Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:5438

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-07-2018
Datum publicatie
27-07-2018
Zaaknummer
6153462 CV EXPL 17-16133
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

MTTM, een bedrijf voor zakelijke telefonie- en internetoplossingen moet bijna 6000 euro aan onterecht geïnde contractkosten terugbetalen aan Club Mediterranee Holland B.V. (Club Med).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: 6153462 CV EXPL 17-16133

Uitspraak: 27 juli 2018

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Club Mediterranee Holland B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde mr. B. Niemeijer,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MTTM Partners B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZakelijkeNummers.nl B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden,

gemachtigde mr. M.J.S. van der Vorst.

Eiseres zal hierna Club Med genoemd worden. Gedaagde sub 1 zal hierna MTTM worden genoemd, gedaagde sub 2 Zakelijkenummers, en gedaagden gezamenlijk in enkelvoud MTTM c.s.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de rolmededeling van 9 maart 2018, waarin een comparitie van partijen is bepaald,

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van 29 juni 2018 en de daarin genoemde stukken.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten en omstandigheden

1.1.

MTTM en Club Med hebben op 14 september 2010 de overeenkomst van 11 september 2008, op grond waarvan MTTM c.s. bepaalde telefoondiensten aan Club Med heeft verleend, schriftelijk verlengd voor de duur van twee jaar (hierna: de overeenkomst).

1.2.

In de overeenkomst staat de volgende bepaling opgenomen (hierna: het opzeggingsbeding):

“Aanvullende voorwaarden:

Contractduur: onbepaalde tijd, de minimum duur bedraagt twee jaar. Na deze periode wordt deze stilzwijgend met eenzelfde periode verlengd en is er een mogelijkheid tot opzegging met inachtneming van de opzegtermijn van drie maanden. (…).

1.3.

MTTM c.s. heeft op 6 juni 2014 een brief aan Club Med gestuurd waarin zij - zakelijk weergegeven - een nieuwe dienst (Missedcall2Email Alert) heeft geïntroduceerd en Club Med heeft geïnformeerd over een verlenging van de overeenkomst met drie jaar.

1.4.

Op 3 oktober 2016 heeft MTTM c.s. een brief aan Club Med gestuurd waarin zij - zakelijk weergegeven - Club Med heeft geïnformeerd (i) over de eerstvolgende einddatum (13 september 2018) van de overeenkomst en (ii) over de wijze waarop zij in de maanden voorafgaand aan de brief de eerstvolgende einddatum aan Club Med heeft gecommuniceerd (via facturen, commerciële aanbiedingen en de persoonlijke omgeving binnen het online portal). Daarnaast heeft MTTM c.s. in de brief aan Club Med gevraagd om middels de bijgevoegde antwoordkaart een keuze te maken voor de facturatiefrequentie.

1.5.

In een brief van 22 februari 2017 van MTTM c.s. aan Club Med staat, onder meer, het volgende opgenomen:

In 2016 hebben we als MTTM.nl uw toenmalige eerstvolgende einddatum verlengd en uw nieuwe facturatievoorkeur vastgelegd. Middels dit schrijven willen wij u onze communicatie omtrent deze verlenging verduidelijken. Dit doen wij door voor u overzichtelijk te maken wanneer en hoe u bepaalde informatie van ons heeft ontvangen die gevolgen hadden voor uw contract of –voorwaarden.

Hoe de verlenging plaats heeft gevonden

Op 29-6-2016 hebben we u middels een brief een scherpe aanbieding gedaan voor het verlengen van uw contract. Hierin hebben we u duidelijk gecommuniceerd dat wij ervan uitgaan dat u tevreden bent met onze dienstverlening en we uw contract zouden verlengen als u niet binnen 30 dagen af zou zien van het aanbod. Deze verlenging van één jaar van uw contract hebben we op 26-8-2016 eveneens middels een brief aan u bevestigd. Tevens zijn we vanaf begin september 2016 structureel uw eerstvolgende einddatum gaan communiceren op zowel uw factuur als commerciële uitingen en in uw persoonlijke portal.

Hoe we u gevraagd hebben uw facturatiefrequentie door te geven

Vanaf 23-9-2016 zijn wij begonnen u te vragen of u uw gewenste facturatiefrequentie door wilt geven. (…). Hier wordt u er expliciet op gewezen dat, wanneer u uw facturatiefrequentie doorgeeft, u tevens akkoord gaat met de nieuwe einddatum van uw lopende contract welke inmiddels met één jaar was verlengd. Mocht u vóór 31-12-2016 geen facturatievoorkeur op hebben gegeven, zij wij ervan uitgegaan dat u uw facturatie ongewijzigd had willen laten.

(…).

Samenvatting Finance Communicatie momenten 2016:

- (…)

- Op 26-9-2016 is de nieuwe facturatiefrequentie doorgegeven, deze is omgezet naar maandelijks. Deze keuze is ondertekend door [naam] en op 26-9-2016 is hiervan bevestiging verzonden naar [e-mailadres] .

- (…).

1.6.

Op 21 december 2016 heeft Club Med de overeenkomst per 31 januari 2017 opgezegd, omdat zij voor de benodigde telefoondiensten van MTTM c.s. wilde overstappen naar KPN.

1.7.

MTTM c.s. heeft op enig moment na de opzegging een aantal slotnota’s voor een totaalbedrag van € 5.696,13 aan Club Med gestuurd (hierna tezamen: de slotnota). Op 2 en 17 januari 2017 heeft Club Med respectievelijk per telefoon en e-mail aan MTTM c.s. laten weten dat zij niet akkoord ging met het betalen van de slotnota, omdat het in rekening brengen van de slotnota niet rechtsgeldig was.

1.8.

MTTM c.s. heeft op 23 januari 2017 een bedrag van € 5.696,13 geïncasseerd bij Club Med.

1.9.

De advocaat van Club Med heeft verschillende brieven aan MTTM c.s. gestuurd waarbij Club Med MTTM c.s. heeft gesommeerd om het bedrag van € 5.696,13 aan Club Med terug te betalen.

Het geschil

1. Club Med vordert - samengevat - dat MTTM c.s. bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad hoofdelijk zal worden veroordeeld tot betaling van:

€ 5.696,13 vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 23 januari 2017, althans 23 februari 2017, althans 24 april 2017,

€ 659,81 aan buitengerechtelijke incassokosten,

de proceskosten.

2. Club Med legt het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. Artikel 7.2a van de Telecommunicatiewet (TCW) is van toepassing op de overeenkomst, als gevolg waarvan het opzeggingsbeding met een termijn van drie maanden nietig is. Op grond van artikel 7.2a lid 5 TCW geldt namelijk een maximale opzegtermijn van één maand. Zij heeft daar aan voldaan, want zij heeft de overeenkomst op 21 december per 31 januari 2017 opgezegd. De overeenkomst is van onbepaalde duur en na de verlenging van twee jaar is deze steeds stilzwijgend verlengd. Ingevolge artikel 7.2a lid 3 of 4 TCW mocht zij de overeenkomst dan ook kosteloos opzeggen. MTTM c.s. was dus niet gerechtigd om op 23 januari 2017 het bedrag van € 5.696,13 te incasseren zodat zij dit bedrag onverschuldigd heeft betaald aan MTTM c.s. Nu het voor Club Med niet geheel duidelijk is of zij een overeenkomst had met MTTM of Zakelijkenummers, vordert zij een hoofdelijke veroordeling van MTTM c.s.

3. MTTM c.s. concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Club Med in haar vorderingen, dan wel afwijzing van de vorderingen. Allereerst, omdat artikel 7.2a TCW niet van toepassing is op de overeenkomst tussen partijen. Van een stilzwijgende verlenging van de overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7.2a lid 3 TCW is namelijk geen sprake geweest, want uit de brief van 22 februari 2017 volgt dat Club Med op 26 september 2016 bij het kiezen van de facturatiefrequentie eveneens de einddatum van 13 september 2018 heeft bevestigd (zie 1.5). Partijen zijn dus op 26 september 2016 een nieuwe overeenkomst voor bepaalde duur aangegaan. Het opzeggingsbeding is dan ook niet meer van toepassing. Ook uit de gedragingen van Club Med volgt dat zij de einddatum van 13 september 2018 heeft aanvaard. Daarnaast is artikel 7.2a TCW niet van toepassing op (i) grootzakelijke klanten zoals Club Med en (ii) het maatwerk dat MTTM c.s. aan Club Med heeft geleverd. Artikel 7.2a TCW is namelijk alleen van toepassing op standaard telecommunicatiediensten die verleend worden aan consumenten en het midden- en kleinbedrijf. MTTM c.s. had dus recht op betaling van de overeengekomen bedragen voor de resterende looptijd van de overeenkomst.

Daarnaast dient de vordering te worden afgewezen, omdat Club Med akkoord is gegaan met het in rekening brengen van de slotnota. Het akkoord van Club Med volgt uit de bevestiging die KPN, als gemachtigde van Club Med, aan MTTM c.s. heeft gegeven.

Beoordeling

4. Kern van het geschil ziet op de vraag of Club Med gerechtigd was om de overeenkomst met MTTM c.s. kosteloos op te zeggen. Partijen twisten daarbij over de vraag of artikel 7.2a TCW op de overeenkomst van toepassing is.

5. Artikel 7.2a TCW is van toepassing op een overeenkomst tussen een aanbieder en een eindgebruiker (abonnee) met betrekking tot de levering van een elektronische communicatiedienst of programmadienst. Het artikel bepaalt - samengevat - dat een overeenkomst die is aangegaan voor (i) bepaalde duur na verloop van die duur stilzwijgend mag worden verlengd, mits de abonnee de overeenkomst vervolgens kosteloos kan opzeggen, en (ii) onbepaalde duur te allen tijde kosteloos kan worden opgezegd door de abonnee. In alle gevallen geldt een maximale opzegtermijn van één maand, tenzij de uitzondering - een maximale opzegtermijn van drie maanden -van artikel 7.2a lid 6 TCW van toepassing is.

6. Het verweer van MTTM c.s. dat artikel 7.2a TCW niet van toepassing is, omdat tussen partijen een nieuwe overeenkomst voor bepaalde duur eindigend op 13 september 2018 tot stand is gekomen, slaagt niet. Voor de totstandkoming van een nieuwe overeenkomst voor bepaalde duur is namelijk uitdrukkelijk nadere wilsovereenstemming over de verlenging of vernieuwing van de overeenkomst vereist. Volgens MTTM c.s. volgt de uitdrukkelijke nadere wilsovereenstemming uit de bevestiging van de facturatiefrequentie die Club Med op 26 september 2016 heeft gegeven. Club Med heeft weliswaar ter comparitie bevestigd dat zij de facturatiefrequentie op 26 september 2016 heeft bevestigd, maar Club Med heeft betwist dat zij daarmee expliciet heeft ingestemd met de einddatum van 13 september 2018. Het lag vervolgens op de weg van MTTM c.s. om haar stelling nader te onderbouwen. Dat heeft zij niet gedaan. Zij heeft de bevestiging van 26 september 2016 ook niet overgelegd zodat enige onderbouwing van haar stelling ontbreekt.

7. Daar komt bij dat de enkele gestelde omstandigheid dat in een brief vermeld staat dat de overeenkomst tot aan een bepaalde datum wordt verlengd indien een bepaalde facturatiefrequentie wordt gekozen, onvoldoende aanleiding vormt om daaruit een expliciete aanvaarding van een aanbod tot verlenging of vernieuwing van de overeenkomst af te kunnen leiden. Ook wordt in alle overgelegde brieven (zie 1.3 - 1.5) alleen vermeld dat, en op welke wijze, MTTM c.s. Club Med heeft geïnformeerd over een nieuwe looptijd van de overeenkomst en dat MTTM c.s. de eerstvolgende einddatum éénzijdig heeft verlengd. Zo volgt uit de brief van 22 februari 2017 dat (i) de overeenkomst automatisch zou worden verlengd indien Club Med niet binnen 30 dagen af zou zien van een bepaald aanbod (hetgeen nu juist duidt op een stilzwijgende verlenging van de overeenkomst) en (ii) de overeenkomst al, voordat de facturatiefrequentie moest worden doorgegeven, met één jaar éénzijdig door MTTM c.s. was verlengd. Een concrete aanvaarding van de einddatum van 13 september 2018 van de zijde van Club Med volgt dus niet uit de overgelegde brieven en wordt in die brieven ook niet gevraagd van Club Med. De stellingen dat uit de gedragingen van Club Med afgeleid kan worden dat zij akkoord was met de nieuwe looptijd en dat er na 14 september 2010 meerdere overeenkomsten tussen partijen zijn getekend heeft MTTM c.s. evenmin met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd. Uit niets is dan ook gebleken dat Club Med akkoord is gegaan met de einddatum van 13 september 2018 en de kantonrechter is dan ook van oordeel dat de overeenkomst steeds stilzwijgend is verlengd.

8. Overigens volgt uit de brief van 22 februari 2017 ook geen einddatum van 13 september 2018, maar een verlenging van één jaar vanaf juli of augustus 2016. Hetgeen dus neer zou komen op een einddatum van juli of augustus 2017. Nu in de overgelegde brieven steeds verschillende nieuwe einddata zijn gecommuniceerd (drie jaar vanaf 2014, één jaar vanaf 2016 en 13 september 2018) is ook niet duidelijk welke einddatum MTTM c.s. nu precies heeft bedoeld te communiceren aan Club Med. Dat valt moeilijk te rijmen met de bedoeling van artikel 7.2a TCW om nu juist, onder meer, voor de abonnees duidelijkheid te creëren over de duur van hun overeenkomst en de bijbehorende opzegtermijn.

9. Het verweer van MTTM c.s. dat artikel 7.2a TCW niet van toepassing is, omdat Club Med een grootzakelijke klant is en de telecommunicatiediensten die MTTM c.s. op grond van de overeenkomst heeft geleverd niet onder de strekking van artikel 7.2a TCW vallen, faalt eveneens. Artikel 7.2a TCW maakt geen onderscheid tussen maatwerk of standaarddiensten. Aangezien MTTM c.s. niet heeft gesteld dat het door haar benoemde maatwerk geen communicatie- of programmadienst is, is artikel 7.2a TCW dan ook van toepassing op de diensten die MTTM c.s. aan Club Med heeft geleverd. Daarnaast volgt uit de toelichting bij artikel 7.2a TCW (Staatscourant 2015 nr. 28002) dat voor de toepasselijkheid van het artikel geen onderscheid is gemaakt tussen kleinzakelijke en grootzakelijke abonnees, maar dat alleen wat betreft de werking van dit artikel een onderscheid is gemaakt tussen de twee soorten abonnees. Artikel 7.2a lid 6 TCW voorziet namelijk in de mogelijkheid om op uitdrukkelijk verzoek van de abonnee een afwijkende opzegtermijn van maximaal drie maanden overeen te komen. Daarmee wordt volgens de toelichting de mogelijkheid voor het gewenste maatwerk in de grootzakelijke markt geboden.

10. Artikel 7.2a TCW is dus van toepassing op de overeenkomst. Nu gesteld noch gebleken is dat bovengenoemde uitzondering van artikel 7.2a lid 6 TCW van toepassing is, geldt de hoofdregel van artikel 7.2a lid 5 TCW. Club Med mocht de overeenkomst dan ook met inachtneming van één maand opzegtermijn opzeggen. Of de overeenkomst voor bepaalde of onbepaalde duur is aangegaan kan - nu onder 7 al is vastgesteld dat de overeenkomst stilzwijgend is verlengd - in het midden blijven, want in beide gevallen was Club Med op grond van artikel 7.2a TCW gerechtigd om de overeenkomst kosteloos tegen 31 januari 2017 op te zeggen.

11. Ook het tweede verweer van MTTM c.s. slaagt niet. Daargelaten of MTTM c.s. gezien de strekking van artikel 7.2a TCW bij een akkoord op de slotnota wel bevoegd was om de slotnota te incasseren, is ook niet vast komen te staan dat Club Med akkoord was met het in rekening brengen van de slotnota. Een concrete bevestiging van Club Med daartoe is namelijk niet overgelegd en uit de overgelegde correspondentie (zie 1.7) volgt juist dat Club Med niet akkoord was met het in rekening brengen van de slotnota. Het betoog van MTTM c.s. dat het binnen de markt van de telecomdienstverleners gebruikelijk is om af te gaan op de bevestiging van KPN - zodat MTTM c.s. er op mocht vertrouwen dat KPN gemachtigd was om namens Club Med akkoord te geven vormt onvoldoende onderbouwing van haar stelling. Uit niets blijkt namelijk dat Club Med de gestelde machtiging aan KPN heeft verstrekt.

12. Kortom, MTTM c.s. was dus niet gerechtigd om de slotnota te incasseren, waardoor Club Med de slotnota onverschuldigd aan MTTM c.s. heeft betaald. De vordering tot betaling van € 5.696,13 is dan ook toewijsbaar. Nu MTTM c.s. ter comparitie heeft bevestigd dat zij geen bezwaar heeft tegen de hoofdelijke veroordeling, zal ook dit deel van de vordering worden toegewezen.

13. Aangezien sprake is van een handelstransactie tussen partijen en MTTM c.s. de vordering tot betaling van wettelijke handelsrente vanaf 23 januari 2017 als zodanig niet heeft betwist, is ook de gevorderde wettelijke handelsrente vanaf 23 januari 2017 toewijsbaar.

14. Club Med maakt verder nog aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter stelt vast dat Club Med voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

15. MTTM c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten worden aan de zijde van Club Med begroot op:

griffierecht € 470,00
explootkosten € 99,58
salaris gemachtigde € 500,00 (2 punten x € 250,-, tarief VII)
______
totaal € 1.069,58

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt MTTM c.s. hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan Club Med van € 5.696,13, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 23 januari 2017 tot aan de dag van algehele voldoening,

veroordeelt MTTM c.s. hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 659,81,

veroordeelt MTTM c.s. hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van Club Med tot op heden begroot op € 1.069,58,

veroordeelt MTTM c.s. hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,- aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat MTTM c.s. niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,- aan salaris gemachtigde en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. M. van der Kaay, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juli 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter