Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:7054

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-09-2018
Datum publicatie
11-10-2018
Zaaknummer
KK 18-770
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

proeftijd bedongen, ontslag voor aanvang dienstverband, ex-partners, loonvordering afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-1163
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht – team kanton

zaaknummer: 7159947 KK EXPL 18-770

vonnis van: 27 september 2018

func.: 364

vonnis van de kantonrechterkort geding

I n z a k e

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres, nader te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. I. Heijselaar

t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde, nader te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. J.B.M. Swart

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 27 augustus 2018, met producties, heeft [eiseres] een voorziening gevorderd. Ter zitting van 20 september 2018 is de zaak mondeling behandeld. [eiseres] is verschenen, vergezeld door een tolk en haar gemachtigde. [gedaagde] is verschenen, eveneens vergezeld door zijn gemachtigde. [gedaagde] heeft op voorhand een productie in het geding gebracht. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht, [gedaagde] aan de hand van een pleitnota, en vragen van de kantonrechter beantwoord.

Na verder debat is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1.1.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad waaruit bijna zes jaar geleden een zoon is geboren. De relatie is reeds voor de geboorte van het kind beëindigd. [eiseres] is daarna teruggegaan naar haar geboorteland Colombia.

1.2.

Partijen hebben op 9 maart 2018 een ‘Intentieverklaring Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd’ getekend, die inging per 1 mei 2018 voor de duur van
12 maanden. [eiseres] trad volgens de overeenkomst in dienst in de functie van Internet & Marketeer. Het salaris bedroeg € 3.500,00 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag.

1.3.

In de arbeidsovereenkomst is onder meer een proeftijdbeding van één maand afgesproken. Ook is bepaald dat [eiseres] beschikte over woonruimte binnen een straal van 30 kilometer vanaf [plaats 1] .

1.4.

Bij e-mail van 28 april 2018 heeft [gedaagde] aan [eiseres] bericht:
I hereby want to cancel your contract of employment and intent with the following reasons. Financially, [naam bedrijf] can not currently pay your salary.
You are still not in the Netherlands and you do not have your own living space within a radius of 30 km from the location.
I would like to look together with you at a possible later start date in a new agreement.

I would like to hear your reaction. (..)

1.5.

[eiseres] heeft hierop de volgende dag bij e-mail aan [gedaagde] als volgt gereageerd:
I acknowledge the receipt of the notice. I am willing and looking forward to set the new start date and the agreement.
As you know, we (my 5 years old son and I) are planning to go to The Netherlands at the beggining of may, we are waiting to hear from the father of my son when it will be the flight, given we are staying at the beggining in his place in [plaats 1] .

If we arrived in may, then we could set a start date as the 1st of june. Please let me know if this is possible. (..)

1.6.

[eiseres] is op 10 juli 2018 naar Nederland gekomen en heeft korte tijd bij [gedaagde] verbleven. Zij woont/verblijft thans met haar zoon bij een vriendin in [plaats 2] .

1.7.

Bij brief van 13 augustus 2018 heeft de gemachtigde van [eiseres] [gedaagde] gesommeerd tot (onder meer) het betalen van loon vanaf mei 2018. [gedaagde] heeft niet betaald.

Het geschil

2. [eiseres] vordert – kort gezegd – dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld zal worden:

a. tot het betalen van loon over de maanden mei 2018 tot en met september 2018 en daarna, zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt;

b. tot het betalen van de wettelijke verhoging;

c. tot het betalen van de wettelijke rente;

en verder:
d. [eiseres] toe te laten tot haar werk, een en ander op straffe van een dwangsom;

e. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.

3. [eiseres] stelt hiertoe dat hoewel zij zich vanaf 1 mei 2018 beschikbaar heeft gesteld voor het verrichten van de werkzaamheden, [gedaagde] haar tot op heden niet heeft opgeroepen voor de werkzaamheden en evenmin haar loon heeft voldaan. [eiseres] zit derhalve zonder inkomsten, terwijl zij de verantwoordelijkheid heeft voor hun kind. Haar vordering is dan ook spoedeisend.

4. [gedaagde] voert aan dat vast staat dat de bodemrechter de vordering van [eiseres] niet zal toewijzen. De arbeidsovereenkomst is door gebruikmaking van de proeftijd tot een einde gekomen op 28 april 2018. Wanneer dat niet zo zou zijn, is de arbeidsovereenkomst in ieder geval opgezegd op die datum en heeft [eiseres] ingestemd met die opzegging zonder deze binnen 14 dagen te herroepen, dan wel is de vervaltermijn waarbinnen [eiseres] de opzegging zou kunnen vernietigen verstreken. Tot slot voert [gedaagde] aan dat [eiseres] heeft berust in de opzegging.


Beoordeling

5. Allereerst wordt overwogen dat partijen ter zitting de kantonrechter te Amsterdam hebben aangewezen om van onderhavige vordering kennis te nemen, zodat de kantonrechter zich conform het bepaalde in artikel 108 Rv bevoegd acht de zaak te behandelen.

6. In dit kort geding dient vervolgens te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd.

7. Voor zover al sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen, geldt het volgende. Het verweer van [gedaagde] dat hij geen loon is verschuldigd, slaagt voorshands, omdat hij de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd. De e-mail van 28 april 2018 kan, gelet op de bewoordingen, bezwaarlijk anders worden uitgelegd. “Cancel your contract of employment” is niet anders uit te leggen dan dat de overeenkomst werd opgezegd. Uit de reactie daarop van [eiseres] , dat ze uitkijkt naar een nieuwe startdatum en overeenkomst, blijkt afdoende dat zij ook begreep dat de arbeidsovereenkomst werd opgezegd. Uit het antwoord lijkt verder te volgen dat [eiseres] instemde met de opzegging, maar of dat zo is kan in het midden blijven. [gedaagde] heeft de arbeidsovereenkomst ook zonder instemming van [eiseres] vóór aanvang van de werkzaamheden rechtsgeldig kunnen opzeggen, nu in de arbeidsovereenkomst een proeftijdbeding is overeengekomen. Inherent aan de proeftijd is dat een werkgever niet een van de gronden van artikel 7:669 lid 3 BW aan het ontslag ten grondslag hoeft te leggen. De reden die [gedaagde] heeft aangedragen voor de opzegging – het niet kunnen voldoen van het salaris en het feit dat [eiseres] nog niet in Nederland woonde – is voorts niet een uitzonderlijke omstandigheid die maakt dat [gedaagde] misbruik van zijn bevoegdheid heeft gemaakt.

8. Gezien het voorgaande is de kans dat de vordering in een bodemprocedure slaagt niet zodanig dat op de toewijzing daarvan vooruit gelopen kan komen. De vordering van [eiseres] wordt derhalve afgewezen.

9. [eiseres] dient als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten te worden belast.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 400,- aan salaris voor de gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 50,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving is betekend;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter