Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:7310

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-08-2018
Datum publicatie
22-10-2018
Zaaknummer
13/741091-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

mishandeling, bedreigingen, belediging en schennis van de eerbaarheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/741091-17

Datum uitspraak: 8 augustus 2018

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[naam verdachte]

geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1981,

zonder vaste woon- en/of verblijfplaats in Nederland.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 augustus 2018. Bij de zitting was aanwezig mr. M.A.M. Karsten, advocaat, die niet bepaaldelijk gemachtigd bleek te zijn en daarom niet het woord heeft gevoerd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. T.R. van Roomen.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

1. mishandeling van [persoon] , door hem te slaan tegen diens nek op 7 oktober 2017 te Amsterdam;

2. bedreiging van [persoon] en [persoon 2] door in hun richting schietbewegingen en schietgeluiden te maken en te zeggen: “ik onthoud jullie gezichten” op 7 oktober 2017 te Amsterdam;

3. bedreiging van [persoon 3] en [persoon 4] en [persoon 5] door een schietbeweging te maken naar [persoon 3] en tegen allen met een bierfles boven zijn hoofd dreigend te zeggen: “jullie moeten achteruit” op 11 januari 2018 te Amsterdam;

4. met zijn ontblote penis in het openbaar trekkende bewegingen te maken op 11 januari 2018 te Amsterdam;

5. belediging van een politieagent, [naam] , door te zeggen: “jij bent een vieze homo. Vieze flikker. Je kont staat open flikker” en door op diens handen en lichaam te spugen op 17 juni 2018 te Amsterdam.

Daarnaast heeft de officier van justitie ter terechtzitting de navolgende twee feiten ad informandum gevoegd:

1. diefstal bij Albert Heijn aan de [adres] op 28 april 2017 te Amsterdam;

2. onbruikbaar maken van een dagverblijf van het politiebureau Bureau Houtmankade door hierin te urineren op 29 mei 2017 te Amsterdam.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.

3.2.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

1.

op 7 oktober 2017 te Amsterdam, opzettelijk [persoon] , werkzaam als supermarkt medewerker, heeft mishandeld, welke mishandeling bestond uit het slaan tegen de nek van voornoemde [persoon] , waardoor voornoemde [persoon] pijn heeft ondervonden;

2.

op 7 oktober 2017 te Amsterdam, [persoon] en [persoon 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met zijn handen een schietbeweging gemaakt in de richting van voornoemde [persoon] en [persoon 2] en daarbij schietgeluiden gemaakt en daarbij dreigend de woorden toegevoegd: “ik onthoud jullie gezichten”;

3.

op 11 januari 2018 te Amsterdam, [persoon 3] en [persoon 4] en [persoon 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met zijn hand een schietbeweging gemaakt in de richting van voornoemde [persoon 3] en op korte afstand van [persoon 3] en [persoon 4] en [persoon 5] een bierfles, dreigend boven zijn, verdachtes, hoofd gehouden en daarbij dreigend de woorden toegevoegd: “jullie moeten achteruit”;

4.

op 11 januari 2018 te Amsterdam, de eerbaarheid heeft geschonden op een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten de Oude Hoogstraat, door zijn ontblote penis te tonen en vast te pakken en met zijn hand zijn penis op en neer te bewegen en trekkende bewegingen te maken;

5.

op 17 juni 2018 te Amsterdam, opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam] , brigadier van de politie Eenheid Amsterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling en door feitelijkheden heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: “jij bent een vieze homo. Vieze flikker. Je kont staat open vieze flikker”, en op de handen en op de broek van voornoemde [naam] te spugen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 (vier) maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 2 (twee) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren met oplegging van begeleiding als bijzondere voorwaarde.

7.2.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van [persoon] door hem tegen zijn nek te slaan. Hierdoor heeft verdachte inbreuk gemaakt op lichamelijke integriteit van [persoon] . Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan meerdere bedreigingen in het openbaar, door schietbewegingen te maken en hierbij dreigende woorden te uiten. Ook heeft verdachte een politieagent beledigd door tegen hem te zeggen “jij bent een vieze homo. Vieze flikker. Je kont staat open vieze flikker” en door op hem te spugen. Daarnaast heeft verdachte ten overstaan van een (vrouwelijke) handhaver zich op een openbare plaats met ontbloot geslachtsdeel bevonden en aftrekkende bewegingen gemaakt en daarmee de algemene eerbaarheid geschonden. Dergelijk gedrag is onacceptabel. Verdachte heeft de slachtoffers respectloos bejegend en angst aangejaagd en heeft inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer [persoon] door hem te slaan. Door aldus te handelen draagt verdachte bij aan in de samenleving heersende gevoelens van angst en onveiligheid. Daarnaast is het bespugen van iemand niet alleen smerig en vernederend, maar getuigt dergelijk gedrag van disrespect voor het publieke belang dat het slachtoffer diende. De rechtbank weegt strafverzwarend mee dat verdachte het merendeel van de feiten heeft gepleegd tegenover handhavers en politieagenten.

Bij het opleggen van de straf heeft de rechtbank meegewogen de door de officier van justitie ad informandum gevoegde feiten. Ter terechtzitting heeft de rechtbank vastgesteld dat verdachte in het voorbereidend onderzoek heeft bekend deze feiten te hebben gepleegd.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Uit het reclasseringsrapport van 23 maart 2018 en de stukken die de raadsman van verdachte voorafgaand aan de zitting heeft overgelegd blijkt dat bij verdachte sprake is van PTSS met psychotische verschijnselen en dat hij regelmatig alcohol drinkt om zijn trauma’s te vergeten. Verdachte is een rustige en timide man, maar als hij heeft gedronken veroorzaakt hij veel overlast en valt hij mensen op straat lastig. De onderhavige feiten zijn daar een voorbeeld van, aangezien uit het dossier blijkt dat alle feiten zijn gerelateerd aan zijn alcoholmisbruik. Wegens het ontbreken van een legale verblijfsstatus kan hij geen aanspraak maken op een regulier inkomen of een zelfstandige woning en komt hij slechts in aanmerking voor laagdrempelige hulp. Gelet hierop en op de ernst van de feiten is een taakstraf of een geldboete dan ook een gepasseerd station.
Alles samen genomen acht de rechtbank de eis van de officier van justitie evenwel te hoog en zal zij deze halveren. Niet is gebleken dat de reclassering in staat en bereid is verdachte te begeleiden, zodat er geen plaats is voor het opleggen van een dergelijke voorwaarde.

8 Ten aanzien van de benadeelde partij

De benadeelde partij Nationale Politie, Eenheid Amsterdam vordert € 58,08 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van de ter kennisgeving gevoegde feit met het parketnummer (13/741130-17), te weten het onbruikbaar maken van een dagverblijf, strafbaar gesteld in artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 239, 266, 267, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:

mishandeling;

Ten aanzien van het onder 2 en 3 bewezen verklaarde:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde:

schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd;

Ten aanzien van het onder 5 bewezen verklaarde:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 1 (één) maand, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Wijst de vordering van de benadeelde partij Nationale politie, eenheid Amsterdam, domicilie kiezende te Amsterdam, toe tot een bedrag van € 58,08 (zegge achtenvijftig euro en acht cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 29 mei 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte aan Nationale politie, eenheid Amsterdam voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.P.C. Janssen, voorzitter,

mrs. G.M. van Dijk en C.M. Berkhout, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.L. Lugthart en N.A. Nowotny, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 augustus 2018.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

[...]