Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:6478

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-08-2018
Datum publicatie
18-09-2018
Zaaknummer
13/047806-04 2018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

TBS-verlenging 1 jaar. Vreemdeling met Marokkaanse nationaliteit is ongewenst in Nederland.. Weigerachtige houding tav behandeling TBS en daarop volgende repatriëring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/047806-04

Beslissing op de op 11 juni 2018 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 8 juni 2018 in de zaak tegen:

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1978,

thans verblijvende in [naam instelling] .

die bij arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 18 september 2006 ter beschikking gesteld werd, teneinde van overheidswege te worden verpleegd, welke terbeschikking-stelling laatstelijk bij beslissing van deze rechtbank van 7 september 2017 voor de tijd van één jaar werd verlengd.

De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met twee jaren.

De procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

  • -

    het op 25 mei 2018 op grond van artikel 509o, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies van [naam instelling] , strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met twee jaren, alsmede de daarbij overgelegde aantekeningen;

  • -

    het op 24 augustus 2018 uitgebrachte aanvullende advies van [naam instelling] , strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar;

  • -

    een rapport van psychiater dr. P.J.A. van Panhuis, opgemaakt in opdracht van de raadsman van de terbeschikkinggestelde.

De rechtbank heeft op 29 augustus 2018 de officier van justitie mr. S. Sondermeijer, de terbeschikkinggestelde en diens raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Haarlem, alsmede de deskundigen G. Stuyling-de Lange en W. Veldsema, als respectievelijk hoofd behandelaar en maatschappelijk werker verbonden aan [naam instelling] , ter openbare zitting gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De beoordeling

Aan genoemd advies van [naam instelling] van 25 mei 2018 wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:

Kernproblematiek

In [naam instelling] wordt de classificatie, zoals deze op 7 april 2015 is opgesteld door het Pieter Baan Centrum, als uitgangspunt genomen. Hierin wordt gesteld dat bij betrokkene sprake is van een psychotische stoornis NAO, van misbruik van alcohol (onder toezicht staand) en van persoonlijkheidsproblematiek. De paranoïde vervorming van feiten en van intenties van anderen komt ook in [naam instelling] naar voren en is dusdanig aanwezig dat dit het opbouwen van een positieve behandelrelatie en deelname aan behandelonderdelen in de weg staat.

Behandelverloop en risicotaxatie

Betrokkene heeft tot op heden vermijdend gedrag laten zien en omdat de indruk is dat hij dit inzet als coping en als strategie om zich staande te kunnen houden, is besloten hem vanaf zijn opname in [naam instelling] geen behandeldruk op te leggen. Zodra hem behandeldruk wordt opgelegd, neemt zijn wantrouwen en achterdocht toe en daarmee tevens de kans op verzet en weerstand. In eerste instantie lijkt dit een positief resultaat lijkt te hebben gehad. Betrokkene nam deel aan de arbeid op de afdeling vrijetijd, werkte mee aan het cultureel interview, was vriendelijk in het contact en prettig aanwezig op de afdeling, maar na enkele maanden ontwikkelde zich eenzelfde beeld en situatie als door de voorgaande klinieken werd beschreven.

In de kliniek is sprake van een moeizame samenwerking met betrokkene. Hij heeft

de neiging om te splitsen, toont zich achterdochtig in het contact, projecteert zijn

wantrouwen op de omgeving, zoekt voortdurend de strijd en het is lastig om niet in een conflict met hem te geraken. Eenmaal bij hem in ongenade gevallen, kom je er niet snel meer uit. Afspraken worden door betrokkene nauwelijks nageleefd. Door de persisterende weigerachtige houding van patiënt ten aanzien van deelname aan psychodiagnostisch onderzoek en behandeling is in [naam instelling] , heeft geen behandeling kunnen plaatsvinden

Betrokkene is tot ongewenst vreemdeling verklaard en zal terug moeten keren naar

zijn land van herkomst, [geboorteland] . Zijn repatriëring moet conform het beleidskader “Repatriëring vreemdelingen in de TBS” verantwoord zijn. Het moet veilig zijn voor de Nederlandse maatschappij alsook voor de samenleving in het land van herkomst. Met het oog op het verminderen van het delictrisico dienen, alvorens hij naar [geboorteland] terug zou kunnen keren, in de behandeling nog de nodige stappen te worden gezet. Een terugkeer naar [geboorteland] zal naar verwachting bij hem voor veel stress zorgen, voor destabilisatie en daarmee een hoog recidiverisico opleveren. Hij wil niet terug, heeft daar geen netwerk, komt uit een zeer arm gebied en er is niets geregeld rondom werk en huisvesting. Ook heeft hij in Nederland naar eigen zeggen geen familie meer wonen. In [geboorteland] zullen beschermende factoren als hulpverlening en een woonsituatie met intensief toezicht het risico naar verwachting iets verminderen. In de vrije maatschappij, bij beëindiging van de TBS-maatregel op voorwaarde van vertrek naar [geboorteland] , wordt de kans op gewelddadig gedrag op dit moment ingeschat als hoog.

Koers en advies

In het afgelopen jaar is geïnvesteerd in een samenwerkingsrelatie met betrokkene omdat de behandeling pas van start kan zodra hij hier in enige mate voor openstaat en aan meewerkt. Er is echter weinig veranderd op dit gebied. Hoewel er geen sprake is geweest van ernstige incidenten of van agressie, is er ook geen sprake geweest van vooruitgang.

Geconcludeerd kan worden dat er een impasse is ontstaan. De inschatting is dat medicatiegebruik van positieve invloed zou kunnen zijn op het verminderen van de achterdocht van betrokkene en daarmee tevens een positieve invloed zou kunnen hebben op de behandelrelatie. Ook hiervoor staat hij niet open. Op dit moment worden er gronden gezien voor een dwangtraject om de behandelimpasse te doorbreken.

Door de persisterende houding van betrokkene om zich niet te conformeren aan de gestelde voorwaarden en behandeling, is zijn pathologie onbewerkt gebleven en daarmee het recidiverisico onverminderd aanwezig.

Om de repatriëring naar [geboorteland] op verantwoorde wijze te kunnen laten plaatsvinden is verdere behandeling met als doel het vergroten van de vaardigheden van patiënt en ter vermindering van de risicofactoren noodzakelijk. De inschatting is dat dit langer dan één jaar in beslag zal nemen. Geadviseerd wordt om de maatregel te verlengen met twee jaren.

In een aanvullend advies van 26 augustus 2018 heeft [naam instelling] geadviseerd om de maatregel met één jaar te verlengen. Aan dit advies wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:

Op 26 mei 2018 heeft er een behandelbespreking plaatsgevonden, waarbij de persisterende weigerachtige houding van betrokkene ten aanzien van de behandeling aan de orde is gekomen. Hij is ontwrichtend aanwezig op de afdeling, heeft een sterk negatieve invloed op de patiëntengroep en intimideert leden van het behandelteam. Hierop is besloten de structuur en kaders rond betrokkene aan te scherpen, zodat hij het afdelingsmilieu niet langer kan ontwrichten. Aan hem wordt onder meer een kamerprogramma opgelegd. Bij ontoelaatbaar gedrag volgt kamerinsluiting dan wel een time-out.

Op 10 juli 2018 is door het behandelteam besloten om in kader van de ontwrichting van de patiëntengroep, het onveilig voelen van de sociotherapie en het feit dat de behandeling niet van de grond komt, de procedure dwang te gaan starten.

Op 24 juli 2018 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen onder meer betrokkene en de hoofdbehandelaar, omdat hij had aangegeven bereid te zijn de twee behandelonderdelen (psychotherapie en de intake module training) te volgen, mits het dwangmedicatietraject niet zou worden doorgezet.

Op 9 augustus 2018 is een constructief gesprek geweest met onder meer de raadsman mr. Ytsma, en betrokkene, over de verbetering van de samenwerking. Tijdens dit gesprek is onder meer het volgende afgesproken:

  • -

    bij medewerking aan diagnostiek en behandeling en wanneer er vooruitgang wordt geboekt ten aanzien van het verminderen van het recidiverisico, zal er geen sprake zijn van het starten van een dwangtraject voor medicatiegebruik;

  • -

    betrokkenen gaan akkoord met het organiseren van een zorgconferentie en met het betrekken van een onafhankelijk psychiater bij het traject van betrokkene.

De deskundigen hebben dit advies ter zitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld.

De deskundige Stuyling-de Lange heeft onder meer verklaard dat betrokkene zich tot nu toe aan de afspraken heeft gehouden. Wat de kliniek betreft ligt er een mooi plan waaraan betrokkene zijn medewerking heeft toegezegd, maar hij kan niet onbehandeld terug naar [geboorteland] . Het is lastig te zeggen hoe lang een behandeling duurt. Het advies van de kliniek om de tbs met één jaar te verlengen hoeft qua verwachtingen niet negatief uit te pakken. Over een jaar zal de repatriëring niet rond zijn. Het is een toetsmoment en een poging om tot verdere samenwerking te komen.

De deskundige Veldsema heeft onder meer verklaard dat er een mogelijkheid is voor het verkrijgen van een laissez-passer als er meer over de personalia van betrokkene bekend wordt. Daarvoor is een geboorteakte van betrokkene nodig. De kliniek wil graag in contact komen met de familie van betrokkene in [geboorteland] . Een repatriëringstraject duurt lang, ongeveer een half jaar tot een jaar.

Aan het rapport van psychiater P.J.A. van Panhuis wordt het volgende ontleend.

De psychiater kan geen volledige diagnostische beschouwing geven omdat de vraag

beperkt is geweest en het onderzoek ook. Dat er bij betrokkene een verslavingsstoornis is die onder invloed van behandeling in langdurige remissie is, is een diagnostische bewering die zonder veel twijfel gedaan kan worden. Dat er daarnaast aanwijzingen zijn voor het bestaan van een persoonlijkheidsstoornis is goed voorstelbaar, maar het onderzoek was te beperkt om zonder meer een dergelijke stoom is te classificeren. De stijl van afweer van betrokkene kan goed kan passen bij een persoonlijkheidsstoornis.

Er is geen enkele aanwijzing, noch uit de stukken, noch uit het eigen onderzoek, voor het bestaan van een psychotische stoornis. Als er geen psychotische ziekte bestaat, is er ook geen aanleiding voor dwangmedicatie van antipsychotische aard.

De rechtbank overweegt het volgende.

In de verlengingsbeslissing van 7 september 2017 heeft de rechtbank onder meer overwogen dat sprake was van een impasse. De terbeschikkinggestelde is gedurende zijn verblijf in de verschillende tbs-klinieken niet behandeld en hij is gelet op een uitspraak van de Raad van State van 4 augustus 2017 ongewenst in Nederland. Om op een verantwoorde wijze naar [geboorteland] terug te keren is het noodzakelijk dat hij eerst wordt behandeld. Pas dan kan een repatriëringsplan slagen. De rechtbank heeft toen de termijn van de tbs met één jaar verlengd om de situatie te kunnen monitoren.

De rechtbank overweegt dat de situatie op dit moment vergelijkbaar is. Uit de hiervoor weergegeven adviezen en rapporten blijkt dat betrokkene nauwelijks behandeling heeft ondergaan. Het recidiverisico is onverminderd hoog. Zolang de terbeschikkinggestelde niet meewerkt aan de behandeling in [naam instelling] zal het recidiverisico niet voldoende afnemen en zal de tbs-maatregel naar verwachting telkens dienen te worden verlengd.

De rechtbank stelt verder vast dat de – kort gezegd – weigerachtige houding ten aanzien van de behandeling en daarop volgende repatriëring naar [geboorteland] verschillende malen met de terbeschikkinggestelde is besproken. Om de behandelimpasse te doorbreken zag de kliniek gronden voor een dwangmedicatietraject, waarna de terbeschikkinggestelde kort geleden heeft aangegeven bereid te zijn de behandelonderdelen psychotherapie en de intake module training te volgen, mits het dwangmedicatietraject niet zou worden doorgezet.

Hoewel de officier van justitie terecht heeft gewezen op vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waaruit als uitgangspunt volgt dat wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dat de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling van één jaar, de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met twee jaren, ziet de rechtbank, met name gelet op het aanvullende advies van de kliniek van 24 augustus 2018, aanleiding om de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen.

De rechtbank acht het van belang dat de in de kliniek besproken behandelonderdelen worden voortgezet en ziet het belang om de voortgang van de maatregel na het komende jaar weer te toetsen.

Gelet op voormelde adviezen, het verhandelde ter zitting en de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. J.H.J. Evers, voorzitter,

mrs. F.W. Pieters en L. Dolfing, rechters,

in tegenwoordigheid van E.J.M. Veerman, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 29 augustus 2018.

De voorzitter is buiten staat

mede te ondertekenen

.