Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:5167

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-07-2018
Datum publicatie
20-07-2018
Zaaknummer
C/13/648821 / KG ZA 18-543
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Meubelmaker Schijf Restoric mag twee van haar tafels niet meer op de markt brengen. Het gaat om tafels die nagenoeg identiek zijn aan een eikenhouten kantinetafel en een kantinetafel van sloophout die zijn ontworpen door een bekende Nederlandse meubelontwerper.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/648821 / KG ZA 18-543 MvdV/BB

Vonnis in kort geding van 16 juli 2018

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [plaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 2] ,

gevestigd te [plaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 3] ,

gevestigd te [plaats] ,

eisers bij dagvaarding van 14 juni 2018,

advocaten mrs. M.R. de Zwaan en C.H. Kan te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHIJF RESTORIC B.V.,

gevestigd te Uithoorn,

gedaagde,

verschenen bij haar directeur [naam directeur] .

Eisers zullen hierna gezamenlijk in enkelvoud [eisers] worden genoemd en gedaagde zal hierna worden aangeduid als Schijf Restoric.

1 De procedure

Ter zitting van 25 juni 2018 heeft [eisers] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Schijf Restoric heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. [eisers] heeft producties en een pleitnota in het geding gebracht. Schijf Restoric heeft pleitaantekeningen in het geding gebracht. De producties die aan deze aantekeningen waren gehecht zijn niet toegelaten in de procedure omdat deze uiterlijk 24 uur voor de zitting hadden moeten worden ingediend.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van [eisers] : [eiser sub 1] met mr. De Zwaan en mr. Kan;

aan de zijde van Schijf Restoric: [naam directeur] (algemeen directeur).

2 De feiten

2.1.

[eiser sub 1] is eigenaar en grootaandeelhouder van de vennootschappen [eiser sub 2] en [eiser sub 3]

2.2.

[eisers] ontwerpt, vervaardigt en verhandelt onder meer meubels, waaronder meubels van sloophout.

2.3.

[eisers] heeft onder andere de volgende twee kantinetafels ontworpen en vervaardigd.

[eisers] hanteert voor dit ontwerp de benaming ‘De Kantinetafel (1998)’. Dit ontwerp zal hierna ook wel worden aangeduid als Ontwerp 1.

[eisers] hanteert voor dit ontwerp de benaming ‘De Kantinetafel (2001)’. Dit ontwerp zal hierna ook wel worden aangeduid als Ontwerp 2.

2.4.

Schijf Restoric, onderdeel van de Schijf Groep, houdt zich net als [eisers] bezig met het vervaardigen en verhandelen van onder meer meubels van sloophout. Zij heeft onder andere de hieronder afgebeelde tafels vervaardigd.

Deze tafel wordt op de website www.restoric.nl te koop aangeboden onder de benaming ‘Tafel € 995,00’ en zal hierna ook wel worden aangeduid als Tafel A.

Deze tafel werd vanaf 2 april 2018 onder de benaming ‘ [eiser sub 1] (look) eettafel’ te koop aangeboden op www.marktplaats.nl onder het account ‘ [naam account] ’. Deze tafel zal hierna ook wel worden aangeduid als Tafel B.

2.5.

Bij e-mail van 11 april 2018 heeft [eisers] Schijf Restoric gesommeerd om iedere inbreuk op zijn auteurs- en merkrecht en ieder onrechtmatig handelen jegens hem met betrekking tot de Ontwerpen 1 en 2 te staken en gestaakt te houden en daarvan een schriftelijke bevestiging te sturen. Schijf Restoric heeft hierop afwijzend gereageerd.

2.6.

Bij e-mailbericht van 26 april 2018 heeft de advocaat van [eisers] Schijf Restoric nogmaals gesommeerd om de inbreuk te staken en ter bevestiging daarvan een onthoudingsverklaring te ondertekenen. Daarop heeft Schijf Restoric bij e-mailbericht van 30 april 2018 onder meer het volgende terug geschreven:

‘Vraaf alsjeblieft aan uw client om te stoppen met het copieren van ons al meer dan 40 jaar bestaande sloop houten meubels en val ons niet lastig met onderstaande beweringen.’

2.7.

Op 9 mei 2018 heeft de advocaat van [eisers] aan Schijf Restoric verzocht bewijs aan te leveren van de stelling dat haar tafel ouder is dan het ontwerp van [eisers] . Daarop heeft Schijf Restoric niet meer gereageerd.

3 Het geschil

3.1.

[eisers] vordert samengevat:

I. Schijf Restoric te bevelen met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis iedere verdere inbreuk op zijn auteursrecht op de Ontwerpen 1 en 2 van de kantinetafel te staken en gestaakt te houden, waaronder in ieder geval het vervaardigen, aanbieden, in handel brengen, afbeelden en in voorraad houden van de inbreukmakende tafels, alsmede van andere met de Ontwerpen 1 en 2 overeenstemmende meubels;

II. Schijf Restoric te bevelen met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis de slaafse nabootsing van kantinetafel te staken;

III. Schijf Restoric te bevelen opgave te doen van alle met zijn ontwerpen (zoals vermeld op [website] ) overeenstemmende, door Schijf Restoric vervaardigde (in voorraad gehouden en/of reeds verkochte) meubels en daarvan rekening en verantwoording af te leggen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, onder gelijktijdige toezending van een verklaring waaruit de hoogte van de daarmee behaalde omzet en winst blijkt, gestaafd met bewijsstukken en gecontroleerd door een door [eisers] aan te wijzen en door Schijf Restoric te betalen registeraccountant;

IV. Schijf Restoric te bevelen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis alle in voorraad gehouden inbreukmakende meubels in aanwezigheid van een deurwaarder te vernietigen en een door de deurwaarder opgesteld proces-verbaal van deze vernietiging aan de advocaat van [eisers] te doen toekomen;

V. het voorgaande op straffe van een dwangsom;

VI. de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv te bepalen op zes maanden vanaf de datum van dit vonnis;

VII. Schijf Restoric op de voet van artikel 1019h Rv te veroordelen in de werkelijke proceskosten;

VIII. zodanige verdere maatregelen te treffen die de voorzieningenrechter passend acht; en

IX. Schijf Restoric te veroordelen in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[eisers] legt, kort gezegd, het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag. [eisers] is sinds zijn doorbraak in 1990 met het ontwerp van een van sloophout vervaardigde kast uitgegroeid tot een wereldberoemd ontwerper van meubels gemaakt van sloophout en ander ‘afval’ materiaal. De ontwerpen van [eisers] zijn eigen intellectuele scheppingen en aan te merken als werken in de zin van artikel 10 Auteurswet. De persoonlijkheidsrechten op de ontwerpen komen aan [eisers] toe. Schijf Restoric maakt met het vervaardigen en te koop aanbieden van de onder 2.4 afgebeelde tafels inbreuk op het auteursrecht van [eisers] omdat de tafels van Schijf Restoric onmiskenbaar een overeenstemmende totaalindruk hebben als de onder 2.3 afgebeelde ontwerpen van [eisers] . Bovendien vormen de tafels van Schijf Restoric een slaafse nabootsing en is er gevaar voor verwarring, in die zin dat het publiek bij het zien van de tafels van Schijf Restoric zal denken dat zij te maken heeft met tafels van [eisers] .

3.3.

Schijf Restoric betwist dat zij de ontwerpen van [eisers] heeft nagemaakt. Van inbreuk op het auteursrecht van [eisers] dan wel slaafse nabootsing is volgens haar geen sprake. Schijf Restoric heeft daartoe aangevoerd dat zij reeds vanaf de jaren 80 meubels van sloophout maakt en dat haar in het geschil zijnde tafels niet zijn gebaseerd op ontwerpen van [eisers] . Niet alleen hebben de tafels van partijen uiterlijke verschillen, zoals een andere vorm en maat poten en het gebruik van andere houtdelen (bij de tafels van Schijf Restoric wordt in tegenstelling tot bij de tafels van [eisers] veelal gebruik gemaakt van vloerdelen), maar ze zijn ook op een geheel andere wijze tot stand gekomen. In dit verband heeft Schijf Restoric naar voren gebracht dat zij vrijgekomen hout direct toepast waarna zij de tafels uitsluitend afwerkt met water gedragen verf, terwijl [eisers] het sloophout eerst behandelt en verzaagt naar parkethout lijkende delen voordat hij het toepast en de tafels vervolgens afwerkt met een laklaag.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In dit geschil gaat het om de eikenhouten kantinetafel die [eisers] in 1998 heeft ontworpen (Ontwerp 1) en de aan de hand daarvan in 2001 door [eisers] ontworpen kantinetafel van sloophout (Ontwerp 2). Beide ontwerpen hebben dezelfde driedimensionale vormgeving, bestaande uit twee stevige staanders met schuin oplopende voeten die enigszins naar binnen zijn geplaatst onder een fors rechthoekig blad. Het verschil in beide ontwerpen is de gebruikte houtsoort en de afwerking. Ontwerp 1 is gemaakt van eikenhout en Ontwerp 2 van sloophout. Daarnaast is Ontwerp 2 in tegenstelling tot Ontwerp 1 afgewerkt met 6 laklagen.

4.2.

Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of voornoemde ontwerpen van [eisers] vallen onder de bescherming van de Auteurswet. Daarvoor moeten de ontwerpen een oorspronkelijk, eigen karakter en een persoonlijk stempel van [eisers] dragen (volgens de door het HvJEU geformuleerde maatstaf -die op hetzelfde neerkomt- moet het gaan om een eigen intellectuele schepping van [eisers] ).

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoen de Ontwerpen 1 en 2 aan deze maatstaf, nu zij een als afkomstig van [eisers] herkenbare vormgeving (zoals omschreven onder 4.1) hebben, waarbij de combinatie van het blad en de poten zorgt voor een robuuste uitstraling. Voor wat betreft Ontwerp 2 geldt bovendien dat de wijze van schikking van het gebruikte sloophout met de daarop voorkomende dan wel aangebrachte kleurtinten en de gekozen afwerkingsvorm van 6 laklagen het persoonlijk stempel van [eisers] nog eens versterkt.

Gelet op het voorgaande wordt er voorshands vanuit gegaan dat de ontwerpen van [eisers] auteursrechtelijke beschermde werken zijn in de zin van artikel 10 Auteurswet.

Schijf Restoric heeft nog aangevoerd dat haar tafels al vanaf de jaren 80 worden gemaakt. Zij suggereert daarmee dat niet de ontwerpen van [eisers] maar juist de tafels van Schijf Restoric auteursrechtelijk beschermde werken zijn (waarop [eisers] inbreuk maakt). Zij heeft dit echter niet aannemelijk gemaakt. [eisers] heeft reeds voor deze kort gedingprocedure aan Schijf Restoric verzocht aan te tonen dat haar tafels A en B langer bestaan dan de Ontwerpen 1 en 2 van [eisers] , maar daarop heeft Schijf Restoric nooit gereageerd. Ter zitting heeft [naam directeur] namens Schijf Restoric desgevraagd verklaard geen ontwerpen of foto’s van haar tafels te hebben waaruit kan blijken dat haar tafels reeds werden gemaakt voordat de tafels van [eisers] op de markt kwamen. Schijf Restoric zou uitsluitend over een verklaring van een compagnon beschikken waaruit dit valt op te maken. Die verklaring levert voorshands onvoldoende bewijs op tegenover de door [eisers] overgelegde aanwijzingen van het tegendeel.

4.3.

Vervolgens dient te worden beoordeeld of Schijf Restoric met haar tafels inbreuk maakt op het auteursrecht van [eisers] . Daarbij is van belang in welke mate de totaalindrukken van de tafels van Schijf Restoric en de tafels van [eisers] overeenstemmen. Bij een vergelijking van Tafel A van Schijf Restoric met Ontwerp 1 van [eisers] en een vergelijking van Tafel B van Schijf Restoric met Ontwerp 2 van [eisers] valt het volgende op:

  • -

    de driedimensionale vorm van de tafels van Schijf Restoric zijn nagenoeg identiek aan de tafels van [eisers] ;

  • -

    de tafels van Schijf Restoric zijn, net als die van [eisers] , voorzien van een rechthoekig blad, met een vergelijkbare dikte en afmeting;

  • -

    de tafels van Schijf Restoric hebben, net als die van [eisers] , twee stevige staanders met opvallend vormgegeven schuinoplopende voeten, die niet aan de uiterste korte zijden onder het tafelblad maar enigszins naar binnen zijn gepositioneerd;

  • -

    de tafelbladen van de tafels van Schijf Restoric bestaan, net als de tafelbladen van de tafels van [eisers] , uit rechte stroken hout;

  • -

    de kleur van Tafel A van Schijf Restoric is nagenoeg identiek aan de kleur van Ontwerp 1 van [eisers] en de kleur van Tafel B van Schijf Restoric is nagenoeg identiek aan de kleur van Ontwerp 2 van [eisers] .

Bij een vergelijking van Tafel B van Schijf Restoric met Ontwerp 2 van [eisers] komt daar nog het volgende bij:

  • -

    beide tafels zijn gemaakt van sloophout;

  • -

    de afwisseling van rechte stroken hout met kleine vierkante houtjes (met verschillende kleurtinten) in het tafelblad van beide tafels zijn nagenoeg identiek.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt uit deze vergelijking dat in de tafels van Schijf Restoric dermate veel (auteursrechtelijk) beschermde trekken zijn overgenomen van de ontwerpen van [eisers] dat er sprake is van een overeenstemmende totaalindruk. Het enige waarneembare verschil is een verschil in dikte van de poten, waarbij de voeten van de poten van de tafels van [eisers] minder schuin oplopen dan bij die van de tafels van Schijf Restoric. Dat verschil is van zodanig ondergeschikte betekenis dat het niet afdoet aan de overeenstemmende totaalindrukken van de tafels. De andere door Schijf Restoric opgevoerde verschillen (gebruik andere houtdelen, het al dan niet toepassen van de parkettechniek en het al dan niet afwerken met lak) maken, als ze al bestaan –wat hier niet kan worden vastgesteld-, de totaalindrukken van de tafels evenmin anders.

4.4.

Al met al kwalificeren de tafels van Schijf Restoric als verveelvoudigingen in de zin van artikel 13 Auteurswet.

4.5.

De vorderingen van [eisers] zijn dan ook op de hierna te melden wijze toewijsbaar, waarbij de veroordelingen uitsluitend betrekking hebben op de in dit geding aan de orde zijnde inbreukmakende tafels A en B.

4.6.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

4.7.

De door eiseres gevorderde accountantscontrole zal worden afgewezen. Hetgeen met betrekking tot de accountant wordt gevorderd komt neer op een verklaring dat de opgave, voor zover verifieerbaar, een getrouwe weergave van de werkelijkheid vormt. De voorzieningenrechter is er ambtshalve mee bekend dat een (register)accountant, zeker als die accountant niet de huisaccountant is, die duidelijkheid niet kan geven. Toewijzing leidt derhalve makkelijk tot executieproblemen. Om die reden zal de gevorderde inschakeling van een accountant niet worden toegewezen. De vordering tot het doen van opgave zal voor het overige worden toegewezen op de wijze als in het dictum vermeld.

4.8.

Bij deze uitkomst behoeft wat partijen in het kader van de slaafse nabootsing naar voren hebben gebracht geen bespreking meer.

4.9.

Schijf Restoric zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. [eisers] heeft, aangezien het hier primair om een intellectueel eigendomsrecht gaat, met een beroep op artikel 1019h Rv om de werkelijke proceskosten gevraagd. Hij heeft daarbij de advocaatkosten begroot op
€ 7.385,00. [eisers] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij zich geconfronteerd ziet met veel kleine inbreukmakers die hem voor grote kosten van rechtsbijstand stellen. Toewijzing van slechts het gewone liquidatietarief zou onvoldoende recht doen aan dit belang van [eisers] en aan het in deze zaak geldend wettelijke uitgangspunt als neergelegd in artikel 1019h Rv.

De voorzieningenrechter kwalificeert deze zaak als een eenvoudig IE-kort geding waarvoor in het indicatietarief IE-zaken een bedrag van € 6.000,00 als redelijk en evenredig is begroot en zal dan ook van dit bedrag uitgaan. De kosten aan de zijde van [eisers] worden derhalve begroot op:

- dagvaarding € 81,00

- griffierecht 626,00

- salaris advocaat 6.000,00

Totaal € 6.707,00

4.10.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt Schijf Restoric met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis iedere verdere inbreuk op het auteursrecht van [eisers] op de Ontwerpen 1 en 2 met de Tafels A en B te staken en gestaakt te houden, waaronder het vervaardigen, aanbieden, in handel brengen, afbeelden en in voorraad houden van deze tafels,

5.2.

beveelt Schijf Restoric opgave te doen van alle door Schijf Restoric vervaardigde (in voorraad gehouden en/of reeds verkochte) tafels A en B en daarvan rekening en verantwoording af te leggen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, onder gelijktijdige toezending van een verklaring waaruit de hoogte van de daarmee behaalde omzet en winst blijkt, gestaafd met bewijsstukken;

5.3.

beveelt Schijf Restoric binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis alle in voorraad gehouden tafels A en B in aanwezigheid van een deurwaarder te vernietigen en een door de deurwaarder opgesteld proces-verbaal van deze vernietiging aan de advocaat van [eisers] te doen toekomen,

5.4.

veroordeelt Schijf Restoric om aan [eisers] een dwangsom te betalen van € 2.500,00 voor iedere overtreding dan wel -naar keuze van [eisers] - voor iedere dag dat de overtreding van de veroordelingen onder 5.1 tot en met 5.3 voortduurt, tot een maximum van € 25.000,= is bereikt,

5.5.

bepaalt de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden vanaf de datum van dit vonnis,

5.6.

veroordeelt Schijf Restoric in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op € 6.707,00,

5.7.

veroordeelt Schijf Restoric in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op
€ 157,00 voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 82,00 en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. van der Veen, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. B.P.W. Busch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2018.1

1 .