Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:6180

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-08-2018
Datum publicatie
31-08-2018
Zaaknummer
6531328 CV EXPL 17-29056
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Sport Medisch Centrum Amsterdam (SMCA) is aansprakelijk voor de schade die een 8-jarige jongen leed nadat hij een voetbaldoel op zijn hoofd kreeg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2018/167 met annotatie van mr. D.A. Pronk, mr. R.A. Hebly
NJF 2019/8
PS-Updates.nl 2018-0680
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 6531328 CV EXPL 17-29056

vonnis van: 24 augustus 2018

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser]

verder te noemen: [eiser] ,

met machtiging van de kantonrechter procederend als wettelijk vertegenwoordiger van

[naam 1]

verder te noemen: [naam 1]

beiden wonend te [woonplaats]

gemachtigde: mr. W.H. Boomstra

eiser

tegen

1. [gedaagde 1]

verder te noemen: [gedaagde 1] , en haar maten

2. [gedaagde 2]

verder te noemen: [gedaagde 2]

3. [gedaagde 3]

verder te noemen: [gedaagde 3]

allen met woonplaats te [woonplaats] en gekozen woonplaats ten kantore van de gemachtigde:

mr. C.W. Gijsbers

gedaagden.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 11 december 2017 met producties 1 t/m 12

- de conclusie van antwoord met producties A en B

- het instructievonnis van 16 maart 2018

- de dagbepaling comparitie

- de akte verandering en vermeerdering van eis met productie 13

- de zitting op 5 juli 2018, waar zijn verschenen: [eiser] vergezeld van zijn echtgenote met de gemachtigde; [gedaagde 2] in zijn hoedanigheid van maat van [gedaagde 1] vergezeld van [naam zoon] in zijn hoedanigheid van maat van [gedaagde 3] , met de gemachtigde. Partijen hebben op vragen van de kantonrechter hun standpunten toegelicht, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

Op 19 juni 2013 was [naam 1] , destijds 8 jaar oud, voorafgaand aan zijn voetbaltraining op een veld van [naam veld] die om 14:00 uur zou beginnen, op een naastgelegen kunstgrasveld aan het voetballen. Op dat laatste veld stond een verplaatsbaar en inklapbaar ijzeren voetbaldoel dat eigendom was van [gedaagde 1] (verder: het doel). [gedaagde 1] gebruikte dit voor oefeningen met haar patiënten. Het doel werd op dat moment niet door (patiënten van) [gedaagde 1] gebruikt. Het doel was niet verankerd in het veld, de horizontale balken waren niet verzwaard met (bijvoorbeeld) zandzakken of in eiser gevatte betonblokken, en het doel was niet ingeklapt en/of aan de omheining bevestigd.

2.2

Terwijl [naam 1] daar aan het spelen was met de bal, is het doel op zijn hoofd terechtgekomen. [naam 1] heeft daarbij een hoofdwond opgelopen. Zijn vader (eiser), die vlakbij was, heeft [naam 1] aangetroffen met een (gedeeltelijk) ingeklapt doel om hem heen. Een medewerker van [gedaagde 1] , [naam medewerker] , heeft eerste hulp verleend en een verband aangelegd. [eiser] heeft [naam 1] vervolgens naar het AMC gebracht, waar de wond is gehecht en pijnstillers zijn toegediend. Niemand heeft de val van het doel op het hoofd van [naam 1] zien gebeuren.

2.3

[naam 1] heeft nog een litteken aan de linkerzijde van zijn hoofd. Hij voelt zich vaak duizelig, met name in een rijdende auto. Hij heeft verschillende keren de huisarts bezocht met deze klachten en is verwezen naar een neuroloog, die hem ook heeft behandeld. Volgens de verklaring van de GZ-psycholoog [naam psycholoog] horen de symptomen van [naam 1] bij een posttraumatische stressstoornis (PTSS), waarvoor hij in zes sessies is behandeld. Dat heeft een verbetering te zien gegeven maar de behandeling dient te worden voortgezet en voor het slagen daarvan is waarschijnlijk ook een behandeling van [eiser] nodig, aldus de psycholoog.

3 Het geschil

3.1

[eiser] vordert na verandering van eis de verklaring voor recht dat [gedaagde 1] hoofdelijk en [gedaagde 2] en [gedaagde 3] voor gelijke delen aansprakelijk zijn voor de door hem geleden schade. Na vermeerdering van eis vordert [eiser] de hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] en de veroordeling van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] voor gelijke delen tot betaling van een schadevergoeding van € 23.350, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot die van de voldoening, met veroordeling van gedaagden in de proceskosten en de nakosten. [eiser] legt aan de vordering, kort gezegd, ten grondslag dat [gedaagde 1] jegens hem en [naam 1] onrechtmatig heeft gehandeld door het doel op het veld te laten staan zoals zij heeft gedaan, zonder dit te zekeren, in te klappen en op te bergen, of op andere wijze te voorkomen dat het zou kunnen vallen.

3.2

[gedaagde 2] en [gedaagde 3] stellen dat zij weliswaar als maten van [gedaagde 1] zouden kunnen worden aangesproken tot betaling van schadevergoeding wanneer het vermogen van de maatschap [gedaagde 1] daartoe ontoereikend zou zijn, maar dat hen geen onrechtmatig handelen wordt verweten zodat zij niet op die grond aansprakelijk kunnen zijn. Gedaagden stellen voorts dat het onbeheerd laten staan van het doel op zichzelf niet onrechtmatig is. Enig oorzakelijk verband tussen dat feit en de val van het doel op het hoofd van [naam 1] , is niet gesteld noch gebleken. Het doel was niet gebrekkig. Ook zonder verzwaring of verankering valt een doel als dit niet zomaar om. Daartoe moet er een kracht op worden uitgeoefend, zwaarder dan het schieten met een bal tegen de paal. Wellicht is [naam 1] of een van zijn speelkameraden eraan gaan hangen of heeft iemand ertegen geduwd. Hoe dan ook: [gedaagde 1] is niet aansprakelijk omdat oorzakelijk verband tussen haar doen en laten en de schade ontbreekt.

4 De beoordeling

4.1

Zoals met partijen ter zitting besproken, zal de kantonrechter thans alleen oordelen over de vordering sub 1, de verklaring voor recht. Die zal op de hierna te ontwikkelen gronden worden gegeven. Op basis daarvan bereiken partijen wellicht over de omvang van de schadevergoeding overeenstemming, mede gelet op het feit dat [gedaagde 1] wordt bijgestaan door een advocaat van haar verzekeraar NN. Bereiken partijen geen overeenstemming, dan krijgen zij de gelegenheid zich over de omvang van de schade, en het oorzakelijk verband tussen elk van de onderdelen daarvan en de val van het doel op het hoofd [naam 1] , nader uit te laten. In dit opzicht is met name de vermeerdering van eis uiterst mager onderbouwd; niet duidelijk is bijvoorbeeld of [eiser] beoogt ook zijn persoonlijke schade (een mogelijke PTSS, zie 2.3) vergoed te krijgen. Mogelijk is tot slot dat gedaagden van dit vonnis, dat waar de verklaring voor recht wordt gegeven een eindvonnis is, in hoger beroep zullen gaan. In dat geval zal deze procedure voor wat betreft de uitlatingen en het oordeel over de schade-vergoeding worden geschorst, en afhankelijk van het oordeel in hoger beroep over de verklaring voor recht al dan niet worden voortgezet.

4.2

[gedaagde 2] en [gedaagde 3] hebben het gelijk aan hun zijde waar zij stellen dat hen geen verwijt wordt gemaakt of treft, zodat een verklaring voor recht - los van de later te beantwoorden vraag of zij aansprakelijk zijn voor de geleden schade - dat zij uit dien hoofde aansprakelijk zijn, hen niet kan betreffen. De aansprakelijkheid is (voorshands) geen hoofdelijke, nu een medeschuldenaar ontbreekt.

4.3

De oorzaak van de val van het doel staat met geen begin van zekerheid vast. Ter zitting heeft [eiser] - in afwijking van hetgeen hij bij dagvaarding had gesteld - verklaard dat hij van [naam 1] heeft begrepen dat die misschien met de schouder van de achterzijde tegen de doelpaal heeft geduwd, waardoor het doel is gevallen. De kantonrechter gaat veronderstellenderwijs uit van deze oorzaak. De kantonrechter gaat er voorts vanuit dat het doel geheel was uitgeklapt.

4.3

De vraag of [gedaagde 1] , die het doel aldus onbeheerd heeft achtergelaten, aansprakelijk is voor de schade die door de val van het doel is ontstaan, dient te worden beantwoord aan de hand van alle omstandigheden van het geval, waaronder de hoegrootheid van de kans dat hierbij schade zou ontstaan, de mogelijke ernst en omvang van die schade en de bezwaarlijkheid van het nemen van veiligheidsmaatregelen ter voorkoming daarvan.

4.3.1

[gedaagde 1] had haar doel geplaatst op een voetbalveld, van of gelegen naast de velden van [naam veld] , waar naar zij wist met regelmaat voetbaltrainingen worden gegeven. Naar [gedaagde 1] ook wist of had kunnen weten, is het gebruikelijk dat pupillen voorafgaand aan de training op een naastgelegen veld (in)spelen zonder daarvoor aan iemand toestemming te vragen, en dan gebruik maken van de doelen die zich toevallig op dat veld bevinden. Naar iedereen die (zoals de kantonrechter) wel eens een training aan F’jes of E’tjes heeft gegeven weet, en ook [gedaagde 1] zich had moeten realiseren, gaat het onbegeleid voetbalspel van deze pupillen gepaard met stoeien, duwen, trekken en hangen (aan elkaar, aan de bal en aan ander materiaal zoals het doel) en wordt daarbij zelden de oplettendheid in acht genomen die van oudere spelers kan worden verwacht. De kans dat het onbeheerd achterlaten van het doel

- ook al was dit op zich niet gebrekkig en was het volledig uitgeklapt - zou leiden tot schade wanneer doel zou omvallen door het ongecoördineerde spel van de kinderen, beoordeelt de kantonrechter daarom als aanzienlijk. Dat die schade mogelijk ernstig is, is een vanzelfsprekendheid gelet op de hardheid van het ijzer in relatie tot de zachtheid van de kinderhuid en -schedel. Tot slot komt het nemen van veiligheidsmaatregelen door [gedaagde 1] de kantonrechter geenszins bezwaarlijk voor. Die hadden simpelweg kunnen bestaan uit het inklappen van het doel en bevestigen daarvan door een ketting met hangslot aan de omheining, zoals na afloop van trainingen gebruikelijk is.

4.3.2

Mogelijke eigen schuld van [naam 1] - doordat hij tegen het doel heeft geduwd - leidt niet tot vermindering van de vergoedingsplicht van [gedaagde 1] vanwege de leeftijd en de geringe ernst van de fout van [naam 1] tegenover de professionaliteit van [gedaagde 1] en daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheid om ongevallen te voorkomen.

4.4

De kantonrechter oordeelt dus [gedaagde 1] aansprakelijk voor de door [eiser] - in de vorm van het letsel en de herstel- en behandelingskosten van [naam 1] - geleden schade.

De in dat opzicht gevorderde verklaring voor recht wordt gegeven.

4.5

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden en de zaak wordt verwezen naar de rol voor uitlating door partijen over de gewenste wijze van voortprocederen.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1

verklaart voor recht dat [gedaagde 1] aansprakelijk is voor de door [eiser] als wettelijk vertegenwoordiger van [naam 1] , als gevolg van de val van het doel op het hoofd van [naam 1] , geleden schade;

5.2

verwijst de zaak naar de rolzitting van 21 september 2018 voor uitlating door beide partijen over de gewenste wijze van voortprocederen, bij voorkeur door een keuze uit de mogelijkheden die hiervoor onder 4.1 zijn genoemd;

5.3

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en in het openbaar uitgesproken op

24 augustus 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.