Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:5571

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-08-2018
Datum publicatie
14-08-2018
Zaaknummer
13-729026-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Witwassen van een geldbedrag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/729026-18 (Promis)

Datum uitspraak: 1 augustus 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1988,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de [plaats detentie] .

1 Zitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van de terechtzitting van 18 juli 2018. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R.N. Refos, en van wat de gemachtigde raadsman mr. W. van Vliet naar voren heeft gebracht.

2 Beschuldiging

Verdachte wordt ervan beschuldigd samen met anderen € 192.260,- te hebben witgewassen op of omstreeks 10 april 2018. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Het politieonderzoek is gestart naar aanleiding van informatie afkomstig uit een ander strafrechtelijk onderzoek, inhoudende dat een Ford Focus (kenteken [kenteken 1] ) met een groot geldbedrag of verdovende middelen richting Diemen reed. De politie heeft vervolgens drie observaties gedaan, namelijk op 27 februari 2018, 9 april 2018 en 10 april 2018.

Op 27 februari 2018 is door de politie gezien dat een Opel Astra (kenteken [kenteken 2] ) van de [adres 1] in Hoofddorp naar Den Haag is gereden, en dat één van de inzittenden met een goed gevulde Albert Heijn shoppertas naar voornoemde Ford Focus (kenteken [kenteken 1] ) liep. Kort daarna is in die Ford Focus een lege Albert Heijn shoppertas en een geheime ruimte gevonden met daarin € 269.040,00. In de woning van de bestuurder van de Ford Focus is € 1.500,00, 987 gram cocaïne en 427 tabletten XTC gevonden.

Vervolgens is begin april 2018 een tweede afscherm proces-verbaal uitgebracht, waarin staat vermeld dat de gebruikers van de personenauto Opel Astra (met kenteken [kenteken 2] ) verblijven in [adres 1] te Hoofddorp en dat deze personen betrokken zijn bij de handel in verdovende middelen en/of het witwassen van contant geld.

Op 9 april heeft een tweede observatie plaatsgevonden. Gezien is dat de Opel Astra (met kenteken [kenteken 2] ) van de [adres 1] naar de [adres 2] te Rotterdam is gereden en één van de inzittenden een plastic tas aan de bestuurder van een Opel Corsa (kenteken [kenteken 3] ) gaf. De bestuurder van de Opel Astra leek volgens de politie op verdachte. De Opel Corsa is daarna naar de [adres 3] te Rotterdam gereden.

Op 10 april 2018 hebben de verbalisanten tijdens de derde observatie waargenomen dat de Opel Astra met kenteken [kenteken 2] om 17:12 uur wegreed van de [adres 1] te Hoofddorp en de bestuurder daarna bij het BP tankstation aan de Kruisweg te Hoofddorp heeft getankt. De bestuurder van de Opel Astra is op de camerabeelden van het tankstation door verbalisanten herkend als verdachte. Omstreeks 18:55 uur is de Opel Astra ( [kenteken 2] ) aangekomen op de [adres 2] te Rotterdam. Verdachte is om 19:11 uur uit de Opel Astra gestapt en vervolgens met een grote blauw wit geblokte plastic tas naar de Opel Corsa (kenteken [kenteken 3] ) gelopen en nam plaats op de bijrijdersstoel. Na enkele seconden is hij uit het voertuig gestapt. Hij is, zonder iets zichtbaar bij zich te hebben, naar de Opel Astra (met kenteken [kenteken 2] ) gelopen, ingestapt en weggereden. De Opel Corsa (kenteken [kenteken 3] ) is eveneens weggereden. Omstreeks 19:14 uur is de bestuurder van de Opel Corsa aangekomen in Rotterdam. De bestuurder van het voertuig is uitgestapt met een half gevulde witte plastic tas met blauwe blokken in zijn hand. Hij is de woning aan de [adres 3] te Rotterdam ingegaan.

Vervolgens is een man die in een Opel Astra met Belgisch kenteken reed, de woning [adres 3] binnengegaan. Circa een half uur later verliet hij de woning met een grote, half gevulde zware sporttas van het merk Nike en ontmoet vervolgens de Opel Astra met kenteken [kenteken 2] op de [adres 2] te Rotterdam. Daar geeft hij een goed gevulde, witte plastic tas aan de bestuurder van de Opel Astra met kenteken [kenteken 2] , waarna beide auto’s naar de [adres 1] te Hoofddorp reden. Later is gebleken dat in de Opel Astra met Belgisch kenteken twee verborgen ruimtes zaten en dat er een lege Nike-tas achter de bijrijdersstoel lag.

Vanaf 10 april 2018 om 23:34 uur is de woning aan de [adres 3] te Rotterdam doorzocht. Tijdens die doorzoeking is op negen verschillende plaatsen in de woning contant geld aangetroffen, waaronder in het toilet achter een verlaagd plafondgedeelte en in de woonkamer achter de bank in een zwarte tas. In totaal is € 192.260,00 gevonden. Verder is er cocaïne gevonden en is een blauw/witte plastic boodschappentas van de Aldi gezien op een eetkamerstoel in de woning.

Medeverdachte [medeverdachte 1] is in deze woning aangehouden. Hij heeft verklaard dat hij geld heeft opgehaald op verzoek van een vriend wiens naam hij niet wil noemen. Hij heeft een wit met blauw geruite plastic tas met bundels geld, afkomstig uit de zwarte Opel Astra, gekregen en naar de woning aan de [adres 3] gebracht.

Ook de woning aan de [adres 1] te Hoofddorp is doorzocht en daar zijn twee verborgen ruimtes cocaïne aangetroffen. In deze woning zijn verdachte en twee medeverdachten aangehouden.

In de Opel Astra met kenteken [kenteken 2] (waarvan verdachte de bestuurder was op 10 april 2018) is achter het dashboard een verborgen ruimte aangetroffen.

Verdachte heeft verklaard onschuldig te zijn en zich voor het overige op zijn zwijgrecht te beroepen.

3.2.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Volgens de officier van justitie kan het witwassen van een bedrag € 190.000,10 bewezen worden verklaard, op grond van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen. Verdachte is herkend als de bestuurder van de Opel Astra (met kenteken [kenteken 2] ) en medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard van de bestuurder van de Opel Astra een tas met geld te hebben gekregen. Het geld dat in de woning is gevonden, zat niet in een blauw wit geblokte tas maar lag op diverse plaatsen in de woning. Niet bekend is hoeveel geld er exact in de tas zat die verdachte aan [medeverdachte 1] heeft gegeven. Omdat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat het geld in de tas met elastieken in bundels was verdeeld, en er geen geld is gevonden in voertuigen of in de woning aan [adres 1] , moet het geld dat in de woning aan de [adres 3] is gevonden en met elastieken in bundels was verpakt (in totaal € 190.000,10), afkomstig zijn uit de tas die verdachte heeft overgedragen. De hoogte van het contante geldbedrag en de wijze waarop het geld is aangetroffen en is vervoerd, rechtvaardigt een vermoeden van witwassen. Verdachte heeft geen verklaring gegeven ten aanzien van de herkomst van het geld. Witwassen kan daarom bewezen worden verklaard.

3.3.

Standpunt van de verdediging

Verdachte dient te worden vrijgesproken omdat wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. Er is een observatie geweest op 10 april 2018, maar daaruit volgt niet dat verdachte geld voorhanden heeft gehad en/of dit aan een ander heeft gegeven. Er is geen technisch bewijs en dat moet in het voordeel van verdachte worden uitgelegd. De grote witte plastic tas met blauwe blokken die bij de observatie is gezien, komt niet overeen met het (kleine) plastic tasje van de Aldi dat in de woning aan de [adres 3] zou zijn gevonden maar niet in beslag is genomen. In het observatieverslag wordt niets gezegd over de naam Aldi, terwijl deze naam met grote letters duidelijk te zien moet zijn geweest. Bovendien is de Aldi tas niet wit met blauwe blokken. [medeverdachte 1] verklaart wel over een tas met geld, maar zijn verklaring kan op grond van de Vidgen-jurisprudentie niet voor het bewijs worden gebruikt. De verdediging heeft niet effectief gebruik kunnen maken van het ondervragingsrecht. [medeverdachte 1] heeft zich bij de rechter-commissaris namelijk op zijn verschoningsrecht beroepen. De verklaring van [medeverdachte 1] is ook niet betrouwbaar. Hij is zelf verdachte en heeft dus een belang bij het afschuiven van de schuld. Ook is niet vast komen te staan dat het geld dat in de woning is gevonden, afkomstig is uit de tas die verdachte aan [medeverdachte 1] zou hebben gegeven. Het geld lag op verschillende plekken in de woning.

3.4.

Oordeel van de rechtbank

Betrouwbaarheid medeverdachte [medeverdachte 1] en Vidgen-jurisprudentie

Ten aanzien van het verweer van de raadsman dat de verklaring van [medeverdachte 1] onbetrouwbaar is, overweegt de rechtbank als volgt. De verklaring die [medeverdachte 1] heeft afgelegd wordt ondersteund door de observatie van 10 april 2018 en de resultaten van de doorzoeking van de woning aan de [adres 3] . Er wordt immers gezien dat verdachte met een tas uit de auto stapt, instapt bij [medeverdachte 1] , de tas overhandigt en dan zonder tas weer uitstapt. Dit komt precies overeen met wat [medeverdachte 1] verklaart. Tijdens de doorzoeking van de woning aan de [adres 3] is een grote hoeveelheid contant geld (€ 192.260,-) aangetroffen. Dit komt overeen met de verklaring van [medeverdachte 1] dat er bundels met geld in de tas zaten en dat het geld naar de woning aan de [adres 3] is gebracht. Gelet hierop verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsman. De rechtbank vindt de verklaring van [medeverdachte 1] voldoende betrouwbaar om voor het bewijs te kunnen dienen.

Ook het beroep van de raadsman op de Vidgen-jurisprudentie wordt verworpen, nu de bewezenverklaring niet enkel steunt op de verklaring van [medeverdachte 1] , maar die verklaring op belangrijke punten ondersteund wordt door andere bewijsmiddelen.

Enig misdrijf

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van witwassen opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Allereerst zal moeten worden vastgesteld of de feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien die situatie zich voordoet, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring heeft voor de herkomst van dat voorwerp. Zo een verklaring dient te voldoen aan de vereisten dat zij concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is.

Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp "uit enig misdrijf" afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Vermoeden van witwassen

In onderhavige zaak is niet komen vast te staan uit welk specifiek misdrijf het geld dat in de [adres 3] is gevonden afkomstig is. De rechtbank dient daarom te beoordelen of er feiten en omstandigheden zijn die doen vermoeden dat sprake is van het witwassen van crimineel geld (dat wil zeggen: geld dat middellijk of onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig is).

Tijdens de observatie van 10 april 2018 hebben verbalisanten waargenomen dat verdachte de bestuurder was van een Opel Astra (met kenteken [kenteken 2] ). Later is gebleken dat deze auto was voorzien van een verborgen ruimte. Verdachte heeft op een parkeerplaats aan de [adres 2] in Rotterdam [medeverdachte 1] ontmoet. Vervolgens is hij met een blauw wit geblokte plastic tas in het voertuig van [medeverdachte 1] gestapt. [medeverdachte 1] heeft verklaard op dat moment een wit met blauw geruite plastic tas te hebben ontvangen met daarin bundels met geld. Dat geld heeft hij naar de woning aan de [adres 3] gebracht. Op diverse plaatsen in de woning aan de [adres 3] is vervolgens € 192.260,00 aan contant geld gevonden, en een deel van dat geld was verstopt. Kennelijk heeft verdachte op de openbare weg, een grote hoeveelheid contant geld dat was verpakt in een plastic tas, overgedragen aan [medeverdachte 1] . Daarnaast is verdachte aangehouden op het adres [adres 1] te Hoofddorp en was hij in het bijzijn van personen die worden verdacht van betrokkenheid bij de handel in drugs en/of het transport van contant geld. Gelet op de wijze waarop het geld is vervoerd (in een plastic tas, in een auto met een verborgen ruimte), de overdracht van het geld (op een parkeerplaats), de omstandigheid dat het om een aanzienlijk geldbedrag in contanten gaat, de wijze waarop het geld uiteindelijk is aangetroffen en de aanwezigheid van verdachte in een woning waar harddrugs is gevonden, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een vermoeden van witwassen van het overgedragen geld.

In bovenstaande redenering van de rechtbank is niet relevant of de blauw wit geblokte tas die verdachte heeft overgedragen aan [medeverdachte 1] dezelfde tas is als die gevonden is in de woning aan de [adres 3] te Rotterdam. Daarom bespreekt de rechtbank het verweer van de raadsman hierover niet.

Van verdachte mag onder de gegeven omstandigheden worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld, en die verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Verdachte heeft geen verklaring afgelegd. Hij heeft zich op zijn zwijgrecht beroepen en geen enkele verklaring gegeven voor de herkomst van het geld.

De rechtbank komt op basis van het voorgaande tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat het door verdachte overhandigde geldbedrag – middellijk of onmiddellijk – uit enig misdrijf afkomstig is.

Ten aanzien van de hoogte van het geldbedrag, is de rechtbank met de raadsman van oordeel dat niet vastgesteld kan worden welk bedrag zich in de plastic tas heeft bevonden. Uit het feit dat sprake was van een grote plastic tas die half gevuld was en het feit dat [medeverdachte 1] spreekt van ‘bundels’ geld, leidt de rechtbank af dat het wel een groot geldbedrag betrof. Om deze reden acht de rechtbank bewezen dat verdachte samen met een ander een geldbedrag heeft witgewassen, zoals in rubriek 4 is vermeld.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op 10 april 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader een groot geldbedrag

voorhanden gehad en overgedragen,

terwijl hij en zijn mededader wisten, dat bovenomschreven geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

6 Strafoplegging

6.1.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest.

6.2.

Standpunt van de verdediging

In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, dan heeft de raadsman bepleit de strafeis van de officier van justitie te matigen, mede gelet op de transactie die eerder aan verdachte is aangeboden (maar die hij niet kon betalen), het feit dat de zaak tegen [medeverdachte 1] met een transactie is afgedaan en het feit dat medeverdachte [medeverdachte 2] in vrijheid is gesteld.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een groot geldbedrag. Witwassen is een ernstig feit omdat daarmee het (vertrouwen in het) economisch verkeer wordt geschaad en omdat het bijdraagt aan de instandhouding van criminaliteit. Witwassen dekt de onderliggende strafbare feiten af en maakt dat de crimineel verkregen inkomsten besteedbaar worden. Verdachte heeft daar met de overdracht van het geld op 10 april 2018 een bijdrage aan geleverd. De rechtbank rekent verdachte dit aan.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat rekening gehouden met het blanco strafblad van verdachte.

De rechtbank heeft ook gekeken naar de straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Hierbij wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat niet concreet kan worden vastgesteld welk geldbedrag is witgewassen, maar er kan wel vanuit worden gegaan dat het een groot geldbedrag is geweest. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de rol die verdachte in deze zaak heeft gespeeld, te weten als koerier. Voorts neemt de rechtbank in ogenschouw dat het Openbaar Ministerie in een eerder stadium aan verdachte een transactie heeft aangeboden ter hoogte van ongeveer € 20.000,-.

Gelet op voornoemde omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om in het voordeel van verdachte af te wijken van de strafeis van de officier van justitie. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf van vijf maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht passend en geboden is.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op het artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

witwassen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de straf.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Vaandrager, voorzitter,

mrs. J.M. Jongkind en E.G.C. Groenendaal, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Todorov, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 augustus 2018.