Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:7197

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-09-2018
Datum publicatie
12-10-2018
Zaaknummer
C/13/653801 / KG ZA 18-942 CdK/MB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding. Verzet tegen verstekvonnis deels gegrond. Bootbewoners moeten wel meewerken aan verwijderen ankers en ankerlijnen voor aanleg kunstmatig eiland ten behoeve van camping, mits daaraan een deskundigenrapport voorafgaat en de boten verzekerbaar blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/653801 / KG ZA 18-942 CdK/MB

Vonnis in kort geding van 28 september 2018

in de zaak van

1 [eiser in het verzet sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser in het verzet sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers in het verzet, bij dagvaarding op verkorte termijn van 10 september 2018,

advocaat mr. F.J.M. Kobossen te Apeldoorn,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CAMPING ZEEBURG VASTGOED B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in het verzet,

advocaat mr. S.A.B. Boer te Amsterdam.

1 De procedure

Op 15 augustus 2018 is door de voorzieningenrechter vonnis bij verstek (hierna: het verstekvonnis) gewezen op een vordering ingesteld door Camping Zeeburg tegen [eisers in het verzet] . Ter zitting van 14 september 2018 hebben eisers in het verzet, verder gezamenlijk te noemen [eisers in het verzet] en afzonderlijk [eiser in het verzet sub 1] en [eiser in het verzet sub 2] , gesteld en gevorderd overeenkomstig de aan dit vonnis gehechte verzetdagvaarding. Gedaagde in het verzet, verder te noemen Camping Zeeburg heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. [eisers in het verzet] heeft stukken in het geding gebracht, Camping Zeeburg beroept zich op de in de verstekzaak ingebrachte stukken. Na verder debat hebben partijen vonnis gevraagd.

Ter zitting waren aanwezig, voor zover hier van belang:

aan de zijde van [eisers in het verzet] : [eiser in het verzet sub 1] en mr. Kobossen;

aan de zijde van Camping Zeeburg: [naam eigenaar en exploitant] , eigenaar en exploitant, en mr. Boer.

2 De feiten

2.1.

Camping Zeeburg is erfpachtster van een waterperceel aan de [adres 1] / [adres 2] te [plaats] . Zij pacht dit perceel (hierna: het waterperceel) van de Gemeente [naam gemeente] (hierna: de Gemeente) en is voornemens op het perceel een kunstmatig eiland aan te leggen, ten behoeve van uitbreiding van de camping, die zij sinds 1997 op een naastgelegen perceel aan [adres 3] exploiteert.

2.2.

[eiser in het verzet sub 1] is eigenaar/bewoner van een woonboot gelegen aan de [adres 2] [nummer] te Amsterdam. [eiser in het verzet sub 2] is samen met haar echtgenoot [naam 1] eigenaar/bewoner van een woonboot gelegen aan de [adres 2] [nummer] te [plaats] . [eiser in het verzet sub 2] is de moeder van [eiser in het verzet sub 1] . De boten van [eiser in het verzet sub 1] en [eiser in het verzet sub 2] maken deel uit van vijf woonboten, die al sinds (ongeveer) de jaren zeventig of tachtig van de vorige eeuw in het [adres 3] liggen op hun huidige plek en daar gedoogd zijn.

2.3.

In het waterperceel bevinden zich enkele ankers met ankerlijnen die vermoedelijk zijn verbonden met de woonboten. Camping Zeeburg heeft aan (onder anderen) [eisers in het verzet] verzocht de ankers en ankerlijnen te verwijderen, althans te verplaatsen en in te korten, ten behoeve van de aanleg van het eiland. Dit verzoek is in ieder geval bij aangetekende brief van 2 februari 2018 gedaan aan de vader van [eiser in het verzet sub 1] ( [naam 2] ) – in de veronderstelling dat deze de boot van [eiser in het verzet sub 1] bewoonde – en aan de echtgenoot en mede-eigenaar van de boot van [eiser in het verzet sub 2] .

Aan dit verzoek hebben de woonbootbewoners tot heden niet voldaan.

2.4.

Het op te spuiten eiland komt op een afstand van 28 meter uit de boeg van de woonboten te liggen. Voor de werkzaamheden aan het creëren van het eiland en de rietkraag aan de buitenzijde is een ruimte van 16 meter buiten de eilandcontouren nodig. Voor de ankers met kettingen is een ruimte van 12 meter beschikbaar.

2.5.

Bij brief van 13 februari 2018 heeft de Gemeente aan Camping Zeeburg desgevraagd toestemming verleend voor het verplaatsen van de ankers en ankerlijnen, onder het voorbehoud dat verplaatsing alleen plaatsvindt nadat Camping Zeeburg hetzij minnelijke overeenstemming heeft bereikt met de bewoners van de desbetreffende woonboten, dan wel gerechtelijke toestemming heeft gekregen.

2.6.

Bij e-mail van 30 juli 2018 hebben de door Camping Zeeburg ingeschakelde aannemers meegedeeld dat de ankers in week 35 (de week van 27 augustus 2018) verwijderd dienden te zijn, omdat anders de aanleg van het eiland ernstige vertraging zou oplopen, in verband met de naderende lagere temperaturen.

2.7.

Bij vonnis van 7 augustus 2017 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank (onder anderen) [naam 2] en [naam 1] in kort geding veroordeeld om de aanwezige ankers in het waterperceel te verwijderen en de ankerlijnen in te korten, zodanig dat deze geen belemmering vormen bij de uitvoering van de werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van het eiland, binnen vijf werkdagen na betekening van het vonnis.

Voor het geval zij daaraan niet zouden voldoen heeft de voorzieningenrechter Camping Zeeburg gemachtigd om zelf voor de verwijdering en verplaatsing op haar kosten zorg te dragen, voorafgegaan door een onderzoek van een deskundige niet zijnde verbonden aan [naam 3] , en zonodig met behulp van de sterke arm.

In dit (eerste) kort geding heeft Camping Zeeburg een rapport van [naam 3] in het geding gebracht, waarin werd geconcludeerd dat verplaatsing/inkorting van de ankers en ankerlijnen zou kunnen geschieden, zonder aantasting van de veiligheid of het comfort van de woonbootbewoners. De (destijds) gedaagden hebben in die procedure een opinie in het geding gebracht van een voormalige kapitein, die daar anders over dacht.

2.8.

Het vonnis van 7 augustus 2018 bevat (onder meer) de volgende overwegingen:

5.8. De bootbewoners hebben gesteld een groot belang te hebben om zich tegen de verplaatsing van de ankers en ankerlijnen te verzetten, omdat dit aanzienlijke veiligheidsrisico’s en/of het verlies van comfort met zich zou brengen. Camping Zeeburg heeft echter (…) voldoende aannemelijk gemaakt dat, ook als de ankers worden verplaatst en de lijnen worden ingekort, de veiligheid en het comfort in de boten niet zal verminderen. Camping Zeeburg heeft er daarbij nog op gewezen dat de boten kunnen worden afgemeerd aan de nog te plaatsen robuuste afmeerpalen van beton. Camping Zeeburg heeft ter zitting toegezegd een veilige oplossing te kunnen garanderen en niet tot een verplaatsing te zullen overgaan zonder een tevoren uitgevoerd deskundig onderzoek. (…) Camping Zeeburg heeft zich ook bereid verklaard de kosten van de verplaatsing te dragen.

De bootbewoners hebben geen steekhoudende argumenten tegen dit alles ingebracht.

(…) Op de concrete alternatieven, die in het rapport van [naam 3] worden genoemd, waarbij niet alleen met theoretische berekeningen, maar ook met de feitelijke situatie rekening wordt gehouden, is in de brief niet ingegaan.

5.9.

Al met al moet worden geconcludeerd dat de bootbewoners geen zwaarwegend belang hebben om zich tegen de verplaatsing van de ankers en de ankerlijnen binnen de 12 metergrens te verzetten. Tegenover het grote belang dat Camping Zeeburg bij de verplaatsing heeft, is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid in de gegeven omstandigheden onaanvaardbaar dat zij zich op hun (veronderstelde) rechten beroepen.

5.10.

De stelling van de bootbewoners dat de (…) brief (de onder 2.4 genoemde brief, vzr.) inhoudt dat Camping Zeeburg een bodemprocedure zou moeten aanspannen om de verleende gerechtelijke toestemming te krijgen en/of dat Camping Zeeburg zich voor de afwikkeling van de zaak tot de Gemeente moet wenden, wordt verworpen. De geciteerde brief geeft daarvoor geen aanknopingspunten – rechterlijke instemming kan ook worden verkregen in kort geding – en ook anderszins is de stelling onvoldoende onderbouwd.

2.9.

Bij dagvaarding op verkorte termijn heeft Camping Zeeburg [eiser in het verzet sub 1] en [eiser in het verzet sub 2] in kort geding gedagvaard en gevorderd dat ook zij werden veroordeeld overeenkomstig het vonnis van 7 augustus 2018.

2.10.

Bij het verstekvonnis heeft de voorzieningenrechter de vordering tegen [eiser in het verzet sub 1] en [eiser in het verzet sub 2] toegewezen.

2.11.

[eisers in het verzet] hebben een aan [eiser in het verzet sub 2] gerichte e-mail in het geding gebracht, afkomstig van SAA Jac. ten Cate Verzekeringen, van 10 september 2018, waarin het volgende staat:

Enige tijd geleden hebben wij contact gehad over de verzekering van uw woonark. Momenteel hebben wij deze polis lopen bij verzekeringsmaatschappij Nationale Nederlanden. (voorheen Delta Lloyd) U gaf mij te kennen dat door het uitgeven van het water aan een andere partij, de ankers waaraan uw woonboot ligt afgemeerd, moeten worden ingekort.

Ik heb van u begrepen dat de ankers – die momenteel een lengte hebben van 40 meter – worden ingekort naar 12 meter en heb dit besproken met de acceptatieafdeling van Nationale Nederlanden. Deze gaven mij te kennen bij het aangaan van de verzekering, een inspectie te hebben verricht. Inmiddels heb ik van Nationale Nederlanden begrepen dat zij de polis wensen te beëindigen per premievervaldatum. Maatschappij is namelijk van mening dat bij een ark met een dergelijk tonnage, de kans op schade velen malen groter is dan normaal.

Op dit moment heb ik nog geen andere maatschappij kunnen vinden die bereid is om te accepteren. Gezien bovenstaande, zal het heel lastig zijn om een andere maatschappij te vinden.

3 Het geschil

3.1.

[eisers in het verzet] vorderen, samengevat, te bepalen dat zij worden ontheven van de tegen hen in het verstekvonnis uitgesproken veroordelingen, met vernietiging van dat vonnis en alsnog afwijzing van de vorderingen van Camping Zeeburg. Tot slot vorderen zij Camping Zeeburg te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Camping Zeeburg voert verweer en vorderde in deze zaak hetgeen waartoe [eisers in het verzet] in het verstekvonnis zijn veroordeeld.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eisers in het verzet] zijn tijdig in verzet gekomen tegen het vonnis van 15 augustus 2018. Dat betekent dat de daaraan ten grondslag liggende vorderingen en het verweer daartegen in dit kort geding in volle omvang zullen worden beoordeeld.

Bij een bespreking van de processuele voorgeschiedenis hebben [eisers in het verzet] in verband daarmee geen belang; deze zal dan ook achterwege blijven.

4.2.

De aan het vonnis van 7 augustus 2018 (en daarmee indirect aan het verstekvonnis) ten grondslag liggende (daarin onder 2.1 tot en met 2.13 vermelde) feiten zullen in deze zaak (mede) tot uitgangspunt worden genomen, aangezien partijen deze niet, althans onvoldoende hebben betwist. Kortheidshalve wordt daar bij deze naar verwezen, voor zover hiervoor bij deze feiten niet reeds herhaald.

4.3.

[eisers in het verzet] erkennen, zo hebben zij ter zitting beaamd, dat de Gemeente eigenaar is van de percelen water en de daaronder gelegen bodem, waarop Camping Zeeburg voornemens is het kampeereiland aan te leggen.

4.4.

Tot uitgangspunt dient verder, evenals in de eerdere kort gedingen, dat Camping Zeeburg gerechtigd is om de waterpercelen gedeeltelijk droog te leggen en op te spuiten om een kampeereiland te creëren. Camping Zeeburg heeft genoegzaam aangetoond dat zij daarvoor de vereiste bestuursrechtelijke vergunningen heeft en dat de daartegen gerichte beroepen ongegrond zijn verklaard in inmiddels onherroepelijke uitspraken. [eisers in het verzet] hebben dat op zichzelf ook niet betwist.

4.5.

Ook wordt bij deze herhaald dat het in dit geding uitdrukkelijk niet gaat om de vraag of de woonboten uiteindelijk mogen blijven liggen of niet. Dat is hier niet aan de orde. Het geschil is beperkt tot de vraag of [eisers in het verzet] gehouden zijn hun medewerking te verlenen aan het lokaliseren en verwijderen van de ankers en ankerlijnen, ervan uitgaande dat de aanleg van het kampeereiland doorgaat.

4.6.

De veroordelingen uit het vonnis van 7 augustus 2017 en het verstekvonnis, waarop de vorderingen van Camping Zeeburg jegens [eisers in het verzet] voortbouwen, houden in dat Camping Zeeburg de ankers en ankerlijnen mag verwijderen, voor zover de bootbewoners daartoe niet binnen de gestelde termijn zijn overgegaan, maar alleen als daaraan een onderzoek van een deskundige niet zijnde [naam 3] , is voorafgegaan en deze aan de verplaatsing zijn medewerking verleent. Dat dit moet gaan om een andere deskundige dan [naam 3] is, zo kan uit het vonnis van

7 augustus worden afgeleid, ingegeven door de omstandigheid dat [naam 3] geen onderzoek ter plaatse heeft gedaan, waardoor de bootbewoners weinig vertrouwen in deze deskundige hadden.

4.7.

Ten tijde van de behandeling op 14 september 2018 van dit kort geding waren de ankers en ankerlijnen nog niet verwijderd/verplaatst. [eiser in het verzet sub 1] heeft wel verklaard geen bezwaar te hebben tegen het daarvoor benodigde deskundigenonderzoek.

4.8.

Camping Zeeburg heeft ter zitting meegedeeld dat het deskundigen-onderzoek inmiddels in een afrondend stadium was en dat zij verwachtte de maandag erna (17 september 2018) het daarop gebaseerde rapport te ontvangen en aan de bootbewoners te kunnen verstrekken. Op basis van deze situatie kan in elk geval worden vastgesteld dat Camping Zeeburg ten tijde van de zitting nog niet gerechtigd was de ankers zelf te (doen) verplaatsen, ook niet jegens de in het vonnis van 7 augustus 2018 veroordeelde bootbewoners. Camping Zeeburg heeft nog toegelicht dat verwijdering van de ankerkettingen van haar gepachte grond noodzakelijk is om beschadiging van de flexibele ‘buizen’ die de contouren van het toekomstig eiland gaan vormen, te voorkomen.

4.9.

De bootbewoners hebben niet, althans onvoldoende, weersproken dat voor het verrichten van de (bagger)werkzaamheden en de aanleg van het kampeereiland in de door Camping Zeeburg gepachte percelen, noodzakelijk is dat de ankers en ankerlijnen uit de bodem en het water worden verwijderd.

4.10.

Tegen de achtergrond van de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden, en gelet op de inhoud van de onder 2.6 aangehaalde e-mail van 30 juli 2018, heeft Camping Zeeburg een voldoende en spoedeisend belang bij de bij dagvaarding op verkorte termijn van 13 augustus 2018 gevraagde voorzieningen. Dat Camping Zeeburg mogelijk eerder actie had kunnen ondernemen, of ervoor had kunnen kiezen de camping niet uit te breiden of op een andere locatie, zoals [eisers in het verzet] heeft aangevoerd, maakt dat niet anders.

4.11.

Voorshands is, gezien de nadere betwisting daarvan door Camping Zeeburg, onvoldoende aannemelijk dat [eisers in het verzet] een erfdienstbaarheid door verjaring hebben gekregen waardoor zij een zakelijk recht zouden hebben om hun ankers en ankerlijnen ter plaatse te houden in het waterperceel. Camping Zeeburg heeft terecht betoogd dat niet aannemelijk is dat sprake van een ‘heersend erf’ aangezien het gebruik van de ankers en ankerlijnen plaatsvindt ten behoeve van de boten, die roerende zaken zijn. Niet gesteld of gebleken is immers dat de woonboten zijn opgenomen in een scheepsregister.

Als geen sprake is van een heersend erf, kan er ook geen dienend erf zijn en dus geen erfdienstbaarheid. Wat betreft de stelling van [eisers in het verzet] dat zij door verjaring eigenaar zijn geworden van het stuk grond aan de wal bij de ligplaatsen, waarop en waaraan onder meer steigers, vijvers en hekwerken zijn gebouwd, heeft Camping Zeeburg er verder op gewezen dat de omstandigheid dat [eisers in het verzet] , zoals zij zelf hebben gesteld, al jarenlang precariobelasting betalen voor het gebruik van de ligplaats (met aanhorigheden) zich daarmee niet verdraagt. Het heffen van precario wijst er juist op de dat de Gemeente eigenaar is gebleven van het water en de grond waar de ligplaats, steigers en dergelijke bevinden. Ook de grond op de walkant kan daarom niet worden aangemerkt als ‘heersend erf’.

4.12.

Wel is voldoende aannemelijk dat de ankers en ankerlijnen zich al 20 jaar of langer in het waterperceel bevinden en dat de Gemeente dat heeft gedoogd. [eisers in het verzet] stelt subsidiair een persoonlijk gebruiksrecht te hebben voor het gebruiken van het water en de bodem waarin de ankers zijn gelegen. Van een onrechtmatige situatie is in dat geval geen sprake. Een eventuele verjaring van de rechtsvordering om daartegen op te treden is dan ook evenmin aan de orde.

4.13.

Voor zover sprake is van een gebruiksrecht is dat echter niet zonder meer onvoorwaardelijk en/of van onbeperkte duur. In dit geval heeft Camping Zeeburg als erfpachtster van het waterperceel met toestemming van de eigenaar (zo blijkt uit de brief onder 2.5) aan [eisers in het verzet] verzocht om de ankers en ankerlijnen te verwijderen althans te verplaatsen naar een ander deel van het water, dat naar voorshands wordt aangenomen eveneens eigendom is van de Gemeente, met andere woorden om het gestelde gebruiksrecht te wijzigen. Als [eisers in het verzet] geen redelijk belang hebben om niet aan dit verzoek te voldoen, kan hun weigering in de gegeven omstandigheden als onrechtmatig handelen jegens Camping Zeeburg worden aangemerkt en kan Camping Zeeburg [eisers in het verzet] daarop aanspreken. Anders dan [eisers in het verzet] kennelijk meent staat de omstandigheid dat Camping Zeeburg wellicht ook de Gemeente zou kunnen aanspreken omdat die het waterperceel niet vrij van gebruik ter beschikking heeft gesteld, daaraan niet in de weg nu Camping Zeeburg met instemming van de Gemeente handelt. Als wordt uitgegaan van een gebruiksrecht van de bootbewoners is evenwel redelijk dat Camping Zeeburg, ook als [eisers in het verzet] zelf voor verplaatsing zorg dragen, de kosten daarvan op zich neemt. De omstandigheid waardoor wijziging van het gebruiksrecht dient plaats te vinden ligt immers geheel buiten de invloedsfeer van [eisers in het verzet]

4.14.

Vooralsnog hebben [eisers in het verzet] geen (nieuwe) documentatie in het geding gebracht op grond waarvan moet worden aangenomen dat verwijdering en verplaatsing van de ankers, met inkorting van de ankerlijnen, een onveilige of minder comfortabele situatie voor hen oplevert. Dit betekent dat de vorderingen van Camping Zeeburg in beginsel ook jegens [eisers in het verzet] toewijsbaar zijn. Aangetekend wordt daarbij wel dat Camping Zeeburg ter zitting heeft meegedeeld dat de aanleg van robuuste (betonnen) afmeerpalen, anders dan tijdens de behandeling van het eerste kort geding, niet langer aan de orde is, aangezien de Gemeente daarvoor geen toestemming verleent. Verder wordt daarbij aangetekend dat het verplaatsen van de ankers binnen een afstand van 12 meter van de woonboten, te maken heeft met de werkzaamheden die aan het op te spuiten eiland moeten plaatsvinden. De voorzieningenrechter begrijpt hieruit dat na de werkzaamheden die beperking niet meer bestaat en alsdan de (onderwater-)contouren van het eiland als beperking gelden.

4.15.

Verder is als nieuw feit ingebracht de onder 2.11 vermelde verklaring van de verzekeraar van de boot van [eiser in het verzet sub 2] . Hoewel deze verklaring niet eenduidig is, lijkt daarin een zeker verband te worden gelegd tussen een verplaatsing van de ankers en de voorgenomen beëindiging van de verzekering. Anders dan Camping Zeeburg heeft bepleit kan niet zonder meer worden aangenomen dat de brief alleen betrekking heeft op het tonnage van de boot en geheel los staat van de nu in het geding zijnde kwestie. Als de boten door de verplaatsing van de ankers onverzekerbaar worden, is dat een nieuwe omstandigheid waarmee terdege rekening dient te worden gehouden. Deze staat in de weg aan een onverkorte toewijzing van de vordering van Camping Zeeburg. Aan de belangen van [eisers in het verzet] kan echter tegemoet worden gekomen, door aan de voorwaarden voor verplaatsing toe te voegen dat het deskundigenrapport op basis waarvan een veilige verplaatsing kan worden uitgevoerd, mede ten genoegen van een verzekeraar moet zijn. Indien [eisers in het verzet] daarover niet op korte termijn uitsluitsel geven, dient Camping Zeeburg aannemelijk te maken dat het verplaatsen van de ankers en ankerlijnen geen beletsel vormt voor een redelijk handelend verzekeraar om de boten te verzekeren.

4.16.

Het voorgaande betekent dat aan de in het verstekvonnis uitgesproken veroordeling nieuwe voorwaarden zullen worden toegevoegd. Het verzet zal in zoverre (deels) gegrond worden verklaard en een veroordeling zal worden uitgesproken zoals hierna in het dictum vermeld, met vernietiging van het verstekvonnis. Deze veroordeling wordt aangemerkt als het mindere van de gevraagde voorziening en geacht daarin te zijn besloten.

4.17.

Bij deze uitkomst bestaat aanleiding om de proceskosten te compenseren, zoals hierna vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verklaart het verzet deels gegrond;

5.2.

vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter op 15 augustus 2018 tussen Camping Zeeburg als eiser en [eiser in het verzet sub 1] en [eiser in het verzet sub 2] als gedaagden gewezen;

5.3.

veroordeelt [eiser in het verzet sub 1] en [eiser in het verzet sub 2] hoofdelijk om, op kosten van Camping Zeeburg:

binnen drie (3) werkdagen na de betekening van dit vonnis de hunnentwege aanwezige ankers en/of ankerlijnen in het door Camping Zeeburg gepachte waterperceel, gelegen aan de [adres 1] / [adres 2] , kadastraal bekend als gemeente [plaats] , sectie [sectie] , nummers [nummer] en [nummer] , los te koppelen, te verwijderen en te verplaatsen naar een locatie binnen de 12-meterzone, zoals aangeduid op het kaartje in productie 9 bij de inleidende dagvaarding die heeft geleid tot het verstekvonnis en deze ankers en/of ankerlijnen uit het voornoemde waterperceel verwijderd te houden, zodanig dat de ankers en/of ankerlijnen geen belemmering vormen bij de uitvoering van de werkzaamheden in verband met de aanleg van een eiland;

5.4.

machtigt Camping Zeeburg, indien [eiser in het verzet sub 1] en [eiser in het verzet sub 2] niet binnen de genoemde termijn aan de veroordeling onder 5.3. voldoen, om voor loskoppeling, verwijdering en verplaatsing van de ankers en ankerlijnen, zoals nader omschreven onder 5.3, op haar kosten zorg te dragen, zo nodig met behulp van de sterke arm;

5.5.

bepaalt dat Camping Zeeburg aan de onder 5.4 gegeven machtiging alleen rechten kan ontlenen indien:

a. de verwijdering en verplaatsing van ankerlijnen wordt voorafgegaan door een onderzoek door- en met medewerking van een deskundige niet zijnde verbonden aan [naam 3] ; en:

b. de rapportage van dit onderzoek aan [eiser in het verzet sub 1] en [eiser in het verzet sub 2] vooraf ter beschikking is gesteld en ten genoegen van een door hen aan te trekken verzekeraar is, dan wel

– indien de [eiser in het verzet sub 1] en [eiser in het verzet sub 2] geen verzekeraar bereid vinden –

Camping Zeeburg aantoont dat een redelijk handelend verzekeraar met de nieuwe verankering van de woonboten genoegen neemt;

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.7.

compenseert de proceskosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. de Koning, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2018.1

1 type: MB coll: TF