Amstelveen dat zij haar zorgplicht en waarschuwingsplicht heeft geschonden. Onduidelijk is echter waarop [gedaagden] c.s. deze plichten baseert. De enkele verwijzing naar de tekst van de website van de Gemeente Amstelveen is daarvoor onvoldoende, omdat de gemeente daar alleen opmerkt dat zij de digitale kadastrale kaart beheert (zie rov. 3.10.).

5.18.

Daarnaast is niet vast komen te staan dat de Gemeente Amstelveen een fout heeft gemaakt door bij het uitzetten van de rooilijnen en de bebouwingsgrenzen geen rekening te houden met de kadastrale erfgrenzen. De Gemeente Amstelveen heeft uitgebreid toegelicht hoe zij in het kader van haar wettelijke taak de rooilijnen en de bebouwingsgrenzen uitzet aan de hand van het bestemmingsplan en de bouwtekeningen bij de omgevingsvergunning. Het uitzetten van de kadastrale erfgrenzen is niet haar taak, maar die van het Kadaster. Het is de verantwoordelijkheid van degene die bouwt om zorg te dragen dat hij de kadastrale erfgrenzen kent en respecteert. In het licht van deze gemotiveerde betwisting door de Gemeente Amstelveen dat zij een fout heeft gemaakt, hebben [gedaagden] c.s. hun vordering onvoldoende gemotiveerd. De slotsom is dan ook dat de vordering in de vrijwaringszaak zal worden afgewezen.

Proceskosten

5.19.

[gedaagden] c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Gemeente Amstelveen worden begroot op:

- griffierecht € 1.924,00

- salaris advocaat € 1.086,00 (2,0 punt × tarief II € 543,00)

Totaal € 3.010,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn.

Nakosten

5.20.

[gedaagden] c.s. zullen tevens worden veroordeeld in de nakosten op de hierna te vermelden wijze.

6 De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

in conventie

6.1.

veroordeelt [gedaagden] c.s. hoofdelijk tot het ongedaanmaken van de overschrijding op het perceel van [eisers] c.s. en wel binnen 4 maanden na betekening van dit vonnis;

6.2.

veroordeelt [gedaagden] c.s. hoofdelijk om aan [eisers] c.s. een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 6.1. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt;

6.3.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

6.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

6.6.

wijst het gevorderde af;

6.7.

veroordeelt [gedaagden] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] c.s. tot op heden begroot op € 271,50;

in conventie en in reconventie

veroordeelt [gedaagden] c.s. hoofdelijk in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagden] c.s. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

in de vrijwaringszaak

6.8.

wijst het gevorderde af;

6.9.

veroordeelt [gedaagden] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente Amstelveen tot op heden begroot op € 3.010,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 14 dagen na heden;

6.10.

veroordeelt [gedaagden] c.s. in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagden] c.s. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

6.11.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H. Mulderije, rechter, bijgestaan door mr. P. Palanciyan, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2018.