Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:703

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-02-2018
Datum publicatie
13-02-2018
Zaaknummer
13/650622-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak poging verkrachting. Y-chromosomaal DNA-onderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/650622-15

Datum uitspraak: 8 februari 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , gedetineerd in het [detentieadres] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 januari 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. P.C. Velleman, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.H. Bouwman, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij op 11 augustus 2015 aangeefster [persoon] , geboren in 1952, op een volkstuinencomplex in [plaats] heeft aangevallen. Daarbij zou verdachte zijn penis uit zijn broek hebben gehaald, mevrouw [persoon] op de grond hebben geduwd, haar hebben geschopt, aan haar kleding hebben getrokken en hebben gezegd: ‘Pijpen, pijpen.’

Deze beschuldiging is in drie varianten aan verdachte ten laste gelegd, namelijk (kort gezegd):

feit 1

dat hij geprobeerd heeft [persoon] te verkrachten;

feit 2

dat hij [persoon] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen;

feit 3

dat hij geprobeerd heeft [persoon] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel haar te mishandelen.

De tekst van de gehele tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht.

3 Oordeel over het ten laste gelegde

3.1.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Alle drie de feiten kunnen wettig en overtuigend worden bewezen. Na het gebeurde heeft de politie een tweetal kledingstukken van aangeefster veilig gesteld om op sporen te onderzoeken. Op één daarvan wordt op de plek waar de dader haar zou hebben vastgepakt een betrekkelijk kleine hoeveelheid mannelijk DNA aangetroffen. Een zoektocht in de politiesystemen brengt bij de politie verdachte als mogelijke dader in beeld. Hij is eerder veroordeeld voor verkrachting van een vrouw die veel ouder is dan hijzelf. De handelwijze van verdachte in die zaak lijkt ook op de handelwijze van de dader van deze zaak. Uit het daaropvolgende DNA-onderzoek volgt dat het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) het ‘zeer veel waarschijnlijker’ acht dat het DNA-spoor van verdachte of van een in de mannelijke lijn aan hem verwante man afkomstig is dan van een willekeurige andere man. Verdachte voldoet aan het signalement dat aangeefster geeft. Bovendien woont verdachte in de buurt en kent hij de omgeving van het volkstuinencomplex. Dit alles maakt dat kan worden bewezen dat verdachte de persoon is die aangeefster heeft aangevallen. Het is bijna uitgesloten dat een ander dan verdachte haar heeft aangevallen. Ten aanzien van wat er feitelijk precies is gebeurd kan worden uitgegaan van de verklaringen van aangeefster. Er is geen reden om aan de juistheid van haar verklaringen te twijfelen.

3.2.

Standpunt van de verdediging

Dat verdachte degene is geweest die aangeefster heeft aangevallen, kan niet worden bewezen. Aangeefster is meermalen verhoord, en zij heeft steeds gezegd dat zij bij de dader een grote, spierwitte penis heeft gezien die sterk contrasteerde met de donkere huidskleur van de dader. Uit de foto in het dossier blijkt dat verdachte geen wit geslachtsdeel heeft. Het DNA-onderzoek wijst niet bij uitsluiting verdachte als dader aan. Het aangetroffen mannelijke DNA-spoor kan ook van iemand anders afkomstig zijn, zelfs van een man die geen familie van verdachte is. Er is dus onvoldoende bewijs dat verdachte degene is geweest die mevrouw [persoon] heeft aangevallen. Daarom moet hij worden vrijgesproken.

3.3.

Oordeel van de rechtbank: vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte de persoon is die aangeefster [persoon] heeft aangevallen. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken. Hierna zal de rechtbank uitleggen hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Daarbij zal de rechtbank eerst in het algemeen ingaan op het dossier. Daarna wordt het DNA-onderzoek besproken. Ten slotte zal de rechtbank concreet motiveren waarom verdachte wordt vrijgesproken.

Algemene overwegingen

De rechtbank leidt uit het dossier het volgende af.

Op 11 augustus 2015 gaat aangeefster [persoon] ’s morgens vroeg naar haar volkstuin, op het [volkstuincomplex] te [plaats] . Als zij bessen aan het plukken is ziet zij een man achter een struik zitten. Zij vraagt hem om weg te gaan en gaat hem voor naar de uitgang. Bij de uitgang draait aangeefster zich om en ziet dat de man zijn geslachtsdeel uit zijn broek en in zijn hand heeft. Aangeefster roept ‘sodemieter op’, waarna de man haar vastpakt en haar begint te schoppen. Aangeefster valt op de grond, de man blijft haar schoppen. Hij trekt haar shirt en vest omhoog en zegt: ‘Pijpen, pijpen.’ Zij blijft gillen en zich verzetten en op een gegeven moment gaat de man weg. Politieagenten die ter plaatse komen zien dat er aarde op de kleding van aangeefster zit. Op de grond is omgewoelde aarde te zien. Verder valt op dat het ventiel uit haar fietsband is getrokken. Later die dag constateert een arts een zwelling en schaafletsel op het hoofd van aangeefster.

Aangeefster is meerdere keren door de politie verhoord. Zij verklaart onder meer dat de dader een man is van 15 tot 20 jaar oud, met een zwarte huidskleur en donkere kleding. Hij is klein van stuk en heeft een normaal postuur, maar een opvallend grote en spierwitte penis. De dader heeft volgens aangeefster haar shirt en haar vest aan de achterkant vastgepakt. Beide kledingstukken worden veilig gesteld om op DNA-sporen onderzocht te worden.

DNA-onderzoek

Het eerste onderzoek naar sporen op een ter plaatse gevonden sigarettenpeuk en op het verwijderde fietsventiel leidt niet tot een verdachte. Daarop onderzoekt het NFI in januari 2016 of er bruikbare DNA-sporen op de kleding van aangeefster kunnen worden gevonden. In mei 2016 rondt het NFI het onderzoek af. De conclusie luidt – kort gezegd – dat er in de bemonsteringen op de kleding een aanwijzing wordt gevonden voor de aanwezigheid van een kleine hoeveelheid mannelijk DNA. Deze hoeveelheid is zo klein dat een vergelijking met de DNA-databank niets op zal leveren. Er kan pas meer informatie over de gevonden sporen verkregen worden, als er DNA van een mogelijke verdachte beschikbaar is, en dit één op één met de sporen op de kleding van aangeefster wordt vergeleken. Verdachte is als mogelijke verdachte in beeld bij de politie omdat hij eerder is veroordeeld voor een verkrachting gepleegd in 2015 en voldoet aan het opgegeven signalement. Ook vindt de politie dat de handelwijze van de dader in beide zaken vergelijkbaar is. Daarom wordt besloten het DNA van verdachte te vergelijken met de aangetroffen mannelijke DNA-sporen op het vest.
Het hiervoor bedoelde ‘één op één-onderzoek’ vindt in het voorjaar van 2017 plaats. Het DNA van verdachte, dat zich al sinds 2012 in de DNA-databank bevindt, wordt vergeleken met de bemonsteringen op het vest en shirt van aangeefster. Het onderzoek betreft een zogeheten Y-chromosomaal DNA-onderzoek.

Wat houdt Y-chromosomaal DNA-onderzoek in?

DNA bestaat uit 23 paar chromosomen: 22 paar autosomen, dat wil zeggen ‘normale’ chromosomen, en één paar geslachtschromosomen. Als geslachtschromosomen hebben vrouwen twee X-chromosomen en mannen hebben een X- en een Y-chromosoom. Door middel van Y-chromosomaal DNA-onderzoek is het mogelijk om specifieke DNA-kenmerken (gelegen op het Y-chromosoom) van een mannelijke celdonor aan te tonen.

Hierbij is belangrijk dat Y-chromosomaal DNA minder onderscheidend is dan autosomaal DNA (de normale chromosomen). Dit komt doordat DNA-kenmerken van het Y-chromosoom in beginsel onveranderd overerven van vader op zoon. Concreet betekent dit dat alle mannen die in de directe mannelijke lijn aan elkaar verwant zijn hetzelfde Y-chromosomale DNA hebben, zelfs als er meerdere generaties tussen zitten. Nog concreter gezegd: een man heeft hetzelfde Y-chromosomale DNA-profiel als zijn vader, opa, zoon(s), broer(s), overgrootvader en mogelijke neven van vaders kant. Daarbij geldt ook dat regionaal of lokaal, een Y-chromosomaal DNA-profiel vaker kan voorkomen, bijvoorbeeld wanneer mannen die in mannelijke lijn aan elkaar verwant zijn in hetzelfde gebied wonen. Daarnaast is het zo, dat een onbekend aantal mannen die niet aantoonbaar verwant zijn, toch hetzelfde Y-chromosomale DNA-profiel kunnen hebben.

Conclusie van het NFI in deze zaak

De conclusie van het Y-chromosomaal DNA-onderzoek in deze zaak is dat het zeer veel waarschijnlijker is dat het mannelijk DNA in één van de bemonsteringen van het vest van aangeefster afkomstig is van verdachte, of van een in de mannelijke lijn aan hem verwante man, dan van een willekeurig gekozen, niet in de mannelijke lijn aan verdachte verwante man.

Waarom wordt verdachte vrijgesproken?

Een Y-chromosomale DNA-match heeft minder bewijskracht

De rechtbank vindt, anders dan de officier van justitie, dat geen doorslaggevende waarde kan worden toegekend aan de ‘DNA-match’. Er is weliswaar een DNA-match, maar dit betreft geen ‘gewone’ DNA-match waarbij de kans verwaarloosbaar klein is dat het aangetroffen DNA afkomstig is van iemand anders dan een specifieke verdachte. Een Y-chromosomale DNA-match heeft een veel lagere bewijskracht, omdat meerdere mannelijke familieleden en zelfs een aantal onbekende, niet aantoonbaar verwante mannen, hetzelfde Y-chromosomale DNA-profiel hebben. De conclusie van het DNA-onderzoek brengt mee dat het celmateriaal op het vest van verdachte afkomstig kan zijn, maar betekent ook dat het celmateriaal evengoed afkomstig kan zijn van een mannelijk familielid van verdachte, van zijn vaders kant. Daarnaast moet ook nog rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat het celmateriaal afkomstig is van een andere man, die helemaal niet in de mannelijke lijn aan verdachte verwant is.

Er is dus een kans is dat het mannelijke DNA dat is aangetroffen op het vest van aangeefster, afkomstig is van iemand anders dan verdachte. Daar komt bij dat in een andere bemonstering op het vest van aangeefster mannelijk DNA is aangetroffen dat niet matcht met het DNA van verdachte, en dus zeker afkomstig is van een andere, onbekende man.

Er is onvoldoende ander bewijs

Hoewel de Y-chromosomale DNA-match minder bewijskracht heeft dan een gewone DNA-match, zou het kunnen dat deze match, in combinatie met ander bewijs, kan leiden tot de conclusie dat verdachte degene is geweest die aangeefster heeft aangevallen. In deze zaak ontbreekt echter aanvullend bewijs. De omstandigheid dat verdachte op een aantal punten aan het door de aangeefster vermelde signalement voldoet heeft weinig bewijswaarde. Het gegeven signalement, voor zover dit overeenkomt met dat van verdachte, is te algemeen om onderscheidend te kunnen zijn. Er zijn meer jongemannen in [plaats] te vinden die aan dit signalement voldoen. Ook de omstandigheid dat verdachte de omgeving van het volkstuinencomplex kent en in de buurt woont, draagt niet zodanig bij aan het bewijs dat dit kan bijdragen aan de conclusie dat verdachte de dader moet zijn.

De rechtbank komt kortom tot de conclusie dat er serieuze aanwijzingen zijn dat verdachte de dader kan zijn. Er is echter ook een niet te verwaarlozen kans dat een ander dan verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Daarom moet verdachte worden vrijgesproken.

4 Verzoek nader onderzoek door psychiater afgewezen

De officier van justitie heeft verzocht om een psychiater nader onderzoek te laten doen naar de persoon van verdachte. Omdat verdachte wordt vrijgesproken is een dergelijk onderzoek niet aan de orde. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.

5 Beslissing ten aanzien van in beslag genomen voorwerpen

Er zijn twee voorwerpen in beslag genomen, namelijk een vest (5027921) en een ander kledingstuk (5027922). Deze kledingstukken zijn het eigendom van aangeefster [persoon] . De rechtbank zal daarom beslissen dat deze voorwerpen aan haar worden teruggegeven.

6 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan [persoon] van:

vest (5027921) en kleding (5027922).

Dit vonnis is gewezen door

mr. S.P. Pompe, voorzitter,

mrs. L. Voetelink en E. Dinjens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.C. Wagter, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 februari 2018.