Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:6205

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-08-2018
Datum publicatie
31-08-2018
Zaaknummer
13/701726-18 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 26-jarige man krijgt een jaar gevangenisstraf voor de diefstallen die hij tussen 30 april en 2 mei pleegde in het centrum van Amsterdam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/701726-18 (Promis)

Datum uitspraak: 29 augustus 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in het Huis van Bewaring “ [huis van bewaring] ” te [plaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
15 augustus 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M. Lobregt en van wat verdachte en zijn raadsman mr. K.Y. Ramdhan naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt – kort gezegd – beschuldigd van diefstallen die hij bij verschillende personen heeft gepleegd. Het betreft diefstal van een portemonnee:

  • -

    toebehorende aan [naam 1] , op 30 april 2018;

  • -

    toebehorende aan [naam 2] , op 30 april 2018;

  • -

    toebehorende aan [naam 3] , op 30 april 2018;

  • -

    toebehorende aan [naam 4] , op 1 mei 2018;

  • -

    toebehorende aan [naam 5] , op 2 mei 2018;

  • -

    toebehorende aan [naam 6] , op 2 mei 2018.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten op basis van de bekennende verklaring van verdachte en de overige stukken in het dossier, wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging


De verdediging refereert zich voor het bewijs in de ten laste gelegde feiten aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de feiten 2 tot en met 6 zoals die ten laste zijn gelegd bewezen, gelet op de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte.

De rechtbank constateert dat van feit 1, anders dan van de andere feiten, geen camerabeelden zijn waarop verdachte is herkend. Uit de opgenomen bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte steeds gebruik maakt van dezelfde modus operandi. Verdachte benadert uitsluitend toeristen en toont hen een krant, plattegrond of ander soort papier waarna hij de toeristen vraagt of zij deze van hem willen kopen. Bij het tonen van het papier, positioneert verdachte het papier zo dat het weg te nemen goed aan het zicht van de eigenaar wordt onttrokken. Vervolgens kan hij ongezien het goed oppakken en wegnemen. Op grond van de bekennende verklaring van verdachte en de omstandigheid dat bij feit 1 de hierboven beschreven modus operandi is toegepast, acht de rechtbank ook het onder feit 1 ten laste gelegde bewezen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

1.

(2018086490 - [naam 7] , [adres 1] )

op 30 april 2018 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [naam 1] ;

2.

(2018086391 - [naam 8] , [adres 2] )

op 30 april 2018 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [naam 2] ;

3.

(2018086224 - [naam 9] , [adres 3] )

op 30 april 2018 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [naam 3] ;

4.

(2018086924 - [naam 10] , [adres 4] )

op 01 mei 2018 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [naam 4] ;

5.

(2018087859 - [naam 11] , [adres 5] )

op 02 mei 2018 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [naam 5] ;

6.

(2018088036 - [adres 6] )

op 02 mei 2018 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee, toebehorende aan [naam 6] .

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden, met aftrek van voorarrest.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat, gelet op de psychologische en psychiatrische rapportages die van cliënt zijn opgemaakt, dat de feiten in verminderde mate aan verdachte zijn toe te rekenen. Daarnaast heeft de verdediging verzocht aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zestal diefstallen waarbij hij steeds portemonnees van toeristen heeft weggenomen. De rechtbank vindt de door verdachte gepleegde feiten sterk lijken op zakkenrollerij en heeft daarom voor de op te leggen straf aansluiting gezocht bij Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor dit feit. Volgens het LOVS is ten aanzien van recidive van zakkenrollerij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden per feit passend. De rechtbank neemt dit als uitgangspunt voor het bepalen van de op te leggen straf. Vervolgens bekijkt de rechtbank of er in deze zaak feiten en omstandigheden zijn die oplegging van een lichtere of juist zwaardere straf rechtvaardigen.


De rechtbank weegt in het nadeel van verdachte mee dat hij bij het plegen van de diefstallen steeds dezelfde listige en geraffineerde truc heeft toegepast. Daarnaast rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij alleen toeristen berooft. De diefstal van een portemonnee veroorzaakt voor een buitenlands slachtoffer financieel nadeel en extra ongemak, zoals het verlies van een reisdocument. Daarnaast bevinden zij zich in een voor hen onbekende stad waar voor hen niet direct hulp van familie of vrienden beschikbaar is en weten zij de weg naar autoriteiten minder goed te vinden.

Uit het strafblad van verdachte van 20 juli 2018 blijkt dat hij meermalen is veroordeeld voor diefstal. Hierbij zijn onvoorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd. Kennelijk heeft dit verdachte er niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen, en bovendien met dezelfde modus operandi.

Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van het Pro Justitia rapport van 17 juli 2018, opgemaakt van verdachte door psychiater M. van Berkel en het Pro Justitia rapport van 12 juli 2018, opgemaakt van verdachte door psycholoog R.A. Sterk. Uit beide rapportages kwam naar voren dat er aanwijzingen zijn voor een psychotisch toestandsbeeld bij verdachte, maar zowel de psycholoog als de psychiater kon geen uitspraak doen over de mate van toerekeningsvatbaarheid wegens de weigerachtige houding van verdachte. Doordat er, dankzij de houding van verdachte, geen diagnostische conclusies konden worden getrokken over de toerekeningsvatbaarheid van de feiten aan verdachte, kan de rechtbank de opgemaakte rapportages niet in straf-verminderende zin meewegen.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden een passende straf is.

9 Beslag

Onder verdachte zijn voorwerpen in beslag genomen, zoals weergegeven op de beslaglijst. Deze beslaglijst is als bijlage III aan dit vonnis gehecht en de inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle goederen vermeld op de beslaglijst moeten worden verbeurdverklaart.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Verbeurdverklaring

Nu deze voorwerpen (contant geld in verschillende valuta) geheel of grotendeels door middel van het onder 1 tot en met 5 bewezen geachte zijn verkregen, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde onder de feiten 1 tot en met 6 levert op:

Diefstal, meermalen gepleegd.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd alle goederen zoals vermeld op de beslaglijst, opgenomen als bijlage III bij dit vonnis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,

mrs. O.P.M. Fruytier en A. Meester, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.P.F. Sneeboer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 augustus 2018.