Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:5593

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-08-2018
Datum publicatie
15-08-2018
Zaaknummer
13/751000-18
Rechtsgebieden
Europees strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

EAB België, tussenuitspraak, detentieomstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751000-18

RK nummer: 18/2915

Datum uitspraak: 2 augustus 2018

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 26 april 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 3 november 2017 door het Parket van de procureur des Konings Antwerpen, afdeling Turnhout (België) en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in het [huis van bewaring] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

Zitting 14 juni 2018

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 14 juni 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door haar raadsman, mr. P.J. van de Laar, advocaat te Eindhoven.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toelaatbaarheid van de verzochte overlevering. De raadsman heeft geen verweer gevoerd.

De rechtbank heeft de beslistermijn met dertig dagen verlengd.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en bepaald dat de uitspraak op 14 juni 2018 om 12:30 uur zal worden gedaan.

Tussenuitspraak 28 juni 2018

De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 28 juni 2018 overwogen dat de rechtbank na sluiting van het onderzoek kennis heeft genomen van recente ontwikkelingen in België over de detentieomstandigheden in verband met stakingen in Belgische gevangenissen.

De rechtbank heeft hierin aanleiding gezien zich te beraden over deze recente ontwikkelingen met het oog op het bepaalde in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het arrest van het Europese Hof van Justitie inzake Aranyosi en Căldăraru van 5 april 2016 (C-404/15 en C-659/15 PPU). Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat op een volgende zitting een en ander met partijen zal worden besproken.

Gezien het voorgaande heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend.

Zitting 19 juli 2018

De behandeling van vordering is voortgezet op de openbare zitting van 19 juli 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door haar nieuwe raadsman, mr. B.K.M. Fritz, advocaat te Haarlem.

De officier van justitie heeft wederom geconcludeerd tot toelaatbaarheid van de verzochte overlevering. De nieuwe raadsman heeft geen verweer gevoerd.

De rechtbank heeft de beslistermijn voor onbepaalde tijd verlengd, omdat de verlengde beslistermijn van 90 dagen op 25 juli 2018 zou aflopen en de rechtbank gelet op het te voeren beraad over de zaak voor die datum nog geen uitspraak zou kunnen doen.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en bepaald dat de uitspraak op 2 augustus 2018 om 12:30 uur zal worden gedaan.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie

De raadsman heeft geen verweer gevoerd met betrekking tot de detentieomstandigheden in België.

De officier van justitie heeft ingebracht dat uit het bericht van 11 juli 2018 van de Federale Overheidsdienst (FOD) Justitie blijkt dat de staking officieel is beëindigd op 10 juli [2018] om 22:00 uur. Het normaal regime wordt weer ingevoerd en dit proces kan 1 tot 2 dagen innemen. Daarmee is de vrees voor schending van artikel 4 van het Handvest weggenomen, aldus de officier van justitie.

De rechtbank overweegt het volgende.

De Belgische autoriteit heeft in het bericht van 11 juli 2018 van de FOD Justitie over de stakingen de volgende informatie verstrekt:

De stakingen zijn begonnen op 19 juni jl. en troffen alle Belgische gevangenissen, zij het in verschillende mate. De inzet van de staking was de invoering van een gegarandeerde dienstverlening tijdens stakingen in de gevangenissen, waarvan het voorontwerp van wet midden juni werd aangenomen door de Ministerraad. Ook het ontwerp van nieuw statuut voor het gevangenispersoneel was een inzet.

Dit ontwerp voorziet in de mogelijkheid om personeel desnoods op te vorderen om een minimale regime aan de gedetineerden te kunnen bieden in geval van staking. Dit regime omvat het recht op voeding, hygiëne, zorg, briefwisseling, bezoek, telefoon, wandeling, en toegang tot de advocaat, consulaire of diplomatieke vertegenwoordiger en godsdienst.

De staking vond plaats in alle gevangenissen. Wel werden zij om beurten gehouden in de Nederlandstalige, resp. Franstalige inrichtingen, maar alle personeelsleden zijn vrij om alle dagen te staken.

Vanaf het begin van de staking zijn er formele en informele onderhandelingen opgestart met de vakbonden. Tijdens deze fase hebben de vakorganisaties een aantal opmerkingen kunnen maken rond het voorontwerp van tekst. Hieruit werd een nieuwe tekst opgemaakt waar de sociale partners tegen 26 juli op zullen reageren. Daarna zal de tekst opnieuw voorgelegd worden op de Ministerraad. Op basis hiervan heeft het personeel beslist het werk te hervatten.

Zoals gemeld werd er in alle gevangenissen gestaakt, maar wel op verschillende wijze naar gelang de inrichting. Het regime dat een actie aangeboden kan worden is immers afhankelijk van het aantal werkwilligen op die dag. De activiteiten die prioritair voorgaan zijn: douche, wandeling, telefoon en bezoek. Voedsel- en medicatiebedeling is altijd gegarandeerd. Het werkwillig personeel doet er steeds alles aan om een maximum aan basisvoorzieningen inzake regime aan de gedetineerden te bieden.

Wat betreft de naleving van artikel 4 van het Handvest heeft de Belgische autoriteit de volgende informatie verstrekt:

Zolang de minimale dienstverlening niet wettelijk is geregeld kunnen wij niet garanderen dat tijdens stakingen de detentieomstandigheden zullen beantwoorden aan de eisen van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, ook niet voor gedetineerden voor wie de nodige garanties werden gegeven.

Tot slot heeft de Belgische autoriteit de volgende informatie verstrekt over de beëindiging van de stakingen:

De staking is officieel beëindigd op 10 juli om 22 uur. Vanaf 11 juli starten de gevangenissen terug op en wordt het normaal regime weer ingevoerd. Dit proces kan 1 tot 2 dagen innemen.

Nu de staking voorbij is, worden de gevangenisregimes uiteraard weer normaal uitgevoerd in de Belgische gevangenissen. An sich antwoorden deze regimes aan de vereisten van in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de nu beschikbare informatie moet worden geconcludeerd dat tijdens stakingen in de Belgische gevangenissen sprake is van een reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest.

Hoewel de stakingen op 10 juli 2018 zijn beëindigd en het normaal regime weer is ingevoerd, is de rechtbank van oordeel dat nog altijd sprake is van een zorgwekkende situatie. Hierbij is van belang dat de onderhandelingen over de nieuwe regelgeving nog gaande zijn en dat de uitkomst van die onderhandelingen onzeker is.

Verder acht de rechtbank, mede gelet op de eerdere stakingen door gevangenispersoneel in België in de afgelopen periode, de kans op nieuwe stakingen gedurende de onderhandelingen reëel.

Mocht het tot een nieuwe staking komen voordat de nieuwe regelgeving is ingevoerd, dan volgt uit voormelde e-mail van 11 juli 2018 dat niet kan worden gegarandeerd dat een overgeleverde persoon toch in een situatie zal verkeren die voldoet aan de eisen van artikel 4 van het Handvest. Het vragen van dergelijke waarborgen is op dit moment dan ook niet opportuun.

De rechtbank ziet in hetgeen zij hiervoor heeft overwogen aanleiding het onderzoek te heropenen en voor onbepaalde tijd te schorsen totdat meer duidelijkheid kan worden verschaft door de uitvaardigende justitiële autoriteit over de uitkomst van de onderhandelingen omtrent de nieuwe regelgeving en de (structurele) gevolgen hiervan voor de detentieomstandigheden.

4 Beslissing

HEROPENT en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd om bovengenoemde reden.

Beveelt de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum met tijdig bericht aan haar raadsman.

Aldus gedaan door

mr. C. Klomp, voorzitter,

mrs. A.K. Glerum en M.T.C. de Vries, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 2 augustus 2018.

Mr. A.K. Glerum is buiten staat deze uitspraak

mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.