Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:6584

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-09-2018
Datum publicatie
21-09-2018
Zaaknummer
13/665157-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 26-jarige man krijgt 30 maanden gevangenisstraf voor het witwassen van bijna 55.000 euro en het voorhanden hebben van 6 revolvers, 3 pistolen, geluidsdempers en munitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/665157-18

Datum uitspraak: 18 september 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

wonende op het adres [adres] , [woonplaats] ,

gedetineerd in Justitieel Complex “ [naam JC] ” te [plaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 september 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. Kerkhoff, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. G.I. Roos, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1. hij op of omstreeks 13 maart 2018, te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een geldbedrag van 54.950,50 euro, althans een groot geldbedrag, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemd geldbedrag en/of goed(eren), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededaders wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven geldbedrag - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 13 maart 2018, te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een geldbedrag van (ongeveer) 54.950,50 euro, althans een groot geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededaders wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven geldbedrag onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf

2. hij op of omstreeks 13 maart 2018 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) van een materiaal bevattende een hoeveelheid/hoeveelheden verdovende middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II en/of lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, (ondermeer) voorhanden heeft gehad - goederen die geschikt zijn om verdovende middelen mee te prepareren waaronder sealmateriaal en/of een drukpers (allen) aangetroffen te Amstelveen op 13 maart 2018;

3. hij op of omstreeks 13 maart 2018, te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen een of meerdere wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een of meerdere vuurwapen(s) in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van

4. een of meerdere pist(o)ol(en) (zes stuks)

5. een of meerdere revolver(s) (drie stuks)

en/of

munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de categorie III, te weten

- een of meerdere stuks munitie van verschillende kalibers

en/of

patroonmagazijnen in de zin van artikel 2 lid 1, categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten

- een of meerdere patroonmagazijnen (zeven stuks)

voorhanden heeft/hebben gehad;

4. hij op of omstreeks 13 maart 2018, te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen een of meerdere wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie I onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten een of meerdere geluiddemper(s) (vier stuks) voor een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Vormverzuim?

De raadsman van verdachte heeft, kort gezegd, betoogd dat de doorzoeking van het appartement waar verdachte verbleef onrechtmatig was, omdat de rechter-commissaris op basis van de destijds beschikbare informatie in redelijkheid geen machtiging tot die doorzoeking had mogen afgeven. Dit vormverzuim dient ertoe te leiden dat de uit de doorzoeking voortvloeiende vondst van het geld, het sealmateriaal en de drukpers, de vuurwapens, munitie, patroonmagazijnen en geluiddempers, van het bewijs moeten worden uitgesloten, zodat de verdachte integraal vrijgesproken dient te worden, aldus de raadsman.

Dit verweer is te beschouwen als een verweer bedoeld in artikel 359a lid 1, aanhef en onder b van het Wetboek van Strafvordering. Van de verdediging die een dergelijk verweer opwerpt, mag worden verlangd dat duidelijk en gemotiveerd aan de hand van de in het tweede lid van dat artikel genoemde factoren wordt beargumenteerd dat het gestelde vormverzuim tot bewijsuitsluiting dient te leiden. Die factoren zijn:

- het belang dat het geschonden voorschrift dient,

- de ernst van het verzuim en

- het nadeel dat daardoor is veroorzaakt.

Daarbij geldt dat het belang van de verdachte dat het gepleegde feit niet wordt ontdekt niet kan worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang, zodat een eventuele schending van dit belang als gevolg van een vormverzuim niet een dergelijk nadeel oplevert.

Aangezien de raadsman in deze zaak over de voornoemde factoren onvoldoende heeft gesteld – meer in het bijzonder is niet, althans onvoldoende aangevoerd welk nadeel verdachte heeft ondervonden – wordt het verweer reeds om die reden verworpen.

3.2.

Vrijspraak voorbereidingshandelingen overtreden van de Opiumwet

Verdachte wordt onder 2 kort gezegd verweten dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het verrichten van voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen om opzettelijk de Opiumwet te overtreden, door goederen die geschikt zijn om verdovende middelen mee te prepareren – waaronder sealmateriaal en/of een drukpers – voorhanden te hebben. De rechtbank acht – met de officier van justitie en de raadsman – niet bewezen hetgeen onder 2 is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. In het appartement waar verdachte verbleef, zijn weliswaar een sealapparaat en sealbags aangetroffen, maar daar is verder geen onderzoek naar verricht. Uit het dossier blijkt niet dat er een drukpers is aangetroffen en evenmin dat er aanwijzingen zijn dat de sealspullen dienden voor de voorbereiding of bevordering van kort gezegd de handel in drugs.

3.3.

Voorhanden hebben wapens, patroonmagazijnen munitie en geluidsdempers

Op 13 maart 2018 is in het appartement waar verdachte verbleef een sporttas gevonden waarin vuurwapens, patroonmagazijnen, munitie en geluidsdempers zaten. Aan verdachte is onder 3 en 4 het voorhanden hebben hiervan ten laste gelegd.

De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling wegens het voorhanden hebben van wapens en munitie in de zin van artikel 13 en/of 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie is vereist, dat sprake is geweest van een meer of mindere mate van bewustheid bij de verdachte omtrent de aanwezigheid daarvan (HR 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1193).

De raadsman heeft betoogd dat verdachte van het voorhanden hebben van vuurwapens, patroonmagazijnen, munitie en geluidsdempers moet worden vrijgesproken, omdat er sterke aanwijzingen zijn dat verscheidene personen in het appartement verbleven dan wel daar toegang toe hadden en verdachte niet zou hebben geweten dat er een sporttas met daarin vuurwapens en munitie in de woning lag. De sporttas was verstopt achter een zitbank en geheel aan het zicht onttrokken. Verdachte heeft verklaard dat hij, gedurende zijn verblijf in de woning, kort voor zijn aanhouding, wel een viertal wapens op tafel heeft zien liggen en deze naar de rand van de tafel heeft verschoven. Hij was ervan geschrokken. Hij weet niet hoe de wapens en sporttas met inhoud in de woning zijn terechtgekomen, en hij heeft de wapens niet meer gezien nadat hij deze op de tafel opzij heeft geschoven, aldus de raadsman van verdachte.

Vaststaande feiten

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Verdachte is op 13 maart 2018 aangetroffen in een appartement waar sprake was van zogenoemde spookbewoning; een woning waar blijkens de Basisregistratie Personen geen personen staan ingeschreven maar die wel wordt bewoond. Hij verbleef daar al een paar weken. Achter de bank waarop verdachte werd aangetroffen en waarop hij naar eigen zeggen sliep, stond een sporttas die anders dan de raadsman stelt niet geheel aan het zicht was onttrokken zoals is te zien op pagina 23 van het dossier. In deze tas zaten de in de tenlastelegging genoemde vuurwapens, munitie en geluidsdempers. Op twee van deze wapens is het DNA van verdachte aangetroffen.

Verklaring verdachte

De rechtbank acht de verklaring van verdachte die erop neerkomt dat hij weliswaar kort voor zijn aanhouding drie of vier vuurwapens die op de tafel in de woonkamer lagen, heeft aangeraakt, maar zich er op de dag van zijn aanhouding niet bewust van was dat die wapens samen met andere wapens en munitie in een sporttas zaten die in het appartement lag waarin hij verbleef, ongeloofwaardig. Verdachte heeft bij zijn verhoor door de politie verklaard dat hij sinds twee weken, in het kader van een vakantie, in Nederland verbleef en heeft verder op nagenoeg elke vraag geantwoord dat hij geen commentaar had. Pas bij de inhoudelijke behandeling – toen duidelijk was dat zijn DNA op twee wapens was aangetroffen – heeft hij verklaard dat er een aantal wapens op tafel lagen, dat hij die opzij heeft geschoven en dat hij gedurende zijn verblijf in het appartement verschillende mensen het appartement in en uit heeft zien lopen. Vragen over wie er dan in de woning kwamen, hoeveel personen dat waren en wat die in de woning deden, heeft verdachte niet willen beantwoorden. Evenmin heeft verdachte willen verklaren hoe hij aan deze verblijfsruimte is gekomen. [naam] , die op 13 maart 2018 ook in het appartement aanwezig was en die van meet af aan heeft verklaard dat hij daar op uitnodiging van verdachte was, heeft op de vraag van de politie of er in de week dat hij daar heeft verbleven nog andere mensen in het appartement zijn geweest, ontkennend geantwoord (pagina 76/77 van het dossier).

Alternatieve lezing door verdachte

De rechtbank acht de mogelijkheid dat anderen – buiten medeweten van verdachte – de wapens die verdachte zegt te hebben aangeraakt in de korte periode voorafgaand aan zijn aanhouding in een grote sporttas hebben gestopt en die tas achter de bank hebben neergezet, onwaarschijnlijk.

Voorhanden hebben

De rechtbank concludeert dat op twee van de wapens die zich samen met de overige wapens, munitie en geluiddempers in de sporttas bevonden, DNA van verdachte is aangetroffen. Gelet op al het vorenstaande – in onderling verband en samenhang bezien met de plaats van het aantreffen van de vuurwapens, munitie en geluiddempers (in een sporttas achter een bank waarop verdachte werd aangetroffen en hij sliep) – is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte zich bewust is geweest van de aanwezigheid van voornoemde voorwerpen en dat hij hierover de beschikkingsmacht had. De rechtbank acht dan bewezen dat verdachte vuurwapens, munitie en geluiddempers voorhanden heeft gehad.

Conclusie

Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 3 en 4 ten laste gelegde.

3.3.

Witwassen

In de woning waar verdachte is aangehouden is in totaal € 54.950,50 aangetroffen. Het geld zat gedeeltelijk in een sporttas (€ 53.500,00) die achter een bank lag en gedeeltelijk in twee tassen die op tafel lagen (€ 1.205,00 en € 245,50) Verdachte is onder 1 het witwassen hiervan ten laste gelegd.

Op grond van het dossier stelt de rechtbank vast dat er in een appartement waar verdachte werd aangetroffen en waar niemand officieel stond ingeschreven, in een sporttas – naast wapens, munitie en geluidsdempers – een bedrag van € 53.500,00 aan contant geld is aangetroffen. Er is geen verklaring voor dat geld. Daarnaast komt uit het dossier naar voren dat verdachte de beschikking had over een (door hem gehuurde) auto met een verborgen ruimte. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, het niet anders kan zijn dan dat het geld dat in de sporttas zat uit enig misdrijf afkomstig is en dat verdachte dit ook wist.

Op grond van hetgeen de rechtbank ten aanzien van de wapens en munitie heeft overwogen, is zij van oordeel dat verdachte ook het geld dat in die tas zat voorhanden heeft gehad.

Verdachte heeft ontkend iets te maken te hebben met het geld of zelfs maar op de hoogte te zijn geweest van de (inhoud van de) sporttas. Aangezien de rechtbank van oordeel is dat verdachte moet hebben geweten dat er een groot geldbedrag in de tas met wapens zat en verdachte geen verklaring heeft gegeven voor de herkomst van het geld, komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde witwassen van het geldbedrag dat in de sporttas zat.

Ten aanzien van de twee geldbedragen (€ 245,50 en € 1.205,00) die zijn aangetroffen in tassen die op een tafel in het appartement lagen, is de rechtbank van oordeel dat daarvan niet gezegd kan worden dat het niet anders kan zijn dan dat die geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn.

3.4.

Geen medeplegen

Aan verdachte is telkens ten laste gelegd dat hij zich tezamen en in vereniging met (een) ander(en) heeft schuldig gemaakt aan de hem verweten gedragingen. De rechtbank ziet in het dossier onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen dat bij het witwassen van het geld en bij het voorhanden hebben van de wapens en munitie sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en een of meer anderen en zal verdachte dan ook van dit onderdeel vrijspreken.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

1. op 13 maart 2018, te Amstelveen, een geldbedrag van 53.500,00 euro, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven geldbedrag – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf;

3. op 13 maart 2018, te Amstelveen, wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten vuurwapens in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van zes pistolen en drie revolvers

en

munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet categorie III, te weten meerdere stuks munitie van verschillende kalibers

en

patroonmagazijnen in de zin van artikel 2 lid 1, categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten zeven patroonmagazijnen,

voorhanden heeft gehad;

4. op 13 maart 2018, te Amstelveen, wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie I onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten vier geluiddempers voor een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering straffen en maatregel

8.1.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vierenvijftig maanden met aftrek van voorarrest, dat de in beslag genomen geldbedragen worden verbeurd verklaard en dat de overige voorwerpen (schroefdoppen en plastic tassen) worden onttrokken aan het verkeer.

8.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat bij een eventueel op te leggen straf in matigende zin zou moeten worden betrokken dat alle vuurwapens ongeladen zijn aangetroffen en niet gebruiksklaar waren en dat verdachte blijkens zijn justitiële documentatie first offender is. De raadsman heeft er verder op gewezen dat in de LOVS-oriëntatiepunten staat dat in het geval van het voorhanden hebben van en revolver of pistool een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden wordt opgelegd en heeft daarbij verwezen naar uitspraken van Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2017:10603) en Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2017:8487).

8.3.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van zes revolvers en drie pistolen, geluidsdempers, patroonmagazijnen en munitie. De wapens waren weliswaar niet gebruiksklaar, maar daar staat tegenover dat twee van de vier geluidsdempers op pistolen waren bevestigd en twee patroonhouders waren voorzien van munitie. Het voorhanden hebben van vuurwapens met bijbehorende munitie is een zeer ernstig feit en kan een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen meebrengen. Verdachte had daarnaast de beschikking over een auto met een verborgen ruimte. Alles wijst er op dat verdachte zich heeft ingelaten met de handel in vuurwapens. De rechtbank ziet aanleiding aansluiting te zoeken bij de landelijke oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), zoals die gelden voor het voorhanden hebben van een pistool of revolver. Daarin wordt als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden genoemd. Daar komt bij dat verdachte ook nog eens ruim € 50.000,00 heeft witgewassen. Witwassen tast de integriteit van het financieel en economisch verkeer aan en ondermijnt de legale economie.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van dertig maanden passend en geboden is.

8.4.

Verbeurdverklaring € 53.500,00

Het in beslag genomen en niet teruggegeven geldbedrag, te weten: € 53.500,00 (nummer 26 op de lijst van in beslag genomen voorwerpen), dat aan verdachte toebehoort, dient te worden verbeurd verklaard en is daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot dat geldbedrag het onder 1 bewezen geachte is begaan.

8.5.

Onttrekking aan het verkeer

De in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten: twee schroefdoppen (nummers 1 en 2 van de lijst met in beslag genomen voorwerpen) en de (plastic) tassen/zakken waarin de wapens en munitie zaten verpakt (nummers 16 tot en met 20 van de lijst met in beslag genomen voorwerpen) dienen onttrokken te worden aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het onder 3 bewezen geachte is begaan en die voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Witwassen

3. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaat met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

4. Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd: € 53.500,00

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

  • -

    1. onderdeel schroefdop (5547042);

  • -

    2. onderdeel schroefdop t.b.v. loop (5547049);

  • -

    16. zak plastic (5543574);

  • -

    17. zak plastic (5543549);

  • -

    18. zak plastic 5543552);

  • -

    19. zak plastic (5543167);

20. schoudertas (5543160).

Gelast de teruggave aan verdachte van:

21. € 1.205,00 (5543295);

22. € 245,00 (5543297);

24. € 20,65 (5543347);

25. € 8,25 (5603066).

Gelast de teruggave aan [naam] van:

23. € 100,00 (5543346).

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,

mrs. A.P. Sno en I. Mannen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Cordia, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 september 2018.

De oudste rechter is buiten staat

dit vonnis te ondertekenen.