Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:6010

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-08-2018
Datum publicatie
24-08-2018
Zaaknummer
13/698739-17 + 15/810321-16 (TUL) (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 43-jarige man krijgt een gevangenisstraf van 100 dagen (waarvan 87 voorwaardelijk) en een taakstraf van 150 uur omdat hij in Uithoorn en Amsterdam onder meer tablets en laptops heeft gestolen. Ook moet hij ruim 4.000 euro schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/698739-17 + 15/810321-16 (TUL) (Promis)

Datum uitspraak: 23 augustus 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , te [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 augustus 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. van der Veen, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. N. Hendriksen, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging op de zitting – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

1:

diefstal met braak op 10 juli 2017 te Uithoorn, door uit een schoolgebouw 16 iPads, sleutels en een geldbedrag van ongeveer 400 euro weg te nemen;

2:

diefstal met braak in de periode van 6 maart 2018 tot en met 7 maart 2018 te Amsterdam, door uit het bedrijfspand van Smartmellow, gelegen aan de [adres 1] , drie laptops (Lenovo) weg te nemen;

3:

diefstal op 1 mei 2018 te Amsterdam, door uit het bedrijfspand van Unga vijf laptops (Apple) en een tas weg te nemen.

De tekst van de precieze tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot integrale bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van feit 1 heeft zij aangevoerd dat meerdere verbalisanten verdachte hebben herkend op de camerabeelden van de school en dat is gebleken dat de telefoon van verdachte uitpeilde in Uithoorn ten tijde van de inbraak. Ten aanzien van de feiten 2 en 3 heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de feiten 2 en 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Verdachte heeft een ontkennende verklaring afgelegd. Op basis van de stills van de bewakingscamera’s die zich in het dossier bevinden is het niet mogelijk een herkenning te laten plaatsvinden. De kwaliteit van de beelden is onvoldoende. Bovendien is de persoon op de beelden langer en slanker dan verdachte, is een duidelijke moedervlek in het gezicht van verdachte niet zichtbaar en is de haarlijn niet gelijkend. Het enkele uitpeilen van de telefoon van verdachte in Uithoorn is onvoldoende om tot bewezenverklaring over te gaan.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de feiten 2 en 3:

In de nacht van 6 maart 2018 is ingebroken in het bedrijfspand van Smartmellow gelegen aan de [adres 1] te [plaats] . Hierbij zijn drie laptops weggenomen. Op 1 mei 2018 zijn uit het bedrijfspand van Unga vijf laptops en een weekendtas weggenomen. Verdachte heeft bekend de diefstallen te hebben gepleegd. Op grond van deze bekennende verklaring en de bewijsmiddelen die in bijlage II zijn opgenomen acht de rechtbank de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten bewezen.

Ten aanzien van feit 1:

Op 10 juli 2017 omstreeks 17:00 uur is een persoon de school ‘ [naam school] ’ (hierna: [naam school] ) binnengedrongen, door achter een ouder met een sleutel aan de school in te lopen. Binnen is een sleutelkastje opengebroken. Een sleutel die op alle deuren past ontbrak. Verder zijn 16 iPads en een geldbedrag van ongeveer 400 euro weggenomen.

De school was voorzien van camerabeveiliging. Op de camerabeelden is te zien dat een persoon verscheidene deuren van de school probeert te openen en uiteindelijk achter een andere man aan naar binnen loopt. Twee politieagenten, die verdachte ambtshalve kennen, hebben deze persoon herkend als verdachte. Aangezien verdachte de inbraak ontkent is de mogelijke herkenning van de persoon op de camerabeelden van doorslaggevend belang voor het bewijs.

Voor de betrouwbaarheid van een herkenning is onder meer de kwaliteit van de beelden en de zichtbaarheid van de dader op de beelden van groot belang. Voorts kan van belang zijn in welke hoedanigheid en frequentie waarnemer en dader elkaar eerder getroffen hebben, alsmede of de herkenning heeft plaatsgevonden op basis van specifieke, onderscheidende persoonskenmerken. De rechtbank heeft geconstateerd dat de camerabeelden in kleur en van voldoende kwaliteit zijn, zodat het gelaat en de lichaamsbouw duidelijk te zien zijn. De rechtbank heeft dan ook in beginsel geen reden om te twijfelen aan de door verbalisanten gedane herkenning van verdachte. Deze verbalisanten hebben die herkenning bovendien gemotiveerd. Hier komt bij dat ook de rechtbank de persoon op de beelden herkent als verdachte, op grond van de sterk gelijkend haarlijn, de lichaamsbouw, de lengte, het postuur en de kleding.

Voorts is uit onderzoek naar de historische telefoongegevens van de telefoon van verdachte gebleken dat deze ten tijde van de inbraak een zendmast in de directe omgeving van de school aanstraalde.

Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde feit.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van feit 1:

op 10 juli 2017 te Uithoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een schoolgebouw 16 tablets (Apple, type iPad) en één sleutel en een geldbedrag van ongeveer 400 euro, toebehorende aan [naam school] , waarbij hij, verdachte, zich de toegang tot die weg te nemen goederen heeft verschaft door middel van verbreking en een valse sleutel;

ten aanzien van feit 2:

in de periode 6 maart 2018 tot en met 7 maart 2018 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een bedrijfspand gelegen aan de [adres 1] , drie laptops (van het merk Lenovo), toebehorende aan Smartmellow Coöperatie, waarbij hij, verdachte, zich de toegang tot die weg te nemen goederen heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking;

ten aanzien van feit 3:

op 1 mei 2018 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand heeft weggenomen vijf laptops (merk Apple) en een tas toebehorende aan rechtspersoon Unga.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Motivering van de straffen en maatregel

5.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 100 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 87 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, met uitzondering van de kortdurende klinische opname. Hiernaast dient verdachte te worden veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen.

5.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om een strafoplegging gelijk aan de eis van de officier van justitie.

5.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een inbraak in een school en een tweetal bedrijfspanden. Hij heeft hiermee geen respect getoond voor het eigendom van een ander en heeft veel schade en hinder veroorzaakt. Dit blijkt duidelijk uit de aangifte van [naam school] , die alle sloten heeft moeten vervangen. Bovendien zorgen dergelijke inbraken ook voor gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Bij de bepaling van de hoogte van de straf heeft de rechtbank de oriëntatiepunten voor de rechtspraak als uitgangspunt genomen. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van verdachte van 16 juli 2018, waaruit blijkt dat hij herhaaldelijk is veroordeeld voor inbraken of soortgelijke feiten. Het uitgangspunt van de oriëntatiepunten bij recidivisten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tien weken en bij veelvuldige recidivisten van vier maanden.

De rechtbank houdt verder rekening met de reclasseringsrapportage van 2 augustus 2018, waarin naar voren komt dat verdachte op beter werkende medicatie is ingesteld en dat hij zijn schuldenproblematiek beter onder controle heeft. Hij staat sinds kort onder bewind en is – als alles goed gaat – over drie jaar schuldenvrij. Ook heeft verdachte uitzicht op een baan. Verder heeft verdachte ter terechtzitting aangegeven te zijn gestopt met drugs, maar staat hij open voor een verwijzing naar Jellinek verslavingszorg ter ondersteuning en om terugval te voorkomen. De reclassering adviseert de bijzondere voorwaarden op te leggen van een meldplicht, behandelverplichting en continuerende medewerking aan het realiseren van een adequate dagbesteding en schuldhulpverlening.

De rechtbank ziet in voornoemde omstandigheden aanleiding om verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest. Voor het overige zal de gevangenisstraf voorwaardelijk worden opgelegd. Verdachte lijkt zijn langdurige problematiek eindelijk onder controle te hebben. Een langere onvoorwaardelijk gevangenisstraf brengt het risico met zich dat de lopende trajecten worden doorkruist, met negatieve consequenties voor zowel verdachte als voor de maatschappij. Indien verdachte vervalt in zijn oude problematiek is de kans groter dat hij wederom strafbare feiten zal gaan plegen. De rechtbank zal daarom de straf opleggen die geëist is door de officier van justitie.

6 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij Unga B.V. vordert € 5.553,00 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente, en € 500,00 aan proceskosten.

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 3 bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De officier van justitie en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor zover het de laptops betreft toewijsbaar is, maar dat er nog een afschrijving over de aanschafwaarde moet plaatsvinden. Het gedeelte van de vordering dat ziet op de Magic Mouse en de Magic Keyboard moet worden afgewezen, omdat hier geen aangifte van is gedaan.

De rechtbank houdt, in navolging van grote verzekeringsmaatschappijen, voor een Macbook Air een jaarlijks afschrijfpercentage aan van 16,6%1. Voor een Macbook met een aanschafwaarde van € 1.048,00 is dit € 173,97 per jaar (afgerond) en € 0,48 per dag (afgerond). Op 1 mei 2018 waren vier van de vijf gestolen laptops respectievelijk 712 dagen, 501 dagen, 400 dagen en 892 dagen oud. Hiermee was de waarde van deze laptops op 1 mei 2018 € 708,64, € 809,21, € 857,35 en € 678,12. Eén laptop was slechts enkele dagen oud, zodat de rechtbank hierover geen afschrijving toepast. De totale waarde van de weggenomen laptops is daarmee € 4.167,31. Dit bedrag zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2018. Het gedeelte van de vordering dat ziet op de Magic Mouse en de Magic Keyboard wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat van de diefstal van deze goederen geen aangifte is gedaan en de verdachte daarvoor ook niet wordt veroordeeld.

Ten aanzien van de vergoeding van de proceskosten heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij het liquidatietarief kantonzaken. Voor een hoofdsom tot en met € 5.000,00 is het salaris per punt € 200,00. Voor het indienen van de vordering wordt 1 punt toegekend. Voor de behandeling op de zitting wordt geen punt toegekend, omdat namens de benadeelde partij daar niemand is verschenen, zodat een bedrag van € 200,00 aan proceskosten zal worden toegewezen.

Voor het overige zal de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Dit betekent dat de rechtbank een bedrag van € 4.167,31 aan materiële schadevergoeding zal toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, en een bedrag van € 200,00 aan proceskosten.

De rechtbank zal, als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij Unga B.V., de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte benadeelde partij, naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 3 bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 4.167,31 (vierduizendhonderdzevenenzestig euro en eenendertig cent) aan materiële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2018.

7 Verlenging van de proeftijd van de voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de op 25 augustus 2017 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 15/810321-16, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 20 januari 2017 van de politierechter Noord-Holland, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 60 dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 57 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tevens bevindt zich bij de stukken een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte per post is toegezonden.

De rechtbank acht, met de officier van justitie en de raadsman, termen aanwezig om de proeftijd met 1 jaar te verlengen.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht, door middel van verbreking en van valse sleutels;

ten aanzien van feit 2:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking;

ten aanzien van feit 3:

diefstal.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 100 (honderd) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 87 (zevenentachtig) dagen, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende algemene voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- wordt verplicht om zich te melden bij Reclassering Nederland, [adres 2] , zo frequent en zo lang de reclassering nodig acht. Hij dient zich in dit kader te houden aan de aanwijzingen van de reclassering.

- wordt verplicht om mee te werken aan diagnostiek en zich te laten behandelen voor zijn verslavings- en mogelijk ook ADHD-problematiek bij Inforsa verslavingszorg of een soortgelijke forensische behandelinstelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij betrokkene zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door de behandelaar zullen worden gegeven;

- wordt verplicht zijn medewerking te blijven verlenen aan het realiseren van een adequate dagbesteding en schuldhulpverlening.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 150 (honderdvijftig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen.

Wijst toe de vordering van Unga B.V., gevestigd op het adres [adres 3] , tot € 4.167,31 (vierduizendhonderdzevenenzestig euro en eenendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 mei 2018 tot aan de dag van voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan Unga B.V. voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 200,00 (tweehonderd euro).

Bepaalt dat de benadeelde partij Unga B.V. voor het overige niet-ontvankelijk is in haar vordering.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van Unga B.V., aan de Staat € 4.167,31 (vierduizendhonderdzevenenzestig euro en eenendertig eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 mei 2018 tot aan de dag van voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 51 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

De rechtbank verlengt in de zaak met parketnummer 15/810321-16 de proeftijd met 1 (één) jaar.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.H. Marcus, voorzitter,

mrs. B. Vogel en P. van Dellen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R.H. Limburg, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 augustus 2018.

1 Bijvoorbeeld https://www.interpolis.nl/service/wonen/wat-betalen-wij-bij-schade-aan-uw-inboedel