Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:6596

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-08-2018
Datum publicatie
18-09-2018
Zaaknummer
13-701643-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

bedreiging misdrijf tegen het leven gericht, verkrachting, OVAR, ziekelijke stoornis schizofrenie en stoornis in gebruik cannabis, ontoerekeningsvatbaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/701643-18

Datum uitspraak: 15 augustus 2018

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [brp-adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 augustus 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M. Braber, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. B. Koenders, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 18 april 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met verkrachting, door voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga je vermoorden. Ik vermoord je vrouw en je kinderen. Ik pak je vrouw, ik neuk haar en jij gaat kijken. Ik neuk je kinderen" en/of "Ik ga jou en je familie neuken. Dit wordt een nachtmerrie voor jullie" en/of "Ik ga je kop eraf halen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Standpunten

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van het bewijs en de bewezenverklaring.

3.2

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van de aangifte van [slachtoffer] , de getuigenverklaring van [getuige] en het opgemaakte proces-verbaal van bevindingen aangaande het horen van [getuige] het tenlastegelegde bewezen.

3.3

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

op 18 april 2018 te Amsterdam, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met verkrachting, door voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga je vermoorden. Ik vermoord je vrouw en je kinderen. Ik pak je vrouw, ik neuk haar en jij gaat kijken. Ik neuk je kinderen" en "Ik ga jou en je familie neuken. Dit wordt een nachtmerrie voor jullie" en "Ik ga je kop eraf halen", althans woorden van gelijke dreigende aard.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

4 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

5 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht en dat hij moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging zonder daarbij een maatregel op te leggen.

De raadsman heeft zich – evenals de officier van justitie – op het standpunt gesteld dat verdachte ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht en dat hij moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

6.1

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte niet strafbaar is en overweegt daartoe het volgende.

Ten aanzien van verdachte is een dubbel rapportage opgemaakt. Psychiater drs. M. Boas overweegt in het verdachte betreffende rapport van 10 juli 2018, zakelijk weergegeven als volgt:

Onderzochte lijdt aan een ziekelijke stoornis, in de zin van schizofrenie, momenteel deels in remissie. Daarnaast is sprake van een stoornis in gebruik van cannabis, ernstig, momenteel in remissie in een gereguleerde setting. Ten tijde van het tenlastegelegde was hiervan eveneens sprake. De schizofrenie stond toen meer op de voorgrond (was nog niet deels in remissie), evenals de stoornis in cannabisgebruik die destijds ernstig was en niet in remissie.

De ziekelijke stoornis beïnvloedde onderzochtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde. Onderzochte was floride psychotisch in kader van zijn schizofrenie, versterkt door - en daarnaast onder invloed van - middelen. […]De psychose en het gebruik van middelen hebben elkaar in negatieve zin versterkt. Er was geen remming meer op de impulsen. Het wordt geadviseerd om onderzochte de tenlastelegging niet toe te rekenen. Naar mening van ondergetekende komt zijn handelen volledig voort uit de destijds bestaande psychose.

GZ-psycholoog M.H. de Groot komt in het verdachte betreffende rapport van 6 juli 2018 tot dezelfde conclusie en hetzelfde advies als drs. M. Boas.

De rechtbank neemt deze conclusie over en volgt dit advies.

Het bewezen geachte kan verdachte derhalve wegens ziekelijke stoornis niet worden toegerekend. Verdachte dient ter zake daarvan dan ook te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank stelt vast dat momenteel met betrekking tot verdachte een rechterlijke machtiging is verleend. Met de deskundigen is de rechtbank van oordeel dat de actueel lopende rechterlijke machtiging en de mogelijkheid om deze om te zetten in een voorwaardelijke machtiging voorziet in het verlagen van het recidiverisico. Een opname in het kader van een strafrechtelijke titel zoals artikel 37 Sr is hiermee niet van meerwaarde. De rechtbank zal dan ook geen maatregel aan verdachte opleggen.

7 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3.3 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met verkrachting

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], voor het bewezene niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging terzake daarvan.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.H. Marcus, voorzitter,

mrs. A.W.C.M. van Emmerik en A.E.M. van Loon, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B. Pünt, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 augustus 2018.