Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:6542

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-08-2018
Datum publicatie
17-09-2018
Zaaknummer
13/654065-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van een gewapende overval. DNA-match met sigarettenpeuk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/654065-18 (Promis)

Datum uitspraak: 22 augustus 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

verblijvende op het adres [verblijfadres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 augustus 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.A. Kloos en van wat verdachte en zijn raadsman mr. B. van Nimwegen naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 18 oktober 2003 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van 255 euro en/of 42,5 gram hasj (waarde ongeveer 336 euro) en/of 133,7 gram wiet (waarde ongeveer 998 euro), in elk geval van enig geldbedrag/goed, geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar wiet] en/of [eigenaar 2 wiet] en/of voornoemde [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat hij, verdachte, een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan voornoemde [slachtoffer 1] heeft getoond en/of voorgehouden en/of op voornoemde [slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Neem het niet persoonlijk maar geef me alles wat je hebt", althans woorden van gelijke aard en/of strekking.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Aangever heeft gedetailleerd verklaard en heeft meteen de door de overvaller gerookte sigaretten veilig gesteld en aan de politie overhandigd. Op één van de sigaretten is een volledig DNA-profiel aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. Bovendien voldoet verdachte aan het door aangever gegeven signalement. De officier van justitie acht op grond van het voorgaande het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De conclusie dat er een overval is gepleegd en dat de gerookte sigaret een daderspoor betreft, kan enkel worden gebaseerd op de verklaring van aangever. Volgens de raadsman ontbreekt bijkomend bewijs dat er inderdaad sprake is geweest van een overval. De raadsman is van mening dat het ten laste gelegde daarom niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Aangever heeft in 2003 verklaard dat hij onder bedreiging van een vuurwapen is overvallen in de coffeeshop waar hij werkzaam was. De dader zou voorafgaand aan de overval drie sigaretten hebben gerookt. Na de overval heeft aangever deze sigaretten veilig gesteld en de politie gebeld. De politie heeft vervolgens drie sigarettenpeuken in beslag genomen en voor onderzoek naar het NFI gestuurd. Het NFI heeft 1 van deze sigarettenpeuken onderzocht en daarop is een DNA-profiel aangetroffen dat is opgenomen in de DNA-databank. Het DNA-profiel van verdachte is in oktober 2017 na een andere stafzaak opgenomen in de DNA-databank en vergeleken met de daarin aanwezige DNA-profielen. Op 31 oktober 2017 heeft het NFI een match gevonden tussen het DNA-profiel dat is aangetroffen op de sigarettenpeuk en het DNA-profiel van verdachte. De conclusie van het NFI luidt dat de matchkans kleiner is dan 1 op 1 miljard.

De vraag die voorligt is of op grond hiervan bewezen kan worden dat verdachte zich op 18 oktober 2003 aan een gewapende overval heeft schuldig gemaakt.

Volgens verdachte is het goed mogelijk dat hij in coffeeshop [eigenaar wiet] is geweest omdat hij in die tijd als gebruiker diverse coffeeshops bezocht. Hij kan zich deze coffeeshop echter niet meer herinneren. Wel weet hij zeker dat hij nooit een vuurwapen in zijn handen heeft gehad en dat hij geen overval heeft gepleegd.

Gelet op het DNA-profiel op de sigarettenpeuk gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte in coffeeshop [eigenaar wiet] is geweest. Met de verklaring van aangever en het resultaat van het DNA-onderzoek is strikt genomen aan het wettelijk bewijsminimum voldaan. Dit laat onverlet dat de enige bron voor de overval, de wijze waarop deze is begaan en met name voor de vaststelling dat het DNA-profiel op de sigarettenpeuk een daderspoor betreft, de verklaring van aangever is. Het dossier bevat geen enkel ondersteunend bewijs, in de vorm van camerabeelden, getuigenverklaringen of nadere (forensische) sporen.

Hiermee is het bewijs voor de gehele beschuldiging in feite terug te voeren tot slechts één bewijsmiddel; de aangifte. De rechtbank acht dit onvoldoende om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte destijds een gewapende overval heeft gepleegd. Het tijdsverloop speelt daarbij een rol. Van verdachte kan bijna 15 jaar na dato niet worden verlangd om met een verklaring te komen over wat hij op 18 oktober 2003 heeft gedaan. Verdachte zal van de beschuldiging worden vrijgesproken.

5 Ten aanzien van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert € 1.800,- aan immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. Nu verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken, wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.

6 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. T.T. Hylkema, voorzitter,

mrs. L. Dolfing en C.C.M. Oude Hengel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Drent, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 augustus 2018.