Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:6628

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-09-2018
Datum publicatie
18-09-2018
Zaaknummer
13/674010-17 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Fatale vechtpartij op de Wallen. Verdachte wordt voor zijn aandeel in de openlijke geweldpleging veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en een taakstraf van 200 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/674010-17 (Promis)

Datum uitspraak: 18 september 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 9, 10, 12 en 16 juli 2018. Op 4 september 2018 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie, mrs. A.M. Lobregt en A.J.M. Vreekamp (hierna steeds gezamenlijk aangeduid als: officier van justitie), en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. E.D. van Elst, naar voren hebben gebracht.

2 Inleiding en tenlastelegging

Op 3 september 2016 zijn, naast veel andere mensen, twee groepen mannen aanwezig op de Oudezijds Achterburgwal te Amsterdam. De ene groep bestaat uit drie mannen van Roemeense afkomst: de broers [naam 1] en [naam 2] (hierna: [naam 1] en [naam 2] ) en [naam 3] . De andere groep zijn Nederlanders en afkomstig uit Voorthuizen en bestaat uit tien mannen: de broers [naam 4] , [naam 5] en [verdachte] (hierna [naam 4] , [naam 5] en [verdachte] ), [naam 6] , [naam 7] , [naam slachtoffer] , [naam 8] , [naam 9] , [naam 10] en [naam 11] .

Omstreeks 23.20 uur vindt een vechtpartij plaats waaraan mannen uit de twee groepen deelnemen. De vechtpartij ontstaat op de brug bij de Molensteeg en verplaatst zich over de Oudezijds Achterburgwal. Er wordt door meerdere personen uit de beide groepen geschopt, geduwd en geslagen. Ook het latere slachtoffer [naam slachtoffer] wordt geslagen. Hij zakt op een gegeven moment, na kort daar voor een klap te hebben ontvangen, naar de grond en overlijdt de volgende dag in het ziekenhuis als gevolg van hersenletsel. Uit het onderzoek naar de doodsoorzaak blijkt dat het hersenletsel is veroorzaakt door geweld, kort voorafgaand aan het overlijden.

De resultaten van het onderzoek van de politie hebben de officier van justitie doen besluiten om uit beide groepen in totaal acht personen als verdachte aan te merken en hen strafrechtelijk te vervolgen voor hun aandeel in de vechtpartij. Dat betreft de groep Roemenen: [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] en uit de groep Voorthuizenaren: [naam 6] , [naam 7] , [naam 4] , [naam 5] en [verdachte] .

Ten behoeve van de leesbaarheid worden in dit vonnis de groepen soms aangeduid als ‘de (groep) Voorthuizenaren’ en ‘de (groep) Roemenen’ en zal verdachte soms bij zijn naam worden genoemd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 3 september 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten de Molensteeg en/of de Oudezijds Achterburgwal en/of de Stoofsteeg, in elk geval op of aan de openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] , welk geweld bestond uit:

- het meermalen, althans eenmaal (met kracht) duwen tegen het lichaam van voornoemde [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of

- het meermalen, althans eenmaal, (met kracht en met gebalde vuisten) slaan en/of stompen op en/of tegen het hoofd en/of het lichaam van voornoemde [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] , en/of

- het meermalen, althans eenmaal, (met kracht en met geschoeide voet) schoppen en/of trappen tegen het hoofd en/of het lichaam van voornoemde [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] .

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Feiten en omstandigheden

Voor wat betreft de vaststelling van de gang van zaken neemt de rechtbank het proces-verbaal ‘camera onderzoek compleet’, de eigen waarneming van de beelden, de verklaringen van verdachte en enkele getuigenverklaringen als uitgangspunt. Daaruit leidt de rechtbank af dat de vechtpartij is begonnen op de Molenbrug. Niet is vast te stellen wie begon met vechten of wat de aanleiding is geweest voor de vechtpartij. De verdachten hebben daar verschillend over verklaard. De voorbijgangers die zijn gehoord als getuigen noch de camerabeelden geven dienaangaande uitsluitsel.

De rechtbank stelt het volgende vast.

Op de camerabeelden is te zien dat de groep Voorthuizenaren de Molenbrug oploopt waarna over en weer, tussen de Voorthuizenaren enerzijds en de Roemenen anderzijds, geweldshandelingen te zien zijn.

Na het geweld op de brug verplaatst de groep Roemenen zich over de Oudezijds Achterburgwal richting de Stoofbrug. Daarbij is te zien dat [naam 7] , [naam 6] , [naam slachtoffer] , [naam 5] , [verdachte] en [naam 4] , achter de groep Roemenen aanlopen. Iets verderop ontstaat een nieuw gevecht. Op cameramoment 22 is te zien dat er opnieuw klappen worden uitgedeeld. De verdachten uit Voorthuizen plegen ook hier geweld tegen de groep Roemenen.

Te zien is dat [naam 1] met zijn handen in de lucht staat, waarna de groep Voorthuizenaren dichterbij komt en [naam 2] er tussenin gaat staan. Op een bepaald moment is duidelijk op de beelden te zien dat [naam 7] uithaalt naar [naam 2] waarna deze laatste meteen een aantal klappen krijgt van [naam 6] . [naam 6] duwt [naam 2] weg en geeft hem klappen, waarna [naam 2] neervalt. [naam 1] en een aantal Voorthuizenaren bewegen zich naar de waterkant waarna [naam 1] en [naam 4] in de gracht vallen. Nadat [naam 1] uit de gracht is gekomen, geeft [naam slachtoffer] [naam 3] een duw waardoor deze over een plantenbak valt. Daarna geeft [naam 1] [naam slachtoffer] een klap tegen de rechterkant van zijn hoofd, waarna [naam slachtoffer] hem wegduwt. Te zien is dat [naam 1] bij een trappetje terecht komt. Op cameramoment 26 is te zien dat [verdachte] en [naam 5] , klappen geven aan [naam 1] en hem schoppen.

Op een volgend moment is te zien dat [naam slachtoffer] met zijn hand naar zijn oor grijpt en op de grond valt. Daarna is er een voortzetting van het geweld. [naam 3] rent weg waarna [naam 6] achter hem aanrent. [naam 4] neemt een bokshouding aan richting [naam 1] . Op cameramoment 34 is te zien dat [naam 5] [naam 2] aanvalt waarbij [naam 4] en [naam 6] er achteraan lopen. Even later maakt ook [naam 6] vuistslagen in de richting van [naam 2] .

3.2.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde kan worden bewezen. Zij heeft hiertoe het volgende aangevoerd.

Uit de verschillende bewijsmiddelen volgt dat [naam 5] , [verdachte] , [naam 4] en [naam 6] geweld hebben gebruikt tegen [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] . Zij hebben hen geduwd, geslagen en geschopt. Gelet op de inhoud van het dossier en wat er op de beelden is te zien, is er sprake van een voldoende significante bijdrage van ieder van hen aan het openlijk geweld, waarmee het ten laste gelegde is bewezen.

Verdachte geeft samen met zijn broer [naam 5] [naam 1] flinke klappen als hij in een portiek ligt. Zelf heeft verdachte verklaard dat hij spierpijn en pijn in zijn hand heeft overgehouden aan het slaan. Later gaat hij nog achter de Roemenen aan.

3.3.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het bewijs.

3.4.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen. De rechtbank komt tot dat oordeel op grond van het volgende.

Openlijke geweldpleging door de groep Voorthuizenaren

Uit het voorgaande volgt dat er vanuit de groep Voorthuizenaren geweld is gebruikt tegen [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] . Om te kunnen spreken van ‘het openlijk in vereniging geweld plegen’, zoals ten laste is gelegd, moet worden bewezen dat het geweld ‘openlijk’ en ‘in vereniging’ plaats heeft gevonden. De rechtbank is van oordeel dat aan deze vereisten is voldaan. De vechtpartij vindt plaats op de openbare weg, de Oudezijds Achterburgwal. Veel mensen zijn hier getuige van geweest, zo is op de camerabeelden te zien. De openbare orde is door de vechtpartij verstoord, zodat er sprake is van openlijk geweld.

Bijdrage van verdachte aan het geweld

Ook aan het vereiste van ‘in vereniging’ is voldaan. Hiervan is sprake als verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het groepsgeweld heeft geleverd. Deze bijdrage kan bestaan uit geweldshandelingen, maar dat hoeft niet. Het moet wel gaan om gedragingen die het plegen van geweld bevorderen, zoals aanmoedigen of achtervolgen/insluiten van het slachtoffer.

Conclusie

Verdachte heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan het openlijk geweld van de Voorthuizenaren tegen de drie Roemenen. Als [naam 1] bij een trappetje is gevallen geeft verdachte hem meerdere klappen. Daarmee is het ten laste gelegde feit bewezen.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen, die zijn opgenomen in een bijlage bij dit vonnis, bewezen dat verdachte

op 3 september 2016 te Amsterdam, met anderen, op of aan de openbare weg, te weten de Oudezijds Achterburgwal, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam 1] en [naam 2] en [naam 3] , welk geweld bestond uit:

- het meermalen duwen tegen het lichaam van voornoemde [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of

- het meermalen (met kracht en met gebalde vuisten) slaan tegen het hoofd en/of het lichaam van voornoemde [naam 1] en [naam 2] en [naam 3] , en/of

- het meermalen (met kracht en met geschoeide voet) schoppen tegen het hoofd en/of het lichaam van voornoemde [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] .

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen

7.1.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren.

7.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft met betrekking tot de strafoplegging het volgende naar voren gebracht.

Verdachte en zijn vriendengroep zijn niet de initiatiefnemers van de vechtpartij geweest, maar zij zijn betrokken geraakt bij een vechtpartij die al bezig was. Daarnaast zal verdachte moeten leren leven met het besef dat iemand uit hun vriendengroep die avond om het leven is gekomen. Dat is op zich al een straf. Op de terechtzitting is gebleken dat dit een grote impact op verdachte heeft. Een voorwaardelijke gevangenisstraf als geheugensteun is dan ook niet nodig. Bij het bepalen van de straf dient ook rekening te worden gehouden met het tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden van verdachte: hij werkt als zzp’er en heeft geen relevante documentatie. Daar komt bij dat verdachte psychisch last heeft gehad van het incident, tot op de dag van vandaag gebruikt hij anti-depressiva.

7.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal aan verdachte een taakstraf van 200 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden opleggen. Deze strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafoplegging in het bijzonder het volgende overwogen.

Een leuk vrijgezellenfeest eindigt in een drama. Van het ene op het andere moment zijn verdachte en zijn medeverdachten betrokken geraakt bij een vechtpartij, waarbij geweld is gebruikt tegen drie mannen van een andere groep.

Verdachte heeft fors geweld toegepast, zoals hierboven is omschreven. In de tweede fase van het gevecht maakte verdachte deel uit van de groep die duidelijk de overhand had en de andere groep, die zich aan (verder) geweld probeerde te onttrekken, aan het opdrijven was. Verdachte heeft ook daarna nog grof geweld gebruikt, onder meer tegen iemand ( [naam 1] ) die op de grond lag. Dat dit te midden van het uitgaanspubliek gebeurt, maakt het extra kwalijk.

Bij het bepalen van de hoogte van de straffen hanteert de rechtbank in beginsel het principe ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Het is echter zo dat de ene verdachte tijdens de vechtpartij minder geweld heeft gebruikt, terwijl sommige anderen juist fors geweld hebben toegepast. Dit laatste geldt ook voor verdachte, zodat hij voor zijn aandeel in de vechtpartij een hogere straf moet krijgen dan enkele van zijn medeverdachten. Verdachte heeft zich zo ernstig misdragen dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel een passende reactie zou zijn. Er zijn echter omstandigheden die maken dat de rechtbank daarvan af zal zien.

Het gevolg van deze noodlottige avond is dat iedere verdachte moet leren leven met het feit dat er iemand is overleden, als gevolg van de vechtpartij die is ontstaan. Op de terechtzitting is gebleken dat dit een grote impact op verdachte heeft gehad en nog steeds heeft. De rechtbank denkt niet dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf nog nodig is om deze verdachte ervan te doordringen dat het geweld dat ook hij die avond heeft gebruikt, afkeurenswaardig en gevaarlijk is. Verdachte heeft zijn leven verder op orde. Hij werkt full time als zzp’er en heeft een nagenoeg blanco strafblad. Daarom zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9 Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

‘openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen’.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van VIER (4) MAANDEN.

Beveelt dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van TWEEHONDERD (200) UREN, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van HONDERD (100) DAGEN.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.P.C. Janssen, voorzitter,

mrs. E. Dinjens en M.F. Ferdinandusse, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.C. Wagter, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 september 2018.