Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:5412

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-04-2018
Datum publicatie
16-01-2019
Zaaknummer
AWB - 17 _ 7073
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Geen beroepsgronden, niet-ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 17/7073

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

12 april 2018 in de zaak tussen

[bedrijf] , te Amsterdam, eiseres,

en

de burgemeester van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. M.I. Houben).

Procesverloop

Bij besluit van 21 augustus 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres een last onder bestuursdwang opgelegd. Eiseres diende voor 31 augustus 2017 het uitoefenen van het horecabedrijf in het [pand] te Amsterdam te staken en gestaakt te houden. Bij besluit van 31 oktober 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2018. Eiseres is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 31 oktober 2017. In dit besluit is een bezwaar tegen het besluit van 21 augustus 2017 ongegrond verklaard.

3. Voordat aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep kan worden toegekomen, moet de rechtbank beoordelen of het beroep ontvankelijk is.

4. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat een beroepschrift ten minste de gronden van het beroep. Op grond van artikel 6:6 van de Awb kan het beroep niet‑ontvankelijk worden verklaard als niet is voldaan aan dit vereiste, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

5. Het inleidende beroepschrift van 8 december 2017 bevat geen beroepsgronden. Eiseres is bij brief van 11 december 2017 op dit verzuim gewezen en in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen vier weken de gronden van het beroep in te dienen. In deze brief is ook vermeld dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiseres het verzuim niet tijdig herstelt. Eiseres heeft geen gronden ingediend.

6. De rechtbank stelt vast dat de gestelde termijn voor het herstellen van het verzuim is verstreken. Met de brief van 3 april 2018 heeft de rechtbank eiseres geïnformeerd dat de vraag naar de ontvankelijkheid van het beroep op de zitting aan de orde zal worden gesteld en dat eiseres dan in de gelegenheid zal worden gesteld om kenbaar te maken wat de reden is van het niet indienen van de gronden. Eiseres is niet op de zitting verschenen. De rechtbank heeft ook geen schriftelijke reactie van eiseres ontvangen. Van verschoonbare redenen voor het niet (tijdig) indienen van de gronden is daarom niet gebleken. De rechtbank verklaart het beroep dan ook niet‑ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.C. Langendoen, rechter, in aanwezigheid van mr. M. den Toom, griffier, op 12 april 2018.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.