Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:6129

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-08-2018
Datum publicatie
27-08-2018
Zaaknummer
13/684093-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling 2x winkeldiefstal: oplegging ISD met als doel uitzetting van veroordeelde naar EU-land Letland. Toetsing na 3 maanden bevolen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummers: 13/684093-18, 15/136088-16 (TUL) en 16/652193-17 (TUL) (Promis)

Datum uitspraak: 1 augustus 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren [geboorteland] op [geboortedag] 1994,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in het [detentieadres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 augustus 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.N. Refos en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. W.H. Boomstra, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 26 februari 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen sushi, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht

2. (gevoegde zaak 684177-18)

hij op of omstreeks 26 april 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een pet, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkel [naam winkel] ( gevestigd [adres] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks terwijl tijdens het plegen van het vorenomschreven misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige (verdachte) tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

Artikel 310, 43a Wetboek van Strafrecht

Subsidiair:

hij op of omstreeks 26 april 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk een pet, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkel [naam winkel] (gevestigd [adres] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Artikel 321 Wetboek van Strafrecht

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de onder 1 en onder 2 primair ten laste gelegde feiten op basis van de bekennende verklaringen van verdachte en de overige stukken in het dossier.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van beide feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten en overweegt hiertoe als volgt.

De diefstal bij de Albert Heijn To Go op 26 februari 2018 (feit 1)

Verbalisant [verbalisant] heeft gezien dat verdachte de Albert Heijn To Go in het station [naam station] in liep, dat hij een vitrinedeur opende, een product uit de schappen pakte en dit in zijn broekzak stopte. Hij zag dat verdachte vervolgens voorbij de kassa liep en de winkel verliet. Bij de aanhouding van verdachte is in zijn broekzak een pakje sushi aangetroffen. Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij sushi heeft gestolen.

De diefstal bij de [naam winkel] op 26 april 2018 (feit 2 primair)

Verbalisanten krijgen een melding dat een man vermoedelijk een diefstal heeft gepleegd bij de [naam winkel] , in de aankomstpassage van Schiphol. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte een zwarte pet uit het rek pakt bij de [naam winkel] , dat hij de pet opvouwt en in zijn broekzak stopt. Hij loopt weg van de winkel zonder bij de kassa in de buurt te zijn geweest. Onder de kleding van verdachte, ter hoogte van zijn schaamstreek wordt een zwarte pet aangetroffen, met het beveiligingslabel er nog aan. Een medewerker van de [naam winkel] herkent de bij verdachte aangetroffen pet als een pet die toebehoort aan de [naam winkel] en heeft aangifte gedaan van diefstal. Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij de pet heeft gestolen.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3 en de bijlage vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op 26 februari 2018 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen sushi, toebehorende aan het winkelbedrijf Albert Heijn;

2.

op 26 april 2018 te Schiphol, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pet, toebehorende aan winkel [naam winkel] (gevestigd [adres] ), zulks terwijl tijdens het plegen van het vorenomschreven misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige (verdachte) tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van 2 (twee) jaren.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft de rechtbank verzocht geen ISD-maatregel aan verdachte op te leggen, omdat dit in het geval van verdachte een langdurige kale opsluiting zou betekenen, met als enige doel terugkeer [geboorteland] te bewerkstelligen. De raadsman heeft de rechtbank verzocht te volstaan met een gevangenisstraf die de duur van de voorlopige hechtenis niet overstijgt, waarna verdachte in vreemdelingenbewaring terecht zal komen en hij op een zo kort mogelijke termijn Nederland zal verlaten.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

7.3.1.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee winkeldiefstallen. Dit zijn vervelende en overlast gevende feiten voor de winkeliers en het winkelend publiek.

7.3.2.

Het advies van de reclassering

De rechtbank heeft kennis genomen van het advies van Reclassering Inforsa van 16 juli 2018, opgemaakt door S. van Niekerken. Dit rapport houdt - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende in:

Bij betrokkene is sprake van een patroon van vermogensdelicten. Betrokkene staat bekend als veelpleger en hij voldoet aan de harde ISD-criteria. Sinds 2016 verblijft hij in Nederland en kwam hij voor het eerst in aanraking met het strafrecht in Nederland. Zolang het betrokkene ontbreekt aan stabiliteit in de vorm van huisvesting en inkomen, blijft de kans op recidive onverminderd aanwezig. Door de vele detenties lukt het betrokkene niet om langere tijd werk te behouden. Er zijn aanwijzingen voor problematisch alcoholgebruik en cannabis gebruik. De reclassering acht hulpverlening geïndiceerd, maar de mogelijkheden zijn zeer beperkt. Inmiddels is in Nederland het verblijfsrecht van betrokkene ingetrokken. Hulp bij praktische zaken, zoals begeleide huisvesting of een uitkering, behoort daardoor ook niet tot de mogelijkheden. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen, nu er onvoldoende mogelijkheden zijn voor gedragsbeïnvloeding en hulpverlening binnen een reclasseringstoezicht.

Ter zitting heeft deskundige K. van der Heijden, reclasseringswerker bij Reclassering Inforsa, het voornoemde rapport toegelicht. Zij heeft verklaard achter het advies tot de oplegging van de ISD-maatregel te staan. In het kader van de ISD-maatregel kan samen met de IND en de Dienst Terugkeer en Vertrek worden gewerkt aan een zo spoedig mogelijke terugkeer naar [geboorteland] . Als verdachte bereid is om mee te werken aan uitzetting, kan de maatregel voortijdig worden beëindigd.

7.3.3.

De afweging van de rechtbank

Uit het bovenstaande leidt de rechtbank af dat de ISD-maatregel naar de mening van de reclassering het beste kader voor zowel maatschappij als verdachte is.

De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de bewezen geachte feiten aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht en de ISD-richtlijn van het openbaar ministerie aan het opleggen van de ISD-maatregel stellen. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte misdrijven heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 10 juli 2018 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaar voorafgaand aan het bewezen verklaarde feit meer dan driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na de tenuitvoerlegging van deze straffen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Verder eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel, gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten. Voorts zijn er gedurende de vijf jaren voorafgaand aan de pleegdatum van het laatst gepleegde misdrijffeit processen-verbaal tegen verdachte opgemaakt voor in totaal meer dan tien misdrijffeiten, waarvan tenminste één in de laatste twaalf maanden.

De rechtbank volgt het advies van de reclassering en neemt de conclusies uit de rapportage over. Het is de rechtbank niet gebleken van redenen om de ISD-maatregel niet op te leggen. Zij zal daarom de officier van justitie volgen in zijn vordering. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat zij geen alternatieven ziet die ervoor zorgen dat verdachte geen strafbare feiten meer pleegt (in Nederland). De rechtbank heeft er onvoldoende vertrouwen in dat verdachte Nederland geheel vrijwillig zal verlaten, nu hij dit eerder ook niet heeft gedaan.

De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte aan alle criteria voor het opleggen van een ISD-maatregel voldoet en zal daarom deze maatregel opleggen. De rechtbank zal deze echter niet voor de maximale termijn van twee jaren opleggen. Het doel van de ISD-maatregel is tweeledig: aan de ene kant de criminaliteit gepleegd door veelplegers te verminderen door middel van insluiting en aan de andere kant gedragsbeïnvloeding, wat moet leiden tot het minder plegen van delicten na de vrijheidsbeneming. Een onderdeel van de gedragsbeïnvloeding is het opstarten van een re-socialisatietraject. Nu het verblijfsrecht van verdachte is ingetrokken, ontbreekt de mogelijkheid van resocialisatie in Nederland. Hiermee zal de ISD-maatregel in het geval van verdachte geen extramurale fase kennen. Bij de uitvoering van de ISD-maatregel zal met name worden toegewerkt naar terugkeer van verdachte naar [geboorteland] . Verdachte heeft verklaard mee te zullen werken aan terugkeer. [geboorteland] is een EU-land. Terugkeer zou dus op korte termijn geregeld moeten kunnen worden. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de ISD-maatregel beperken tot één jaar, zonder aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. Om ervoor te zorgen dat er voortvarend wordt gewerkt aan terugkeer naar [geboorteland] , bepaalt de rechtbank dat er een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel dient plaats te vinden binnen drie maanden.

8 Vorderingen tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordelingen

Bij de stukken bevinden zich de op 13 maart 2018 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vorderingen van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaken met parketnummers 15/136088-16 en 16/652193-17, betreffende de onherroepelijk geworden vonnissen van respectievelijk 30 september 2016 van de politierechter te Haarlem en 1 maart 2017 van de politierechter te Utrecht , waarbij verdachte is veroordeeld tot respectievelijk een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaren en een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) dagen, waarvan 14 (veertien dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaren.

De officier van justitie heeft de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie gevorderd ten aanzien van voornoemde vorderingen tot tenuitvoerlegging.

Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 10 juli 2018 betreffende verdachte is gebleken dat voornoemde voorwaardelijke straf en voornoemd voorwaardelijk strafdeel reeds ten uitvoer zijn gelegd bij onherroepelijk geworden vonnissen van respectievelijk de politierechter te Noord-Holland van 29 november 2016 (parketnummer 15/820721-16) en de politierechter te Midden-Nederland van 11 april 2017 (parketnummer 16/057096-17).

Gelet hierop zal de rechtbank de officier van justitie volgen in zijn vordering en zal het openbaar ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard in de vorderingen tot tenuitvoerlegging.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n, 43a en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

diefstal;

Ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde:

diefstal, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 1 (één) jaar.

Bepaalt dat het Openbaar Ministerie binnen 3 (drie) maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel de rechtbank zal berichten over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vorderingen tot tenuitvoerlegging in de zaken met parketnummers 15/136088-16 en 16/625193-17.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.H.J. Evers, voorzitter,

mrs. G.P.C. Janssen en C.C.M. Oude Hengel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.E. van der Burg, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 augustus 2018.