Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:7303

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-10-2018
Datum publicatie
23-10-2018
Zaaknummer
13/684028-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Stalking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/684028-18 (Promis)

Datum uitspraak: 2 oktober 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 september 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. Kerkhoff, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.J.M. Kleiweg, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 10 juli 2017 tot en met 28 december 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, (telkens) wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door

- voornoemde [slachtoffer] een of meer email-berichten en/of een of meer whatsapp-berichten te sturen (in totaal ongeveer 1000 berichten) en/of

- voornoemde [slachtoffer] eenmaal of meermalen op te bellen en/of

- zich naar de woning van voornoemde [slachtoffer] te begeven en/of

- voornoemde [slachtoffer] bij de keel te grijpen,

met het oogmerk voornoemde [slachtoffer] , (telkens) te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd dat kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) heeft belaagd door haar meerdere emailberichten en WhatsApp-berichten te sturen, door haar meerdere malen te bellen en zich naar haar woning te begeven in de periode van 10 juli 2017 tot en met 28 december 2017.

De officier van justitie acht de verklaring van verdachte dat [slachtoffer] zichzelf de belastende berichten heeft gestuurd onaannemelijk, omdat hij eerder bij de politie een andersluidende verklaring heeft afgelegd en omdat het niet voor de hand ligt dat [slachtoffer] zichzelf al die berichten zou hebben gestuurd, alleen om verdachte zwart te maken. De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het bij de keel grijpen van [slachtoffer] , omdat haar verklaring hierover niet door andere bewijsmiddelen wordt ondersteund.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om verdachte integraal vrij te spreken, omdat hij geen opzet had op een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] .

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer] niet zo vaak heeft bericht als zij zegt. De door [slachtoffer] opgestelde overzichten zijn niet onderbouwd, waardoor niet kan worden vastgesteld hoeveel berichten verdachte haar daadwerkelijk heeft gestuurd.

Bovendien heeft [slachtoffer] de inloggegevens van de Apple ID van verdachte en heeft zij haar telefoonnummer aan de Apple ID van verdachte gekoppeld, waardoor zij belastende berichten onder zijn naam naar zichzelf kan hebben gestuurd.

Verdachte heeft enkel contact opgenomen met [slachtoffer] omdat hij zijn dochter wil spreken, die [slachtoffer] van hem weghoudt. Bij de politie heeft verdachte slechts verklaard dat hij ‘bij wijze van spreken 1000 berichten’ naar [slachtoffer] heeft gestuurd.

Verdachte en [slachtoffer] zijn verwikkeld in een echtscheiding, waarbij ook de omgang met hun dochter een grote rol speelt. [slachtoffer] wil verdachte hierdoor in een kwaad daglicht zetten en haar verklaringen moeten dan ook als onbetrouwbaar worden aangemerkt.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte in de periode van 10 juli 2017 tot en met 28 december 2017 meerdere email- en WhatsApp-berichten naar [slachtoffer] heeft gestuurd, dat hij haar meerdere keren heeft gebeld en dat hij zich naar haar woning heeft begeven.

Tijdlijn

Op 26 juli 2017 heeft [slachtoffer] een email gestuurd aan verdachte met het verzoek om geen contact meer met haar op te nemen. Op 2 augustus 2017 heeft de advocaat van [slachtoffer] aan de advocaat van verdachte een brief gestuurd met het verzoek om [slachtoffer] met rust te laten. Op 6 september 2017 heeft de rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, middels een beschikking bepaald dat verdachte éénmaal per week een belmoment mag hebben met [dochter] , de dochter van [slachtoffer] en verdachte. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij ervan op de hoogte was dat [slachtoffer] geen contact met hem wenste te hebben.

Contactmomenten

[slachtoffer] heeft meerdere keren aangifte gedaan. Hierin heeft zij verklaard dat verdachte haar meerdere berichten heeft gestuurd en dat hij haar vaak heeft gebeld. [slachtoffer] heeft zelf een totaaloverzicht van de contactmomenten opgesteld en bij haar eerste aangifte gevoegd. Nu het overzicht niet nader is onderbouwd, kan de rechtbank niet vaststellen hoe vaak verdachte daadwerkelijk contact met haar heeft opgenomen. Bij de aangifte zijn echter ook een grote hoeveelheid screenshots gevoegd, waaruit blijkt dat verdachte haar veelvuldig heeft gebeld en berichten heeft gestuurd. De rechtbank is van oordeel dat alleen al uit de screenshots is gebleken dat verdachte veelvuldig contact met [slachtoffer] heeft opgenomen, door haar in zeer korte tijd veel berichten te sturen en haar achter elkaar te bellen. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij bij wijze van spreken misschien wel 1.000 keer contact heeft opgenomen met [slachtoffer] en dat hij haar berichten over en een foto van zijn nieuwe vriendin heeft gestuurd. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij minder vaak contact heeft opgenomen dan de totaaloverzichten doen vermoeden en dat hij de berichten over zijn nieuwe vriendin niet heeft verstuurd.

Apple ID

Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer] de inloggegevens van zijn Apple ID had en daardoor toegang tot zijn telefoon had, waardoor het mogelijk is dat zij meerdere berichten naar zichzelf heeft gestuurd onder de naam van verdachte. De rechtbank acht deze verklaring onaannemelijk. Verdachte heeft immers eerder bij de politie verklaard vaak contact met [slachtoffer] te hebben gezocht en hij heeft de verklaring die hij ter terechtzitting heeft afgelegd niet nader onderbouwd. Daarbij bevat het dossier screenshots van berichten met foto’s van en over de nieuwe vriendin van verdachte, wat er juist op wijst dat verdachte deze berichten wel heeft gestuurd. Dit heeft verdachte bij de politie ook erkend.

Woning aangeefster

Ook heeft verdachte zich begeven naar de woning van [slachtoffer] , terwijl zij op een geheime locatie van een Blijf van mijn Lijf Groep woonde. Verdachte heeft bekend via collega’s van [slachtoffer] achter haar verblijfplaats te zijn gekomen en dat hij bij haar langs is gegaan om haar te laten zien dat hij weet waar ze woont, zo verklaarde hij ter zitting.

Opzet

Door aldus te handelen heeft verdachte tenminste bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij daarmee een inbreuk pleegde op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] .

Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] .

Vrijspraak van het bij de keel grijpen

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte [slachtoffer] bij de keel heeft gegrepen, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte in de periode van 10 juli 2017 tot en met 28 december 2017 te Amsterdam, telkens wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op een anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door

- voornoemde [slachtoffer] email-berichten en whatsapp-berichten te sturen en

- voornoemde [slachtoffer] meermalen op te bellen en

- zich naar de woning van voornoemde [slachtoffer] te begeven,

met het oogmerk voornoemde [slachtoffer] , (telkens) te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen, met aftrek van het voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. Daarbij heeft de officier van justitie gevorderd om een gedeelte van de door [slachtoffer] verzochte bijzondere voorwaarden op te leggen en dadelijk uitvoer te verklaren bij vonnis, te weten een locatieverbod voor de [adres] en een contactverbod met [slachtoffer] .

7.2.

Het strafmaatverweer van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair verzocht om verdachte vrij te spreken. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf of maatregel, omdat verdachte na 28 december 2017 geen contact meer heeft gezocht met [slachtoffer] . Meer subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit om de eis te matigen en geen bijzondere voorwaarden op te leggen, omdat dit voor verdachte nadelige gevolgen kan hebben voor de civiele procedure rondom de omgang van hun dochter.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Gevolgen belaging

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-vrouw. Hij heeft door zijn vele telefoontjes, berichten en het langsgaan bij haar woning stelselmatig inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer en op haar gevoel van veiligheid. Bovendien verbleef [slachtoffer] op een, naar zij dacht, geheime locatie van de Blijf van mijn Lijf groep. Door zo te handelen heeft verdachte blijkbaar alleen rekening gehouden met zijn eigen behoefte om in contact te treden met zijn ex-vrouw en heeft hij zich niet bekommerd om de grote (psychische) gevolgen van zijn handelen voor haar en haar naasten. [slachtoffer] durft niet goed meer de straat op en heeft camera’s geplaatst bij haar woning. De dochter van verdachte is meermalen getuige geweest van het gedrag van verdachte, wat ook op haar een behoorlijke impact heeft gehad.

Reclasseringsrapport

De rechtbank heeft kennisgenomen van het over verdachte opgemaakte reclasseringsadvies van 20 juli 2018 door reclasseringswerker M. Teisman, waaruit onder meer is gebleken dat er bij verdachte weinig sprake lijkt te zijn van inlevingsvermogen in anderen en dat hij weinig zelfinzicht lijkt te hebben. Reclasseringswerker H. Karmat heeft het rapport ter terechtzitting toegelicht. Na het reclasseringsrapport heeft verdachte meerdere gesprekken gehad bij De Waag. De behandeling bij De Waag is afgerond en de reclassering ziet geen meerwaarde in het opleggen van nieuwe bijzondere voorwaarden.

Onderliggende situatie

Uitgangspunt is dat belagingsfeiten zoals door verdachte gepleegd, worden afgedaan met een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat verdachte voornamelijk contact opnam met [slachtoffer] vanwege de omgang met zijn dochter. Verdachte mag zijn dochter niet zien en het wekelijkse belmoment zou niet altijd zijn nagekomen door [slachtoffer] . Niet is gebleken dat verdachte sinds 28 december 2017 nog contact heeft opgenomen met zijn ex-vrouw. De rechtbank zal dan ook in het voordeel van verdachte rekening houden met de onderliggende situatie en ziet hierdoor aanleiding om af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd.

Bijzondere voorwaarden t.a.v. [slachtoffer]

Wel ziet de rechtbank gelet op het soort feit een meerwaarde in het opleggen van bijzondere voorwaarden, namelijk het contactverbod met [slachtoffer] en het locatieverbod voor de [adres] . Bovendien lijkt het beter te gaan sinds verdachte zich aan de schorsingsvoorwaarden, waaronder een contactverbod, moet houden.

Dadelijke uitvoerbaarheid

Gezien het feit dat de rechtbank van oordeel is dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zal zij bevelen dat de hierna te stellen voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

belaging.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 120 (honderdtwintig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 (zestig) dagen met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 1 (één) maand.

Beveelt dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende algemene voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

Veroordeelde mag gedurende de proeftijd van 2 jaren op geen enkele wijze – direct of indirect - contact opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , wonende te [adres] .

-Veroordeelde mag zich gedurende de proeftijd van 2 jaren niet bevinden in de straat [adres] .

Beveelt dat de op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.M.L.A.T. Doll, voorzitter,

mrs. L. Voetelink en I. Mannen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.L. Lugthart, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 oktober 2018.

[(...)]