Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:6161

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-08-2018
Datum publicatie
29-08-2018
Zaaknummer
13/751792-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Tussenuitspraak. EAB Bulgarije. Nog altijd zijn niet voldoende gegevens verstrekt die het geconstateerde reële gevaar dat de opgeëiste persoon in detentie onmenselijk of vernederend zal worden behandeld, kunnen wegnemen. Heropening onderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751792-17
RK-nummer: 17/591

Datum uitspraak: 7 augustus 2018

TUSSENUITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 4 september 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 1 september 2017 door de officier van justitie verbonden aan het Arrondissementsparket te Burgas, Republiek Bulgarije, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] , Bulgarije, op [geboortedatum] 1978,

ingeschreven in de [BRP adres]
,

gedetineerd in het [detentie adres] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 oktober 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. A.G. de Jong, advocaat te ‘s-Gravenhage en door een tolk in de Bulgaarse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat zij er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

Bij tussenuitspraak van 9 november 2017 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend onder gelijktijdige schorsing van het onderzoek voor onbepaalde tijd.

De behandeling van de vordering is hervat op de openbare zitting van 30 november 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. A.G. de Jong, en door een tolk in de Bulgaarse taal. Op deze zitting is de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden en is de beslissing op het EAB uitgesteld in afwachting van nadere informatie omtrent de detentieomstandigheden in Bulgarije. De beslistermijn is hierbij tevens opgeschort.

De behandeling van de vordering is hervat op de openbare zitting van 22 februari 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. A.G. de Jong, en door een tolk in de Bulgaarse taal. Op deze zitting is de zaak opnieuw aangehouden –voor bepaalde tijd: 5 april 2018 – en is de uitstelbeslissing gehandhaafd.

De behandeling van de vordering is hervat op de openbare zitting van 5 april 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. A.G. de Jong, advocaat te Den Haag en door een tolk in de Bulgaarse taal. Op deze zitting is de zaak opnieuw aangehouden – voor onbepaalde tijd – en is de uitstelbeslissing gehandhaafd.

De behandeling van de vordering is hervat op de openbare zitting van 24 juli 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. A.G. de Jong, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Bulgaarse taal.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Bulgaarse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van het volgende:

Een voorgerechtelijk onderzoek nr. 246/2017 conform de registratie van de Regionale politie te Burgas, registratie nummer 348/2017 en nummer 16063/2017 van het Arrondissementsparket Burgas, in het kader waarvan [opgeëiste persoon] (persoonsnummer 7806238446) op 30 juni 2017 als verdachte is aangemerkt.

Bij de stukken bevindt zich een ‘Beschikking omtrent aanhouding van verdachte’, gedateerd

1 september 2017 en afgegeven door het Arrondissementsparket Burgas.

Deze beschikking heeft betrekking op het onderzoek met kenmerk 246/2017 en houdt in dat de opgeëiste persoon [opgeëiste persoon] dient te worden aangehouden (…) op het grondgebied van de Republiek Bulgarije, met het oog op zijn voorgeleiding in de rechtbank in Burgas (…).

De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 9 november 2017 en het proces-verbaal van 30 november 2017 waaruit volgt dat deze beschikking als het nationaal aanhoudingsbevel moet worden beschouwd en als zodanig de grondslag voor het EAB vormt. Die overwegingen dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

De overlevering wordt aldus verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van Bulgarije strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 14, te weten:

moord en doodslag, zware mishandeling

Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op de feiten naar het recht van Bulgarije een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a OLW

De rechtbank stelt vast dat het EAB betrekking heeft op feiten die geacht worden gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW verbiedt in een dergelijk geval de overlevering voor deze feiten.

De officier van justitie heeft echter overeenkomstig artikel 13, tweede lid, OLW gevorderd dat wordt afgezien van de weigeringsgrond en daartoe de volgende argumenten aangevoerd:

  • -

    de strafrechtelijke vervolging is reeds in Bulgarije aangevangen;

  • -

    de noodzakelijke bewijsmiddelen bevinden zich op het grondgebied van Bulgarije.

Het voorgaande brengt volgens de officier van justitie mee dat uit het oogpunt van een goede rechtsbedeling overlevering aan de Bulgaarse autoriteiten dient plaats te vinden en overname van de strafzaak door Nederland niet de voorkeur verdient.

De rechtbank stelt voorop dat artikel 13, tweede lid, OLW haar slechts een marginale toetsing van de vordering van de officier opdraagt en voor een verdergaande beoordeling geen ruimte biedt. Gelet op de door de officier van justitie aangevoerde argumenten heeft de officier van justitie in redelijkheid tot haar vordering kunnen komen. Er dient dan ook te worden afgezien van de in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW bedoelde weigeringsgrond.

6 Detentieomstandigheden, artikel 4 Handvest

6.1

Inleiding

De rechtbank verwijst naar haar overwegingen in de processen-verbaal van 30 november 2017, 22 februari 2018 en 5 april 2018. De rechtbank herhaalt uit het proces-verbaal van 5 april 2018 de volgende passage:

Na beraad in raadkamer verzoekt de rechtbank de officier van justitie aanvullende vragen aan de Bulgaarse justitiële autoriteiten te stellen. Teneinde het stellen van vragen in alle Bulgaarse overleveringszaken zo veel mogelijk te stroomlijnen, zal de rechtbank in de onderhavige zaak
- ook al is dit niet eerder gevraagd - eveneens vragen stellen over het aantal uren dat de opgeëiste persoon buiten zijn cel aan activiteiten kan besteden in de penitentiaire inrichtingen waarin hij wordt geplaatst en hoeveel uren per dag hij hoe dan ook op zijn cel zal moeten doorbrengen.

Dit leidt tot de volgende vragen:

  1. Wat betekent de overbevolking Stara Zagora Prison concreet voor het aantal vierkante meter dat de opgeëiste persoon na feitelijke overlevering ter beschikking zal staan in die gevangenis?

  2. Wat is de stand van zaken in Stara Zagora Prison ten aanzien van de aangekondigde renovaties, met name de concrete materiële condities waarin de opgeëiste persoon terecht komt na overlevering?

  3. Hoeveel uren per dag zou de opgeëiste persoon aan activiteiten buiten zijn cel kunnen besteden?

  4. Hoeveel uren per dag moet hij in ieder geval op cel doorbrengen?

  5. Bestaat er een reële mogelijkheid dat de opgeëiste persoon, al dan niet tijdelijk, in een penitentiaire inrichting in Burgas wordt gedetineerd?

  6. Indien het antwoord op vraag 5. bevestigend luidt:
    hoeveel vierkante meter zal de opgeëiste persoon na feitelijke overlevering concreet ter beschikking staan in deze penitentiaire inrichting in Burgas?
    Wat zijn de concrete materiële condities waarin de opgeëiste persoon na overlevering terechtkomt in deze penitentiaire inrichting in Burgas?
    Hoeveel uren per dag zou de opgeëiste persoon aan activiteiten buiten zijn cel kunnen besteden?
    Hoeveel uren per dag moet hij in ieder geval op cel doorbrengen?

  7. Is de Neshkov working group nog actief en zo ja, wat zijn hun bevindingen?

Het Ministerie van Justitie, Hoofddirectie “Uitvoering van straffen”, Huis van bewaring Stara Zagora, heeft in een brief van 30 april 2018 onder andere (letterlijk) het volgende meegedeeld:

Wij delen u mede, dat op dit moment de capaciteit van het Huis van bewaring Stara Zagora de mogelijkheid biedt om [opgeëiste persoon] , van 4 vierkante meters woonruimte te verzekeren. Maar in geval hij in/als type “open” moet verblijven in het desbetreffende cellencomplex, kunnen we aan de bovengenoemde eis niet voldoen.

De reparatie werkzaamheden in het huis van bewaring zijn afgerond. In alle slaapruimtes zijn sanitaire aansluitingen (WC en wasbak) ingebouwd met toegang gedurende de dag en de nacht. De voorzieningen zijn goed en met genoeg mogelijkheid voor daglicht en ventilatie. Er is verwarming datie door dienst gascentrale wordt geleverd. In alle groepen bevinden zich gezamenlijke badkamers waar dagelijks toegang tot is en tevens is er toegang tot het gebruikmaken van een telefoon. Het eten is van goede kwaliteit en voldoet volledig aan de eisen voor voedingswaarden en calorie inhoud. De gedetineerde heeft recht om te beschikken over geld ter hoogte van 510 leva, waarmee hij spullen kan kopen van de winkel in het huis van bewaring

Ik kan geen antwoord geven op de vraag hoelang hij buiten zijn cel zal verblijven De gedetineerden zijn niet op slot (open) vanaf 06 00 tot 20 00 uur iedere dag Dat hangt eventueel van zijn eigen wensen af en van onze mogelijkheden om hem aan te sluiten in het werk onderwijs sport activiteiten gespecialiseerde groepsarbeid, hobby clubs en andere dergelijke. In principe zijn onze mogelijkheden alleen beperkt in verband met om hem in te schrijven voor arbeidsactiviteiten. Voor alle andere vormen bepalend is de wens van de gedetineerde zelf.

[opgeëiste persoon] zal met zekerheid in zijn cel de tijd tussen 20:00 (avond controle) tot 06:00 uur de volgende dag (opstaan en ochtend controle) verblijven.

Het Ministerie van Justitie, Hoofddirectie Executie Strafvonnissen, heeft voorts in een brief van 31 april 2018 (de rechtbank begrijpt, met verwijzing naar de originele brief in de Bulgaarse taal: 30 april 2018) onder andere het volgende meegedeeld:

De capaciteit van de gevangenis bij vier vierkante meters persoonlijke ruimte bedraagt 406 gedetineerden; per 29-04-2018 zijn in totaal 411 personen in de gevangenis ondergebracht.

Iedere slaapruimte beschikt over een sanitaire eenheid. Iedere groep gedetineerden beschikt over een gezamenlijke ruimte waar de gedetineerden zich tussen 06.00 uur en 20.00 uur bezig kunnen houden. Zij hebben de mogelijkheid om in de fitnesszaal te sporten en kunnen gebruik maken van de bibliotheek.

In 2016 is het gevangenisgebouw in Stara Zagora grondig gerenoveerd waardoor de gevangenisomstandigheden in overeenstemming zijn met de vastgestelde normen.

Tijdens zijn detentie in de gevangenis te Stara Zagora zal betrokkene in omstandigheden leven die niet in strijd zijn met art. 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Er wordt voorzien in de mogelijkheid om de personen, die aan de Bulgaarse staat ten uitvoerlegging van een EAB, een overlevering of een overbrenging worden overgeleverd, in een gevangenis te onderbrengen na beoordeling van de volgende uitgaanspunten: bestaande mogelijkheid om hun detentie te ondergaan in de gevangenis die het dichtstbij hun vaste adres is en de beschikbare plaatsen, die de penitentiaire inrichtingen op dat moment bieden en die niet in strijd zijn met art. 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; zulks ingeval de overlevering onder de voorwaarde geschied dat de Bulgaarse staat een detentieplaats garandeert die aan de minimumeisen voldoet.

De onderbrenging van de personen in de desbetreffende gevangenis geschiedt middels een bevelschrift van de hoofddirecteur Hoofddirectie Executie Strafvonnissen.
In opvolging van de aanbevelingen in het arrest in de zaak Neshkov en anderen tegen Bulgarije zijn in 2016 wetswijzigingen aangebracht die op 07-02-2017in werking zijn getreden. Deze wetswijzigingen betreffen de minimale persoonlijke ruimte van de gedetineerden, hun bescherming tegen foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling alsook de verantwoordelijkheid van de autoriteiten die met de tenuitvoerlegging van de strafvonnissen zijn belast.

Het Ministerie van Justitie, Hoofd directie “Uitvoering van straffen”, Huis van bewaring Burgas, heeft in een brief van 30 april 2018 onder andere het volgende meegedeeld:

Op het territorium van het Huis van bewaring Burgas en gevangen complex ‘Debelt’, bestaat mogelijkheid tot arbeid bezigheid in overeenkomst met de kundigheid van de persoon en zijn voorkeuren.

Er is een functionerende school met onderwijsactiviteiten, waar alle gedetineerden gelijke toegang tot hebben. Er bestaan bibliotheken met gegarandeerde toegang voor alle gedetineerden. Tevens is er een kerk kapel waar ze hun religieuze behoeften kunnen uitoefenen, er worden ook creatieve, culturele en sport evenementen aangeboden voor het doorbrengen van de vrije tijd.

Alle bovengenoemde activiteiten zijn op vrijwillige basis en hoeveel tijd hij door zal brengen buiten zijn cel hangt af van de mate motivatie en het actief zijn van [opgeëiste persoon] zelf.

(…)

Op basis van artikel 84, alinea 2, punt 2 van ZINZS, hebben alle gedetineerden recht op onafgebroken tijd voor slaap, gedurende minstens 8 uur per etmaal, dat ook als minimum tijd beschouwd kan worden voor gedetineerden in licht, algemeen en streng regime.

(…)

Het is mogelijk dat [opgeëiste persoon] in het Huis van bewaring in Burgas geplaats wordt na het in kracht treden van de aan hem opgelegde straf. De ruimtes voor de gedetineerden in het Huis van bewaring Burgas en in het cellencomplex “Debelt”( gesloten type) (ZO Debeld), bij Huis van bewaring Burgas voldoen aan de Europese normen voor minimale vierkante meters, afmetingen en omstandigheden voor het uitzitten van de straf “vrijheidsbeneming”.

De omstandigheden in het huis van bewaring Burgas voldoen aan de Europese eisen voor minimum vierkante meters, afmetingen en omstandigheden. In de ruimtes functioneert een zelfstandige sanitaire aansluiting met WC en minimum 4 vierkante meters per persoon.

Ja, ik verzeker U dat [opgeëiste persoon] geen mensonterende of vernederende straffen of behandeling zal ondervinden in de zin van artikel 3 van de Europese Conventie voor mensen rechten en basale vrijheden. Wij verzekeren u dat [opgeëiste persoon] ten allen tijde in de gelegenheid gesteld zal worden om verzoeken of klachten in te dienen bij de competente organen die voor zijn plaatsing verantwoordelijk zijn.

Het cellencomplex “Debelt”(gesloten type”(ZO Debelt) bij Huis van bewaring Burgas beschikt over een tweeverdieping en twee drieverdieping wooncomplex, met daarin 90 slaapruimtes met capaciteit voor 370 gedetineerden. Op dit moment zijn daar 288 gevestigd.

De ruimtes in ZO “Debelt” beschikken over eigen sanitaire aansluiting met badkamer en WC en minimum 4 vierkante meters per persoon. Iedere ruimte heeft 1 of 2 ramen met afmetingen 1,32cm breed en 1,62 cm hoog, die geopend kunnen worden. Er is mogelijkheid tot luchten buiten voor minimum 2 uur per dag.

Er is een open sport veld en gesloten fitness centrum. Er is voortdurend toegang tot frisse lucht.

Aan de gedetineerden wordt 3 keer per dag warm voedsel aangeboden, dat gekookt is in de keuken, die functioneert in het complex. De maaltijden worden genuttigd in de eetruimtes, die zich op elke verdieping bevinden.

De gedetineerden in het cellencomplex hebben dagelijkse toegang tot een medisch persoon, werkend met een vast arbeidscontract en in geval van nood mogen ze de diensten van Eerste hulp gebruiken.

Ja, ik verzeker u dat [opgeëiste persoon] geplaatst zal worden onder de bovengenoemde

omstandigheden.

6.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft – zakelijk weergegeven – betoogd dat de verstrekte informatie uit Bulgarije nog steeds onvoldoende is. Nog steeds is niet duidelijk waar de opgeëiste persoon geplaatst zal worden in Bulgarije. Ook is onvoldoende gegarandeerd dat sprake zal zijn van een leefoppervlakte van 4 m2, wanneer de opgeëiste persoon in/als type “open” moet verblijven. Er is in Stara Zagora nog steeds sprake van overbevolking, terwijl onduidelijk blijft wat dit voor de situatie van de opgeëiste persoon betekent. De vragen omtrent het aantal uren dat aan activiteiten buiten de cel kan worden besteed, zijn ook niet voldoende beantwoord. De raadsman heeft voorts gewezen op het rapport van het CPT (Europees Comité voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing) van 4 mei 2018 waaruit volgt dat corruptie nog steeds een groot probleem is, er veel meldingen zijn van geweld onder gevangenen en dat de renovaties die zijn doorgevoerd van slechte kwaliteit zijn. De raadsman heeft betoogd dat de overlevering moet worden geweigerd. Indien tot een nieuwe aanhouding wordt besloten, dan dient de overleveringsdetentie te worden geschorst. De raadsman heeft hierbij verwezen naar de processen-verbaal van voorgaande zittingen waarin de schorsing van de overleveringsdetentie is verzocht.

6.3

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het door de rechtbank vastgestelde gevaar wordt weggenomen door alle aanvullende informatie zodat de overlevering kan worden toegestaan. De op 5 april 2018 geformuleerde vragen van de rechtbank zijn genoegzaam beantwoord. De officier van justitie heeft er op gewezen dat de Neshkov working group op dit moment niet meer actief is, maar dat deze werkgroep heeft geleid tot wetswijzigingen en verbeteringen in het gevangeniswezen.

Ten aanzien van Stara Zagora wordt vermeld dat de opgeëiste persoon zal beschikken over 4 vierkante meters, tenzij hij in een open regime verblijft. Hoewel de officier van justitie zich op het standpunt stelt dat het geen reële mogelijkheid is dat de opgeëiste persoon in een open regime zal worden geplaatst, verzoekt de officier van justitie subsidiair om aanhouding teneinde op dit punt nadere informatie op te vragen.

6.4

Oordeel van de rechtbank

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de op 5 april 2018 geformuleerde vragen grotendeels genoegzaam zijn beantwoord. In zowel Stara Zagora als Burgas is vier vierkante meter aan personal space gegarandeerd, met dien verstande dat dit niet geldt voor het geval de opgeëiste persoon in Stara Zagora “in/als type “open” moet verblijven”. Op dit punt is nadere informatie vereist. De verstrekte informatie omtrent de concrete materiële condities in Stara Zagora en Burgas waarin de opgeëiste persoon na overlevering terecht komt, acht de rechtbank genoegzaam. Activiteiten buiten de cel zijn mogelijk, met dien verstande dat dit (mede) afhankelijk is van de eigen motivatie van de opgeëiste persoon. De tijd die verplicht in de cel moet worden doorgebracht, is tussen 20:00 uur en 06:00 uur. De vraag over de Neshkov working group is genoegzaam beantwoord doordat is gewezen op de nieuwe wettelijke regelingen die zijn ingevoerd in reactie op de EHRM-uitspraak Neshkov en anderen tegen Bulgarije1. De rechtbank wijst voorts op de EHRM-uitspraak Atanasov en Apostolov tegen Bulgarije2 waaruit eveneens kan worden afgeleid waar de bevindingen van deze werkgroep toe hebben geleid.

De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van het CPT van 4 mei 2018. De bevindingen in dit rapport geven geen aanleiding (nogmaals) aanvullende informatie op te vragen – naast voornoemd punt van de vierkante meters in type “open” – , hoewel de conclusie van het CPT omtrent met name corruptie ook voor onderhavige zaak een zorgelijk gegeven blijft – corruption remains a serious issue in prisons ondanks strong efforts to combat this phenomenon. De rechtbank wijst in dit verband op het oordeel van het EHRM in voornoemde zaak Atanasov en Apostolov tegen Bulgarije dat de nieuwe wettelijke regelingen die naar aanleiding van de uitspraak Neshkov en anderen tegen Bulgarije zijn doorgevoerd – niet alleen de compensatory remedy, maar ook de preventive remedy – kunnen worden beschouwd als effective remedy ten aanzien van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden in Bulgarije. Een dergelijke nationale regeling kan worden betrokken bij de toets of sprake is van een reëel gevaar voor een onmenselijke of vernederende behandeling zoals bedoeld in artikel 4 Handvest3.

Voorgaande overwegingen leiden tot de conclusie dat het eerder geconstateerde reële gevaar dat de opgeëiste persoon in detentie in Bulgarije onmenselijk of vernederend zal worden behandeld, zoals bedoeld in artikel 4 Handvest, nog niet (volledig) is weggenomen, gelet op de onduidelijkheid omtrent de hoeveelheid personal space die beschikbaar is in het geval de opgeëiste persoon in Stara Zagora “in/als type “open” moet verblijven.

De rechtbank zal het onderzoek ter zitting daarom heropenen voor het stellen van de volgende vragen:

1. Komt de opgeëiste persoon terecht in een als “type open” aangeduid regime of een als “type open” aangeduid detentiecentrum?

2. Zo ja, hoeveel vierkante meter staat de opgeëiste persoon aldaar ter beschikking?

Schorsing overleveringsdetentie

Ten aanzien van het opnieuw gedane schorsingsverzoek, overweegt de rechtbank als volgt.

De opgeëiste persoon zit al ruim 11 maanden in overleveringsdetentie, terwijl het onderzoek opnieuw moet worden geschorst, omdat nog altijd niet voldoende gegevens zijn verstrekt die het geconstateerde reële gevaar dat de opgeëiste persoon in detentie in Bulgarije onmenselijk of vernederend zal worden behandeld, kunnen wegnemen. Hoewel geen sprake is van een sterke binding met Nederland, heeft de opgeëiste persoon wel een inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP). Er is sprake van een ernstig feit, waardoor de opgeëiste persoon een relatief hoge straf boven het hoofd hangt. Tegelijkertijd moet naar behoren rekening worden gehouden met het door artikel 48 van het Handvest gegarandeerde onschuldvermoeden.4

Gelet op alle voor onderhavige zaak relevante factoren, ziet de rechtbank thans aanleiding de overleveringsdetentie te schorsen, onder voorwaarden, waaronder een meldplicht van drie keer per week. Dit schorsingsbevel wordt apart opgemaakt.

7 Beslissingen

HEROPENT en SCHORST het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd

HANDHAAFT de beslissing tot uitstel over de tenuitvoerlegging van het EAB.

BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nog vast te stellen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.

BEVEELT de oproeping van een tolk voor de Bulgaarse taal tegen de nog vast te stellen datum en het nog vast te stellen tijdstip.

Aldus gedaan door

mr. C. Klomp, voorzitter,

mrs. M.T.C. de Vries en H.G. van der Wilt rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 7 augustus 2018.

De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

1 EHRM, 27 januari 2015, nummers 36925/10, 21487/12, 72893/12, 73196/12, 77718/12 en 9717/13).

2 EHRM, 27 juni 2017, nummers 65540/16 en 22368/17.

3 Vergelijk: Hof van Justitie EU, 25 juli 2018, C‑220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589.

4 Vergelijk HvJ EU 5 april 2016, C-404/15 en C-659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198 (Aranyosi en Căldăraru), punt 100.