Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:6609

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-09-2018
Datum publicatie
23-10-2018
Zaaknummer
C/13/642074 / HA ZA 18-75
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Na de verkoop van het meerderheidsbelang in een onderneming blijven de verkopers van de aandelen als statutair directeur in dienst. Zij worden ontslagen door de nieuwe aandeelhouder, die ook een procedure begint tegen hen in hun hoedanigheid als verkoper, onder andere omdat essentiële informatie zou zijn achterhouden ten tijde van de koop. De twee directeuren verliezen de toegang tot hun e-mail en overige elektronische bestanden die zij bij het bedrijf hadden en vorderen inzage daarvan op grond van artikel 843a Rv. Die wordt hen toegestaan. De zelfde vordering met betrekking tot de bestanden van de voormalig financieel directeur wordt afgewezen. Ook de vordering tot inzage in enige andere bescheiden wordt afgewezen.

De directeuren beroepen zich op de aandeelhoudersovereenkomst en betogen dat zij het recht hebben op bepaalde informatie en het recht de bestuursvergaderingen bij te wonen, dan wel ‘board observers’ te benoemen. De vordering tot informatieverstrekking en de vordering ‘board observers’ te mogen benoemen worden grotendeels toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RN 2018/109
OR-Updates.nl 2018-0159
JONDR 2018/1284
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/642074 / HA ZA 18-75

Vonnis in incident van 12 september 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

C.D.C. GROUP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. J. Koekkoek te Haarlem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EDRALCO INVESTMENTS B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CADER INVESTMENTS B.V.,

gevestigd te Oirschot,

3. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats] ,

4. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. Y.A. Wehrmeijer te Rotterdam.

Partijen zullen hierna CDC en Edralco c.s. genoemd worden; gedaagden onder 1 en 2 worden Edralco en Cader genoemd; [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden samen aangeduid als de [gedaagden sub 1 en 2] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 7 december 2017, met producties,

  • -

    de incidentele conclusie tot inzage en afschrift ex artikel 843a RV en tot toegang tot bestuursvergaderingen, met producties,

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord, met producties,

  • -

    het proces verbaal van de in het incident op 26 juli 2018 gehouden pleidooien in het incident, met de daarin genoemde stukken,

  • -

    de brieven die over het proces-verbaal zijn ontvangen:
    20 augustus 2018 - mr. Koekkoek,
    21 augustus 2018 - mr. Wehrmeijer en mr. Goossens,
    28 augustus – mr. Koekkoek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] waren via hun vennootschappen Edralco en Cader 100% aandeelhouder van CDC Facilitair. Zij hebben bij koopovereenkomst van juni 2015 (hierna: de SPA) genoemde aandelen voor een koopsom van ruim 22 miljoen euro verkocht aan CDC.

2.2.

Aan de verkoop is een due diligence onderzoek vooraf gegaan, waarbij de verkopers een dataroom ter beschikking hebben gesteld aan koper.

2.3.

De [gedaagden sub 1 en 2] hebben bij de verkoop van de onder 2.1 genoemde aandelen een belang van elk 14,5% verkregen in CDC-Group. Glazuur Holding S.A. verkreeg een belang van 66,5% en RDW properties van 5%. De [gedaagden sub 1 en 2] hebben ter gelegenheid van de genoemde verkoop van aandelen ‘Vendor loans’ aan de CDC-Group verstrekt en zij zijn daarvan ook bestuurder geworden.

2.4.

Op 26 augustus 2016 is een Shareholders’ Agreement relating to C.D.C. Group B.V (hierna: de aandeelhoudersovereenkomst) gesloten, waarbij onder meer alle partijen in dit geding partij zijn. Op die dag heeft ook de levering van de onder 2.1 genoemde aandelen aan CDC plaatsgevonden.

In de aandeelhoudersovereenkomst wordt Glazuur Holding S.A. aangeduid als ‘Investor’ en [naam 1] en [naam 2] als “RDW Managers”. De [gedaagden sub 1 en 2] worden aangeduid als ‘Managers’ en Edralco en Cader als ‘Management Shareholder’.

De aandeelhoudersovereenkomst luidt voor zover hier van belang als volgt:


“1. DEFINITIONS AND INTERPRETATION

1.1

ln this Agreement, unless the context otherwise requires or unless otherwise specified hereinafter, the following words shall have the following meaning:

(…)

“Bad Leaver” has the meaning given in Clause 11.1;

(…)

“Good Leaver” has the meaning given in Clause 11.8;

(…)

3. MANAGEMENT BOARD

3.1

The Management Board shall be a one-tier board consisting of executive (uitvoerende bestuurders) and non-executive directors (niet-uitvoerende bestuurder), with a maximum of six (6) members.

Appointment and dismissal

3.2

Without prejudice to Clauses 3.6 and 3.7, each of the Management Shareholders is entitled to nominate one (1) member of the Management Board, which shall be an executive director. Each Management Shareholder will nominate such executive director in close consultation with the Investor after having discussed the proposed candidates with the Investor and taking into account any reasonable objections of the Investor. If the Investor posed no reasonable objections against such candidate, the candidate will be nominated by the relevant Management Shareholder and subsequently appointed by the General Meeting.
(…)

Bad Leaver event

3.10

If a Management Shareholder qualifies as a Bad Leaver but the Investor, or any person nominated by the Investors does not acquire the relevant Mandatory Offer Shares, the Management Board shall consist of up to one (1) executive director and up to five (5) non-executive directors. in that case:
3.10.1 four (4) of the four (4), or five (5) of the five (5) non-executive directors, as the case may be, shall be appointed, dismissed and suspended by the Investor, at its sole discretion;
3.10.2 one (1) executive director shall be nominated by the Management Shareholder that does not qualify as a Bad Leaver. The relevant Management Shareholder will nominate such executive director mutatis mutandis in accordance with Clause 3.2 and such executive director shall subsequently be appointed by the General Meeting; and
3.10.3 the Management Shareholder that qualifies as a Bad Leaver is entitled to appoint a board observer, who shall (i) have the right to be present at Management Board meetings for which meetings he shall receive an invitation from the Company no less than ten (10) Business Days prior to the date of the meeting, (ii) have the right to speak at the Management Baard meetings and (iii) have the right to put an item on the agenda of the Management Board meeting, but shall not have the right to vote in the meeting of the Management Board. The board observer shall be bound to a duty of confidentiality substantially in the form of Clause 16. The Company will reimburse the board observer for reasonable travel expenses incurred in order to attend the Management Board meeting.

(…)

11. MANDATORY TRAN$FERS

11.1

Each Management Shareholder, (…) shall be obliged to offer all of its (indirectly held) Shares (“Mandatory Offer Shares’) to the Investor (…) if in respect of the relevant Management Shareholder or Manager who owns and/or controls the respective Management Shareholder (…) any of the following events occur:
11.1.1 the Management Agreement between the Company and such Management Shareholder respectively Manager (…) is terminated on grounds that are mentioned in (i) article 7:678 of the DCC (urgent cause (dringende reden)), irrespective whether such article is applicable in respect of the Management Agreement, and (ii) any of the following: articles (…) of the DPC; (…)
11.1.3 a breach by a Manager or Management Shareholder of the restrictive covenants set forth in Clause 15 of this Agreement or in the Original SPA;
11.1.9 a breach of this Agreement or the Management Agreement by such Management Shareholder or Manager, which breach adversely affects or will adversely affect the business of (any of) the Group Companies in a material way (…)
in which event(s) the relevant Management Shareholder (…) shall be considered a “Bad Leaver”. (…)

14. FINANCIAL AND MANAGEMENT INFORMATION

14.1

The Company shall prepare and deliver to the Investor and each RDW Manager:
14.1.1 at least one (1) month prior to the end of each Financial Year, an annual budget of the Company and a business plan for the next two (2) financial years including detailed notes;
14.1.2 as soon as practical, but in any event within three (3) months after the end of each Financial Year, the audited consolidated Financial Statements of the Company for that year;
14.1.3 within ten (10) Business Days after the end of each month, the monthly key financial figures of the Group Companies, including the key operating statistics of the Business to the extent such information is distributed to the Management Board in the ordinary course of business;
14.1.4 within fifteen (15) Business Days after the end of each quarter, quarterly interim accounts consisting of a balance sheet, profit and loss account and a cash flow statement with management commentary on a consolidated and stand-alone basis for the Company and its Affiliates;
14.1.5 as soon as practicable, the agenda and minutes of the meeting of the Management Board;
14.1.6 any information on all material events outside the ordinary course of business, as soon as possible after the occurrence of the relevant event;
14.1.7 such other financial, business or corporate information as the Investor may from time to time reasonably request. (…)”

2.5.

In de algemene vergadering van aandeelhouders van CDC van 13 oktober 2017 zijn de [gedaagden sub 1 en 2] als bestuurder ontslagen. De meerderheidsaandeelhouder heeft daarvoor als reden opgegeven dat zij het vertrouwen in de [gedaagden sub 1 en 2] is verloren, nu de resultaten sterk tegenvallen en het business model ernstige gebreken vertoont, waarover de [gedaagden sub 1 en 2] kopert bij het tot stand komen van de SPA hebben misleid.

2.6.

Bij brief van 1 november 2017 zijn Edralco c.s. aansprakelijk gesteld voor door CDC geleden schade in verband met de SPA. Bij dagvaarding van 7 december 2017 is de onderhavige procedure aanhangig gemaakt. CDC vordert daarin (samengevat) een verklaring voor recht dat Edralco en Cader inbreuk hebben gemaakt op de garanties in de SPA en dat Edralco c.s. overigens onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de daardoor geleden schade, nader op te maken bij staat, alsmede veroordeling van de [gedaagden sub 1 en 2] tot betaling van € 990.145 en € 421.937, een en ander met rente en kosten.

2.7.

[naam rapporteur] van [naam dienstverlener] (hierna: [naam dienstverlener] ) heeft een concept-rapport aan de [gedaagden sub 1 en 2] doen toekomen, getiteld “DRAFT Observations regarding the management of CDC Group B.V.”, gedateerd 14 november 2017. Dit luidt voor zover hier van belang als volgt:

Introduction
In light of significantly disappointing results of CDC Group B.V. (“CDC”), G Square Healthcare Private Equity LLP (‘G Square”), majority shareholder in CDC, has engaged [naam dienstverlener] to investigate the causes for the disappointing financial results, and to explore possibilities for a turn around plan. Subsequently, on 11 September 2017, the Board of CDC decided to appoint me as interim-manager of CDC and its group of companies for a period of at least 8 weeks, starting 12 September 2017. In the past period, a number of issues with actions of the former CEOs have come to my attention. At the request of the majority shareholder G Square, I have described my observations below in sections 1-3. (…)

Contracts with new suppliers over EUR 25.000

(…)

Is there a reason for deleting DLA Piper from this?”

De definitieve versie is gedateerd 20 december 2017. De eerste passage zoals hierboven geciteerd is ongewijzigd. De zin “Is there a reason for deleting DLA Piper from this?” ontbreekt in de definitieve versie.

2.8.

De Minutes of the General meeting of CDC Group BV van 8 december 2017 bevatten een passage over de bespreking van agendapunt 11 (Questions) waarbij onder andere het volgende is vermeld:

“The Chairman refers to the Note on the engagement of [naam dienstverlener] as provided to all shareholders. (…) Mr. Van den Berg wonders whether there also is a written contract.”

2.9.

Bij mailbericht van 21 februari 2018 heeft [naam 5] aan [gedaagde sub 2] het volgende geschreven.

“Beste [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] ,
lk begrijp dat jullie om je te verweren tegen de beschuldigingen in de dagvaarding, emails en andere, belangrijke informatie nodig hebben die ik in mijn hoedanigheid als CFO van C.D.C. Group B.V. heb verkregen en/of heb toegestuurd aan andere bestuurders van de Groep. lk zou deze voor jullie belangrijke informatie op verzoek natuurlijk graag verstrekken, maar ook mij is de toegang tot mijn eigen mailbox ontzegd, lk kan niet meer in de digitale werkomgeving van C.D.C. Group. Helaas is het voor mij daarom onmogelijk aan jullie verzoek te voldoen.”

3 De vorderingen in het incident

3.1.

Edralco c.s. vordert in de bewoordingen van de incidentele conclusie:

Vordering ex artikel 843a Rv en artikel 22 Rv

CDC Group te veroordelen,

1. Inzage althans afschrift te verstrekken aan Gedaagden van de hierna genoemde bescheiden primair op grond van artikel 843a Rv en subsidiair krachtens een bevel ex artikel 22 Rv:

i. primair onbeperkt inzage in de in § 3.6 genoemde e-mailboxen en digitale werkomgeving van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] bij CDC, subsidiair inzage in de in § 3.6 genoemde e-mailboxen en digitale werkomgeving van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] bij CDC betreffende de periode vanaf maart 2015, althans 1 april 2015, tot en met 13 oktober 2017 , en meer subsidiair de e-mails en overige documenten in de in § 3.6 genoemde e-mailboxen en digitale werkomgeving van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] bij CDC uit de periode vanaf 1 maart 2015, althans 1 april 2015, tot en met 13 oktober 2017 die betrekking hebben op (1) het verkooptraject aan CDC Group / G Square, (2) lGZ, (3) de huurovereenkomsten, (4) acquisities (waaronder Adagium, RDW en Whitesmile), (5) het aannemen van werknemers en hun arbeidsvoorwaarden ( [naam 3] , [gedaagden sub 1 en 2] , (6) de kwestie [naam 4] , en het delen van informatie met betrekking tot deze onderwerpen met CDC Group / G Square, in het bijzonder de heren [naam persoon 1] en [naam persoon 2] ;

ii. primair inzage in de in § 3.6 genoemde e-mailboxen en digitale werkomgeving van de heer [naam 5] bij CDC, subsidiair inzage in de in § 3.6 genoemde e-mailboxen en digitale werkomgeving van de heer [naam 5] bij CDC betreffende de periode vanaf maart 2015, althans 1 april 2015, tot en met 13 oktober 2017, en meer subsidiair de e-mails en overige documenten in de in § 3.6 genoemde e-mailboxen en digitale werkomgeving van de heer [naam 5] bij CDC uit de periode vanaf 1 maart 2015, althans 1 april 2015, tot en met 13 oktober 2017 die betrekking hebben op (1) het verkooptraject aan CDC group / G Square, (2) lGZ, (3) de huurovereenkomsten, (4) acquisities (waaronder Adagium, RDW en Whitesmile), (5) het aannemen van werknemers en hun arbeidsvoorwaarden ( [naam 3] , [gedaagden sub 1 en 2] , (6) de kwestie [naam 4] , en het delen van informatie met betrekking tot deze onderwerpen met CDC Group / G Square, in het bijzonder de heren [naam persoon 1] en [naam persoon 2] ;

iii. de due diligence rapporten die door de juridische en financiële adviseurs van CDC Group zijn opgesteld ten tijde van de transactie in 2015 waarbij G square alle aandelen in CDC Facilitair heeft verworven, waaronder het rapport opgesteld door juridisch adviseur DLA Piper Nederland N.V., het rapport opgesteld door EY en het rapport van 12 juni 2015 opgesteld door (naar Gedaagden begrijpen) OC&C Strategy Consultants;

iv. het contract en de opdracht die CDC Group/G square heeft gesloten met [naam dienstverlener] en de daarvoor gestuurde facturen;

v. alle (e-mail)correspondentie:
a. gewisseld tussen CDC Group/G square (waaronder [naam persoon 1] en [naam persoon 2] ) en [naam dienstverlener] ;
b. die ziet op (1) de aan [naam rapporteur] c.q. [naam dienstverlener] verstrekte opdracht voor de werkzaamheden binnen CDC alsmede (2) de uitvoering van die opdracht door [naam rapporteur] waaronder in het bijzonder de communicatie ten aanzíen van de bevindingen van [naam rapporteur] c.q. [naam dienstverlener] over het handelen van Gedaagden dat zijn weerslag heeft gekregen in het rapport, inclusief de tussentijdse rapportages en het daarop gegeven commentaar;
c. in de periode vanaf 1 augustus 2017 tot en met de datum van het vonnis in dit incident, althans 1 november 2017.

2. Ten aanzien van de bescheiden waartoe inzage wordt gevorderd onder (1) te gedogen dat Gedaagden inzage nemen in de bescheiden.

3. Althans en subsidiair ten opzichte van de inzagevordering onder (1): om toe te staan en te gedogen dat een door de rechtbank aan te wijzen onafhankelijke deskundige - al dan niet met behulp van een ICT-deskundige (bijvoorbeeld Agritect - (i) inzage neemt in alle bescheiden en (ii) bepaalt welke documenten voldoen aan de hiervoor onder 1 gegeven omschrijving en aldus terzake doende documenten aan Gedaagden ter beschikking stelt.

Vorderingen uit hoofde van de Aandeelhoudersovereenkomst en ex artikel 843a Rv

CDC Group te veroordelen,

4. Afschrift en inzage te verstrekken aan Gedaagden van informatie ten aanzien van de huidige stand van zaken binnen de onderneming primair op grond van de Aandeelhoudersovereenkomst, subsidiair op grond van artikel 843a Rv en meer subsidiair op grond van een bevel ex artikel 22 Rv:

i. het business plan van CDC Group voor de komende twee jaren;
ii. voorlopige jaarcijfers van CDC Group en haar groepsmaatschappijen over 2017;

iii. de maandelijkse key financials van CDC Group en haar groepsmaatschappijen vanaf november 2017 tot en met de dag van het vonnis in het incident inclusief de key operationele statistieken zoals bedoeld in artikel 14.1.3 van de Aandeelhoudersovereenkomst, alsmede een bevel deze maandelijkse key financials inclusief de key operationele statistieken zoals bedoeld in artikel 14.1.3 van de Aandeelhoudersovereenkomst binnen 5 werkdagen na afloop van iedere maand toe te sturen aan Gedaagden;

iv. de agenda inclusief bijlagen c.q. voorbereidende stukken en de notulen van de bestuursvergaderingen van CDC Group in de periode vanaf 13 oktober 2017 tot en met de dag van het vonnis in dit incident; en

v. alle (e-mail)correspondentie die ziet op belangrijke zaken buiten de normale bedrijfsvoering van CDC, in het bijzonder (email) correspondentie die (het bestuur van) CDC Group heeft gevoerd met potentiële geïnteresseerde partijen in de koop van (de aandelen in althans onderdelen van) CDC Group, in de periode tussen 1 augustus 2017, althans 11 september 2017 (de dag waarop de komst van [naam rapporteur] is aangekondigd), althans 13 oktober 2017 (de dag van het ontslag van de [gedaagden sub 1 en 2] ) tot en met de dag van het vonnis in dit incident.

5. Ten aanzien van de bescheiden waartoe inzage wordt gevorderd onder (4) te gedogen dat Gedaagden inzage nemen in de bescheiden.

6. Althans en subsidiair ten opzichte van de inzagevordering onder (4): om toe te staan en te gedogen dat een door de rechtbank aan te wijzen onafhankelijke deskundige al dan niet met behulp van een ICT-deskundige (i) inzage neemt in alle bescheiden en (ii) bepaalt welke documenten voldoen aan de hiervoor onder 4 gegeven omschrijving en aldus terzake doende documenten aan Gedaagden ter beschikking stelt,

Vordering tot herstel/toegang bestuursvergaderingen

CDC Group te veroordelen,

7. Primair de [gedaagden sub 1 en 2] , althans een door hen aan te wijzen derde, toegang te verschaffen tot de bestuursvergaderingen van CDC Group als board observer, de [gedaagden sub 1 en 2] ten minste 7 dagen voor de bestuursvergadering van CDC Group daarvoor uit te nodigen en de [gedaagden sub 1 en 2] de voorbereidende stukken voor de bestuursvergadering van CDC Group die ook aan de overige bestuurders worden verstrekt, toe te sturen per e-mail, alsmede de [gedaagden sub 1 en 2] binnen 3 werkdagen na de bestuursvergadering van CDC Group de notulen van die vergadering toe te sturen per e-mail, althans subsidiair voorafgaand aan de bestuursvergaderingen de agenda's en voorbereidende stukken aan de [gedaagden sub 1 en 2] toe te sturen per email en binnen 3 werkdagen na de bestuursvergadering de notulen toe te sturen aan de [gedaagden sub 1 en 2] .

en in alle gevallen

8. om uiterlijk 14 dagen na betekening van het tussenvonnis aan Gedaagden te verstrekken alle bescheiden die voldoen aan de hiervoor gegeven omschrijving;

9. tot betaling van een dwangsom van EUR 15.000 althans een door uw Rechtbank te bepalen dwangsom, voor iedere dag dat CDC Group niet aan het gevorderde, namelijk het verstrekken van de bescheiden, alsook het verschaffen van toegang tot de bestuursvergaderingen en bijbehorende informatie, voldoet;

10. tot betaling van de kosten van dit incident; en

11. te bepalen dat de zaak op verzoek van de meest gerede partij weer op de rol van conclusie van antwoord komt zes (6) weken nadat volledig is voldaan aan het incidentele vonnis ten aanzien van de gevorderde bescheiden;

een ander, voor zover de wet het toelaat, uitvoerbaar bij voorraad.

3.2.

CDC voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

(1-i) de e-mailboxen en digitale werkomgeving van de [gedaagden sub 1 en 2]

4.1.

Edralco c.s. legt aan de vordering onder 1 (i) ten grondslag dat zij de informatie uit de e-mailboxen en de elektronische werkomgeving van de [gedaagden sub 1 en 2] nodig heeft om adequaat verweer te kunnen voeren in de procedure die CDC tegen hen is gestart en in die procedure tegenvorderingen in te kunnen stellen.

4.2.

CDC verzet zich tegen deze vordering omdat onduidelijk is op welke wijze de correspondentie in de e-mailboxen het verweer zou kunnen ondersteunen. CDC gebruikt geen bescheiden uit de e-mailboxen of werkomgeving van de [gedaagden sub 1 en 2] ter onderbouwing van haar vorderingen, zodat geen sprake is van ongelijkheid in de posities van de procespartijen. De vordering is bovendien onvoldoende bepaald, mede gezien de lange periode waarop deze betrekking heeft. Ook beroep CDC zich op haar geheimhoudingsplicht uit hoofde van artikel 12 Wet bescherming Persoonsgegevens.

4.3.

Artikel 843a lid 1 Rv bepaalt dat hij die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel kan vorderen van bepaalde bescheiden aangaande rechtsbetrekkingen waarbij hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Lid 4 van het artikel bepaalt dat degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, niet gehouden is aan deze vordering te voldoen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

4.4.

Dat tussen CDC en Edralco c.s. een rechtsbetrekking bestaat is niet betwist en CDC betwist evenmin dat zij beschikt over de e-mailboxen en de digitale werkomgeving van de [gedaagden sub 1 en 2] , zoals gespecificeerd in paragraaf 3.6 van de incidentele conclusie. Wel is in geschil of de gevorderde bescheiden voldoende bepaald zijn en of Edralco c.s. bij inzage dan wel afschrift een rechtmatig belang heeft.
Het gaat hier om een verzameling e-mailberichten en elektronische bestanden, die elk op zichzelf bescheiden zijn in de zin van art. 843a Rv. Kenmerk van de e-mailberichten is dat deze hetzij door de [gedaagden sub 1 en 2] zijn verstuurd, hetzij door hen ontvangen en dat zij dus tot hun ontslag als bestuurder daarover konden beschikken. Dat zelfde geldt voor de bestanden die zij hadden opgeslagen in hun persoonlijke werkomgeving.

4.5.

Bij vorderingen op grond van art. 843a Rv is het in de regel zo dat men wel op de hoogte is van het bestaan van bepaalde bescheiden, maar niet van de inhoud. In dit geval is dat anders, omdat het hier gaat om bescheiden waarvan niet alleen het bestaan, maar ook de inhoud bekend was, omdat de [gedaagden sub 1 en 2] daarover eerder wel konden beschikken, maar nu niet meer, omdat hen na hun ontslag als bestuurder de toegang tot hun persoonlijke werkomgeving en e-mailbox bij CDC is ontzegd. Van een ‘fishing expedition’ is daarom geen sprake.

Edralco c.s. heeft aangevoerd dat zij een rechtmatig belang heeft bij de gevorderde inzage omdat zich dient te verdedigen tegen de vorderingen van CDC. Zij heeft zich daarbij beroepen op het beginsel van equality of arms. Dit rechtmatige belang is aanwezig. Het gaat hier immers in essentie om een geschil tussen personen die in verschillende hoedanigheden betrokken zijn bij de zelfde onderneming. De meerderheidsaandeelhouder heeft de beslissing genomen de minderheidsaandeelhouders die tevens bestuurder waren als bestuurder te ontslaan en jegens hen in hun hoedanigheid van verkoper van aandelen en in hun hoedanigheid van bestuurders in de periode na de levering van het meerderheidsbelang aan te spreken op gestelde tekortkomingen. Daarbij zijn de [gedaagden sub 1 en 2] doordat hun de toegang tot hun e-mailboxen en bestanden is ontzegd onmiskenbaar in het nadeel waar het gaat om de reconstructie van de relevante feiten.

4.6.

Gezien deze rechtsverhouding waarin partijen tot elkaar staan en gestaan hebben kan ook niet de eis gesteld worden dat de gevorderde bescheiden allen individueel worden bepaald doordat een opsomming wordt gegeven van elk individueel e-mailbericht of ander bestand dat wordt gevorderd. Bestuurders van een bedrijf maken in de regel veelvuldig gebruik van communicatie per e-mail en slaan elektronische documenten op in hun werkomgeving. Het aantal e-mails dat dagelijks wordt ontvangen en verzonden is daarbij zo groot dat het onmogelijk is achteraf ‘uit het hoofd’ nog een volledige opgave te maken van alle e-mails die men heeft verzonden en ontvangen. Dat zelfde geldt voor elektronische bestanden van andere aard (zoals Word- of Excel- of pdf-bestanden). Die eis hoeft ook niet te worden gesteld als op andere wijze een voldoende nauwkeurige opgave kan worden gegeven van de e-mailberichten en andere bestanden waarop het verzoek betrekking heeft. Dat is hier het geval, nu het verzoek is beperkt tot de persoonlijke mailboxen en werkomgevingen van de [gedaagden sub 1 en 2] .
Het verzoek zal dan ook worden toegewezen met betrekking tot

- de e-mailbox van de [gedaagden sub 1 en 2] , dat wil zeggen alle door hen verstuurde en (mede) aan hen gerichte e-mails in de periode van 1 maart 2015 tot en met 13 oktober 2017;

- de bestanden die zich bevinden in hun persoonlijke werkomgeving: alle bestanden waartoe (behoudens de systeembeheerder(s) alleen zij zelf toegang konden krijgen met gebruikmaking van hun persoonlijke identificatiemiddelen. Wat de persoonlijke identificatiemiddelen zijn (bijvoorbeeld gebruikersnaam en wachtwoord, smartcard of welk technisch middel ook), doet er daarbij niet toe. Het gaat er om dat duidelijk is dat hier niet bedoeld wordt het computersysteem van CDC als geheel, maar alleen het voor de [gedaagden sub 1 en 2] exclusief toegankelijke gedeelte daarvan.

4.7.

CDC heeft zich op haar geheimhoudingsplicht uit hoofde van de artikel 12 Wet bescherming Persoonsgegevens beroepen. In plaats van deze bepaling gelden thans evenwel de regels van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). CDC heeft niet heeft toegelicht op welke verwerking van persoonsgegevens zij het oog heeft. Ook heeft zij niet toegelicht waarom de verstrekking van bescheiden aan een persoon die daarover eerder kon beschikken een schending van een geheimhoudingsverplichting zou kunnen zijn. Daarom is niet in te zien welke regels van de WBP dan wel AVG geschonden zouden worden als CDC de gevorderde bescheiden zou moeten verstrekken.

4.8.

Primair is inzage gevorderd, subsidiair afschrift. De rechtbank acht de meest passende wijze van verstrekking in dit geval dat een kopie van de gevorderde bescheiden (in dit geval dus de elektronische bestanden) wordt gemaakt op een elektronische gegevensdrager (zoals een DVD of memory-stick) en dat deze aan Edralco c.s. wordt verstrekt.

(1-ii) de mailbox van de heer Hartkoorn

4.9.

De heer M. Hartkoorn (hierna: Hartkoorn) is voormalig CFO van de CDC. Edralco c.s. stellen zijn emails en bestanden nodig te hebben om aan te tonen dat de [gedaagden sub 1 en 2] en Hartkoorn de overige betrokkenen binnen CDC hebben geïnformeerd en dat is besloten over de zaken waarvan CDC bij dagvaarding stelt dat zulks niet het geval is. Hartkoorn heeft de [gedaagden sub 1 en 2] het onder 2.9 aangehaalde mailbericht gestuurd.

4.10.

Ook ten aanzien van de vordering met betrekking tot Hartkoorn betwist CDC het rechtmatig belang en stelt zij dat de gevorderde bescheiden onvoldoende bepaald zijn. Ook hier beroept zij zich op haar geheimhoudingsplicht uit hoofde van artikel 12 Wet bescherming Persoonsgegevens.

4.11.

Anders dan bij hun eigen mailboxen gaat het hier niet om e-mailberichten en bestanden waarover de [gedaagden sub 1 en 2] eerder wel konden beschikken, maar nu niet meer. Daarom kan en moet hier wel de eis gesteld worden dat een meer specifieke opgave wordt gedaan van de mailberichten en bestanden die gevorderd worden; het verschaffen van volledige toegang tot de mailberichten en bestanden van Hartkoorn zou een ‘fishing expedition’ zijn. Ook de subsidiair gegeven nadere aanduiding van gevorderde berichten acht de rechtbank te ruim. Dat Hartkoorn zelf geen bezwaar heeft tegen verstrekking van de gevorderde berichten maakt dat niet anders, nu hij geen partij is in dit geding en CDC zich wel tegen inzage verzet.
Nu een vordering op grond van artikel 843a Rv ook nog later in de procedure kan worden gedaan, mag worden verwacht dat de [gedaagden sub 1 en 2] na ontvangst van hun eigen e-mails en bestanden nauwkeuriger dan thans kunnen opgeven van welke bescheiden zij de inzage vorderen. Dan zal de rechtbank ten aanzien van die vordering beoordelen of rechtmatig belang aanwezig is.

(1-iii) de due dilligence rapporten inzake CDC Facilitair BV

4.12.

Edralco c.s. vordert inzage in de due diligence rapporten. Zij meent dat dit relevant is omdat de due diligence rapporten inzicht verschaffen in welke informatie voor kopers van de aandelen beschikbaar was. Ook zijn deze rapporten relevant omdat Edralco c.s. wordt verweten dat zij onjuiste dan wel onvolledige informatie heeft verstrekt bij het due diligence onderzoek.

Het verstrekte due diligence rapport van DLA Piper is volgens Edralco c.s. onbruikbaar omdat grote delen daarvan onleesbaar zijn gemaakt.

4.13.

CDC acht de gevraagde bescheiden onvoldoende bepaald en stelt dat er gewichtige redenen zijn voor weigering van inzage, namelijk dat het gaat om vertrouwelijke bedrijfsinformatie en correspondentie tussen CDC en haar adviseurs. Zij heeft daarom in het rapport van DLA Piper dat zij heeft verstrekt die passages onleesbaar gemaakt.

4.14.

Nu vast staat dat bij het due dilligence onderzoek gebruik is gemaakt van een door verkopers ter beschikking gestelde dataroom, is uitgangspunt dat koper heeft beschikt over de daarin opgenomen informatie. Voor zover deze informatie is opgenomen in de due dilligence rapporten, is inzage in de due diligence rapporten niet noodzakelijk, omdat op basis van de dataroom, waarvan de inhoud bij Edralco c.s. bekend mag worden verondersteld, reeds bekend is welke informatie is verstrekt. Voor zover deze rapporten een interpretatie van de in de dataroom aanwezige informatie bevatten is dat een advies dat exclusief voor koper was bedoeld, zodat Edralco c.s. geen rechtmatig belang bij inzage heeft. Dit onderdeel van de vordering wordt dan ook afgewezen.

(1-iv en v) het contract met [naam dienstverlener] ; correspondentie met [naam rapporteur]

4.15.

Edralco c.s. vordert inzage in het contract dat is gesloten met [naam dienstverlener] . Zij stelt dat [naam rapporteur] is gepresenteerd als onafhankelijk onderzoeker, maar dat de uitkomsten van zijn onderzoek worden gebruikt om de vorderingen tegen de [gedaagden sub 1 en 2] aan te kleden. Edralco c.s. betwijfelt de onafhankelijkheid van [naam rapporteur] en stelt dat de met [naam dienstverlener] gesloten overeenkomst daarover duidelijkheid kan geven. Hierbij wijst zij op het aan de [gedaagden sub 1 en 2] verstrekte concept-rapport, zoals aangehaald onder 2.7. Uit de daarin opgenomen zin “Is there a reason for deleting DLA Piper from this?” leidt Edralco c.s. af dat CDC of G Square het rapport naar eigen inzicht heeft geredigeerd.

4.16.

CDC betwist dat er een schriftelijke overeenkomst is tussen [naam dienstverlener] ; de opdracht is mondeling gegeven. Zij wijst er op dat [naam rapporteur] twee rapporten heeft gemaakt, een hoofdrapport met ‘turn around’ maatregelen en een rapport met feitelijke bevindingen ten aanzien van het handelen van de [gedaagden sub 1 en 2] als bestuurders. Dat laatste bevat ook een opdrachtbeschrijving. Voor zover ‘alle correspondentie’ met [naam dienstverlener] wordt gevorderd over een periode van vier maanden is die vordering volgens CDC te onbepaald.

4.17.

De rechtbank oordeelt als volgt. Het onder 2.7 aangehaalde (concept) rapport van [naam dienstverlener] bevat een beschrijving van de opdracht en zijn werkzaamheden. Dat er een schriftelijke overeenkomst van opdracht is gesloten is daaruit niet af te leiden.
Edralco c.s. heeft gesteld dat uit eerdere uitlatingen van CDC dan wel G Square is af te leiden dat er wel een schriftelijk contract is en heeft zich hierbij beroepen op de onder 2.8 genoemde Minutes of the General meeting of 8 december 2017 en de daar genoemde Note on engagement [naam dienstverlener] . Uit deze stukken is echter niet af te leiden dat er een schriftelijke overeenkomst met [naam dienstverlener] is gesloten. De vraag van Van den Berg is blijkens genoemde notulen niet beantwoord; de genoemde note bevat een verwijzing naar algemene voorwaarden, maar dat er los daarvan een schriftelijke overeenkomst is, is daaruit niet af te leiden.

4.18.

Voor zover Edralco c.s. betoogt dat [naam rapporteur] geen onafhankelijke onderzoeker was, nu hij door G Square was ingeschakeld en hij zijn rapport kennelijk ook aan anderen dan de [gedaagden sub 1 en 2] heeft voorgelegd voor commentaar, zijn dat omstandigheden die van belang zullen zijn bij de bewijswaardering. Dit zijn echter geen omstandigheden die grond zijn voor een vordering op grond van artikel 843a.

4.19.

Voor zover Edralco c.s. inzage vordert in met [naam dienstverlener] gevoerde (e-mail) correspondentie, is de vordering te onbepaald om de vordering op dit punt te kunnen toewijzen.

4.20.

De vorderingen sub 1 onder iv en v zullen dus worden afgewezen.

(4) informatie ten aanzien van de huidige stand van zaken binnen de onderneming

4.21.

Edralco c.s. legt aan onderdeel 4 van haar vordering artikel 14 van de aandeelhoudersovereenkomst, subsidiair art. 843a Rv, ten grondslag. In strijd met de aandeelhoudersovereenkomst is de [gedaagden sub 1 en 2] de toegang tot de bestuursvergaderingen ontzegd en zijn zij van belangrijke informatie afgesloten. Een redelijke uitleg van art. 14 aandeelhoudersovereenkomst brengt daarom mee dat de [gedaagden sub 1 en 2] de zelfde stukken krijgen als de andere aandeelhouders, aldus Edralco c.s.

4.22.

CDC stelt dat Edralco c.s. niet aannemelijk maakt waarom zij up-to-date cijfers nodig heeft voor haar verweer. Voor wat betreft de documentatie omtrent bestuursvergaderingen die Edralco c.s. vordert stelt CDC dat dit vertrouwelijke bedrijfsinformatie is die het bestuur van CDC in het belang van de vennootschap niet kan overleggen.

4.23.

De rechtbank wijst op artikel 2:201 leden 1 en 2 BW, die als volgt luiden:

“1 Voor zover bij de statuten niet anders is bepaald, zijn aan alle aandelen in verhouding tot hun bedrag gelijke rechten en verplichtingen verbonden.

2 De vennootschap moet de aandeelhouders onderscheidenlijk certificaathouders die zich in gelijke omstandigheden bevinden, op de zelfde wijze behandelen.”

De aandeelhoudersovereenkomst, waarbij alle aandeelhouders partij zijn, zal moeten worden uitgelegd tegen de achtergrond van deze bepaling. De strekking van artikel 14 van de aandeelhoudersovereenkomst is dat de vennootschap de aandeelhouders die geen bestuurder zijn van informatie moet voorzien, zoals in die bepaling genoemd. Naar de [gedaagden sub 1 en 2] terecht hebben gesteld waren zij ten tijde van de aandeelhoudersovereenkomst bestuurder en konden zij daarom reeds geacht worden van die te verstrekken informatie op de hoogte te zijn. Dat verklaart waarom deze verplichting niet jegens hen gold. Nu zij geen bestuurder meer zijn, maar zich in de zelfde omstandigheden bevinden als de andere aandeelhouders (“the Investor and each RDW Manager”) zal de vennootschap ook jegens hen de in artikel 14 van de aandeelhoudersovereenkomst genoemde informatie moeten verstrekken. Daarbij geldt niet de maatstaf van het rechtmatig belang van art. 843a, nu het hier om een contractuele verplichting gaat. Dus is niet van belang of Edralco c.s. de up-to-date cijfers nodig heeft voor haar verweer.

CDC stelt dat de documentatie omtrent bestuursvergaderingen vertrouwelijke bedrijfsinformatie betreft, maar nu dit er niet aan in de weg staat dat die informatie aan andere aandeelhouders wordt verstrekt, staat dat ook niet aan in de weg die informatie aan Edralco c.s. te verstrekken.

4.24.

Met betrekking tot het onder 4-v. gevorderde merkt CDC op dat zij niet beschikt over correspondentie met mogelijke kopers. Omstandigheden waaruit het tegendeel kan voortvloeien zijn niet gesteld of gebleken. Dat betekent dat zij ook niet kan worden veroordeeld correspondentie met mogelijke kopers ter inzage te geven.
De vordering zal voor het overige worden toegewezen vanaf 13 oktober 2017 (de dag van het ontslag van de [gedaagden sub 1 en 2] ) tot en met de dag van het vonnis in dit incident, omdat de [gedaagden sub 1 en 2] tot hun ontslag uit hoofde van hun functie als bestuurder over de gevorderde informatie konden beschikken. De vordering zal worden beperkt tot alle informatie over belangrijke zaken buiten de normale bedrijfsvoering van CDC waarover de andere aandeelhouders in genoemde periode zijn geïnformeerd.

(7) vordering tot herstel/toegang bestuursvergaderingen

4.25.

Edralco c.s. heeft blijkens het daarover gevoerde debat ter terechtzitting met haar vordering om de [gedaagden sub 1 en 2] , althans een door hen aan te wijzen derde, toegang te verschaffen tot de bestuursvergaderingen van CDC Group als board observer beoogd een voorlopige voorziening te vorderen als bedoeld in artikel 223 Rv. De rechtbank legt de vordering dan ook zo uit en zal deze toetsen aan de eisen van genoemde bepaling.
Edralco c.s. legt aan het gevorderde de aandeelhoudersovereenkomst ten grondslag. Deze bepaalt dat er bij ontslag van de [gedaagden sub 1 en 2] als bestuurder twee opties zijn:

a. ofwel de betreffende bestuurder kwalificeert als een ‘good leaver’, in welk geval op grond van artikel 3.7.2 het recht bestaat twee niet-uitvoerend bestuurders te benoemen;

b. ofwel de betreffende bestuurder kwalificeert als een ‘bad leaver’, in welk geval zij op grond van artikel 3.11.3 gerechtigd zijn ieder een board observer te benoemen. Deze board observers hebben het recht aanwezig te zijn bij de bestuursvergaderingen, mogen daar spreken en punten op de agenda plaatsen. Zij hebben geen stemrecht en zijn tot geheimhouding verplicht.

Edralco c.s. betwist dat de [gedaagden sub 1 en 2] kwalificeren als bad leavers. Dus hebben zij het recht twee niet-uitvoerend bestuurders te benoemen, maar zij zijn als compromis bereid daar op dit moment vanaf te zien en genoegen te nemen met board observers. Daarbij mogen echter niet de eisen gesteld worden die aan ‘bad leavers’ worden gesteld, nu nog niet vast staat dat zij dat zijn, aldus nog steeds Edralco c.s.

4.26.

CDC betoogt dat de vordering niet voldoet aan de eisen van art. 223 Rv, omdat Edralco c.s. geen hoofdvordering heeft ingesteld. Bovendien vordert Edralco c.s. geen provisionele voorziening, maar een definitieve.

Het bestuur van een vennootschap is een onafhankelijk orgaan dat zijn eigen keuzes en

afwegingen dient te maken. Wat aandeelhouders afspreken heeft jegens de positie en verantwoordelijkheden van het bestuur geen vennootschapsrechtelijk effect. Het is dan ook aan het bestuur te bepalen wie er uit genodigd worden voor de bestuursvergaderingen, ongeacht wat aandeelhouders hier onderling over hebben afgesproken.

Verder is volgens CDC de ‘bad leaver’ regeling in de aandeelhoudersovereenkomst van toepassing. Artikel 3.10 van de aandeelhoudersovereenkomst bepaalt dat Dral c.s. een recht hebben een board observer te benoemen. Ingangsvoorwaarde hiervoor is dat er sprake is van ‘Mandatory Offer Shares’ die door Glazuur Holding S.A. niet geacquireerd zijn. Glazuur Holding S.A. heeft Edralco c.s. gekwalificeerd als bad leavers en het bestuur van CDC heeft in dat kader een waardering van de aandelen in CDC laten opstellen. Edralco c.s. weigert de aandelen voor deze prijs te verkopen, dus er is geen ‘Mandatory Offer Shares’, noch heeft Glazuur Holding S.A. besloten deze aandelen niet te acquireren. Daarom is niet aan de voorwaarden van artikel 3.10 aandeelhoudersovereenkomst voldaan en moet de vordering worden afgewezen, aldus steeds CDC.

4.27.

De rechtbank oordeelt als volgt. Een voorlopige voorziening zoals bedoeld in artikel 223 Rv is mogelijk nadat een hoofdvordering is ingesteld. Dit is gebeurd doordat CDC de dagvaarding heeft uitgebracht. Juist is dat artikel 223 Rv alleen voorzieningen betreft voor de duur van het geding. Nu uit de pleitnota van Edralco c.s. blijkt dat dit ook is beoogd, is het feit dat deze beperking niet in de vordering is opgenomen onvoldoende grond om deze af te wijzen, wel zal bij toewijzing de beperking ‘voor de duur van het geding’ van toepassing zijn.

4.28.

Juist is dat het bestuur van een vennootschap een onafhankelijk orgaan is dat zijn eigen keuzes en afwegingen dient te maken. Het bestuur is echter niet vrij geheel naar eigen inzicht te bepalen wie worden uitgenodigd voor de bestuursvergaderingen, immers dit wordt voorgeschreven door de statuten. Bovendien moet worden aangenomen dat als alle aandeelhouders zijn gebonden aan een aandeelhoudersovereenkomst die inhoudt dat in een bepaald geval ‘board observers’ kunnen worden benoemd, het bestuur gezien art. 2:8 BW gehouden is die board observers voor bestuursvergaderingen uit te nodigen.

4.29.

Nu van de aandeelhouders die de aandeelhoudersovereenkomst zijn aangegaan behalve Edralco c.s. alleen CDC partij is in dit geding, is de eerste vraag die moet worden beantwoord of op CDC een verplichting rust om uitvoering te geven aan artikel 3 van de aandeelhoudersovereenkomst. Dit is een kwestie van uitleg van deze bepaling, nu de letterlijke tekst van het beding daarop geen antwoord geeft. Het komt dus aan op de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan wat zij zijn overeengekomen mochten toekennen en op wat zij op grond van de overeenkomst redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

4.30.

Anders dan de benoeming van de ‘directors’ die volgens artikel 3.2 van de aandeelhoudersovereenkomst een bevoegdheid is van de aandeelhoudersvergadering, is de benoeming van de board observers volgens artikel 10.3 van de aandeelhoudersovereenkomst een bevoegdheid van “the Management Shareholder that qualifies as a Bad Leaver”. Volgens deze bepaling moet ‘The company’ (CDC) voor de board observers een uitnodiging voor de bestuursvergaderingen sturen en zal CDC ook de kosten van de board observer moet vergoeden. Met andere woorden: CDC heeft enige concrete verplichtingen die verband houden met het functioneren van de board observers op zich genomen. Op grond daarvan kan in het verlengde van hetgeen uitdrukkelijk overeengekomen is worden aangenomen dat CDC er ook overigens aan moet meewerken dat de board observers hun werk kunnen doen.

4.31.

Vervolgens is de vraag of Edralco c.s. als ‘bad leaver’ moet worden beschouwd en zo ja, of het feit dat niet is voldaan aan de procedure inzake ‘Mandatory Offer Shares’ betekent dat Edralco en Cader ook geen recht hebben om board observers te benoemen.

Nu Edralco c.s. betwist dat zij als ‘bad leavers’ moet worden beschouwd, staat dat niet vast. Dat betekent dat ook een aanbiedingsplicht niet vast staat.
Edralco c.s. hebben geen aanspraak gemaakt op een positie als ‘good leaver’, maar een beroep gedaan op de minder vergaande rechten die zij als ‘bad leaver’ zouden hebben.

De overeenkomst voorziet niet in de situatie waarin het tussen partijen niet vast staat of een partij een ‘good leaver’of een ‘bad leaver’ is. Dat betekent dat met toepassing van de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid in deze situatie moet worden voorzien op een wijze die zo veel mogelijk aansluit bij de door partijen getroffen regeling. In dit geval betekent dit dat de regeling van de ‘bad leaver’ moet worden toegepast, omdat die regeling het minimum is in de situatie dat een aandeelhouder vertrekt, echter zonder dat de eis van de aanbieding van aandelen gesteld wordt, nu die eis slechts geldt voor de ‘bad leaver’ en nog niet vaststaat dat de [gedaagden sub 1 en 2] dat zijn.

4.32.

Tot slot voert CDC nog aan dat toegang tot de vergadering de onderneming onbestuurbaar zou maken in deze voor de onderneming cruciale tijd waarin de fouten en nalatigheden van juist Edralco c.s. moeten worden hersteld. Dat zou bij uitstek reden geven voor conflicten wegens tegenstrijdige belangen en zou de vennootschap schaden, aldus steeds CDC.

4.33.

De rechtbank acht dit bezwaar wel steekhoudend voor zover het gaat om de gevorderde toegang van de [gedaagden sub 1 en 2] zelf tot de bestuursvergadering. Dat wil zeggen dat het hen ook niet vrij staat over en weer elkaar als board observer aan te wijzen. Het bezwaar gaat niet op voor zover het gaat om derden die als board observer worden aangewezen. De regeling voor de bad leaver is immers reeds geschreven voor een mogelijk conflictueuze situatie als de onderhavige.

4.34.

De conclusie is dat de [gedaagden sub 1 en 2] elk een derde als board observer mogen aanwijzen. Het overigens gevorderde onder 7 vloeit daaruit voort en is als zodanig ook niet bestreden, zodat dit ook zal worden toegewezen.

(8-9) termijn 843a, dwangsom

4.35.

Tegen de gevorderde termijn voor het voldoen aan de vordering op grond van artikel 843a is geen verweer gevoerd. De rechtbank acht de gevorderde termijn redelijk en zal die termijn toepassen.

4.36.

De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

kosten verstrekken bescheiden

4.37.

Voor het geval de rechtbank de vordering van Edralco c.s. (gedeeltelijk) zou toewijzen heeft CDC verzocht te bepalen dat de redelijke kosten daarvan voor rekening van Edralco c.s. komen en dat daarvoor een voorschot van € 10.000 aan CDC moet worden bepaald.

4.38.

Nu de vordering op grond van artikel 843a Rv wordt beperkt tot het verschaffen van een kopie van de persoonlijke e-mailbox en werkomgeving van de [gedaagden sub 1 en 2] , waarvan kan worden aangenomen dat de verstrekking bestaat uit een eenvoudige kopieeropdracht die weinig bewerkelijk is, ziet de rechtbank geen aanleiding een voorschot te bepalen. Wel zal de rechtbank bepalen dat de redelijke kosten voor verstrekking ten laste van Edralco c.s. komen. CDC zal deze kosten ter gelegenheid van de eerstvolgende proceshandeling op kunnen geven. Voor zover de rechtbank die opgave redelijk acht, zullen deze kosten in de kostenveroordeling in de hoofdzaak worden betrokken.

kosten incident

4.39.

CDC zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

verdere procedure

4.40.

Bij het bepalen van de termijn voor het indienen van de conclusie van antwoord is rekening gehouden met de tijd die nodig is om aan het vonniste voldoen en de termijn die nodig is om de resultaten daarvan te bestuderen.

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1.

veroordeelt CDC aan Edralco c.s. binnen twee weken na betekening van dit vonnis een digitaal afschrift te verstrekken van de e-mailboxen en digitale werkomgeving van [gedaagden sub 1 en 2] bij CDC,

- hierbij wordt onder de e-mailbox van de [gedaagden sub 1 en 2] verstaan alle door hen verstuurde en (mede) aan hen gerichte e-mails in de periode van 1 maart 2015 tot en met 13 oktober 2017;

- hierbij wordt onder de digitale werkomgeving van de [gedaagden sub 1 en 2] bestaan: de bestanden die zich bevinden in hun persoonlijke werkomgeving, te weten alle bestanden waartoe - behoudens de systeembeheerder(s) - alleen zij zelf toegang konden krijgen met gebruikmaking van hun persoonlijke identificatiemiddelen

- hierbij wordt onder een digitaal afschrift verstaan een kopie van de gevorderde bescheiden op een elektronische gegevensdrager (zoals een DVD of memory-stick);

5.2.

bepaalt dat de redelijke kosten van het verstrekken van de onder 5.1 bedoelde bescheiden ten laste van Edralco c.s. komen, overeenkomstig hetgeen onder rechtsoverweging 4.38 is bepaald;

5.3.

veroordeelt CDC aan Edralco c.s. binnen twee weken na betekening van dit vonnis afschrift te verstrekken van:
i. het business plan van CDC voor de komende twee jaren;
ii. voorlopige jaarcijfers van CDC en haar groepsmaatschappijen over 2017:
iii. de maandelijkse key financials van CDC Group en haar groepsmaatschappijen vanaf november 2017 tot en met de dag van dit vonnis inclusief de key operationele statistieken zoals bedoeld in artikel 14.1.3 van de Aandeelhoudersovereenkomst, en deze telkens te blijven verstrekken binnen 5 werkdagen na afloop van iedere maand;
iv. de agenda inclusief bijlagen c.q. voorbereidende stukken en de notulen van de bestuursvergaderingen van CDC Group in de periode vanaf 13 oktober 2017 tot en met de dag van dit vonnis;

v. alle (e-mail)correspondentie die ziet op belangrijke zaken buiten de normale bedrijfsvoering waarover de andere aandeelhouders in de onder iv. genoemde periode zijn geïnformeerd;

5.4.

veroordeelt CDC een door [gedaagde sub 1] aan te wijzen derde en een door en [gedaagde sub 2] aan te wijzen derde (waarbij zij niet elkaar mogen aanwijzen) toegang te verschaffen tot de bestuursvergaderingen van CDC als ‘board observer’, genoemde derde ten minste 7 dagen voor de bestuursvergadering van CDC daarvoor uit te nodigen en hen de voorbereidende stukken voor de bestuursvergadering van CDC die ook aan de overige bestuurders worden verstrekt, toe te sturen per e-mail, alsmede hen binnen 3 werkdagen na de bestuursvergadering van CDC de notulen van die vergadering toe te sturen per e-mail;

5.5.

bepaalt dat de veroordeling onder 5.4 geldt voor de duur van het geding;

5.6.

bepaalt dat CDC een dwangsom van € 5.000,- verbeurt voor elke dag dat niet wordt voldaan aan de veroordelingen onder 5.1 en 5.3, met een maximum van € 500.000,;

5.7.

bepaalt dat CDC een dwangsom van € 15.000,- verbeurt voor elke bestuursvergadering waarbij niet overeenkomstig het onder 5.4 en 5.5. bepaalde toegang wordt verschaft aan door de [gedaagden sub 1 en 2] benoemde board observers en € 5.000,- per dag dat niet wordt voldaan aan de overige bepalingen onder 5.4, dat laatste met een maximum van € 100.000,-;

5.8.

veroordeelt CDC in de kosten van het incident, aan de zijde van Edralco c.s. tot op heden begroot op € 1.356,00;

5.9.

verklaart dit vonnis tot zo ver uitvoerbaar bij voorraad;

5.10.

wijst af het meer of anders gevorderde.

in de hoofdzaak

5.11.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 5 december 2018 voor conclusie van antwoord;

5.12.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2018.1

1 type: RHCJ coll: