Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:5330

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-07-2018
Datum publicatie
06-09-2018
Zaaknummer
C/13/601032 / HA ZA 16-86
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

IATA beheert de geldstromen tussen reisagenten en luchtvaartmaatschappijen. Reisagenten betalen alle Outstanding Billings van Hongaarse luchtvaartmaatschappij Malév aan IATA. Extraordinary moratorium en stopzetting vluchten van Malév. Vervolgens sluiten IATA en Malév een Agreement on the Refund of Tickets (RPA). Tot slot wordt Malév in staat van bankruptcy verklaard. Totstandkoming, geldigheid en uitleg van de RPA; gevolgen van de bankruptcy.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/601032 / HA ZA 16-86

Vonnis van 25 juli 2018

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VCK TRAVEL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRAVIX NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

A.J. POLAK TRAVEL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KILROY NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MULTATULI TRAVEL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UNIGLOBE TOTAL TRAVEL B.V.,

gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UNIGLOBE TT TRAVEL B.V.,

gevestigd te Meppel,

8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UNIGLOBE THL TRAVEL B.V.,

gevestigd te Almere,

9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SUNAIR VAKANTIES B.V.,

gevestigd te Alphen aan den Rijn,

10. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RAPTIM NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Tilburg,

11. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHIPHOL TICKETS B.V.,

gevestigd te Schiphol,

12. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FARAO’S REIZEN B.V.,

gevestigd te Den Haag,

13. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GORCUMS REISBURO B.V.,

gevestigd te Gorinchem,

14. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

G.I. TRAVEL B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

15. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MUNIKHOF BUSINESS TRAVEL B.V.,

gevestigd te Venlo,

16. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verweerder sub 16] B.V.,

gevestigd te Woerden,

17. de naamloze vennootschap

TUI NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Rijswijk,

18. [verweerder sub 18],

zaakdoende te [plaats] ,

19. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AIRTRADE HOLLAND B.V.,

gevestigd te Haarlem,

20. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ANKO ZAKENREIZEN B.V./ANKO BEHEER B.V.,

gevestigd te Heerhugowaard,

21. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ADVANCED TRAVEL PARTNERS NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Schiphol-Rijk,

22. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEUK TRAVEL CONSULTANTS B.V.,

gevestigd te Noordwijk,

23. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

REISBURO BEYTOURS B.V.,

gevestigd te Utrecht,

24. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DRIETOUR REIZEN B.V.,

gevestigd te Woerden,

25. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EBOOKERS.NL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

26. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

E-BUSINESS TRAVEL B.V.,

gevestigd te Oud-Beijerland,

27. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MARITIME TRAVEL SERVICE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

28. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

OTRAVO B.V.,

gevestigd te Halfweg,

29. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WORLD TICKET CENTER B.V.,

gevestigd te Halfweg,

30. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BCD TRAVEL NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Utrecht,

31. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CWT BEHEERMAATSCHAPPIJ B.V. AMSTERDAM,

gevestigd te Zürich (Zwitserland),

32. de vennootschap naar buitenlands recht

COLUMBUS BUSINESS TRAVEL LTD.,

gevestigd te Wenen (Oostenrijk),

33. de vennootschap naar Belgisch recht

SUNREIZEN N.V.,

gevestigd te Brussel (België),

34. de vennootschap naar Belgisch recht

JETAIRCENTER N.V.,

gevestigd te Zaventem (België),

35. de vennootschap naar Belgisch recht

HRG BELGIUM N.V.,

gevestigd te Antwerpen (België),

36. de vennootschap naar Belgisch recht

OMNIA N.V.,

gevestigd te Leuven (België),

37. de vennootschap naar Belgisch recht

AMERICAN EXPRESS CORPORATE TRAVEL B.V.B.A.,

gevestigd te Sint Steven Woluwe (België),

38. de vennootschap naar Duits recht

AERTICKET AG,

gevestigd te Berlijn (Duitsland),

39. de vennootschap naar Duits recht

BIBLISCHE REISEN GMBH,

gevestigd te Stuttgart (Duitsland),

40. de vennootschap naar Duits recht

DERPART WIMKE GMBH & C. KG,

gevestigd te Kassel (Duitsland),

41. de vennootschap naar Duits recht

FTI TOURISTIK GMBH,

gevestigd te München (Duitsland),

42. de vennootschap naar Duits recht

5 VOR FLUG GMBH,

gevestigd te München (Duitsland),

43. de vennootschap naar Duits recht

REISEN H + M SCHMIDT GMBH,

gevestigd te Berlijn (Duitsland),

44. de vennootschap naar Duits recht

RRC REISEN GMBH,

gevestigd te Berlijn (Duitsland),

45. de vennootschap naar Duits recht

WALDSHUTER REISEBÜRO,

gevestigd te Waldshut-Tiengen (Duitsland),

46. de vennootschap naar Duits recht

DERPART REISEVERTRIEB GMBH,

gevestigd te Berlijn (Duitsland),

47. de vennootschap naar Duits recht

LMX TOURISTIK GMBH,

gevestigd te Leipzig (Duitsland),

48. de vennootschap naar Duits recht

LCC REISEBÜROPARTNER GMBH,

gevestigd te Frankfurt am Main (Duitsland),

49. de vennootschap naar Duits recht

ZIK GRUPPENREISEN INTERNATIONAL GMBH,

gevestigd te Datteln (Duitsland),

50. de vennootschap naar Duits recht

DIE REISEINSEL GMBH,

gevestigd te Neustadt (Duitsland),

51. de vennootschap naar Duits recht

STA FRANKFURT GMBH,

gevestigd te Frankfurt am Main (Duitsland),

52. de vennootschap naar buitenlands recht

AEROGRAMMI TRAVEL,

gevestigd te Thessaloniki (Griekenland),

53. de vennootschap naar buitenlands recht

AIR EXELIXI TRAVEL LTD.,

gevestigd te Athene (Griekenland),

54. de vennootschap naar buitenlands recht

AIR MARITIME SA,

gevestigd te Thessaloniki (Griekenland),

55. de vennootschap naar buitenlands recht

AIRTICKETS TOURIST SERVICES SA,

gevestigd te Agia Paraskevi (Griekenland),

56. de vennootschap naar buitenlands recht

AKTINA SA,

gevestigd te Athene (Griekenland),

57. de vennootschap naar buitenlands recht

ALTAIR TRAVEL AGENCY SA,

gevestigd te Palaio Faliro (Griekenland),

58. de vennootschap naar buitenlands recht

ANTAEUS TRAVEL AND TOURISM LTD.,

gevestigd te Piraeus (Griekenland),

59. de vennootschap naar buitenlands recht

ARGO TRAVEL (ATHENS),

gevestigd te Athene (Griekenland),

60. de vennootschap naar buitenlands recht

ARGO TRAVEL (THESSALONIKI),

gevestigd te Thessaloniki (Griekenland),

61. de vennootschap naar buitenlands recht

ASPIDA TRAVEL LTD.,

gevestigd te Piraeus (Griekenland),

62. de vennootschap naar buitenlands recht

AXOS TOURS LTD.,

gevestigd te Athene (Griekenland),

63. de vennootschap naar buitenlands recht

CARAVEL TRAVEL AGENCY,

gevestigd te Thessaloniki (Griekenland),

64. de vennootschap naar buitenlands recht

COSMOROES,

gevestigd te Trikala (Griekenland),

65. de vennootschap naar buitenlands recht

EXPLOSIVO TRAVEL AGENCY LTD.,

gevestigd te Thessaloniki (Griekenland),

66. de vennootschap naar buitenlands recht

GOLDEN TRAVEL AGENCY LTD.,

gevestigd te Piraeus (Griekenland),

67. de vennootschap naar buitenlands recht

HERAKLIO TRAVEL SA,

gevestigd te Athene (Griekenland),

68. de vennootschap naar buitenlands recht

HIMALAYA TRAVEL SA,

gevestigd te Athene (Griekenland),

69. de vennootschap naar buitenlands recht

IMPERIAL TRAVEL,

gevestigd te Kavala (Griekenland),

70. de vennootschap naar buitenlands recht

KRONOS HOLIDAYS,

gevestigd te Athene (Griekenland),

71. de vennootschap naar buitenlands recht

MANOPOULOS TRAVEL,

gevestigd te Patras (Griekenland),

72. de vennootschap naar buitenlands recht

MAGNA TRAVEL,

gevestigd te Glyfada (Griekenland),

73. de vennootschap naar buitenlands recht

MAGIOLOPOULOS COMPANY,

gevestigd te Kavala (Griekenland),

74. de vennootschap naar buitenlands recht

MARINE TOURS,

gevestigd te Athene (Griekenland),

75. de vennootschap naar buitenlands recht

ON BOARD TRAVEL LTD.,

gevestigd te Thessaloniki (Griekenland),

76. de vennootschap naar buitenlands recht

ORBITA TRAVEL SA,

gevestigd te Athene (Griekenland),

77. de vennootschap naar buitenlands recht

PARADIES TRAVEL SERVICES,

gevestigd te Thessaloniki (Griekenland),

78. de vennootschap naar buitenlands recht

SALINA TRAVEL AND TOURISM LTD.,

gevestigd te Athene (Griekenland),

79. de vennootschap naar buitenlands recht

SKYLINES EUROSKI CLUB LTD.,

gevestigd te Athene (Griekenland),

80. de vennootschap naar buitenlands recht

SUNFLIGHT LTD.,

gevestigd te Thessaloniki (Griekenland),

81. de vennootschap naar buitenlands recht

TOURIST ENTERPRISES TRANSAIR LTD.,

gevestigd te Thessaloniki (Griekenland),

82. de vennootschap naar buitenlands recht

TRAVEL LOOK,

gevestigd te Thessaloniki (Griekenland),

83. de vennootschap naar buitenlands recht

TRAVELPLANET24 GENERAL TOURISM AGENCY SA,

gevestigd te Athene (Griekenland),

84. de vennootschap naar buitenlands recht

VIVA ONLINE SERVICES SA,

gevestigd te Athene (Griekenland),

85. de vennootschap naar buitenlands recht

STA TRAVEL LTD.,

gevestigd te Boedapest (Hongarije),

86. de vennootschap naar buitenlands recht

MALEV AIR TOURS KFT./LTD.,

gevestigd te Boedapest (Hongarije),

87. de vennootschap naar buitenlands recht

MOREA LTD.,

gevestigd te Boedapest (Hongarije),

88. de vennootschap naar buitenlands recht

OTP TRAVEL LTD.,

gevestigd te Boedapest (Hongarije),

89. de vennootschap naar buitenlands recht

ROBINSON TOURS KFT.,

gevestigd te Balatonfüred (Hongarije),

90. de vennootschap naar buitenlands recht

TUMLARE LTD.,

gevestigd te Boedapest (Hongarije),

91. de vennootschap naar buitenlands recht

VISTA TRAVEL AGENCIES LTD.,

gevestigd te Boedapest (Hongarije),

92. de vennootschap naar buitenlands recht

PEGASUS SPORT TOURS KFT.,

gevestigd te Boedapest (Hongarije),

93. de vennootschap naar buitenlands recht

UNITED 4 BONAFINI BINDAIR LTD.,

gevestigd te Boedapest (Hongarije),

94. de vennootschap naar buitenlands recht

WECO TRAVEL KFT.,

gevestigd te Boedapest (Hongarije),

95. de vennootschap naar buitenlands recht

TENSI TOURS LTD.,

gevestigd te Pécs (Hongarije),

96. de vennootschap naar buitenlands recht

JET TRAVEL LTD.,

gevestigd te Boedapest (Hongarije),

97. de vennootschap naar buitenlands recht

MAURI LTD.,

gevestigd te Boedapest (Hongarije),

98. de vennootschap naar Iers recht

CAVAN TRAVEL LTD.,

gevestigd te Cavan (Ierland),

99. de vennootschap naar Iers recht

CENTRE TRAVEL LTD.,

gevestigd te Dundalk (Ierland),

100. de vennootschap naar Iers recht

CLUB TRAVEL LTD.,

gevestigd te Dublin (Ierland),

101. de vennootschap naar Iers recht

FAHY TRAVEL LTD.,

gevestigd te Galway (Ierland),

102. de vennootschap naar Iers recht

THE TRAVEL BROKER (VERNON TRAVEL LTD.),

gevestigd te Dublin (Ierland),

103. de vennootschap naar Iers recht

CUXHAM LTD.,

gevestigd te Newbridge (Ierland),

104. de vennootschap naar Iers recht

TULLYS TRAVEL LTD.,

gevestigd te Carlow (Ierland),

105. de vennootschap naar Iers recht

CORE TRAVEL LTD.,

gevestigd te Dublin (Ierland),

106. de vennootschap naar Iers recht

CORRIB TRAVEL LTD.,

gevestigd te Galway (Ierland),

107. de vennootschap naar buitenlands recht

ACCENT TRAVEL S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

108. de vennootschap naar buitenlands recht

AEROTRAVEL S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

109. de vennootschap naar buitenlands recht

AIR ANTARES S.R.L.,

gevestigd te Oradea (Roemenië),

110. de vennootschap naar buitenlands recht

AIR EXPRESS S.R.L.,

gevestigd te Cluj-Napoca (Roemenië),

111. de vennootschap naar buitenlands recht

ATLANTIC TOUR S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

112. de vennootschap naar buitenlands recht

BEST BUSINESS TRAVEL S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

113. de vennootschap naar buitenlands recht

BUSINESS JET,

gevestigd te Arad (Roemenië),

114. de vennootschap naar buitenlands recht

BEST TRAVEL INTERNATIONAL S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

115. de vennootschap naar buitenlands recht

BUSINESS TRAVEL TURISM S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

116. de vennootschap naar buitenlands recht

PROMPT SERVICE TRAVEL COMPANY S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

117. de vennootschap naar buitenlands recht

S.C. CONTUR MANAGEMENT S.R.L.,

gevestigd te Voluntari (Roemenië),

118. de vennootschap naar buitenlands recht

S.C. DAL TRAVEL S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

119. de vennootschap naar buitenlands recht

DIMM TRAVEL LTD.,

gevestigd te Braşov (Roemenië),

120. de vennootschap naar buitenlands recht

EUROLINES – TOURING EUROPABUS ROMANIA S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

121. de vennootschap naar buitenlands recht

EXIMTUR LTD.,

gevestigd te Cluj-Napoca (Roemenië),

122. de vennootschap naar buitenlands recht

GO TRAVEL S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

123. de vennootschap naar buitenlands recht

SC HAPPY TOUR S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

124. de vennootschap naar buitenlands recht

SC HOTELAIR S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

125. de vennootschap naar buitenlands recht

SC KRON TOUR S.R.L.,

gevestigd te Braşov (Roemenië),

126. de vennootschap naar buitenlands recht

MAREEA COMTOUR S.R.L.,

gevestigd te Deva (Roemenië),

127. de vennootschap naar buitenlands recht

SC MIA TRAVEL S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

128. de vennootschap naar buitenlands recht

SC MICOMICS S.R.L.,

gevestigd te Braşov (Roemenië),

129. de vennootschap naar buitenlands recht

PALOMA TOURS S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

130. de vennootschap naar buitenlands recht

PARALELA 45 S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

131. de vennootschap naar buitenlands recht

PARAVLON TOUR S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

132. de vennootschap naar buitenlands recht

REMTOURS S.R.L.,

gevestigd te Oradea (Roemenië),

133. de vennootschap naar buitenlands recht

RUEFA ESCAPE LTD.,

gevestigd te Timişoara (Roemenië),

134. de vennootschap naar buitenlands recht

SF TRAVEL S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

135. de vennootschap naar buitenlands recht

S.C. TOUROPA S.R.L.,

gevestigd te Craiova (Roemenië),

136. de vennootschap naar buitenlands recht

SC TRAVELART S.R.L.,

gevestigd te Boekarest (Roemenië),

137. de vennootschap naar buitenlands recht

SC WENS TOUR S.R.L.,

gevestigd te Bistriţa (Roemenië),

138. de vennootschap naar buitenlands recht

ATLANTIS REISEN AG,

gevestigd te Zürich (Zwitserland),

139. de vennootschap naar buitenlands recht

E-BOOKERS SA,

gevestigd te Genève (Zwitserland),

140. de vennootschap naar buitenlands recht

TUI SUISSE LTD.,

gevestigd te Zürich (Zwitserland),

141. de vennootschap naar buitenlands recht

ZERZUBEN TOURISTIK AG,

gevestigd te Brig (Zwitserland),

142. de vennootschap naar buitenlands recht

TREFF REISEBÜRO AG,

gevestigd te Lyss (Zwitserland),

143. de vennootschap naar Zweeds recht

BIG TRAVEL SWEDEN AB,

gevestigd te Malmö (Zweden),

144. de vennootschap naar Zweeds recht

EUROPEAN ONLINE FLIGHT AB,

gevestigd te Helsinborg (Zweden),

145. de vennootschap naar Zweeds recht

FLYGSTOLEN NORDIC AB,

gevestigd te Helsinborg (Zweden),

146. de vennootschap naar Zweeds recht

INCATOURS HOLDING AB,

gevestigd te Malmö (Zweden),

147. de vennootschap naar Zweeds recht

KINARESOR DRAKEN AB,

gevestigd te Stockholm (Zweden),

148. de vennootschap naar Zweeds recht

SE KOCH & LJUNBERG AB,

gevestigd te Malmö (Zweden),

149. de vennootschap naar Zweeds recht

NYA AIRTOURS CITY BREAKS OF SWEDEN AB,

gevestigd te Stockholm (Zweden),

150. de vennootschap naar Zweeds recht

NYGREN & LIND RESEBYRÅ AB,

gevestigd te Stockholm (Zweden),

151. de vennootschap naar Zweeds recht

ODENRESOR AB,

gevestigd te Stockholm (Zweden),

152. de vennootschap naar Zweeds recht

ODENRESOR GÖTEBORG AB,

gevestigd te Göteborg (Zweden),

153. de vennootschap naar Zweeds recht

ONE TICKET AWAY AB,

gevestigd te Karlskrona (Zweden),

154. de vennootschap naar Zweeds recht

RESIA AB,

gevestigd te Göteborg (Zweden),

155. de vennootschap naar Zweeds recht

RITCHIE TRAVEL AB,

gevestigd te Stockholm (Zweden),

156. de vennootschap naar Zweeds recht

SVENSKA RESEGRUPPEN AB,

gevestigd te Uppsala (Zweden),

157. de vennootschap naar Zweeds recht

TICKET PRIVATRESOR AB,

gevestigd te Stockholm (Zweden),

158. de vennootschap naar Zweeds recht

TRAVELLINK AB,

gevestigd te Sundbyberg (Zweden),

159. de vennootschap naar Zweeds recht

UVET NORDIC AB (FORMELY FLYGPOOLEN I STOCKHOLM AB),

gevestigd te Stockholm (Zweden),

160. de vennootschap naar Zweeds recht

VING SVERIGE AB,

gevestigd te Stockholm (Zweden),

161. de vennootschap naar Noors recht

MARCO POLO TRAVEL AS,

gevestigd te Oslo (Noorwegen),

162. de vennootschap naar Deens recht

DEN DANSKE REJSEGRUPPE FILIAL AF SVENSKA RESEGRUPPEN AB,

gevestigd te Roskilde (Denemarken),

163. de vennootschap naar Fins recht

MATKAPORSSI OY,

gevestigd te Helsinki (Finland),

164. de vennootschap naar Fins recht

ARBERIA TRAVEL OY,

gevestigd te Helsinki (Finland),

165. de vennootschap naar Fins recht

SUPERSAVER TRAVEL OY SRG FINLAND AB,

gevestigd te Helsinki (Finland),

166. de vennootschap naar Fins recht

AURINKOMATKAT OY,

gevestigd te Vantaa (Finland),

167. de vennootschap naar Fins recht

KOKKOLAN MATKATOIMISTO,

gevestigd te Kokkola (Finland),

168. de vennootschap naar Fins recht

HTE TOURS OY,

gevestigd te Kirkkonummi (Finland),

169. de vennootschap naar Fins recht

MATKAPOJAT OY,

gevestigd te Helsinki (Finland),

170. de vennootschap naar Fins recht

MATKA-TOYSA OY,

gevestigd te Jämsä (Finland),

171. de vennootschap naar Fins recht

OY KILROY FINLAND AB,

gevestigd te Helsinki (Finland),

172. de vennootschap naar Fins recht

OY SRG FINLAND,

gevestigd te Helsingfors (Finland),

173. de vennootschap naar Fins recht

POHJOLAN TURISTIAUTO,

gevestigd te Iisalmi (Finland),

174. de vennootschap naar Fins recht

SUOMEN MATKA,

gevestigd te Borgå (Finland),

175. de vennootschap naar Fins recht

OY TJAREBORG AB,

gevestigd te Helsinki (Finland),

176. de vennootschap naar Fins recht

HETA AB,

gevestigd te Turku (Finland),

177. de vennootschap naar Fins recht

OY SRG FINLAND AB,

gevestigd te Helsingfors (Zweden),

178. de vennootschap naar Fins recht

UUDENMAAN SEURAMATKAT OY,

gevestigd te Hyvinkää (Finland),

179. de vennootschap naar Fins recht

MATKA VEKKA OY,

gevestigd te Vantaa (Finland),

180. de vennootschap naar Fins recht

MATKA MIETTINEN,

gevestigd te Lappeenranta (Finland),

181. de vennootschap naar Fins recht

INTERNETO PARTNERIS UAB,

gevestigd te Vilnius (Litouwen),

182. de vennootschap naar buitenlands recht

ASIANA LTD.,

gevestigd te Praag (Tsjechië),

183. de vennootschap naar buitenlands recht

STUDENT AGENCY (CZECH REPUBLIC),

gevestigd te Brno (Tsjechië),

184. de vennootschap naar buitenlands recht

STUDENT AGENCY (SLOVAKIA),

gevestigd te Bratislava (Slowakije),

185. de vennootschap naar Pools recht

KOMPAS,

gevestigd te Toruń (Polen),

186. de vennootschap naar Pools recht

RAINBOW TOURS,

gevestigd te Łódź (Polen),

187. de vennootschap naar Pools recht

SIGMA,

gevestigd te Warschau (Polen),

188. de vennootschap naar Pools recht

SKY4FLY SP.Z.O.O.,

gevestigd te Łódź (Polen),

189. de vennootschap naar Pools recht

AGENCJA PODROZY TRANSER,

gevestigd te Wrocław (Polen),

eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in het door IATA geopende incident ex artikel 118 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), verweersters in het door [eiser in het incident] geopende incident strekkende tot tussenkomst,

verweersters in conventie in de tussenkomst, eiseressen in reconventie in de tussenkomst,

advocaat mr. N.A. de Leeuw te Alphen aan den Rijn,

tegen

de vereniging naar Canadees recht

INTERNATIONAL AIR TRANSPORT ASSOCIATION (IATA),

gevestigd te Montreal (Canada),

gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident ex artikel 118 Rv, verweerster in het door [eiser in het incident] geopende incident strekkende tot tussenkomst,

verweerster in conventie in de tussenkomst, eiseres in reconventie in de tussenkomst, verweerster in het door [eiser in het incident] geopende incident ex artikelen 843a en 22 Rv, verweerster in het door [eiser in het incident] geopende incident ex artikel 118 Rv,

advocaat mr. J.Ph. de Korte te Amsterdam,

alsmede

1. de rechtspersoon naar het recht van de Russische Federatie

STATE CORPORATION “BANK RAZVITIYA I VNESHNEEKONOMICHESKOY DEYATEL’NOSTI (VNESHEKONOMBANK)”,

gevestigd te Moskou (Russische Federatie),

2. de rechtspersoon naar het recht van Hongarije

MALÉV MAGYAR LÉGIKÖZLEKEDÉSI ZÁRTKÖRŨEN MŨKÖDŐ RÉSZVÉNYTÁRSASÁG “felszámolás alatt” ,

kantoorhoudende te Boedapest (Hongarije),

3. [naam derde sub 3], namens de rechtspersoon naar het recht van Hongarije NEMZETI REORGANIZÁCIÓS NONPROFIT KFT., die handelt als curator in het faillissement van MALÉV MAGYAR LÉGIKÖZLEKEDÉSI ZÁRTKÖRŨEN MŨKÖDŐ RÉSZVÉNYTÁRSASÁG “felszámolás alatt” ,

kantoorhoudende te Boedapest (Hongarije),

opgeroepen derden in de hoofdzaak,

niet verschenen,

alsmede

[eiser in het incident] ,

wonende te Rijeka (Kroatië),

eiser in het incident tot tussenkomst,

eiser in conventie in de tussenkomst, verweerder in reconventie in de tussenkomst, eiser in het incident ex artikelen 843a en 22 Rv, eiser in het incident ex artikel 118 Rv,

advocaat mr. E.T. van den Hout te Amsterdam.

Partijen zullen hierna de Reisagenten, VEB, Malév , [naam derde sub 3] , IATA en [eiser in het incident] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure, voor zover van belang, blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 23 oktober 2015, waarmee de Reisagenten de zaak tegen IATA aanhangig hebben gemaakt;

  • -

    de akte overlegging producties van 3 februari 2016, met producties, van de Reisagenten;

  • -

    de conclusie van antwoord van 31 augustus 2016, met producties, van IATA;

  • -

    het tussenvonnis van 12 oktober 2016;

  • -

    de incidentele conclusie van 3 februari 2016, houdende verzoek ex artikel 118 Rv voor verlof oproeping derden tot gedwongen tussenkomst, met producties, van IATA;

  • -

    de conclusie van antwoord van 17 februari 2016 in het incident tot gedwongen tussenkomst, houdende referte aan het oordeel van de rechtbank, van de Reisagenten;

  • -

    het vonnis in incident van 16 maart 2016;

  • -

    de dagvaarding van 4 april 2016, waarmee IATA VEB, Malév en [naam derde sub 3] (opnieuw) als partijen in het geding heeft opgeroepen;

  • -

    het verzoek tot tussenkomst van 30 december 2016, van [eiser in het incident] ;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord, van de Reisagenten;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord, van IATA;

  • -

    het vonnis in incident van 25 januari 2017;

- de akte vermeerdering van eis jegens de gedaagde in de hoofdzaak en jegens de tussenkomende partij van 1 maart 2017, van de Reisagenten;

- de conclusie van antwoord in gedwongen tussenkomst tevens eis in reconventie tevens incidentele vorderingen ex artikel 843a Rv. en ex artikel 22 Rv. tevens voorwaardelijk verzoek tot verlof voor oproeping van derden in gedwongen tussenkomst ex artikel 188 Rv. van 1 maart 2017, van [eiser in het incident] ;

- het proces-verbaal van de zitting van 27 maart 2017 en de daarin vermelde stukken;

  • -

    de conclusie na comparitie van 7 juni 2017, met producties, van de Reisagenten;

  • -

    de akte na comparitie, tevens houdende incidentele conclusie van onbevoegdheid, wijziging eis, en overlegging en toelichting producties van 7 juni 2017, met producties, van IATA;

  • -

    de nadere conclusie ingevolge proces-verbaal van comparitie d.d. 27 maart 2017 van 7 juni 2017, met producties, van [eiser in het incident] ;

  • -

    de antwoordconclusie na comparitie van 19 juli 2017, van de Reisagenten;

  • -

    de nadere akte, tevens houdende overlegging en toelichting producties van 19 juli 2017, met producties, van IATA;

  • -

    de nadere conclusie van 19 juli 2017, met producties, van [eiser in het incident] ;

- het proces-verbaal van de zitting van 13 maart 2018 en de daarin vermelde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

In de hoofdzaak en in de tussenkomst

2.1.

IATA is een internationale vereniging van luchtvaartmaatschappijen die samen het merendeel van het goederen- en personenvervoer door de lucht verzorgen.

2.2.

Malév exploiteerde een luchtvaartmaatschappij en was lid van IATA. Malév en IATA zijn op 20 januari 1995 een schriftelijke overeenkomst met elkaar aangegaan, getiteld “IATA Currency Clearance Service”. De bij die overeenkomst behorende “Terms and Conditions” luiden, voor zover hier van belang:

The Position of IATA

17.1

IATA acts as a member’s agent in –

(a) receiving and holding the member’s balances;

(…)

17.3

In addition, there are hereby excluded –

(a) any fiduciary duties or obligations; and

(b) any other duties, obligations or restrictions;

to which IATA would be subject under the law of any country as a result of its position as agent, except to the extent that those duties or restrictions are specifically imposed by this document.

(…)

Governing Law and Arbitration

25.1

These terms and conditions shall be governed by, construed and take effect in accordance with the laws of the Netherlands.

25.2

All disputes arising under or in connection with these terms and conditions or further agreements resulting therefrom or any operational release between the parties, shall be submitted to the exclusive jurisdiction of arbitration in accordance with the Rules of The Netherlands Arbitration Institute (NAI) of Rotterdam.

2.3.

De Reisagenten zijn alle geaccrediteerd bij IATA. Ieder van hen is met alle leden van IATA (vertegenwoordigd door IATA), waaronder Malév , een Passenger Sales Agency Agreement (hierna: PSAA) aangegaan die hun contractuele verhouding vormgeeft. Elke PSAA luidt, conform de door IATA aangenomen Resolution 824, voor zover hier van belang:

An Agreement (…) BETWEEN (…) (hereinafter called “the Agent”) AND each IATA Member (hereinafter called “Carrier”) which appoints the Agent, represented by the Director General of IATA acting for and on behalf of such IATA Member.

WHEREBY IT IS AGREED AS FOLLOWS:

(…)

2 RULES, RESOLUTIONS AND PROVISIONS INCORPORATED IN AGREEMENT

2.1(a) the terms and conditions governing the relationship between the Carrier and the Agent are set forth in the Resolutions (and other provisions derived therefrom) contained in the Travel Agent’s Handbook (“the Handbook”) as published from time to time (…) and attached to this Agreement. The Handbook incorporates:

2.1(a)(i) the Sales Agency Rules,

2.1(a)(ii) the Billing and Settlement Plan rules, where applicable, as set forth in the BSP Manual for Agents,

2.1(a)(iii) such local standards as may be provided for under the Sales Agency Rules,

2.1(a)(iv) other applicable IATA Resolutions;

2.1(b) such Rules, Resolutions and other provisions as amended from time to time are deemed to be incorporated in this Agreement and made part hereof and the Carrier and the Agent agree to comply with them;

(…)

2.4

the terms and expressions used in this Agreement shall, unless the context otherwise requires, have the meanings respectively provided for in the Sales Agency Rules. (…).

3 SELLING CARRIER’S SERVICES

3.1

the Agent is authorised to sell air passenger transportation on the services of the Carrier (…). The sale of air passenger transportation means all activities necessary to provide a passenger with a valid contract of carriage including but not limited to the issuance of a valid Traffic Document and the collection of monies therefor (…);

(…)

7. EXCEPT AUSTRALIA AND GERMANY – MONIES DUE BY AGENT TO CARRIERS – REMITTANCE

(…)

7.2

all monies collected by the Agent for transportation and ancillary services sold under this Agreement, including applicable remuneration which the Agent is entitled to claim thereunder, are the property of the Carrier and must be held by the Agent in trust for the Carrier or on behalf of the Carrier until satisfactorily accounted for to the Carrier and settlement made (…);

(…)

7 AUSTRALIA AND GERMANY ONLY – MONIES DUE BY AGENT TO CARRIERS – REMITTANCE

(…)

7.2

All monies collected by the Agent for transportation and ancillary services sold under this Agreement, including applicable commissions which the Agent is entitled to claim thereunder, shall be the property of the Carrier and shall be held by the Agent in trust for the Carrier or on behalf of the Carrier until satisfactorily accounted for to the Carrier and settlement made (…);

(…)

14 ARBITRATION

if any matter is reviewed by arbitration pursuant to the Sales Agency Rules, the Agent hereby submits to arbitration in accordance with such Rules and agrees to observe the procedures therein provided and to abide by any arbitration award made thereunder.

(…)

17 APPLICABLE LAW

this Agreement shall be interpreted and governed in all respects by the law of the principal place of business of the Agent, except that, in regard to any matter of dispute arising solely in connection with the activities of a branch office location situated in a place other than that of the Agent’s principal place of business, the law of the place where the branch office is situated shall apply.

2.4.

De in artikel 2.1(a)(ii) van de PSAA bedoelde Billing and Settlement Plan rules, die zijn neergelegd in de door de leden van IATA aangenomen Resolution 850, luiden, voor zover hier van belang:

WHEREAS IATA Settlement Systems Management is a functional area of IATA Industry Distribution and Financial Services (IDFS) responsible to the IATA Board of Governors for the management and efficient operation of the IATA Settlement Systems (hereafter referred to as “ISS”), and

WHEREAS the Passenger Agency Conference (hereafter referred to as “the Conference”) exercises authority and responsibility over the IATA Passenger Agency Programme, including the relationship between Airlines and Agents, and

WHEREAS Members have introduced Billing and Settlement Plans (BSP).

It is hereby RESOLVED that,

(…)

2 ISS MANAGEMENT RESPONSIBILITIES

ISS Management is responsible for all ISS administration and operational functions (…).

3 CONFERENCE RESPONSIBILITIES

3.1

the Conference is responsible for setting operational standards, and for the rules and procedures for IATA Accredited Agents, as provided in the Sales Agency Rules and other Resolutions of the Conference;

3.2

standard forms necessary for the operation of the BSP will be as jointly agreed between ISS Management and the Conference.

(…)

15 OTHER TERMINATION

(…)

15.2

Where a BSP Airline ceases all operations, no termination period shall apply.

15.3

In addition, ISS Management shall have the right to set off at any time any debt or claim owing by an Airline to the BSP in relation to a BSP settlement, including any amount owed by the Airline to IATA for the provision of BSP processing and management fees, against any monies held or owed by IATA or any of its divisions and which is payable to that airline.

(…)

16 SUSPENSION OF OPERATIONS BY A BSP AIRLINE (…)

16.1

Where a BSP Airline participating in a BSP ceases all operations, either temporarily or permanently, due to financial or other reasons, or where the BSP Airline becomes subject to formal bankruptcy or reorganisation proceedings, or defaults on a material obligation under the BSP, thereby impairing the operation of the BSP, ISS Management shall take the action outlined in Attachment ‘F’ to this Resolution.

2.5.

De in artikel 16.1 van Resolution 850 bedoelde Attachment ‘F’ luidt, voor zover hier van belang:

1 REASONS FOR SUSPENSION

( a) Where an airline participating in a BSP (“BSP Airline”) ceases all operations, either temporarily or permanently, due to financial or other reasons, or where the BSP Airline becomes subject to bankruptcy, moratorium of debt, re-organisation, or when the BSP Airline does not have a valid designator/prefix and accounting code assigned by IATA, or other similar proceedings, or when IATA otherwise determines that there are sufficient financial grounds to suspend the BSP Airline, IATA shall evaluate whether the BSP Airline should be suspended from all BSP operations and the action to be taken, based on the pertinent information available; or

( b) where an Airline defaults on a material obligation under the BSP, IATA shall determine the action to be taken in accordance with this Attachment.

2 IMMEDIATE ACTION BY IATA IN THE EVENT OF FINANCIAL SUSPENSION

If IATA determines that the BSP Airline should be suspended from BSP operations, IATA shall immediately:

( a) Inform the BSP Airline concerned and all other BSP Airlines;

( b) Instruct all Agents:

( i) to suspend immediately all ticketing activities on behalf of the BSP Airline concerned and to suspend immediately the use of the BSP Airline’s name and numeric code as ticketing airline;

(ii) to suspend immediately the use of any automated systems for processing of refunds or other

credit/debit transactions on behalf of the BSP Airline;

(iii) to continue to report as usual any outstanding sales, refunds or other credit/debit transactions made on

behalf of the BSP Airline up to the date of the suspension;

(iv) to settle all Outstanding Billings and pending sales either:

(a) directly with IATA for control and reconciliation of the airline’s funds as detailed in paragraph 2(c), or

(b) directly with the BSP Airline concerned, in which case the total amount to be remitted to the Clearing Bank in respect of any Outstanding Billing shall be adjusted by excluding the total amount due to or from the BSP Airline; for greater certainty, the remittance of all Outstanding Billings should not take into account any refund actually or potentially owing by such BSP Airline;

( v) to refrain from deducting or carrying out any refund from the BSP Airline’s outstanding billings,

pending sales, or from any future transaction, if any;

(vi) to continue to settle any and all credit transactions which may be made in future reporting periods

directly with IATA or directly with the BSP Airline concerned as may be instructed by IATA;

( c) Instruct the Clearing Bank:

( i) to stop immediately all direct debit and clearing operations relating to sales, refunds or other

credit/debit transactions made on behalf of the BSP Airline and await further instructions from IATA.

(ii) for the benefit of the participants in the BSP, manage the airline’s funds under the control of IATA and where appropriate open a separate special account, for the collection of monies due to the BSP Airline, to be administered and held at the disposition of the Administrator, Receiver, Liquidator, Monitor or Trustee, if any, once all refunds have been processed and once IATA has set off any outstanding amounts as provided for in Resolution 850, Subparagraph 15.3, subject to local law and sufficient funds being available; and

( d) Instruct the Data Processing Centre to forward to the BSP Airline reporting copies of the billing analysis for the current period.

3 OTHER ACTION BY IATA

IATA shall monitor the situation and shall take any other action, where appropriate, after having sought legal advice, in order to respond to any individual circumstances. This may, where appropriate, include the opening of a special account, for the collection of monies due to the BSP Airline. IATA may then enact the arrangements described in 4(d) below, in accordance where applicable with local bankruptcy laws. All remaining balances will then be held at the disposition of the Administrator, Receiver, Liquidator, Monitor or Trustee, if any.

4. ACTION WHEN AIRLINE IS NOT SUSPENDED, OR IS RE-INSTATED AFTER SUSPENSION AND RETENTION OF FUNDS AS SECURITY

(…)

( b) To the extent required to cover the risk that refunds exceed sales during any given period following the filing under the bankruptcy laws, IATA shall;

( i) negotiate with the BSP Airline, a security deposit to be held centrally by IATA; or

(ii) from the date of such filing, be entitled to retain the entire amount of the BSP Airline’s funds collected, and, subject to applicable laws, the Airline or its Administrator, Receiver, Liquidator or Trustee, shall have no claim to such funds while retained in accordance with these rules.

( c) at an appropriate time to be determined by IATA, the funds retained in accordance with Subparagraph 4(b)(ii) shall, to the extent not refunded, be released and paid over to the BSP Airline, or its Administrator, Receiver, Liquidator, or Trustee and the provisions of Paragraph 1 shall apply.

( d) Having satisfied the local BSP requirements any remaining balances may be transferred to a bank account established by IATA (any interest or charges on such account would be for the BSP Airline) which will be used to satisfy:

( i) firstly any remaining funds in any other BSPs in which it participates;

(ii) secondly, any outstanding fees and charges of the BSP Airline with any other BSPs in which it participates;

(iii) and then towards any other amounts that are due from the BSP Airline to IATA. In all instances any sales incentives established by the BSP Airline shall be settled directly between the BSP Airline and the Travel Agent.

(…)

6 DEFAULTING AIRLINE OWING MONEY TO THE CLEARING BANK

Where a defaulting airline owes money to the Clearing Bank for any remittance period before the default or to the BSP on any grounds and the debt is considered irrecoverable, the remaining BSP Airlines must bear the loss, excluding any sales incentive if any, in proportion to their share of the total amount in that remittance period. Such sales incentive shall be settled directly between the defaulting airline and the Travel Agents.

2.6.

Malév nam ook deel aan het voor expediteurs geldende Cargo Accounts Settlement System (hierna: het CASS), dat is neergelegd in de door IATA aangenomen Resolution 851, die, voor zover hier van belang, luidt:

WHEREAS Cargo Accounts Settlement Systems (CASS) have been introduced.

(…)

12 AIRLINE SUSPENSION OF OPERATIONS

12.1

Reasons for suspension

Where an Airline participating in a CASS (“the Airline”) ceases operations, due to financial or other reasons, or where the Airline becomes subject to formal bankruptcy ISS Management shall suspend settlements to the Airline from applicable CASS operations.

12.2

Action by ISS Management

When an Airline ceases operation, ISS Management will continue to collect monies due to such airline in accordance with the settlement office procedures.

An Agent or Associate (…) would not be expected to settle any amount in respect of an air waybill of an airline that has ceased operations, where as a direct consequence of such cessation of operations, the consignment has not been transported in accordance with the original shipping instructions. In this case the normal CASS dispute procedures apply.

(…)

16 RIGHT OF SET OFF

When an Airline is suspended from CASS, ISS Management shall have the right to set off any debt or claim owed by such Airline to CASS in relation to a CASS settlement, including any amount owed by the Airline to IATA for the provision of CASS processing and management fees, against any monies held or owed by IATA or any of its divisions and which are payable to that Airline.

2.7.

Malév nam voorts deel aan het door IATA in stand gehouden IATA Clearing House (hierna: het ICH).

2.8.

Op 2 februari 2012 heeft de rechtbank te Boedapest (Hongarije) aan Malév een extraordinary moratorium verleend en een extraordinary trustee aangesteld in de (uiteindelijke) persoon van [naam derde sub 3] .

2.9.

Op 3 februari 2012 heeft Malév haar vluchten gestaakt en heeft IATA de deelname van Malév aan het Billing and Settlement Plan (hierna: het BSP), het CASS en het ICH geschorst.

2.10.

Een Agreement on the Refund of Tickets (hierna: de RPA) luidt, voor zover hier van belang:

Malev Hungarian Airlines (…), represented by Lóránt Limburger Chief Executive Officer duly empowered for the purpose of entering into this Agreement, (“Malev”),

and

International Air Transport Association (…), represented by Aleksander Popovich, Senior Vice President, IDFS and Richard Rigby, Director, Corporate Finance, duly empowered for the purpose of entering into this Agreement, (“IATA”);

hereinafter collectively referred to as “the Parties”;

(…)

WHEREAS Malev participated in the IATA Billing and Settlement Plan (“BSP”) in BSP (…);

WHEREAS, on 3 February 2012 pursuant to PAConf Resolution 850 Attachment F, IATA suspended Malev from BSP (…) and withheld funds derived from ticket sales;

WHEREAS the Parties have agreed that IATA will commence the process of refunding to passengers all Standard Traffic Documents (“STD”) eligible for refund and issued by Agents in the BSP’s listed above;

WHEREAS it is not known at this time how many tickets are still unflown and/or eligible for refund;

NOW THEREFORE, THE PARTIES AGREE AS FOLLOWS:

1. IATA will process the refunding of Malev’ STD issued by Agents in (…) BSP (volgt opsomming verschillende landen; rechtbank), in accordance with the procedures specified at Annex A.

2 In addition to the procedures set out at Annex A, Malevshall:

2.1.

ensure that it complies with IATA Resolutions, rules and procedures for the sole requirements of the refund operation;

2.2.

pay to IATA the fees and charges described in article 3 below;

2.3.

establish a dedicated team at Malev office that is qualified to receive, verify, analyze and process promptly the refund applications. This team shall complete the analysis within 45 working days of the entry into force of this Agreement. Any refund application not analysed by that date shall be considered to be fully refundable. Malev shall ensure that individuals nominated by IATA may be present at all times at the office, to review the refund applications with Malev, and at the same time to address expeditiously issues such as eligibility of a ticket for refund in order to reduce complaints in the future;

2.4.

ensure that it notifies IATA promptly which numbered STD are eligible for refund and which ones are not, specifying the reasons for ineligibility. Thereafter, IATA and Malev shall review the ineligible tickets for confirmation and assess whether the funds available will cover the refunds and what steps to take if the funds available are insufficient;

2.5.

download BSPLink data immediately for any use Malev may have for this information in the future bearing in mind that BSPLink data is available in BSP Link for a limited time only.

3. Fees and charges payable to IATA.

In consideration for the services rendered or to be rendered by IATA through its BSP under articles 1 and 2 above, IATA shall be entitled to deduct from the monies withheld by IATA a fee of USD 5,000 (Five Thousand United States dollars) to process the refund applications and for other administrative and other expenses and costs incurred or to be incurred by IATA to perform the services in connection with this Agreement. This deduction shall be deemed to be a final and irrevocable settlement by Malev to IATA of administrative and other expenses and costs directly or indirectly incurred by IATA with respect to those tickets processed, including reasonable legal fees.

4. Disposal of withheld funds.

4.1

After IATA has completed the refund process described in this Agreement, any funds remaining in the possession of IATA after all outstanding invoices have been set off, shall be returned to Malev.

4.2

In the event that the withheld funds are insufficient to refund all STD eligible for refund and to pay IATA’s fees and charges set out at article 3 above;

a. a) either Malev shall deposit funds with IATA the total of which equals the difference between the withheld funds and the total amount of STD eligible for refund plus IATA’s fees and charges; or

b) IATA shall prorate the available funds.

(…)

6. Indemnification and Liability.

Malev agrees that IATA shall assume no liability of any nature whatsoever in connection with the performance of the services described in this Agreement. (…).

Malev agrees to secure any necessary court approvals required in connection with the refund agreement, and to indemnify, defend and protect IATA (…) against any legal action, damage, costs and fees that IATA may incur or be subject to in connection with this Agreement, including reasonable legal fees.

8. Effective Date. This agreement shall be effective on the date on which it is signed by the parties.

(…)

10. Entire agreement, amendments or modifications. Save as provided herein, this Agreement contains the entire agreement among the Parties with respect to the subject matter hereof, and it cancels and supersedes all prior agreements, whether oral or written, with respect to this subject matter. This Agreement or any of its terms may not be amended or modified except by an instrument in writing signed by the Parties.

11. Waiver. The failure by either of the Parties to enforce any or all of the provision(s) of this Agreement shall not be deemed a waiver or an amendment of the same and shall not prevent future enforcement thereof.

(…)

13. Applicable Law. This Agreement shall be governed by and construed in accordance with the laws of Switzerland.

14. Dispute Resolution. All disputes arising in connection with this Agreement shall be finally settled under the IATA Rules of Arbitration by one or more arbitrators appointed in accordance with the said Rules.

2.11.

De in artikel 2 van de RPA vermelde Annex A luidt, voor zover hier van belang:

Annex A.

Malev Hungarian Airlines

REFUND of STDS.

1. All refunds for should be inserted in BSPlink by Agents by 2 March 2012 by being granted to access to BSPlink Refund Application functionality.

2. IATA will provide Malev (…) with a file extract from BSPlink containing all received submissions from Agents as follows:

Refunds filed between 6-12 February on 15 February

Refunds filed between 13-19 February on 22 February

Refunds filed between 20-26 February on 29 February

Refunds filed between 27 February – 2 March on 6 March.

3. Malev (…) will analyze all transactions and submit a list of all approved transactions no later than 23 March 2012 as per the Agreement.

4. IATA (…) will check that the approved amount can be covered by the withheld funds.

5. IATA (…) will process all approved transactions through BSPlink if there are enough funds withheld.

6. Subject to paragraph 5 above, IATA (…) will transfer monies to the appropriate country in order to allow for disbursement to the Agents.

2.12.

De RPA en Annex A zijn op 6 februari 2012 aan de zijde van Malév ondertekend door de in die stukken genoemde L. Limburger als Chief Executive Officer en countersigned door [naam derde sub 3] als extraordinary trustee. De RPA en Annex A zijn op 17 april 2012 aan de zijde van IATA ondertekend door de in die stukken genoemde A. Popovich en R. Rigby.

2.13.

Eveneens op 6 februari 2012 heeft IATA de bij haar geaccrediteerde reisagenten (onder wie de Reisagenten) in kennis gesteld van de RPA (en Annex A) en heeft zij hen op de voet van artikel 2.(b).iv.(a) van Attachment ‘F’ van Resolution 850 opgedragen de Outstanding Billings van Malév aan haar, IATA, te voldoen.

2.14.

De Reisagenten hebben de Outstanding Billings van Malév aan IATA voldaan.

2.15.

Op 14 februari 2012 heeft de rechtbank te Boedapest (Hongarije) het extraordinary moratorium van Malév omgezet in bankruptcy, met benoeming van (uiteindelijk) [naam derde sub 3] tot trustee.

2.16.

Bij brief van 4 mei 2012 heeft [naam derde sub 3] , blijkens de door IATA overgelegde Engelse vertaling van die brief, voor zover hier van belang, aan IATA geschreven:

In reply to the question in your e-mail sent on 23 March 2012, we inform you that we agree with your position in that IATA has thus far proceeded in accordance with its relevant decisions, and Malév , as an IATA member airline, supported the liquidation proceedings, in accordance with its obligations, by signing and performing the agreement dated 06 February. As far as I know, the agreement was completely fulfilled by Malév in due time, and thus the contract has been performed; accordingly, a confirmation or “ratification” of the contract is no longer applicable. At the same time, I wish to emphasize that by signing the agreement, Malév did not approve the compensation procedure or any specific payments, but made an agreement with IATA on the technical details of settling up and the resulting administration obligations, with reference to IATA Decision No. 850.

I wish to inform you that as the liquidator of Malév (…), during the liquidation procedure I can only and exclusively approve payments that are considered liquidation cost under the Liquidaton Act; therefore, if IATA disputes the legitimacy of the payment of the withheld funds to travel agencies (and thus the legitimacy of the relevant IATA decisions), and makes payment conditional upon Malév ’s confirmation, in that case I cannot approve this on the basis of the relevant provisions of law.

2.17.

Op onder meer 28 september 2012 heeft IATA, voor zover hier van belang, aan de bij haar geaccrediteerde reisagenten (onder wie de Reisagenten) geschreven:

As you are aware, Malév (…) is currently involved in liquidation proceedings in Hungary. We have previously informed you that IATA was able to obtain the agreement of Malév to proceed with the refunds of Malév tickets issued by IATA Accredited Agents, and that IATA would begin such distributions shortly. Unfortunately, however, a challenge to this distribution has been filed in the Hungarian courts by Vnesheconombank (“VEB”), a secured lender to Malév .

IATA respectfully disagrees. We believe the refunds agreement entered into between IATA and Malév is in the best interest of the agents and consumers, that it should be enforced, and that the distributions of withheld funds should be made to the agents pursuant to the refund agreement and the applicable IATA resolutions. Because of the initiation of court proceedings, however, IATA cannot at this time move forward with the refund distributions.

IATA will continue to attempt to persuade the court or VEB to permit the refunds agreement to be enforced and to distribute the refunds to the agents. IATA also welcomes any support from the agency community to achieve this goal.

2.18.

Ingevolge een overeenkomst van 16 augustus 2016 heeft [eiser in het incident] de door hem in deze procedure gestelde vordering op IATA tegen betaling van HUF 5.170.000,00 (circa EUR 17.000) van [naam derde sub 3] verkregen.

3 Het geschil

De Reisagenten tegen IATA en [eiser in het incident]

3.1.

De Reisagenten vorderen, na vermeerdering van eis, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

IATA veroordeelt aan hen te betalen EUR 3.503.638,47, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente, vanaf 23 maart 2012, althans vanaf 10 oktober 2012, althans vanaf 23 oktober 2015, tot en met de dag van algehele voldoening en te vermeerderen met de koerswijzigingsschade als bedoeld in artikel 6:125 Burgerlijk Wetboek (BW), alsmede de buitengerechtelijke incassokosten à EUR 6.750,00;

[eiser in het incident] veroordeelt te gehengen en gedogen dat voornoemde bedragen door IATA aan de Reisagenten worden voldaan;

met veroordeling van IATA en [eiser in het incident] in de kosten van het geding, alsmede de nakosten begroot op EUR 131,00 zonder betekening en EUR 199,00 als betekening dient plaats te vinden, onder de bepaling dat de proces- en nakosten binnen veertien dagen na het in dezen te wijzen vonnis betaald moeten zijn bij gebreke waarvan IATA en [eiser in het incident] hierover vanaf de veertiende dag van het te wijzen vonnis de wettelijke rente verschuldigd zijn.

IATA tegen VEB, Malév , [naam derde sub 3] en [eiser in het incident]

3.2.

IATA vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, (i) VEB, Malév , [naam derde sub 3] en [eiser in het incident] veroordeelt om te gehengen en te gedogen dat IATA de door IATA beheerde gelden gebruikt om te voldoen aan enige rechterlijke veroordeling tot het doen van enige uitkering aan de Reisagenten, met hoofdelijke veroordeling van VEB, Malév , [naam derde sub 3] en [eiser in het incident] in de kosten van deze procedure, alsmede de nakosten begroot op EUR 131,00 zonder betekening en EUR 199,00 als betekening dient plaats te vinden, onder de bepaling dat de proces- en nakosten binnen veertien dagen na het in dezen te wijzen vonnis betaald moeten zijn bij gebreke waarvan VEB, Malév , [naam derde sub 3] en [eiser in het incident] hierover vanaf de veertiende dag na het te wijzen vonnis de wettelijke rente verschuldigd zijn.

[eiser in het incident] tegen IATA en de Reisagenten

3.3.

[eiser in het incident] heeft vorderingen ingesteld tegen IATA en de Reisagenten die hierna afzonderlijk worden vermeld.

[eiser in het incident] tegen IATA

3.4.

[eiser in het incident] vordert onvoorwaardelijk en primair dat de rechtbank bij vonnis, voor zover en zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, IATA veroordeelt om aan hem te betalen USD 11.242.156,13 en USD 340.000,00, te vermeerderen met de samengestelde wettelijke handelsrente daarover, dan wel de werkelijk door IATA genoten rente, dan wel de gewone wettelijke rente vanaf 14 februari 2012, dan wel vanaf 1 maart 2017, tot de dag van de algehele voldoening, alsmede de buitengerechtelijke kosten ad EUR 1.686.323,41 dan wel EUR 7.770,62 inclusief btw alsmede de proceskosten en nakosten, en voor recht verklaart dat IATA haar monopoliepositie heeft misbruikt om de reisagenten te laten blijven betalen terwijl Malév in surseance verkeerde;

onvoorwaardelijk en subsidiair dat de rechtbank de zaak verwijst naar het Nederlands Arbitrage Instituut dan wel het arbitrage-instituut van IATA, een en ander onder aanhouding van de zaak van de Reisagenten tegen IATA;

voorwaardelijk en subsidiair (door [eiser in het incident] ook aangemerkt als incidentele vorderingen) dat de rechtbank bij vonnis, voor zover en zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad

(i) primair IATA gelast binnen zes maanden na het te dezen te wijzen vonnis alle overige reisagenten, waarvan IATA geld onder zich heeft, te hebben gedagvaard in gedwongen tussenkomst waarbij primair door IATA wordt gevorderd dat de overige reisagenten moeten gehengen en gedogen dat IATA USD 11.242.156,13 en USD 340.000,00 aan [eiser in het incident] betaalt (minus het ingevolge het door de rechtbank te wijzen vonnis aan de Reisagenten te betalen bedrag) op straffe van een dwangsom van EUR 1 miljoen voor iedere dag dat IATA daarmee in gebreke is gebleven met veroordeling van IATA in de kosten van deze procedure en in de nakosten;

(ii) subsidiair (a) IATA veroordeelt binnen twee weken na het te dezen te wijzen vonnis [eiser in het incident] in het bezit te hebben gesteld van een actuele lijst van alle gelden die IATA onder zich heeft alsmede in het bezit stelt van een specificatie van de gestelde vordering per reisagent met de daarbij behorende ‘NAW’-gegevens per reisagent alsmede in het bezit te hebben gesteld van een uitdraai van de bankrekening en andere bescheiden waarop blijkt hoeveel rente is gegenereerd over het bedrag dat IATA onder zich heeft, op straffe van een dwangsom van EUR 1 miljoen voor iedere dag dat IATA daarmee in gebreke is gebleven, (b) voor recht verklaart dat IATA haar monopoliepositie heeft misbruikt om de reisagenten te laten blijven betalen terwijl Malév in surseance verkeerde en (c) goedkeurt en/of verlof verleent voor het dagvaarden in gedwongen tussenkomst/oproepen door [eiser in het incident] van alle overige reisagenten waarvan IATA geld onder zich zou houden conform productie 31 van IATA, met veroordeling van IATA in de kosten van deze procedure en in de nakosten.

[eiser in het incident] tegen de Reisagenten

3.5.

[eiser in het incident] vordert dat de rechtbank, voor zover en zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de Reisagenten veroordeelt om te gehengen en gedogen dat IATA de door IATA beheerde gelden gebruikt om te voldoen aan de hiervoor onder 3.4 vermelde onvoorwaardelijke en primaire vordering tot veroordeling tot betaling aan [eiser in het incident] .

4 De beoordeling

Inleiding

4.1.

IATA heeft gelden onder zich die de bij haar geaccrediteerde reisagenten (onder wie de Reisagenten) aan haar hebben voldaan ter zake van door hen bij Malév geboekte, maar door deze (uiteindelijk) niet uitgevoerde vluchten. De Reisagenten willen hun deel van die gelden terug. Zij beroepen zich daarbij op Resolution 850, op Attachment ‘F’ en op de RPA (die volgens hen een derdenbeding bevat dat hun een eigen recht jegens IATA toekent). [eiser in het incident] , rechtsopvolger van Malév , betoogt dat al die gelden hem toekomen op grond van de overeenkomst die hij op 16 augustus 2016 met [naam derde sub 3] heeft gesloten. Hij beroept zich daarbij voorts onder meer op de Hongaarse Bankruptcy Act. IATA maakt, afgezien van een kostenvergoeding, zelf geen aanspraak op die gelden, maar wil zekerheid over de juridische houdbaarheid van de aanspraken van de diverse pretendenten.

4.2.

De Reisagenten hebben het onderhavige geding aanhangig gemaakt tegen IATA. [eiser in het incident] is in dit geding tussengekomen. Zijn stellingen bevatten allereerst de gronden waarop zijn eigen vorderingen berusten; de Reisagenten en IATA voeren hiertegen verweer en hebben tegenvorderingen ingesteld. De stellingen van [eiser in het incident] bevatten materieel ook verweren tegen de vorderingen van de Reisagenten jegens IATA. IATA heeft VEB, Malév en [naam derde sub 3] op de voet van artikel 118 Rv opgeroepen als partij in het geding. Dit alles zal hierna op enkele plaatsen enigszins door elkaar lopen.

De Reisagenten tegen IATA

4.3.

In rechtsoverweging 2.1 van het vonnis in incident van 16 maart 2016 is geoordeeld dat de rechtbank in de hoofdzaak rechtsmacht heeft. Daarbij is verwezen naar artikel 9 aanhef en onder a Rv en artikel 26 lid 1 van de Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Herschikte EEX-Verordening).

4.4.

IATA voert op zich geen verweer tegen de door de Reisagenten gevorderde hoofdsom, met dien verstande dat zij meent dat slechts een percentage daarvan toewijsbaar is en dat haar kosten moeten worden verrekend. [eiser in het incident] voert in de kern als tussenkomende partij aan dat de Reisagenten niets toekomt. In het navolgende zal worden toegelicht waarom het betoog van [eiser in het incident] geen doel treft.

4.5.

Met het BSP, het CASS, het ICH en de IATA Currency Clearance Service is een systeem in het leven geroepen (zoals blijkt uit de feiten) dat de geldstromen tussen de reisagenten (en expediteurs) enerzijds en luchtvaartmaatschappijen anderzijds via IATA laat lopen. Dat systeem functioneert slechts indien en voor zover over en weer alle verplichtingen worden nagekomen. Voor het geval die verplichtingen niet langer (dreigen te) worden nagekomen, zijn bijzondere regels geformuleerd. Voor het BSP zijn dat artikel 16 van Resolution 850 en Attachment ‘F’ van die Resolution. Toen IATA de deelname van Malév aan (onder meer) het BSP schorste, had zij (onder meer) gelden onder zich voor bij Malév geboekte, maar (nog) niet door Malév uitgevoerde vluchten. IATA heeft toen de reisagenten op de voet van artikel 2.(b).iv.(a) van Attachment ‘F’ opgedragen de Outstanding Billings van Malév voor dergelijke vluchten aan haar, IATA, te voldoen. Aldus heeft IATA in dit speciale verband gelden in beheer gekregen die (uiteindelijk) bij de rechthebbende(n) terecht dienden te komen. Het is tegen deze achtergrond dat op 6 februari 2012 de RPA, in elk geval in feitelijke zin, tussen IATA en Malév tot stand is gekomen.

4.6.

Met betrekking tot de totstandkoming en geldigheid van de RPA, en het daarop toepasselijke recht, wordt het volgende overwogen.

a. Artikel 13 van de RPA bepaalt dat zij “shall be governed by and construed in accordance with the laws of Switzerland”. Deze rechtskeuze dient naar Nederlands internationaal privaatrecht, gelet op artikel 3 lid 1 van de Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I), te worden gevolgd.

b. Artikel 10 lid 1 Rome I bepaalt dat het bestaan en de geldigheid van de overeenkomst of van een bepaling daarvan worden beheerst door het recht dat ingevolge Rome I toepasselijk zou zijn, indien de overeenkomst of de bepaling geldig zou zijn. Lid 2 van dit artikel voegt hieraan toe dat niettemin een partij zich, voor het bewijs dat zij haar toestemming niet heeft verleend, kan beroepen op het recht van het land waar zij haar gewone verblijfplaats heeft, indien uit de omstandigheden blijkt dat het niet redelijk zou zijn de gevolgen van haar gedrag te bepalen overeenkomstig het in het eerste lid bedoelde recht. Dit tweede lid is niet relevant, omdat [eiser in het incident] geen feiten heeft gesteld die tot gevolg hebben dat op die grond ander recht van toepassing is.

c. [eiser in het incident] betwist niet (langer) dat [naam derde sub 3] de RPA op 6 februari 2012 kon en mocht ondertekenen. Hij voert echter aan dat de RPA op 6 februari 2012 weliswaar in feitelijke zin tot stand is gekomen, maar – naar Zwitsers recht – niet in juridische zin. [eiser in het incident] wijst daarvoor op artikel 8 van de RPA (“This agreement shall be effective on the date on which it is signed by the parties”) en wijst er voorts op dat de RPA pas op 17 april 2012 namens IATA is ondertekend. Volgens hem is de RPA niet rechtsgeldig tot stand gekomen, omdat de RPA ruimschoots na het faillissement van Malév en te laat door IATA is ondertekend. [eiser in het incident] verwijst in dit verband naar door hem in het geding gebrachte legal opinions van Zwitserse en Hongaarse advocaten. [eiser in het incident] wordt hierin niet gevolgd. Redengevend is het volgende. Vaststaat dat IATA, Malév en [naam derde sub 3] vanaf het eerste moment intensief met elkaar hebben gecorrespondeerd over de ontstane situatie. Dat heeft na enkele dagen geresulteerd in de RPA. De Zwitserse advocaten van [eiser in het incident] staan in hun legal opinions uitvoerig stil bij de mogelijke betekenissen, naar Zwitsers recht, van artikel 8 van de RPA (vormvoorschrift, bewijsvoorschrift). Ook zij kunnen er echter niet omheen dat IATA, Malév en [naam derde sub 3] zich vanaf 6 februari 2012, en dus voor datum faillissement, reeds gebonden hebben geacht aan de RPA en daarnaar hebben gehandeld. Artikel 8 van de RPA noch de latere ondertekening van de RPA door IATA doet daaraan af. [naam derde sub 3] , die de RPA op 6 februari 2012 als extraordinary trustee heeft countersigned, spreekt in zijn brief van 4 mei 2012 bovendien zelf ook van “the agreement dated 06 February”. De conclusie moet dan ook zijn dat de RPA op 6 februari 2012 niet alleen in feitelijke zin, maar ook in juridische zin tot stand is gekomen.

4.7.

Voorts is voor de beoordeling het volgende van belang.

a. Op grond van artikel 12 lid 1 aanhef en onder a en b Rome I worden ook de uitleg van de RPA en de nakoming van de daaruit voortvloeiende verplichtingen door het Zwitserse recht beheerst.

b. Zoals hiervoor onder 4.5 reeds is overwogen, heeft IATA in verband met de bij Malév ontstane situatie gelden in beheer gekregen die (uiteindelijk) bij de rechthebbende(n) terecht dienden te komen. Bij de uitleg van een overeenkomst is ook naar Zwitsers recht de subjectieve partijbedoeling doorslaggevend (zie onder meer artikel 18(D) lid 1, Auslegung der Verträge, van deel 5, Obligationenrecht, van het Zwitserse Zivilgesetzbuch). Voldoende is komen vast te staan dat met de RPA is beoogd een volkomen aanspraak van alle reisagenten op refund van de bij Malév geboekte, maar niet meer door Malév uitgevoerde vluchten in het leven te roepen.

c. Gelet op het voorgaande stond al vóór datum faillissement vast dat de met de refund gemoeide gelden niet (meer) in het vermogen van Malév vielen. De omvang van de aanspraak per reisagent moest nog wel worden bepaald. Daartoe is in de RPA (en in Annex A) een vaststellingsprocedure neergelegd.

d. Die vaststellingsprocedure, zo hebben IATA en de Reisagenten genoegzaam onderbouwd aan de hand van onder meer de producties 10, 31 en 49 aan de zijde van IATA, is ook daadwerkelijk uitgevoerd; de reisagenten hebben bij IATA opgave gedaan van bij Malév geboekte vluchten, de bijbehorende refund claims zijn tijdig ingediend en deze claims zijn vervolgens, door een speciaal daartoe, met instemming van [naam derde sub 3] , bij Malév in het leven geroepen team, beoordeeld.

e. Anders dan [eiser in het incident] meent, zijn IATA, Malév en [naam derde sub 3] (laatstgenoemde eerst als extraordinary trustee, later als trustee) de RPA derhalve weldegelijk reeds nagekomen, door de hiervoor onder c bedoelde vaststellingsprocedure uit te voeren op de hiervoor onder d vermelde wijze. Noch door IATA, noch door de Reisagenten worden in dit geding nadere uitvoeringshandelingen van Malév gevergd.

f. De aanspraken van de reisagenten (onder wie de Reisagenten) worden, eveneens anders dan [eiser in het incident] meent, gelet op al het voorgaande, niet door het (Hongaarse) faillissementsrecht geraakt. Ten overvloede wordt overwogen dat ook niet is gesteld of gebleken dat [naam derde sub 3] , de (overige) schuldeisers van Malév en/of andere daartoe bevoegden in of buiten rechte rechtsgeldig de nietigheid of vernietigbaarheid van de RPA heeft/hebben ingeroepen. Malév had en heeft kortom slechts een aanspraak op eventuele remaining funds (artikel 4.1 van de RPA).

g. Gelet op de omstandigheid dat IATA de reisagenten op 6 februari 2012 in kennis heeft gesteld van de RPA (en Annex A) en de reisagenten heeft opgedragen de Outstanding Billings van Malév aan haar, IATA, te voldoen en zij dat vervolgens ook hebben gedaan, is niet voldoende gemotiveerd bestreden dat de aanspraken van de reisagenten op grond van de RPA naar Zwitsers recht eigen rechten van de reisagenten jegens – in elk geval – IATA behelzen.

h. De kwalificatie van de in de RPA neergelegde rechtsfiguur kan voor het overige in het midden blijven. Hetzelfde geldt voor het antwoord op de vraag of en, zo ja, in hoeverre de RPA afwijkt van Resolution 850 en/of Attachment ‘F’.

De slotsom van al het voorgaande is dat het verweer van [eiser in het incident] tegen de door de Reisagenten gevorderde hoofdsom wordt verworpen.

4.8.

Niet (voldoende) betwist is dat de refund claims van de Reisagenten in de vaststellingsprocedure tot een bedrag van in totaal EUR 3.503.638,47 (de door de Reisagenten gevorderde hoofdsom) zijn erkend. Volgens IATA kan dit bedrag echter niet volledig worden toegewezen.

4.9.

IATA beroept zich in dit verband allereerst op verrekening van haar kosten. Ter zitting van 13 maart 2018 heeft zij deze kosten gesteld op circa USD 300.000,00. Dit verweer slaagt (slechts) tot het in artikel 3 van de RPA vermelde bedrag van USD 5.000,00, waaraan ook de Reisagenten, als aanvaard hebbende derden, zijn gebonden. Voor het overige licht IATA niet (voldoende) toe op welke gronden zij een (tegen)vordering op de Reisagenten zou hebben. De enkele verwijzing naar regelingen buiten de RPA is daartoe onvoldoende.

4.10.

IATA voert in het hiervoor onder 4.8 bedoelde verband voorts aan dat de door haar beheerde gelden niet toereikend zijn om alle refund aanspraken (dat wil zeggen: de aanspraken van de Reisagenten alsmede de aanspraken van de overige reisagenten en de expediteurs, die in dit geding geen partij zijn) te kunnen verzilveren. Volgens IATA dienen de beschikbare gelden daarom naar evenredigheid onder de Reisagenten en de overige betrokkenen te worden verdeeld. Dit verweer slaagt. In de nummers 5 en 7 van de dagvaarding erkennen de Reisagenten dat hun positie in beginsel dezelfde is als die van de overige betrokkenen, en dat verdeling van de door IATA beheerde gelden naar evenredigheid daarom aangewezen is, althans kan zijn. Uit hetgeen IATA ter zitting van 13 maart 2018 naar voren heeft gebracht, begrijpt de rechtbank dat IATA op het moment dat Malév haar activiteiten staakte in totaal (circa) USD 11,4 miljoen beheerde en dat IATA rekent met refund aanspraken van in totaal (circa) USD 15,8 miljoen. Deze bedragen zijn door de Reisagenten niet voldoende gemotiveerd weersproken. Deze bedragen leiden, na aftrek van het hiervoor onder 4.9 bedoelde bedrag van USD 5.000,00, tot een percentage van (afgerond) 72%. Voor de Reisagenten betekent dit dat 72% van EUR 3.503.638,47, dus EUR 2.522.619,70 toewijsbaar is.

4.11.

IATA voert tot slot een voorwaardelijk verweer. Indien haar vordering tegen de op de voet van artikel 118 Rv opgeroepen partijen wordt afgewezen, zij daarin niet-ontvankelijk wordt verklaard of de rechtbank zich onbevoegd acht om over die vordering te oordelen, dienen, zo voert IATA aan, de Reisagenten in hun vorderingen niet-ontvankelijk te worden verklaard, althans dienen de vorderingen van de Reisagenten geheel of gedeeltelijk te worden afgewezen. Daarom zal nu de vordering van IATA, voor zover gericht tegen de op de voet van artikel 118 Rv opgeroepen partijen, worden beoordeeld.

IATA tegen VEB, Malév en [naam derde sub 3]

4.12.

In rechtsoverweging 2.4 van het vonnis in incident van 16 maart 2016 is aangekondigd dat de bevoegdheid om kennis te nemen van de vordering jegens de op de voet van artikel 118 Rv op te roepen partijen in het vervolg van de procedure zal worden beoordeeld. Die bevoegdheid berust naar het oordeel van de rechtbank, voor wat VEB betreft, op artikel 7 Rv en, voor wat Malév en [naam derde sub 3] betreft, op artikel 8 aanhef en onder 2, Herschikte EEX-Verordening. De Nederlandse rechter is dus bevoegd.

4.13.

VEB, Malév en [naam derde sub 3] zijn niet verschenen. De tegen hen ingestelde vorderingen komen de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zullen worden toegewezen. Weliswaar is de rechtbank voorgehouden dat het faillissement van Malév is opgeheven en dat VEB geen aanspraak meer maakt op de door IATA beheerde gelden, maar niet, althans niet voldoende, gesteld of gebleken is dat IATA geen belang (meer) heeft bij haar vorderingen.

De Reisagenten tegen IATA

4.14.

Aldus behoeft het hiervoor onder 4.11 weergegeven voorwaardelijke verweer geen verdere behandeling. In hoofdsom zal de vordering tot een bedrag van EUR 2.522.619,70 worden toegewezen; zie hiervoor onder 4.10.

4.15.

De rechtbank komt niet toe aan de subsidiaire grondslag van de vordering van de Reisagenten (onrechtmatige daad). Deze is aangevoerd onder de voorwaarde dat de RPA nietig dan wel niet rechtsgeldig wordt bevonden. Deze voorwaarde is niet vervuld, zoals uit het voorgaande blijkt.

4.16.

De Reisagenten hebben bij akte van 1 maart 2017 hun eis vermeerderd. Dit betreft de posten wettelijke rente, koersschade en buitengerechtelijke incassokosten. IATA voert hiertegen een formeel verweer en enkele materiële verweren.

4.17.

Het formele verweer van IATA is dat het verschijnen in de hoofdzaak zonder de rechtsmacht van de Nederlandse rechter te betwisten (zie hiervoor onder 4.3) slechts de hoofdsom betreft. De Nederlandse rechter zou verder geen rechtsmacht hebben. Dit verweer wordt verworpen. De vorderingen strekkende tot vergoeding van de hiervoor onder 4.16 vermelde posten dienen te worden aangemerkt als in de ‘stilzwijgende forumkeuze’ besloten liggende nevenvorderingen. Zij sluiten aan bij en borduren voort op de hoofdvordering.

4.18.

De materiële verweren van IATA daarentegen slagen grotendeels. Op grond van de hoofdregel van artikel 12 lid 1 aanhef en onder 1 Rome I beheerst het te dezen toepasselijke Zwitserse recht (ook) de gevolgen van een gehele of gedeeltelijke tekortkoming, daaronder begrepen de vaststelling van de schade voor zover hiervoor rechtsregels gelden, een en ander binnen de grenzen welke het procesrecht van de rechter aan diens bevoegdheden stelt. De Reisagenten maken niet duidelijk dat en waarom de onderhavige posten voor zover die betrekking hebben op de periode tot de datum van dit vonnis naar Zwitsers recht door IATA dienen te worden vergoed. Overigens zouden deze posten ook naar Nederlands recht, waarop de Reisagenten een beroep doen, niet toewijsbaar zijn. IATA had redelijke grond tot twijfel aan wie de betaling moest geschieden, waardoor de niet-betaling geen toerekenbare tekortkoming oplevert en dus in zoverre niet tot enige vorm van schadevergoeding kan leiden. Dit alles betekent dat de gevorderde wettelijke rente slechts toewijsbaar is vanaf de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, een en ander overeenkomstig Zwitsers recht.

De Reisagenten tegen [eiser in het incident] en IATA tegen [eiser in het incident]

4.19.

[eiser in het incident] heeft als tussenkomende partij eigen vorderingen tegen de Reisagenten en IATA ingesteld. Dat kon en mocht hij doen. De Reisagenten en IATA hebben vervolgens tegen de vorderingen van [eiser in het incident] tegenvorderingen ingesteld. Ook zij konden en mochten dat doen. De bevoegdheid van de rechtbank om deze tegenvorderingen te beoordelen, berust op artikel 8 lid 2 in verbinding met artikel 8 lid 3 Herschikte EEX-Verordening. Dat de RPA een arbitragebeding bevat, leidt, anders dan de Reisagenten menen, ook niet tot onbevoegdheid van de rechtbank. Dit geldt temeer nu niet is komen vast te staan dat dit beding gelding heeft in de rechtsverhouding tussen de Reisagenten en [eiser in het incident] .

4.20.

De vorderingen van de Reisagenten en IATA die ertoe strekken dat [eiser in het incident] dient te gehengen en gedogen dat het hiervoor onder 4.10 vermelde bedrag door IATA aan de Reisagenten wordt voldaan, dienen te worden toegewezen. Redengevend is de uitkomst van de zaak van de Reisagenten tegen IATA en het daarin door [eiser in het incident] gevoerde (maar verworpen) verweer. De Reisagenten en IATA hebben er recht op en belang bij dat [eiser in het incident] hen vrijlaat in de uitvoering van de beslissing in hun zaak.

[eiser in het incident] tegen IATA en [eiser in het incident] tegen de Reisagenten

4.21.

Uit het voorgaande vloeit voort dat het door [eiser in het incident] met rente en kosten gevorderde bedrag, voor zover het betreft het door de Reisagenten van IATA gevorderde bedrag, dient te worden afgewezen. De jegens IATA gevorderde verklaring voor recht zal, bij afwezigheid van een voldoende toegelicht belang, eveneens worden afgewezen. Voor verwijzing naar enig arbitrageinstituut is geen plaats.

[eiser in het incident] tegen IATA, buiten het hiervoor bedoelde bedrag

4.22.

Voor zover het door [eiser in het incident] gevorderde uitgaat boven het hiervoor onder 4.21 bedoelde bedrag, dient [eiser in het incident] daarin niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat hij zich daarmee, in strijd met de eisen van een goede procesorde, begeeft buiten de door de hoofdzaak getrokken grenzen. Een partij mag slechts tussenkomen in verband met de nadelige gevolgen die zij van de uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden. Dat belang kan erin bestaan dat, in verband met de gevolgen die de uitspraak in de hoofdzaak kan hebben, benadeling of verlies van een recht van de tussenkomende partij dreigt, dan wel diens positie anderszins kan worden benadeeld. Een dergelijke dreiging of benadeling ontbreekt hier.

Proceskosten

4.23.

Thans komt de rechtbank toe aan de beslissing over de proceskosten. Hierbij strekt tot uitgangspunt dat de partijen, voor zover verschenen, bij afzonderlijke advocaat zijn opgetreden, zodat zij aanspraak hebben op vergoeding van hun eigen kosten voor zover zij hiervoor (overwegend) in het gelijk zijn gesteld.

De Reisagenten tegen IATA

4.24.

IATA zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de aan de zijde van de Reisagenten gevallen proceskosten. Deze worden begroot op EUR 3.997,19 aan verschotten en EUR 11.568,00 aan salaris advocaat (drie punten, tarief VIII), in totaal EUR 15.565,19.

De Reisagenten tegen [eiser in het incident]

4.25.

[eiser in het incident] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de aan zijde van de Reisagenten gevallen proceskosten. Deze worden begroot op EUR 543,00 aan salaris advocaat (een punt, tarief II).

IATA tegen VEB, Malév en [naam derde sub 3]

4.26.

VEB, Malév en [naam derde sub 3] zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de aan de zijde van IATA gevallen proceskosten. Deze worden begroot op EUR 94,18 aan verschotten en EUR 543,00 (een punt, tarief II) aan salaris advocaat, in totaal EUR 637,18.

IATA tegen [eiser in het incident]

4.27.

[eiser in het incident] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de aan de zijde van IATA gevallen proceskosten. Deze worden begroot op EUR 543,00 aan salaris advocaat (een punt, tarief II).

[eiser in het incident] tegen IATA

4.28.

[eiser in het incident] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de aan de zijde van IATA gevallen proceskosten. Deze worden begroot op EUR 7.712,00 aan salaris advocaat (twee punten, tarief VIII).

[eiser in het incident] tegen de Reisagenten

4.29.

[eiser in het incident] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de aan de zijde van de Reisagenten gevallen proceskosten. Deze worden begroot op EUR 1.086,00 aan salaris advocaat (twee punten, tarief II).

In alle zaken

4.30.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een hoofdelijke proceskostenveroordeling. De nakosten (naar het thans geldende tarief) en de gevorderde wettelijke rente zijn toewijsbaar op de wijze zoals hierna in de beslissing zal worden vermeld.

Het door IATA geopende incident op de voet van artikel 118 Rv

4.31.

De rechtbank ziet aanleiding om de kosten van het (in het vonnis in incident van 16 maart 2016 voor het overige afgedane) incident te compenseren zoals hierna in de beslissing zal worden vermeld.

Het door [eiser in het incident] geopende incident tot tussenkomst

4.32.

De rechtbank ziet aanleiding om de kosten van het (in het vonnis in incident van 25 januari 2017 voor het overige afgedane) incident te compenseren zoals hierna in de beslissing zal worden vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank:

in de zaak van de Reisagenten tegen IATA

5.1.

veroordeelt IATA aan de Reisagenten te betalen EUR 2.522.619,70 (tweemiljoen vijfhonderdentweeëntwintigduizend zeshonderdennegentien euro en zeventig eurocent), te vermeerderen met de toepasselijke wettelijke rente naar Zwitsers recht vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt IATA in de kosten van het geding, tot dit vonnis aan de zijde van de Reisagenten begroot op EUR 15.565,19, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na heden;

5.3.

veroordeelt IATA in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op EUR 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na heden, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat IATA niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met EUR 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de betekening;

5.4.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaak van de Reisagenten tegen [eiser in het incident]

5.5.

veroordeelt [eiser in het incident] te gehengen en gedogen dat het hiervoor onder 5.1 vermelde bedrag, te vermeerderen met de hiervoor onder 5.1 vermelde rente, door IATA aan de Reisagenten wordt voldaan;

5.6.

veroordeelt [eiser in het incident] in de kosten van het geding, tot dit vonnis aan de zijde van de Reisagenten begroot op EUR 543,00, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na heden;

5.7.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaak van IATA tegen VEB, Malév en [naam derde sub 3]

5.8.

veroordeelt VEB, Malév en [naam derde sub 3] om te gehengen en gedogen dat IATA de door IATA beheerde gelden gebruikt om te voldoen aan de hiervoor onder 5.1 vermelde veroordeling;

5.9.

veroordeelt VEB, Malév en [naam derde sub 3] in de kosten van het geding, tot dit vonnis aan de zijde van IATA begroot op EUR 637,18, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na heden;

5.10.

veroordeelt VEB, Malév en [naam derde sub 3] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op EUR 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat VEB, Malév en [naam derde sub 3] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met EUR 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis;

5.11.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaak van IATA tegen [eiser in het incident]

5.12.

veroordeelt [eiser in het incident] om te gehengen en gedogen dat IATA de door IATA beheerde gelden gebruikt om te voldoen aan de hiervoor onder 5.1 vermelde veroordeling;

5.13.

veroordeelt [eiser in het incident] in de kosten van het geding, tot dit vonnis aan de zijde van IATA begroot op EUR 543,00, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na heden;

5.14.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaak van [eiser in het incident] tegen IATA

5.15.

wijst het gevorderde af respectievelijk verklaart [eiser in het incident] in het gevorderde niet-ontvankelijk;

5.16.

veroordeelt [eiser in het incident] in de kosten van het geding, tot dit vonnis aan de zijde van IATA begroot op EUR 7.712,00;

5.17.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaak van [eiser in het incident] tegen de Reisagenten

5.18.

wijst het gevorderde af;

5.19.

veroordeelt [eiser in het incident] in de kosten van het geding, tot dit vonnis aan de zijde van de Reisagenten begroot op EUR 1.086,00;

5.20.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

nakosten in de zaak van de Reisagenten tegen [eiser in het incident] en in de zaak van [eiser in het incident] tegen de Reisagenten

5.21.

veroordeelt [eiser in het incident] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op EUR 246,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na heden, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser in het incident] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met EUR 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de betekening;

5.22.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

nakosten in de zaak van IATA tegen [eiser in het incident] en in de zaak van [eiser in het incident] tegen IATA

5.23.

veroordeelt [eiser in het incident] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op EUR 246,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na heden, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser in het incident] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met EUR 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de betekening;

5.24.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in het door IATA geopende incident op de voet van artikel 118 Rv

5.25.

compenseert de kosten van het incident in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

in het door [eiser in het incident] geopende incident tot tussenkomst

5.26.

compenseert de kosten van het incident in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

in alle zaken

5.27.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Korsten - Krijnen, mr. A.J. Bongers-Scheijde en mr. K.M. van Hassel, rechters, bijgestaan door mr. A.A.J. Wissink, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2018.