Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:5569

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-08-2018
Datum publicatie
16-08-2018
Zaaknummer
13-669183-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak afpersing/diefstal met geweld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/669183-15 (Promis)

Datum uitspraak: 1 augustus 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorte plaats] op [geboortedatum] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[BRP-adres] .

1 Zitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van de terechtzittingen van 9 september 2016 en van 18 juli 2018. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.N. Refos en van wat de gemachtigde raadsvouw, mr. H. Feenstra, naar voren heeft gebracht.

2 Beschuldiging

Verdachte wordt ervan beschuldigd samen met een ander een diefstal met geweld te hebben gepleegd, dan wel [aangeefster] te hebben afgeperst op 21 juli 2015. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden, en baseert zich daarbij op de aangifte van [aangeefster] en de diverse getuigenverklaringen die zijn afgelegd bij politie, ten overstaan van de rechter-commissaris en ter zitting.

In de zomer van 2015 waren verdachte en sdachte [medeverdachte] goed bevriend. [medeverdachte] was tevens bevriend met aangeefster [aangeefster] . Op 21 juli 2015 is [aangeefster] na haar werk opgehaald door [naam] , de toenmalige vriend van [medeverdachte] . [medeverdachte] had met [naam] afgesproken om hem en [aangeefster] die dag te ontmoeten, zodat zij met [aangeefster] kon praten. [aangeefster] zou namelijk naaktfoto’s van [medeverdachte] op haar telefoon hebben. [medeverdachte] wilde een gesprek aangaan, zodat de foto’s in haar bijzijn door [aangeefster] van de telefoon zouden worden verwijderd. [aangeefster] was niet op de hoogte van het feit dat [naam] dit met [medeverdachte] had afgesproken. [naam] is met [aangeefster] naar de McDonalds aan de Fogostraat gereden. Nadat zij drinken hebben gehaald bij de McDrive zijn zij weer weggegaan bij McDonalds. Bij het passeren van de Etnastraat heeft [aangeefster] tegen [naam] gezegd naar rechts te gaan, zodat zij rustig konden praten. [naam] is echter rechtdoor gereden de Maroastraat op. Terwijl zij rechtdoor reden, werd de auto van [naam] ingehaald en vervolgens in de bocht klemgereden door een Volkswagen Golf. Deze Volkswagen Golf sneed de auto van [naam] af en kwam op de rijbaan tot stilstand. [naam] werd daardoor gedwongen eveneens te stoppen. In deze Volkswagen Golf zaten verdachte, de toenmalige vriend van verdachte en [medeverdachte] . Alle drie de inzittenden van de Volkswagen Golf zijn uitgestapt en naar de auto van [naam] gelopen, waar een schermutseling heeft plaatsgevonden waarbij [aangeefster] uit de auto is getrokken en op de grond terecht is gekomen. Verdachte en [medeverdachte] hebben beiden geweld gebruikt tegen [aangeefster] . Zij is hierbij gewond geraakt. Vervolgens is [naam] weggereden en is ook de Volkswagen Golf met daarin verdachte, [medeverdachte] en de toenmalige vriend van verdachte, weggereden. [aangeefster] bleef op straat achter. Zij was haar tas met daarin onder andere haar telefoon, kwijt. De tas is ongeveer zes weken later in de woning van verdachte aangetroffen. [medeverdachte] verbleef in die periode ook in die woning. De telefoon is niet teruggevonden.

Ter zitting zijn de camerabeelden van het incident bekeken. Op de camerabeelden is te zien dat de bijrijder van de Volkswagen Golf ( [medeverdachte] ) na het klemrijden als eerste uit de auto stapt, naar de auto van [naam] rent en het portier open trekt aan de passagierskant. Verdachte, de bestuurder van de Volkswagen Golf, stapt kort daarna ook uit en loopt naar de bestuurderskant van de auto van [naam] . Enkele seconden later loopt verdachte eveneens naar de passagierskant waar [aangeefster] zit. Vervolgens is te zien dat een derde persoon uit de Volkswagen Golf stapt en ook naar de auto van [naam] loopt. Deze persoon moet de vriend van verdachte zijn geweest. Op de beelden zijn bewegingen te zien bij de auto van [naam] , met name aan de passagierskant. Maar er kan niet worden vastgesteld wat er exact gebeurt, of wie wat doet. Daarvoor zijn de beelden te vaag. Op enig moment is een zwarte vlek in beeld, buiten bij de auto aan de passagierskant. Of dit mogelijk de tas van [aangeefster] is, is niet te zien. Ook is niet te zien of iemand de tas van [aangeefster] op enig moment heeft gepakt en meegenomen naar de Volkswagen Golf.

3.2.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Het medeplegen van de ten laste gelegde diefstal met geweld kan bewezen worden verklaard, op grond van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen. De camerabeelden tonen aan dat hier sprake is geweest van een beroving. Aangeefster heeft verklaard dat beide verdachten daarbij geweld hebben gebruikt. De tas van aangeefster is vervolgens in de woning van verdachte teruggevonden.

3.3.

Standpunt van de verdediging

Verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat zij geen goederen van aangeefster heeft weggenomen. Er is onvoldoende overtuigend bewijs voor het plegen of medeplegen van een diefstal met geweld. Daarnaast is er ook geen goed afgegeven, dus er is evenmin sprake van afpersing.

3.4.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht – anders dan de officier van justitie – het ten laste gelegde niet bewezen. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken.

Zoals hierboven uiteengezet, heeft er een incident plaatsgevonden tussen verdachte, [medeverdachte] en [aangeefster] , waarin ook verdachte een aandeel heeft gehad. Verdachte heeft immers het voertuig waarin [aangeefster] zat klem gereden.

De rechtbank kan echter niet vaststellen op welk moment, hoe of door wie de tas van [aangeefster] is weggenomen en op welke wijze de tas terecht is gekomen in de woning van verdachte. In de woning van verdachte verbleef ook [medeverdachte] . De verklaringen in het dossier lopen op dit punt sterk uiteen en op de camerabeelden is niet te zien dat een tas wordt weggenomen.

De rechtbank kan ook niet vaststellen dat bij het wegnemen van de tas zodanig nauw en bewust is samengewerkt dat gesproken kan worden van het medeplegen van diefstal, ongeacht wie de wegnemingshandeling heeft verricht. [medeverdachte] heeft weliswaar tegen verdachte gezegd het voertuig waarin [aangeefster] zat klem te rijden, maar het is onduidelijk wat het doel hiervan is geweest. Volgens [medeverdachte] was het de bedoeling een confrontatie aan te gaan met [aangeefster] omtrent de naaktfoto’s die op de telefoon van [aangeefster] stonden opgeslagen. Uit de hiervoor omschreven feitelijke gang van zaken volgt niet dat er sprake is geweest van een vooropgezet plan dan wel een afgesproken taakverdeling ten aanzien van het wegnemen van de tas. Het is mogelijk dat pas tijdens de confrontatie bij de auto van [naam] één van de aanwezigen heeft besloten om de tas van [aangeefster] weg te nemen. Uit de camerabeelden is bovendien gebleken dat ook nog een derde persoon, namelijk de toenmalige vriend van verdachte, tijdens de schermutseling bij de auto stond waar [aangeefster] en [naam] in zaten. Wat zijn rol is geweest, is in het geheel niet duidelijk geworden.

De rechtbank kan, kortom, wel vaststellen dat verdachte (mede)pleger is van het gebruikte geweld tegen [aangeefster] , maar niet dat verdachte ook pleger of medepleger is van het wegnemen van de tas. Daarmee kan de tenlastegelegde diefstal met geweld niet worden bewezen.

Ook is er geen sprake van afpersing, gelet op het feit dat er geen goed is afgegeven door [aangeefster] .

4 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [aangeefster] vordert € 342,40 aan materiële schadevergoeding en € 500,00 aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Verdachte wordt vrijgesproken. Aan verdachte wordt dus ook geen straf of maatregel opgelegd en ook artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt niet toegepast. Op grond van artikel 361 van het Wetboek van Strafvordering is de vordering van de benadeelde partij in dat geval niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank niet over de inhoud van de vordering kan beslissen. De benadeelde partij kan haar vordering eventueel nog aan de civiele rechter voorleggen.

5 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij [aangeefster] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Vaandrager, voorzitter,

mrs. J.M. Jongkind en E.G.C. Groenendaal, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Todorov, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 augustus 2018.

[...]