Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:5746

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-08-2018
Datum publicatie
08-08-2018
Zaaknummer
13/665269-17 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-Computervredebreuk en computervernieling. Verdachte is middels het raden van antwoorden op beveiligingsvragen binnengedrongen in iCloud accounts en e-mailaccounts. Daarna heeft verdachte wachtwoorden van iCloud accounts gewijzigd, zodat deze tijdelijk ontoegankelijk waren en vervolgens de back-ups van deze iCloud accounts gedownload.

-Identiteitsfraude. Verdachte heeft opzettelijk identificerende persoonsgegevens van een fotograaf misbruikt met als doel het verkrijgen van pikante foto’s.

-Vrijspraak van het voorhanden hebben van een software programma dat is ontworpen of hoofdzakelijk geschikt is gemaakt tot het plegen van computervredebreuk.

-Vrijspraak bezit kinderpornografie nu deze bestanden stonden opgeslagen in de map ‘Temporary Internetfiles’.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/665269-17 (Promis)

Datum uitspraak: 8 augustus 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres] , [woonplaats] ,

gedetineerd in het Huis van Bewaring “ [naam huis van bewaring] ” te [plaats] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 april 2018 en 11 juli 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.E.P.M. Kersten en van wat verdachte en zijn raadsman mr. J.J. Mul naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging op de zitting van 24 april 2018, – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:

  1. medeplegen van vernieling van computergegevens, door wachtwoorden van iCloud-accounts van aangeefsters [aangeefster 1] , [aangeefster 2] , [aangeefster 3] , [aangeefster 4] , [aangeefster 5] en [aangeefster 6] te wijzigen, in de periode van 26 september 2015 tot en met 22 augustus 2017;

  2. medeplegen van computervredebreuk, door iCloud-accounts van aangeefsters [aangeefster 1] , [aangeefster 2] , [aangeefster 3] , [aangeefster 4] , [aangeefster 5] en [aangeefster 6] wederrechtelijk binnen te dringen en back-ups te downloaden in de periode van 26 september 2015 tot en met 22 augustus 2017;

  3. medeplegen van het voorhanden hebben van een technisch hulpmiddel, te weten Elcomsoft Phone Breaker, dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt voor het plegen van computervredebreuk, in de periode van 26 september 2015 tot en met 22 augustus 2017;

  4. medeplegen van poging tot afdreiging van [aangeefster 1] in de periode van 6 maart 2017 tot en met 6 april 2017;

  5. medeplegen van identiteitsfraude van [naam fotograaf] , in de periode van 15 maart 2017 tot en met 2 mei 2017.

  6. bezit van kinderpornografie in de periode van 21 augustus 2017 tot en met 22 augustus 2017.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

3.1

Ontvankelijkheid van de officier van justitie ten aanzien van medeplegen poging tot afdreiging (feit 4)

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde primair aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de formele klacht niet (tijdig) is gedaan.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. [aangeefster 1] heeft op 6 maart 2017 aangifte gedaan ter zake van poging tot afdreiging.1 De klacht is gedaan op 9 mei 2018.2 Dat is buiten de in artikel 66 Wetboek van Strafrecht op 3 maanden gestelde termijn. Met de officier van justitie is de rechtbank echter van oordeel dat uit de aangifte van [aangeefster 1] voldoende duidelijk blijkt dat zij de bedoeling had dat verdachte vervolgd zou worden, waarmee naar het oordeel van de rechtbank in voldoende mate is voldaan aan (de feitelijke betekenis van) het klachtvereiste als omschreven in artikel 318 Wetboek van Strafrecht. Aangeefster heeft immers in de aangifte te kennen gegeven dat zij wil dat de afdreiging stopt. Daaruit volgt dat aangeefster met het doen van aangifte de bedoeling heeft gehad dat verdachte vervolgd zou worden. Er is dus sprake van een tijdige klacht, ingediend op 6 maart 2017. De officier van justitie is voor wat betreft het vierde ten laste gelegde feit ontvankelijk in haar vervolging.

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen op grond van het volgende. In de aangiftes van de in de tenlastelegging genoemde slachtoffers, verklaren zij dat zij meldingen hebben ontvangen van ongewone aanmeldingsactiviteiten op hun iCloud- en

e-mailaccounts en dat zij diverse keren niet konden inloggen op hun account. Op deze accounts is ingelogd op computers met IP-adressen in gebruik bij verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . Daarnaast zijn er Kik gesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] aangetroffen die verband houden met het hacken van deze accounts. Tot slot is bij verdachte het programma Elcomsoft Phone Breaker aangetroffen. Dit programma kan worden gebruikt om iCloud back-ups te downloaden, zonder dat men daadwerkelijk de beschikking heeft over het Apple-device. Dit programma valt onder de delictsomschrijving van art 139d Sr, nu het geschikt is om op afstand wederrechtelijk iClouds van anderen te downloaden, aldus de officier van justitie.

De officier van jusitie acht ook de onder 4 ten laste gelegde afdreiging van [aangeefster 1] bewezen. Uit haar aangifte en de bijgevoegde e-mails blijkt dat gedreigd werd naaktfoto’s van haar online te zetten, tenzij zij mee zou werken aan de verzoeken van de afzender. De laatste logins op haar e-mail account zijn gedaan op het IP-adres in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte] . Ook in de Kik gesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] wordt gesproken over aangeefster.

Tevens acht de officier van justitie de onder 5 ten laste gelegde identiteitsfraude bewezen. Volgens haar blijkt dit uit de schermafbeeldingen op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] , met daarop e-mailaccounts op naam van [naam fotograaf] en de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] die heeft bekend samen met verdachte mailtjes te hebben opgesteld uit naam van [naam fotograaf] Volgens de officier van justitie wordt die verklaring ondersteunt door het Kik gesprek tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] betreffende [naam fotograaf] .

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat er sprake is van medeplegen bij de hiervoor onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de Kik gesprekken blijk geven van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . Deze samenwerking bestaat volgens de officier van justitie uit het uitwisselen van inloggegevens van slachtoffers, het uitwisselen van technische informatie om toegang te krijgen tot accounts, het verdelen van taken binnen het te plegen misdrijf en het delen van de buitgemaakte bestanden. De rollen van de verdachten zijn daarbij inwisselbaar geweest.

Tot slot acht de officier van justitie het onder 6 ten laste gelegde bezit van kinderpornografie bewezen. Dat de kinderpornografie stond opgeslagen in een tijdelijke map doet volgens de officier van justitie daar niet aan af.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, in navolging van het gevoerde verweer in de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte] , bepleit dat het onderzoek aan de op 22 augustus 2017 onder verdachte inbeslaggenomen gegevensdragers onrechtmatig was. Onder verwijzing naar het ‘smartphone arrest’3 en naar een uitspraak van deze rechtbank van 16 mei 20184, stelt de raadsman zich op het standpunt dat het geheel doorzoeken van de gegevens op die gegevensdragers een meer dan beperkte inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van verdachte. De uitkomsten van de onderzoeken aan deze computers en deze telefoon moeten worden uitgesloten van het bewijs, aldus de raadsman.

Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte zich slechts toegang heeft verschaft tot de iCloudaccounts van [aangeefster 2] en [aangeefster 4] en dat verdachte van geen van de aangeefsters wachtwoorden heeft gewijzigd. Verdachte dient volgens de raadsman daarom te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde. Het onder 2 ten laste gelegde kan worden bewezen, maar alleen jegens aangeefsters [aangeefster 2] en [aangeefster 4] . Verdachte dient ten aanzien van de overige aangeefsters te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat het softwareprogramma Elcomsoft Phone Breaker niet ontworpen is of hoofdzakelijk geschikt is gemaakt voor het plegen van computervredebreuk. De raadsman verzoekt zodoende verdachte vrij te spreken van dit feit.

De raadsman heeft aangevoerd dat vanuit het IP-adres in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte] is ingelogd op de e-mailaccount van [aangeefster 1] en dat slechts op de computer van medeverdachte foto’s van [aangeefster 1] zijn aangetroffen. Nu er volgens de raadsman geen sprake is van medeplegen, dient verdachte voor dit feit te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

Ten aanzien van het onder 5 aan verdachte ten laste gelegde heeft de raadsman primair aangevoerd dat er geen sprake is van identiteitsfraude, omdat er geen identificerende persoonsgegevens van [naam fotograaf] zijn gebruikt. De raadsman heeft subsidiair aangevoerd dat uit het dossier blijkt dat medeverdachte [medeverdachte] de e-mails van ‘ [naam 1] ’ en ‘ [naam 2] ’ verstuurde. Uit de Kik gesprekken blijkt volgens de raadsman onvoldoende dat er een nauwe en bewust samenwerking is geweest gericht op de identiteitsfraude. Evenmin zou blijken dat verdachte een intellectuele en/of materiele bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd aan dit feit. De raadsman verzoekt vrijspraak voor dit feit.

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde het standpunt ingenomen dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat verdachte geen opzet had op bezit van het kinderpornografisch materiaal. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat de vier aangetroffen video’s op de locatie ‘Temporary internetfiles’ stonden opgeslagen. Zulke gegevens worden door de internetbrowser automatisch opgeslagen en zijn dus niet bewust door een handeling van verdachte opslagen. Verdachte had geen weet van deze opgeslagen bestanden.

4.3

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Bespreking van de verweren over bewijsuitsluiting

De feitelijke gang van zaken

In de woning van verdachte is een doorzoeking geweest op 22 augustus 2017. Aan de doorzoeking ligt een vordering van de officier van justitie van 16 augustus 2017 ten grondslag, waarin de officier van justitie vordert dat de rechter-commissaris ter inbeslagneming de woning van verdachte doorzoekt. In de vordering worden de feiten genoemd waarvan verdachte wordt verdacht, onder andere social engineering, computervredebreuk en het in bezit hebben van kinderporno. Daarbij is een proces-verbaal5 gevoegd waarin de verdenkingen nader worden omschreven en onderbouwd. Het proces-verbaal eindigt met de stelling dat het in het belang van het onderzoek noodzakelijk is dat een doorzoeking wordt verricht, waarbij onder andere dient te worden gezocht naar gegevensdragers. Deze vordering is door de rechter-commissaris toegewezen op 16 augustus 2017.

Beoordeling van het verweer

Met het toewijzen van de vordering tot doorzoeking ter inbeslagname heeft de rechter-commissaris op 16 mei 2017 toestemming gegeven tot inbeslagname van gegevensdragers van verdachte die zouden worden aangetroffen. De rechter-commissaris heeft deze toestemming gegeven op basis van de vordering van de officier van justitie en het daaraan ten grondslag liggende proces-verbaal, waarin expliciet vermeld stond dat het ging om een verdenking van (onder andere) computervredebreuk en dat men wilde zoeken naar digitaal bewijs. De toestemming gold in beide gevallen dus juist ook voor gegevensdragers.

Toestemming tot inbeslagname van gegevensdragers met het oog op de waarheidsvinding impliceert tevens toestemming tot het kennisnemen van de inhoud van die gegevensdragers. Anders gezegd: als een computer voor de waarheidsvinding in beslag wordt genomen ligt het beslag (mede) op de gegevens die op die computer staan, niet alleen op de fysieke computerkast. En mag de inhoud van die computer dus worden bekeken. Een ander oordeel zou de toestemming tot inbeslagname nutteloos maken6.

Het smartphone-arrest is in het geval van verdachte niet aan de orde. Het smartphone arrest ziet op het zelfstandig in beslag nemen en bekijken van de inhoud van een smartphone door de politie, en de vraag of het algemene artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering voldoende basis biedt voor een uitgebreid onderzoek in een smartphone. Het ziet niet op de situatie dat er toestemming is voor inbeslagname door de rechter-commissaris. Ook de uitspraak van deze rechtbank van 16 mei 2018 ziet op een andere situatie dan de onderhavige. In die zaak was door de rechter-commissaris geen toestemming verleend voor het doorzoeken van de computer. In de zaak tegen verdachte is die toestemming wel gegeven.

Slotsom

Het kennisnemen van de inhoud van de inbeslaggenomen computers en telefoon is niet onrechtmatig geweest. Er is dan ook geen reden over te gaan tot bewijsuitsluiting. De rechtbank verwerpt het verweer.

4.3.2

Vrijspraak van het onder 3, 4 en 6 ten laste gelegde

Vrijspraak ten aanzien van feit 3 (gebruik Elcomsoft Phone Breaker)

In artikel 139d Wetboek van Strafrecht is strafbaar gesteld het gebruik of voorhanden hebben etc. van een technisch hulpmiddel, dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt voor of ontworpen tot het plegen van (kort gezegd) computervredebreuk. Uit de wetsgeschiedenis ten aanzien van artikel 139d volgt dat het moet gaan om “de naar objectieve maatstaven vast te stellen gebruiksmogelijkheden” van de software, terwijl aan de andere kant de bedoeling van de producent wordt genoemd: “Uit de inrichting en de eigenschappen van het middel dient te blijken dat dit door de producent ook bedoeld is om een dergelijk delict te begaan”.

Verdachte heeft aangevoerd dat het programma Elcomsoft Phone Breaker een legaal programma is dat niet speciaal is gemaakt of ontworpen voor het plegen van computervredebreuk, en heeft ter onderbouwing van dit standpunt een aantal documenten overgelegd. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte wel degelijk artikel 139d heeft overtreden nu het met dit programma mogelijk is om van afstand in te loggen in de accounts van anderen. Het feit dat dit mogelijk is maakt echter nog niet dat dit programma daarvoor is ontworpen. De officier van justitie is verder niet ingegaan op het standpunt van de verdediging over legale toepassingen.

De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat het programma Elcomsoft Phone Breaker door de producent is ontworpen met het doel het plegen van computervredebreuk. De site van Elcomsoft heeft het over legale toepassingen van het programma waarbij het gebruik om gemakkelijker bij eigen gegevens te komen wordt benadrukt. Evenmin is gebleken dat verdachte wijzigingen heeft aangebracht in het programma of het op een andere manier heeft geschikt gemaakt in de zin van artikel 139d.

Verdachte zal om die reden van het onder 3 tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Vrijspraak ten aanzien van feit 4 (poging tot afdreiging [aangeefster 1] )

Naar aanleiding van de dreigende mails die [aangeefster 1] ontving, heeft zij onderzoek gedaan naar de laatste IP-logins op haar e-mailaccount. Dit IP-adres blijkt in gebruik te zijn bij medeverdachte [medeverdachte] . Op de computer van [medeverdachte] zijn tevens twee mappen met de naam van [aangeefster 1] aangetroffen met afbeeldingen die gebruikt zijn bij de poging tot afdreiging. Op de gegevensdragers van verdachte is niets aanvullends gevonden dat wijst op betrokkenheid bij de poging tot afdreiging van [aangeefster 1] . Uit de Kik gesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] blijkt slechts dat verdachte foto’s van [aangeefster 1] heeft gezien en wellicht op de hoogte was van de poging tot afdreiging door [medeverdachte] .

Op grond van de voornoemde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte niet vast is komen te staan. Nu verdachte slechts op de hoogte was van de afdreiging en foto’s van aangeefster heeft gezien, oordeelt de rechtbank dat de materiële en/of intellectuele bijdrage van verdachte aan de poging tot afdreiging van onvoldoende gewicht is geweest. Verdachte wordt vrijgesproken van het onder 4 ten laste gelegde.

Vrijspraak ten aanzien van feit 6 (bezit kinderporno)

Uit het definitieve proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal blijkt dat er vier bestanden op de laptop van verdachte zijn gevonden die als kinderpornografisch kunnen worden aangemerkt. Deze bestanden stonden opgeslagen in de map ‘Temporary Internetfiles’. Op deze locatie worden tijdelijke internetbestanden opgeslagen. Deze bestanden bevatten gegevens van webpagina’s die door de computergebruiker zijn bezocht. Van de bestanden die staan opgeslagen in de map ‘Temporary Internetfiles’ kan niet gezegd worden dat er sprake was van een bewuste vastlegging van het materiaal door verdachte, omdat de bestanden automatisch door het systeem zijn aangemaakt (zie ook een uitspraak van de Rechtbank Limburg, ECLI:NL:RBLIM:2017:7501). Verdachte heeft verklaard dat hij zich niet bewust was van de aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal op zijn computer. Hij ontkent te hebben geweten dat hij in het bezit was van kinderpornografisch materiaal. Ook blijkt niet uit het dossier dat verdachte actief op zoek is geweest naar de kinderporno (door gebruikte zoektermen, bezochte internetsites of anderszins). Gelet hierop en nu uit de bewijsmiddelen het vereiste opzet evenmin blijkt, spreekt de rechtbank verdachte vrij van het aan hem onder 6 ten laste gelegde feit.

4.3.3

bewijsoverweging ten aan zien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde (computervernieling en computervredebreuk)

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.7

Computergegevens

Op de computers van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] is het software programma Elcomsoft Phone Breaker aangetroffen. Deze software is gebruikt om iCloud back-ups te downloaden. Dertien iCloudaccounts komen op zowel de lijst van verdachte als medeverdachte [medeverdachte] voor, waaronder die van aangeefsters [aangeefster 2] en [aangeefster 4] .8 Door zowel het IP-adres in gebruik bij verdachte als het IP-adres in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte] is ingelogd op het e-mailaccount van [aangeefster 6] .9 Op de laptop van verdachte zijn filmpjes aangetroffen van aangeefster [aangeefster 5] en een foto van aangeefster [aangeefster 6] .10

Medeverdachte [medeverdachte] heeft middels het software programma ingelogd op de iCloud van [aangeefster 1] . Tevens zijn op zijn computer mappen aangetroffen onder de naam van [aangeefster 1] met daarin foto’s van haar.11 Op de computer van medeverdachte [medeverdachte] is tevens een map gevonden op naam van [aangeefster 2] met daarin foto’s van [aangeefster 2] , snapchat gegevens en haar WhatsApp historie.12 Medeverdachte [medeverdachte] heeft ook ingelogd op de iCloud account van [aangeefster 4] . Daarvan is op de harde schijf van [medeverdachte] WhatsApp historie aangetroffen. Door middel van het software programma heeft medeverdachte [medeverdachte] ook ingelogd op de iCloud accounts van [aangeefster 5] en [aangeefster 6] . Van deze beide aangeefsters zijn op zijn computer foto’s en Whatsapp historie aangetroffen.13 Medeverdachte [medeverdachte] heeft ook middels het software programma ingelogd op de iCloud van [aangeefster 3] , maar nu geen map van haar op zijn harde schijf is aangetroffen is het onzeker of er ook bestanden uit haar iCloud zijn gedownload.14

Kik gesprekken

Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] gebruikten Kik Messenger om met elkaar te communiceren. Verdachte maakte gebruik van de gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam 1] ’ of ‘ [gebruikersnaam 2] ’en schermnaam ‘ [schermnaam] ’.15 Medeverdachte [medeverdachte] maakte gebruik van gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam medeverdachte] ’ en schermnaam ‘ [schermnaam medeverdachte] ’.16

Deze gesprekken gingen over technische informatie om toegang te krijgen tot iCloudaccounts, zoals software programma’s die daarbij gebruikt kunnen worden of hoe de beveiliging van Apple werkt.17 Daarnaast werd er gesproken over het downloaden en/of rippen van back-ups en bestanden uit iCloudaccounts. Ook zijn inloggegevens, zoals e-mailadressen, antwoorden op beveiligingsvragen en wachtwoorden met elkaar gedeeld.18 Uit de gesprekken volgt dat verdachten met name opzoek waren naar pikante foto’s en video’s, die ‘wins’ werden genoemd.19 Verdachten wisselden soms ook fotobestanden uit.20 Zo liet medeverdachte [medeverdachte] aan verdachte weten dat hij vier snapchataccounts had gevonden, maar zonder ‘wins’. Verdachte reageerde daarop dat hij er ook een aantal had gevonden, maar ook nog geen ‘wins’ had.21Ook heeft verdachte tegen medeverdachte [medeverdachte] gezegd dat hij [aangeefster 5] (de rechtbank begrijpt aangeefster [aangeefster 5] ) weer heeft geript en dat er een pornofilmpje tussen zat. Medeverdachte [medeverdachte] heeft hierop geantwoord dat hij ernaar gaat kijken.22 Twee maanden later vraagt medeverdachte [medeverdachte] aan verdachte of hij [aangeefster 5] haar nieuwe wachtwoord al weet.23 Verdachte heeft medeverdachte [medeverdachte] tevens geadviseerd om in de WhatsApp gesprekken van [aangeefster 2] (de rechtbank begrijpt aangeefster [aangeefster 2] ) te kijken, zij zou mooie vriendinnen hebben. Medeverdachte [medeverdachte] heeft hier later op gereageerd en gezegd dat daar niks tussen zat.24

Het beantwoorden van beveiligingsvragen

[naam 3] heeft verklaard dat hij in opdracht van verdachte antwoorden op beveiligingsvragen op moest zoeken op Facebook. Wanneer [naam 3] deze juist had beantwoord moest hij het e-mailadres, geboortedatum en de antwoorden doorgeven aan verdachte.25

Ook uit de Kik gesprekken blijkt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zich bezighielden met het beantwoorden van beveiligingsvragen. Zo heeft verdachte tegen medeverdachte [medeverdachte] gezegd dat hij antwoorden op beveiligingsvragen misschien ook wel kan raden.26 Verdachte heeft tevens tegen medeverdachte [medeverdachte] gezegd dat hij niet de juiste combinaties kan vinden op vragen, terwijl hij wel de antwoorden denkt te weten.27 Ook heeft medeverdachte [medeverdachte] aan verdachte gevraagd of hij kan helpen met het raden van antwoorden, waarop verdachte heeft verteld op welke vragen hij nog antwoorden zoekt.28 Tevens heeft verdachte antwoorden op beveiligingsvragen met [medeverdachte] gedeeld.29 De rechtbank oordeelt dat op grond van het voorgaande vast is komen te staan dat verdachte en zijn medeverdachte de beveiliging van digitale accounts hebben doorbroken middels het beantwoorden van beveiligingsvragen.

Het wijzigen van wachtwoorden

Aangeefster [aangeefster 2] heeft verklaard dat zij diverse keren niet automatisch op haar Apple ID kon inloggen. Apple vroeg haar om opnieuw in te loggen, maar dat lukte niet, waarop zij werd gevraagd haar wachtwoord te wijzigen. Uit de e-mails van Apple blijkt dat meerdere keren kort na elkaar het wachtwoord is gewijzigd. Volgens aangeefster heeft zij slechts een deel van deze wachtwoordwijzigingen zelf doorgevoerd.30 Ook aangeefsters [aangeefster 3] , [aangeefster 5] en [aangeefster 6] hebben verklaard dat zij regelmatig niet konden inloggen op hun Apple ID of iCloudaccount, omdat de door hun gekozen wachtwoorden onjuist zouden zijn.31 Van deze aangeefsters zijn e-mailadressen teruggevonden in het programma Elcomsoft Phone Breaker op de computers van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] .

In de Kik-gesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] wordt ook gesproken over het resetten en aanpassen van wachtwoorden.32 Verdachte zegt ook expliciet tegen medeverdachte [medeverdachte] dat hij wachtwoorden gaat veranderen en wat het nieuwe wachtwoord zal worden.33 Door het veranderen van de wachtwoorden waren de accounts voor de rechtmatige gebruikers tijdelijk ontoegankelijk.

Computervredebreuk

Verdachten spreken ook in Kik gesprekken over het downloaden van back-ups. Zo heeft medeverdachte [medeverdachte] aan verdachte gevraagd hoe groot een bepaalde back-up is, waarop verdachte heeft geantwoord dat hij de back-up nog niet volledig binnen heeft.34 De iCloud back-ups van aangeefsters [aangeefster 2] en [aangeefster 4] zijn op de computer van verdachte aangetroffen.35 Verdachte heeft ook in zijn brief aan de officier van justitie verklaard, ingelogd te hebben op de iCloud van [aangeefster 2] om vervolgens bestanden te downloaden.36 Tevens zijn er bestanden op de computer van verdachte gevonden van [aangeefster 5] en [aangeefster 6] .37 Verdachte heeft hierover verklaard dat hij deze bestanden heeft ontvangen van medeverdachte [medeverdachte] .38 Bij [medeverdachte] zijn naast iCloud back-ups van [aangeefster 2] , [aangeefster 4] , [aangeefster 5] en [aangeefster 6] tevens mappen met uit de iCloud gedownloade bestanden van [aangeefster 1] gevonden.39

Medeplegen

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat de samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bestond uit het uitwisselen van e-mailadressen en buitgemaakte inloggegevens, het delen van technische informatie om toegang te krijgen tot accounts en bestanden van slachtoffers. Verdachte en zijn medeverdachte maakten gebruik van elkaars kennis, verdeelden de taken en wisselden buitgemaakte gegevens en bestanden uit. De rollen van verdachten zijn hierin inwisselbaar geweest, nu er sprake was van een zekere onderlinge gelijkwaardigheid.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat er sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte en dat de materiële en/of intellectuele bijdrage van verdachte van voldoende gewicht is geweest bij het plegen van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen bewezen.

Slotsom ten aanzien van de feiten 1 en 2

De rechtbank acht op grond van het voorgaande het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen.

Nu [aangeefster 1] en [aangeefster 4] niet hebben verklaard dat zij niet konden inloggen op hun accounts, acht de rechtbank echter het onder 1 ten laste gelegde wijzigen van wachtwoorden ten aanzien van deze aangeefsters niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Verder zijn op geen van de gegevensdragers van verdachten gedownloade bestanden gevonden van [aangeefster 3] . Ten aanzien van het onder 2 te laste gelegde zal de rechtbank verdachte daarom vrijspreken ten aanzien van aangeefster [aangeefster 3] .

4.3.4

bewijsoverweging ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde (identiteitsfraude)

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

E-mailcontact

Aangeefster [aangeefster 5] heeft verklaard dat zij e-mail contact heeft gehad met een fotograaf die haar vroeg om lingerie-, topless- en naaktfoto’s te sturen. De e-mail was afkomstig van het adres [e-mail adres 1].40

Aangeefster [aangeefster 6] heeft verklaard dat zij tevens voor het sturen van pikante foto’s is benaderd via het e-mailadres [e-mail adres 2]. Hierna zou zij contact hebben gehad met [naam 1] en zijn vrouw [naam 2] . [aangeefster 6] heeft verklaard dat zij daarop ook daadwerkelijk foto’s in doorschijnende lingerie naar dit e-mailadres heeft gestuurd.41

[naam fotograaf] heeft, nadat hij door de politie op de hoogte is gesteld, aangifte gedaan van identiteitsfraude.42

Uit de internetgeschiedenis van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] blijkt dat hij gebruik heeft gemaakt van het e-mailadres [e-mail adres 1] . Tevens zijn op zijn telefoon schermafbeeldingen gevonden van de eerder genoemde emailadressen met onderwerpen ‘Foto’s [aangeefster 6] ’ en ‘lingerie’.43

Kik gesprekken

Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bespraken over Kik Messenger het mailen naar aangeefsters [aangeefster 5] en [aangeefster 6] in naam van [naam fotograaf] .44 Daarbij hadden zij de hoop pikante foto’s van aangeefsters te ontvangen.45 Verdachte adviseerde hierbij [medeverdachte] wat hij in zijn e-mail aan [aangeefster 5] zou kunnen schrijven.46 Verdachte heeft onder meer gezegd dat [aangeefster 6] en [aangeefster 5] gemaild kunnen worden.47 Verdachte heeft daarbij meermaals aan [medeverdachte] gevraagd of hij aangeefsters al gemaild had en of hij al antwoord had ontvangen.48 Tevens heeft verdachte [medeverdachte] verzocht de door aangeefsters gestuurde e-mails aan hem door te sturen.49 Medeverdachte [medeverdachte] heeft hierover verklaard dat hij samen met verdachte e-mails aan [aangeefster 6] en [aangeefster 5] heeft opgesteld. Zij hoopten daarmee dat het hun zou lukken zich voor te doen als de fotograaf en dat aangeefsters daarop foto’s zouden sturen

Medeplegen

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte samen met [medeverdachte] het plan heeft gehad zich voor te doen als fotograaf [naam fotograaf] om zo pikante foto’s van aangeefsters te ontvangen. Verdachte heeft geholpen met het opstellen van de e-mails, waarmee hij een materiële en/of intellectuele bijdrage voldoende gewicht geleverd aan het gepleegde feit. Tevens zouden de buitgemaakte foto’s met verdachte worden gedeeld. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen bewezen.

Gebruik identificerende gegevens en ontstaan van enig nadeel daardoor

Verdachte en [medeverdachte] hebben e-mails gestuurd met een e-mailadres met daarin de voor- en achternaam van [naam fotograaf] genoemd. Het tweede e-mailadres omvatte zijn voornaam en zijn beroep, namelijk fotograaf. Nu er gemaild is met de volledige naam van aangever [naam fotograaf] en hij zelf ook fotograaf is, oordeelt de rechtbank dat er sprake is van identificerende persoonsgegevens. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat [aangeefster 6] ook daadwerkelijk onder deze valse voorwendselen foto’s heeft gestuurd. Dat was niet gelukt indien verdachten de identiteit van [naam fotograaf] niet hadden gebruikt.

Tevens is door het gebruik daarvan enig nadeel ontstaan. Verdachte heeft hiermee de naam van [naam fotograaf] in diskrediet gebracht. Daarbij heeft [aangeefster 6] ook daadwerkelijk vertrouwelijke foto’s naar verdachte en medeverdachte gestuurd.

Slotsom

De rechtbank acht op grond van het voorgaande het onder 5 ten laste gelegde medeplegen van identiteitsfraude bewezen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van feit 1

op tijdstippen in de periode van 26 september 2015 tot en met 22 augustus 2017 te Culemborg en/of te Groningen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen, te weten iCloud accounts, hebben veranderd en ontoegankelijk hebben gemaakt, immers, heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader, door het beantwoorden van beveiligingsvragen (via social engineering), toegang verschaft tot de iCloud accounts van of [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3] en en/of [aangeefster 5] en/of [aangeefster 6] , en/of (vervolgens) de wachtwoorden van deze iCloud accounts gewijzigd;

ten aanzien van feit 2

op tijdstippen in de periode van 26 september 2015 tot en met 22 augustus 2017 te Culemborg en/of te Groningen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en wederrechtelijk in geautomatiseerde werken, te weten iCloud en/of e-mail accounts zijn binnengedrongen, waarbij hij en/of zijn mededader zich de toegang tot die geautomatiseerde werken heeft verworven door het doorbreken van een beveiliging en/of een technische ingreep en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, en vervolgens gegevens die waren opgeslagen, werden verwerkt of overgedragen door die geautomatiseerde werken waarin hij en/of zijn mededaders zich wederrechtelijk bevond(en), voor zichzelf of een ander heeft overgenomen, immers hebben verdachte en zijn mededader, zichzelf, door het beantwoorden van beveiligingsvragen (via social engineering), toegang verschaft tot de iCloud en/of e-mail account(s) van [aangeefster 1] en/of [aangeefster 2] en/of [aangeefster 4] en/of [aangeefster 5] en/of [aangeefster 6] , en/of vervolgens met behulp van het software programma Elcomsoft Phone Breaker de iCloud back-ups gedownload;

ten aanzien van feit 5

op één of meer tijdstippen in de periode van 15 maart 2017 tot en met 2 mei 2017 te Culemborg en/of te Groningen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander, te weten [naam fotograaf] , hebben gebruikt met het oogmerk om de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel is ontstaan.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 tot en met 6 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.

De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd, ondanks dat er geen maatregelenrapport betreffende verdachte beschikbaar is, dat verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd wordt. Als voorwaarden heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zich in de [naam kliniek] kliniek laat opnemen en daarnaast contact behoudt met de reclassering, zodat de reclassering alsnog nadere voorwaarden kan opmaken.

8.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht van de 24 gevorderde maanden gevangenisstraf er 13 voorwaardelijk op te leggen, met een proeftijd van 3 jaren. Op die manier kan verdachte snel uit detentie en starten met een behandeling in de [naam kliniek] kliniek. De raadsman verzoekt daarom ook geen maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen, maar bijzondere voorwaarden gekoppeld aan het voorwaardelijk strafdeel. Het gaat met name om een klinische behandeling bij een psychiatrische forensische kliniek, zoals de [naam kliniek] kliniek.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 26 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met en proeftijd van 3 jaar.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een gevangenisstraf en de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan identiteitsfraude, computervredebreuk en het downloaden van iCloud back-ups van heel veel mensen. Veel bestanden zijn doorzocht op intieme foto’s en filmpjes. Sommige vrouwen zijn hier achter gekomen en hebben aangifte gedaan. Hiermee heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op het privéleven van aangevers. Hij heeft met zijn handelen ook het vertrouwen dat een ieder moet kunnen hebben in het gebruik van internet geschaad. Het besef dat een wildvreemde kan in dringen in privé accounts van willekeurige mensen is beangstigend voor de samenleving als geheel. Het maakt dat mensen in zijn algemeenheid op hun hoede zijn en twijfelen of zij privacy gevoelige gegevens nog wel kunnen beschermen. Dit voedt een algemeen wantrouwen om privacy gevoelige gegevens op te slaan of te delen en verdachte heeft bijgedragen aan dit wantrouwen. Daarbij komt dat verdachte al vaker veroordeeld is met betrekking tot feiten gepleegd op het internet. Dit is strafverzwarend.

Naast een gevangenisstraf is ook van belang dat verdachte de juiste behandeling krijgt om herhaling te voorkomen. De vraag doet zich voor welke vorm daarvoor moet worden gekozen en wat de deskundigen daarover adviseren.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het psychologisch rapport van 17 januari 2018, opgemaakt door R.A. Sterk. Dit rapport houdt – kort gezegd – in dat verdachte een persoonlijkheidsstoornis heeft met narcistische en antisociale trekken in combinatie met hyperseksualiteit, die ook ten tijde van het ten laste gelegde aanwezig waren. Oplegging van TBS met voorwaarden wordt geadviseerd. Dit kader biedt veel waarborgen met betrekking op de kans op recidive en vormt een sterke stok achter de deur. De aanvulling van 23 april 2018 houdt – kort gezegd – in dat TBS met voorwaarden nog steeds is geïndiceerd. Indien oplegging daarvan onmogelijk is, omdat verdachte niet heeft willen meewerken met opstelling van het maatregelenrapport wordt oplegging van TBS met dwangverpleging geadviseerd.

Ter terechtzitting op 11 juli 2018 is Sterk tevens als deskundige gehoord. Hij heeft daar verklaard dat het van belang is dat verdachte in een klinische setting wordt behandeld. De behandeling zou in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijke straf en in het kader van TBS met voorwaarden hetzelfde zijn. Het verschil zit met name in het achterliggende kader, de stok achter de deur, aldus Sterk.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het psychiatrisch rapport van 30 januari 2018, opgemaakt door P.A. de Mon. Dit rapport houdt – kort gezegd – hetzelfde ziektebeeld in dat door Sterk is omschreven. Een klinische behandeling in een stringent juridisch kader als TBS met voorwaarden, wordt wenselijk geacht om de psychopathologie in remissie te brengen en de kans op recidive te verminderen.

Ter terechtzitting op 11 juli 2018 is P.A. de Mon, als deskundige gehoord. Zij heeft verklaard dat een strak juridisch kader nodig is om verdachte in behandeling te houden. TBS met voorwaarden zou daarbij een sterke stok achter de deur kunnen bieden.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 17 april 2018, opgemaakt door P.M. Brugman. Dit rapport houdt – kort gezegd – in dat verdachte niet zijn medewerking heeft verleend, waardoor het niet mogelijk is geweest om een adviesrapportage op te stellen te behoeve van oplegging van TBS met voorwaarden.

Ter terechtzitting op 11 juli 2018 is P.A. Brugman, als deskundige gehoord. Zij heeft verklaard dat een klinische behandeling nodig is, met voorkeur in het kader van TBS met voorwaarden.

De rechtbank stelt voorop dat het opleggen van een TBS maatregel (met voorwaarden) alleen mogelijk is bij een misdrijf waarop een wettelijke gevangenisstraf van minimaal vier jaar is gesteld.

Nu de rechtbank verdachte vrijspreekt van de afdreiging van [aangeefster 1] en het bezit van kinderporno (het onder 4 en 6 ten laste gelegde), is slechts de identiteitsfraude (feit 5) een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Alleen dit feit maakt zodoende oplegging van TBS met voorwaarden mogelijk. De afdreiging en het bezit van kinderporno betroffen feiten die direct zagen op ernstige inbreuk op de integriteit van aangeefsters, waarbij oplegging van TBS met voorwaarden in de rede zou liggen. De rechtbank acht het opleggen van TBS met voorwaarden voor de identititeitsfraude in dit geval echter een te vergaande maatregel.

De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat het de rechtbank er met name om te doen is dat verdachte de juiste behandeling krijgt. Dit kan ook bereikt worden met een straf met een voorwaardelijk deel waarbij bijzondere voorwaarden worden opgelegd nu is gebleken dat verdachte in het kader van bijzondere voorwaarden dezelfde klinische behandeling kan volgen als in het kader van TBS met voorwaarden. Verdachte heeft tevens aangegeven zich te willen laten behandelen in de [naam kliniek] kliniek. Nu verdachte gemotiveerd is deze behandeling in het kader van bijzondere voorwaarden te volgen, acht de rechtbank dit een hogere kans van slagen hebben dan indien deze behandeling in het strenge kader van de TBS met voorwaarden aan verdachte zou worden opgelegd. De rechtbank zal dus geen TBS met voorwaarden opleggen en TBS zal dus niet als stok achter de deur fungeren. De rechtbank legt verdachte dus een gevangenisstraf op van 26 maanden, met een groot voorwaardelijk strafdeel, te weten van 12 maanden. Dit voorwaardelijk strafdeel zal naar het oordeel van de rechtbank in voldoende mate als stok achter de deur dienen. Wel acht de rechtbank een extra lange proeftijd, van drie jaar noodzakelijk.

9 Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen: Packard Bell Computer, Harddisk Seagate, iPhone, Samsung telefoon, Western digital USB-stick en 25 CD-roms. Deze voorwerpen behoren aan verdachte toe. Nu met betrekking tot die voorwerpen het onder 1,2 en 5 bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

Tevens zijn er bij verdachte 3 stuks papieren met klantgegevens in beslag genomen. Deze voorwerpen behoren toe aan bedrijf [naam bedrijf] . De voorwerpen zullen worden bewaard ten behoeve dan de rechthebbende.

10 Benadeelde partij

De benadeelde partij [aangeefster 1] vordert € 22.633,48 aan materiële schadevergoeding en

€ 3.000,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente, in verband met het onder 4 ten laste gelegde schade.

Nu verdachte van het onder 4 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken, wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 47, 57, 138ab, 231b en 350a van het Wetboek van Strafrecht.

12 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 3,4, en 6 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1,2 en 5 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

medeplegen van opzettelijk en wederechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen veranderen en ontoegankelijk maken

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

medeplegen van computervredebreuk

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

medeplegen van identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om de identiteit van een ander te misbruiken.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 26 (zesentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat van deze straf het gedeelte van 12 (twaalf) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

4. zich meldt bij Reclassering Nederland wanneer hij hiertoe uitgenodigd wordt. Verdachte

blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren;

5. meewerkt aan controle op zijn digitale gegevensdragers. Het toezicht op deze voorwaarde kan onder andere bestaan uit controles van computers en andere apparatuur. Betrokkene werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek;

6. zich voor een klinische behandeling laat opnemen in de [naam kliniek] kliniek of een andere soortgelijke forensische psychiatrische kliniek, zulks ter beoordeling van de reclassering. Verdachte dient aansluitend op zijn gevangenisstraf te worden opgenomen in een forensische psychiatrische kliniek.

Geeft opdracht aan Reclassering Nederland om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beslissing beslag:

Verklaart verbeurd: Packard Bell Computer, Harddisk Seagate, iPhone, Samsung telefoon, Western digital USB-stick, 25 CD-roms.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van: 3 stuks papieren met klantgegevens van [naam bedrijf] .

Beslissing benadeelde partij

Verklaart de benadeelde partij [aangeefster 1] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Vaandrager, voorzitter,

mrs. E.M.M. Gabel en E.G.C Groenendaal, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Drent, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 augustus 2018.

1 Proces-verbaal aangifte, p. 010013-010016.

2 Ontvangst klacht door hulpofficier van justitie, p. 010488-010489

3 ECLI:NL:HR:2017:584.

4 ECLI:NL:RBAMS:2018:3297.

5 Proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming van verbalisant [naam verbalisant 1] d.d. 9 augustus 2017.

6 De Hoge Raad heeft in het smartphone-arrest ook overwogen dat in de bevoegdheid tot inbeslagneming besloten ligt de bevoegdheid tot onderzoek aan het inbeslaggenomen voorwerp, ECLI:HR:2017:584, rechtsoverweging 2.8.

7 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

8 Proces-verbaal van bevindingen: Relatie [medeverdachte] en [verdachte] , p. 100254.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100248-100249.

10 Proces-verbaal van bevindingen: Laptop [verdachte] , p. 100269.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 010040-010041.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 010080-010081.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 010125-010126 en proces-verbaal van bevindingen p. 10166 en 10167.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 010092-010093.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100299 en proces-verbaal van bevindingen p. 100383.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 010183.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100387, 100395, 100426-100428, 100430.

18 Proces-verbaal van bevindingen, 100393-100394, 100402, 100405, 100410-100412, 100418, 100425-100428, 100440.

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100384-100386, 100398, 100406, 100411, 100431, 100433.

20 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100432-100434, 100444-100446.

21 Proces-verbaal van bevindingen p. 100398

22 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100386.

23 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100389.

24 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100394.

25 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 010467-010469.

26 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100389.

27 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100415.

28 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100436.

29 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100425.

30 Proces-vervaal aangifte, p. 010054.

31 Proces-verbaal aangifte, p. 010083, Proces-verbaal aangifte, p. 010101, proces-verbaal aangifte, p. 010131.

32 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100405, p. 100408, 100423 en Proces-verbaal van bevindingen, p. 01087.

33 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100423-100424

34 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100411.

35 Proces-verbaal van bevindingen: Relatie [medeverdachte] en [verdachte] , p. 100254.

36 Geschrift, p. 01045.

37 Proces-verbaal van bevindingen: Laptop [verdachte] , p. 100269.

38 Geschrift, p. 01045.

39 Proces-verbaal van bevindingen, p. 010040-010041.

40 Proces-verbaal aangifte, p. 010102.

41 Proces-verbaal aangifte, p. 010131 – 010132.

42 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 100264.

43 Proces-verbaal van bevindingen, p.010204.

44 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100406-100407, 100419-100420

45 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100399, 100416, 100422

46 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100416.

47 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100414, 100416.

48 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100415-100417.

49 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100417.