Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:6522

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-09-2018
Datum publicatie
28-03-2019
Zaaknummer
C/13/647319 / KG ZA 18-422
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

kort geding; partijen hebben samengewerkt bij een onderzoek naar het werk van Jheronimus Bosch. Zij zijn het oneens over de vraag wie de rechten heeft op een door één van hen beheerde website waarop onderzoeksresultaten zijn gepubliceerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/647319 / KG ZA 18-422 FB/EB

Vonnis in kort geding van 12 september 2018

in de zaak van

de stichting

BOSCH RESEARCH AND CONSERVATION PROJECT,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

eiseres in conventie bij dagvaarding van 8 mei 2018,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. W.J.G. Maas te Eindhoven,

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. G.J. Bos te Amsterdam.

Partijen zullen hierna de Stichting en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] worden genoemd.

1 De procedure

Ter zitting van 11 juni 2018 heeft de Stichting gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen. Na de eerste termijn is de procedure pro forma aangehouden teneinde partijen de gelegenheid te bieden overleg over een minnelijke regeling te voeren. Bij brief van 25 juni 2018 heeft de Stichting de voorzieningenrechter bericht dat partijen er niet in zijn geslaagd een schikking te treffen, en verzocht om voortzetting van de behandeling voor de re- en dupliek. De mondelinge behandeling is voortgezet op 22 augustus 2018. Ter zitting heeft de Stichting haar eis gewijzigd, maar die eiswijziging ook weer ingetrokken. Beide partijen hebben het woord gevoerd, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan de hand van pleitaantekeningen. Na verder debat is bepaald dat op 12 september 2018 vonnis zal worden gewezen, tenzij partijen voor die datum laten weten dat een vonnis niet langer nodig is. Bij brief van 29 augustus 2018 is namens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verzocht vonnis te wijzen.

Aan de zijde van de Stichting waren op de zitting van 11 juni 2018 aanwezig

[naam 1] ( [functie] ), [naam 2] ( [functie] ) [naam 3] ,

[naam 4] (verbonden aan de Radboud Universiteit), [naam 5] ( [functie] ) en [naam 6] met mr. Maas en zijn kantoorgenote

mr. N. Noesen. Ter zitting van 22 augustus 2018 waren dezelfde personen aanwezig met uitzondering van [naam 6] en mr. Noesen. In haar plaats was mr. L.T. de Groot aanwezig.

Op beide zittingen was [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aanwezig met mr. Bos, en is hij bijgestaan door tolken in de Engelse taal (tijdens de eerste zitting M. van der Kleij en op de tweede zitting P. Molenaar).

2 De feiten

2.1.

De Stichting is opgericht in 2010, met als doel de verdieping van de kennis van het werk van Jheronimus Bosch door middel van nieuw internationaal wetenschappelijk onderzoek, waarbij de nadruk ligt op objectonderzoek met moderne technische hulpmiddelen. Het onderzoek zou met name dienen als wetenschappelijke onderbouwing en ter voorbereiding van de in 2016 ter gelegenheid van het vijfhonderdste sterfjaar van Bosch in Het Noordbrabants Museum georganiseerde tentoonstelling “Jheronimus Bosch - Visioenen van een genie”.

2.2.

Vanaf 2010 heeft een door de Stichting samengesteld team onderzoek gedaan naar het werk en de werkwijze van Jheronimus Bosch. Het onderzoeksteam bestond uit [naam 3] en [naam 4] (beiden kunsthistorici), [naam 7] ((technisch) kunsthistoricus), [naam 8] (fotograaf) en [naam 9] (restaurator).

2.3.

Op enig moment is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij het Project betrokken geraakt (volgens de Stichting eind 2012/begin 2013, volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] al in 2011). Het team zocht iemand die de beeldverwerking voor het project kon doen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , kunstwetenschapper en informaticus, had kennis van en ervaring met zogenoemde stitching en registration technieken. Stitching houdt in dat van een schilderij honderden overlappende foto’s worden gemaakt die elk slechts een klein deel van het schilderij beslaan en die vervolgens digitaal aan elkaar worden gehecht tot één naadloos geheel. Door middel van stitching wordt de indruk gewekt dat het schilderij in zeer hoge resolutie in één opname is gefotografeerd. Registration houdt in dat de gestitchte foto’s in verschillende soorten licht (infrarood, röntgen) perfect over elkaar heen kunnen worden gelegd, waardoor de foto’s en daarmee de verschillende lagen van het schilderij goed met elkaar kunnen worden vergeleken. Door middel van de zogenaamde curtain viewer (een door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ontwikkelde digitale techniek) kunnen de verschillende soorten over elkaar gelegde foto’s als een ‘gordijn’ worden weggetrokken, waardoor de verschillende lagen van het schilderij zichtbaar worden.

2.4.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wilde niet als consultant, maar als wetenschapper aan het project deelnemen. Partijen zijn daarom met de Radboud universiteit overeengekomen (“de Nijmegen-overeenkomst”, die eind 2014 is geformaliseerd) dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor de periode van 1 november 2014 tot en met 31 december 2016 zou worden benoemd tot bijzonder hoogleraar op het terrein van “Visualising Art History”. In die functie zou hij zijn bijdrage aan het onderzoek kunnen verrichten. De leerstoel zou worden bekostigd door de Stichting. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zou een vergoeding van € 30.000,00 per kalenderjaar ontvangen, gerekend van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016, te betalen door de Stichting telkens binnen een maand na ontvangst van de factuur van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .

2.5.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft zich binnen het team onder meer bezig gehouden met de ontwikkeling van een drietal websites:

  • -

    de zogenoemde Onderzoeksportal: een website voor intern gebruik door de teamleden voor de duur van het onderzoek;

  • -

    de zogenoemde Showcase Website: een website met daarop een beperkt aantal schilderijen, bedoeld om de technieken van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te tonen en musea te overtuigen hun schilderijen door het team te laten onderzoeken; en

  • -

    de zogenoemde Publieke Website: op deze website zouden de werken door het publiek kunnen worden bekeken met gebruikmaking van de moderne digitale technieken. Aanvankelijk was het plan dat een externe partij de Publieke Website zou maken, maar uiteindelijk zijn partijen op 11 juni 2014 mondeling overeengekomen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat zou gaan doen.

2.6.

De ontwikkeling van de Publieke Website ging gepaard met problemen. In een e-mail van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan [naam 7] van 11 maart 2016 staat daarover onder meer het volgende:

“(…)

1. I agreed to take on the responsibility and massive additional time commitment as the main designer and developer of the site in exchange for the following:

  • -

    a) I would have de facto authority over how the money allocated to the website was spent;

  • -

    b) (…)

  • -

    c) Since I rely on the inputs of others, the responsibility for meeting any website deadlines would be shared among myself and all those providing necessary inputs; and

  • -

    d) (…)

These conditions are reasonable and were agreed upon. They follow one of by oft-stated credos that I will never willingly accept responsibility without authority.

(…)

3. As part of 1 (a), I made a proposal to the board on the night of my oratie (late November 2014) for how I wanted the money to be spent, namely that I wanted it to go to support continued future development of the site, future graduate students, and further Bosch-related events. However, as of the meeting on Februari 29, I still did not have de facto authority over the allocation of the OCW money of the Getty money (The Getty Foundation heeft een subsidie van € 175.000,00 verstrekt voor ‘an interactive web application related to panel paintings by Hieronymus Bosch’, vzr.), no Getty money had been spent in support of the site, no plan existed to spend the Getty money, and no alternate arrangement had been made to compensate me for designing and building the site or for providing its revolutionary viewer technology. (…)

4. At our most recent meeting at the Escorial, I indicated that in order to meet the project’s desired deadline for the site, I needed several things within 3 weeks of that meeting, including masked images, scaled and assembled triptychs, a detailed description of any image problems (stiching, registration, and color correction) known to exist, completed and translated web texts, per-artwork bibliographic citations, an annotated bibliographic database, the full texts of the edited research reports completed on the wiki, and others. (…) That meeting was certainly not the first time that the necessity of these inputs was stated, and the short deadline was needed to compensate for the fact that the vast majority of effort before the Escorial meeting, including by me and by Travis, had been devoted to the exhibition and the books. (…)

If you consider the current [Naam] site, which is already the result of thousands of hours of my work and the work of others, to be “merely an embarrassment”, I will be happy to remove your name from it (…)”

2.7.

De Publieke Website was niet gereed voor lancering ten tijde van de tentoonstelling “Jheronimus Bosch - Visioenen van een genie”. Wel zijn toen de onderzoeksresultaten gepresenteerd en is een tweedelig wetenschappelijk naslagwerk uitgebracht.

2.8.

In een e-mail van [naam 4] (verbonden aan de Radboud Universiteit) aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 24 juni 2016 staat onder meer het volgende:

“What is important now is that I (…) confirm that you realized as Radboud professor what was stipulated for. We agreed that this would be only research (i.e. stitching the images and developing the infrastructure to do so, including the IR’s, IRR’s and X-rays, and an infrastructure for the BRCP-team to work with the images).”

2.9.

Nadien heeft de Stichting een voorstel aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gedaan om de ontwikkeling van de Publieke Website vlot te trekken, maar dat heeft niet geleid tot afspraken en de Publieke Website zoals de Stichting voor ogen had, is er niet gekomen. Wel heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op 31 december 2016 een (in de woorden van de advocaat van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ) rudimentaire versie van de Publieke Website openbaar gemaakt (“de [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] website”). Daarop kunnen alle door het team onderzochte werken worden bekeken met behulp van de hiervoor genoemde digitale technieken. De vóór 31 december 2016 door [naam 3] aangeleverde teksten staan ook op deze website. De [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] -website draait onder de domeinnaam [Naam] . [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] had deze domeinnaam op 16 mei 2013 geregistreerd. Als registrerende organisatie had hij daarbij de Stichting vermeld.

2.10.

Eind 2016 beschouwde [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn werkzaamheden voor de Stichting uit hoofde van de Nijmegen-overeenkomst als voltooid. Bij de gedingstukken bevindt zich een factuur gedateerd 1 januari 2017 waarin [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de laatste termijn van

€ 30.000,00 aan de Stichting heeft gefactureerd. De Stichting heeft deze factuur nog niet betaald.

2.11.

De Stichting heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verzocht de [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] -website op een aantal punten (zoals vormgeving en vermelding van sponsoren) aan te passen, teneinde die om te vormen tot de Publieke Website zoals de Stichting voor ogen staat. Daarnaast heeft de stichting [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verzocht om in de website de resultaten te incorporeren van vervolgonderzoek dat na 2016 door de overige teamleden is uitgevoerd naar een schilderij van Jheronimus Bosch waartoe zij eerder geen toegang hadden gekregen, naar een aantal werken dat mogelijk aan Bosch kan worden toegeschreven en naar een aantal werken dat is gemaakt door een bredere kring om Bosch heen, zoals zijn leerlingen. De Stichting wil deze nadere onderzoeksresultaten presenteren tijdens de opening, op 1 december 2018, van een tentoonstelling met als werktitel “Jheronimus Bosch en Driekoningen”. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de verzoeken van de Stichting niet ingewilligd.

2.12.

In een brief van 1 maart 2017 aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de Stichting gesommeerd om haar toegang te geven tot de [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] -website. In deze brief staan onder meer de volgende passages:

“(…) Prior to your involvement in the project my client developed a protocol containing instructions for photography and research of the Jheronimus Bosch paintings. This protocol is protected by copy-rights that are vested in my client. In addition, my client is also the proprietor of the copyrights relating to the photographs (VIS, IR and IRR) made by Mr. [naam 8] . You developed the “curtain viewer” technique and you improved the technique to stitch and to register the VIS, IRO, IRR and X-Ray images. If there are any copyrights related to these works, my client agrees that these copyrights are owned by you. The website is in fact a compilation of the aforementioned protocol, photographs, texts (which works are all protected by copyrights owned by my client and/or the BRCP team members) at one hand and the “curtain viewer” and the stitched images (if protected by copyrights, they are owned by you) on the other hand. The copyrights relating to the content of the website as a whole are therefore jointly owned by my client, the BRCP team members and you. On the basis of this joint ownership you should allow my client (and the other BRCP team members) to access the content of the website. (…)”

2.13.

Op 25 mei 2017 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de registratie van de domeinnaam [Naam] gewijzigd, in die zin dat de naam van de Stichting daarin niet langer voorkomt.

2.14.

In een e-mail aan [naam 4] van 26 juni 2017 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] onder meer geschreven:

“(…) As for the BRCP Board, they now openly admit that their earlier legal letter was indeed a “threat letter” and they insist that I must agree to additional terms before I may consider it to be unwritten, another direct violation of the agreement made during our in-person meeting. In the end it is therefore likely that I will have to delete [Naam] entirely in order to be free from all this, but for the time being it will remain up until I am forced otherwise. (…)”

3 De vordering in conventie

De Stichting vordert, samengevat:

  1. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te bevelen eraan mee te werken dat de leden van het team zelfstandig de databases en/of de website [Naam] kunnen beheren, waaronder mede wordt begrepen de afgifte van de daartoe benodigde inloggegevens;

  2. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te verbieden om (delen van) de databases en/of de website te vernietigen en/of gegevens daarvan aan te passen;

  3. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te bevelen eraan mee te werken dat de domeinnaam [Naam] uitsluitend op naam van de Stichting wordt gesteld;

  4. al het voorgaande op straffe van verbeurte van dwangsommen;

  5. met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten.

4 De vordering in reconventie

Op zijn beurt vordert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , kort gezegd, veroordeling van de Stichting tot betaling van zijn factuur van 1 januari 2017, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, met veroordeling van de Stichting in de proceskosten.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

In de dagvaarding heeft de Stichting primair aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat de weigering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om de Stichting en de teamleden de benodigde inloggegevens te verstrekken neerkomt op een schending van zijn verplichtingen uit de mondeling tussen partijen gesloten overeenkomst. Subsidiair stelt de Stichting dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] onrechtmatig jegens haar en de teamleden handelt omdat de Stichting rechthebbende is op de data op de [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] -website en in de onderliggende databases, dan wel omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn persoonlijke belangen ten onrechte laat prevaleren boven het belang van de Stichting. Aan het slot van de eerste zitting, en tijdens de tweede zitting heeft de Stichting haar vorderingen mede expliciet gebaseerd op de stelling dat de [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] -website een gemeenschappelijk goed is, namelijk het resultaat van de scheppende werkzaamheden van de verschillende teamleden, en dat iedere deelgenoot bevoegd is tot het gebruik van dat gemeenschappelijke goed.

5.2.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert onder meer als verweer dat de meer subsidiaire grondslag (het argument van de gemeenschap) te laat is opgeworpen en wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing moet worden gelaten. Dat verweer wordt verworpen, reeds omdat in de stellingen van de Stichting tijdens de eerste zitting besloten ligt dat een beroep op gemeenschap wordt gedaan, hoewel dat toen niet uitdrukkelijk zo is gepresenteerd. En ook in de sommatiebrief (zie onder 2.12 slot: “On the basis of this joint ownership …”) was het argument al in wezen genoemd. Overigens erkent ook [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zelf in zijn e-mail van 11 maart 2017 aan [naam 7] (zie 2.6: “my work and the work of others …”) met zoveel woorden dat die website het resultaat is van door hemzelf en anderen verrichte werkzaamheden. Daarbij komt voorts dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voldoende tijd heeft gehad om zijn verweer tegen het argument van de gemeenschap voor te bereiden doordat een tweede zitting is ingelast op een ruime termijn. Van strijd met een goede procesorde is dus geen sprake.

5.3.

Partijen zijn het erover eens dat zij (voornamelijk mondeling) afspraken hebben gemaakt die erop neerkomen dat zij zouden samenwerken in het kader van het onderzoek naar het werk en de werkwijze van Jheronimus Bosch. Gedurende enige tijd hebben partijen feitelijk uitvoering gegeven aan de gemaakte afspraken. Maar omdat die afspraken nooit zijn gepreciseerd of op schrift gesteld ten aanzien van de kwesties waarover partijen nu van mening verschillen, en daarnaar in dit kort geding geen onderzoek kan worden gedaan, is de vordering op de primaire grondslag niet toewijsbaar. Hetzelfde geldt voor de subsidiaire grondslag omdat niet vaststaat of aannemelijk is dat de Stichting met uitsluiting van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] rechthebbende is op de data op de [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] -website en de onderliggende databases, en (dus) ook niet dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ten onrechte zijn persoonlijke belangen laat prevaleren boven die van de Stichting.

5.4.

De vordering is – op na te melden wijze – wél toewijsbaar op de meer subsidiaire grondslag daarvan. De samenwerking tussen partijen is immers uitgemond in een intellectuele schepping die is aan te merken als een gemeenschap als bedoeld in artikel 3:166 Burgerlijk Wetboek (BW) en verder. Alle teamleden hebben een aandeel gehad in het verrichte werk, ieder vanuit zijn eigen expertise. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stapte in een gereedstaand project: de keuze voor de te onderzoeken werken was al gemaakt, er lag al een onderzoeksplan, de wetenschappelijke context is door zijn teamgenoten geschapen. Binnen het al bestaande onderzoekteam heeft hij een eigen rol gekregen. Dat die rol gaandeweg groter is geworden dan aanvankelijk bedoeld doordat aan zijn taak het maken van de Publieke Website is toegevoegd, neemt niet weg dat alle teamleden gezamenlijk hebben bijgedragen aan de gemeenschappelijke schepping (de tentoonstelling, de analoge naslagwerken en de [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] -website). Zij zijn dus gezamenlijk rechthebbenden op die gemeenschappelijke schepping, ook indien wordt aangenomen dat sprake is van een onevenredig grote inbreng door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , zoals hij stelt. De wijze waarop het budget voor de ontwikkeling van de website is of wordt aangewend – wat daarvan zij – is in dit verband niet van belang.

5.5.

Partijen dienen hun verdere handelen af te stemmen op het voormelde uitgangspunt. Dat betekent dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , met respectering van zijn legitieme belangen (waarover hierna), alsnog moet meewerken aan doorontwikkeling van de [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] -website tot de Publieke Website die partijen voor ogen heeft gestaan. Hij moet desgewenst wel, en binnen redelijke grenzen, (financieel) worden gecompenseerd voor zijn werkzaamheden in dat verband. De vraag naar omvang van die compensatie is nu echter niet voorgelegd.

Het argument dat het nooit de bedoeling was om de resultaten van het vervolgonderzoek te vermelden op de Publieke Website, kan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet baten. Deelgenoten in een gemeenschap zijn verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid. In redelijkheid kan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich niet verzetten tegen aanvulling van de website met meer recente onderzoeksgegevens, gelet op het doel met het oog waarop de onderhavige gemeenschap is ontstaan.

5.6.

De verplichting van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] strekt niet zo ver dat hij kan worden gehouden tot afgifte van de inloggegevens van de [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] -website aan de Stichting. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wil die gegevens niet aan de Stichting verstrekken omdat de Stichting met die inloggegevens ook kennis zou kunnen nemen van de broncodes van de website en die broncodes vervolgens zou kunnen gebruiken. Dat is bezwaarlijk omdat de Stichting dan toegang heeft tot broncodes van de door hem gebruikte software die ten dele door hem is ingekocht en ten dele door hem zelf is ontwikkeld. Aldus zou inbreuk worden gemaakt op de auteursrechten van derden en van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zelf op die software. De Stichting heeft daartegen onvoldoende ingebracht.

5.7.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal de Stichting desverlangd wél in staat moeten stellen de website op nader door partijen overeen te komen wijze te bewerken en aan te vullen, zulks met inachtneming van de maatstaven van redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding tussen de deelgenoten beheersen (zie artikel 3:166 lid 3 BW). Partijen zullen daarover met elkaar in gesprek moeten treden. Bij problemen zullen zij de rechter kunnen aanzoeken of een mediator kunnen inschakelen. Een daartoe strekkende vordering ligt in het petitum (als ‘het mindere’) voldoende kenbaar besloten. Bij het uit te spreken bevel past geen dwangsom.

5.8.

Het gevorderde verbod tot vernietiging van de [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] -website en de daaronder liggende databases zal worden toegewezen, nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] die mogelijkheid heeft genoemd (zie 2.14 slot). Aan het uit te spreken verbod zal een dwangsom worden verbonden, die zal worden gematigd en gemaximeerd als in de beslissing vermeld.

5.9.

Bij het vorenstaande past dat de domeinnaam [Naam] aan de gemeenschap dient te worden overgedragen. De gemeenschap wordt immers bestuurd en vertegenwoordigd door de Stichting, zoals ook blijkt uit de aanvankelijk registratie – door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zelf – op naam van de Stichting. Het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat de latere wijziging van de registratie niet tot doel heeft de Stichting buiten spel te zetten, maar verband hield met zijn verhuizing naar Nederland (hij is afkomstig uit de Verenigde Staten) is niet relevant. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal dus worden bevolen mee te werken aan overdracht van de domeinnaam aan de Stichting. Ook aan dit bevel zal een – gematigde en gemaximeerde – dwangsom worden verbonden.

5.10.

De proceskosten zullen tussen partijen worden gecompenseerd om de volgende redenen, in samenhang bezien. De procedure is onder meer het gevolg van onduidelijke afspraken over de samenwerking. Het is met name aan de Stichting te wijten dat de partijen met elkaar van start zijn gegaan zonder duidelijke contractuele basis. Daarnaast is ruis op de lijn ontstaan ten gevolge van gebrekkige communicatie, waarvoor partijen een gedeelde verantwoordelijkheid hebben. Daarbij komt dat het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ten aanzien van de broncodes niet ongegrond is.

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

Niet in geschil is dat de Stichting de laatste factuur van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet heeft voldaan. Zij stelt daartoe niet gehouden te zijn zolang de Publieke Website niet is opgeleverd zoals overeengekomen. Dat verweer gaat niet op. Voorshands is niet aannemelijk dat het opleveren van de Publieke Website deel uitmaakte van de verplichtingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op grond van de Nijmegen-overeenkomst. De e-mail van [naam 4] van 24 juni 2016 (zie 2.8) biedt steun aan de stelling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat hij heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit die overeenkomst. Daarmee staat niets aan betaling van de factuur in de weg.

6.2.

Partijen zijn een betalingstermijn van een maand na ontvangst van de factuur overeengekomen. De Stichting bestrijdt de factuur te hebben ontvangen voordat zij deze ‘relatief recent’ ontving van de advocaat van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . Dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de factuur daadwerkelijk op 1 januari 2017 aan de Stichting heeft gestuurd, is tegenover deze betwisting voorshands onvoldoende aannemelijk gemaakt. Zo is bijvoorbeeld geen begeleidende e-mail overgelegd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft ook geen betalingsherinneringen gestuurd. Onduidelijk is op welke datum de Stichting de factuur via de advocaat van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft ontvangen. Het had op de weg van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gelegen om dat op te helderen. Daarom zal de gevorderde rente worden toegewezen met ingang van de dag van dagvaarding. Niet de gevorderde handelsrente, maar de wettelijke rente zal worden toegewezen. Het gaat hier immers niet om een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW maar om de bekostiging van een leerstoel.

6.3.

Op dezelfde gronden als hiervoor onder 5.10 genoemd, zullen de proceskosten tussen partijen ook in reconventie worden gecompenseerd zoals na te melden.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1.

beveelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ten aanzien van de website en de databases de Stichting desverlangd in staat te stellen de website op nader overeen te komen wijze te bewerken en aan te vullen,

7.2.

verbiedt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om (delen van) de databases en/of de website [Naam] te vernietigen of gegevens daarvan aan te passen of te verwijderen,

7.3.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan de Stichting een dwangsom te betalen van € 5.000,00 ineens voor iedere overtreding van het onder 7.2 uitgesproken verbod, te vermeerderen met € 1.000,00 voor iedere dag of dagdeel dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

7.4.

beveelt Erdman om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis op eigen kosten al datgene te doen wat van zijn zijde nodig is om te bewerkstelligen dat de domeinnaam [Naam] uitsluitend op naam van de Stichting wordt gesteld en dat de Stichting zonder enige restrictie over deze domeinnaam kan beschikken,

7.5.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan de Stichting een dwangsom te betalen van € 5.000,00 ineens indien hij niet voldoet aan het onder 7.4 uitgesproken bevel, te vermeerderen met € 1.000,00 voor iedere dag of dagdeel dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

7.6.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.7.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

7.8.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

7.9.

veroordeelt de Stichting tot betaling, binnen acht dagen na betekening van dit vonnis, van de factuur van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 1 januari 2017 ten bedrage van

€ 30.000,00 (zegge: dertigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2018 tot de dag van volledige betaling,

7.10.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.11.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zijn dat iedere partij de eigen kosten draagt,

7.12.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.B. Bakels, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2018.1

1 type: eB coll: mb