Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:489

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-02-2018
Datum publicatie
09-02-2018
Zaaknummer
6251360 CV 17-19529
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een scooterzaak moet een vrouw 1750 euro terugbetalen voor een scooter die zij voor 2.200 euro kocht. Een deel daarvan krijgt de vrouw omdat zij steeds voor kleine en ook grotere mankementen moest terugkomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 6251360 CV EXPL 17-19529

vonnis van: 5 februari 2018

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres, tevens verweerster in voorwaardelijke reconventie

nader te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. C.G.J. van Oppen

t e g e n

[gedaagde]

zaakdoende [plaats]

gedaagde, tevens eiser in voorwaardelijke reconventie

nader te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende stukken bevinden zich in het procesdossier:

- dagvaarding van 10 augustus 2017, met producties;
- het antwoord, met producties en voorwaardelijke eis in reconventie;
- instructievonnis;
- dagbepaling comparitie.

De comparitie heeft plaatsgevonden op 28 november 2017. Voorafgaand daaraan zijn van [eiseres] nog producties ontvangen. [eiseres] is in persoon verschenen met haar gemachtigde alsmede mr. J. van Oppen, evenals [gedaagde] in persoon. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord en ook is kort geschorst. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken. Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

[eiseres] heeft van [gedaagde] op 6 april 2017 een Riva Sport scooter (cataloguswaarde € 1.499,-), inclusief vip-pakket, accessoires en rijklaar maken, gekocht ten bedrag van in totaal € 2.200,-. De scooter is op 21 april 2017 aan [eiseres] geleverd. [eiseres] heeft de koopprijs voldaan.

1.2.

[eiseres] is een aantal maal bij [gedaagde] terug geweest, met steeds wisselende maar ook een terugkerende klacht(en) dat de scooter een piepend geluid maakte.

1.3.

Bij e-mail van 21 juni 2017 heeft [eiseres] haar geld terug geëist omdat van begin af aan problemen bestonden, waaronder een kras op de motorkap, een piepend geluid bij het rijden, een plotselinge snelheid van 60 km per uur waar deze maar 25 km per uur mag rijden en het plotseling afslaan van de motor. Na de scooter vier keer ter reparatie te hebben aangeboden, heeft [eiseres] er geen vertrouwen meer in, aldus de e-mail van [eiseres] .

1.4.

Nadien heeft [eiseres] ingestemd met een vijfde en laatste reparatie, zo bericht zij in een e-mail van wederom 21 juni 2017, naar aanleiding van het aanbod van [gedaagde] om de scooter op te sturen naar de fabrikant voor een diagnose. [eiseres] wijst daarin uitdrukkelijk op het vreemde geluid dat de scooter maakt en op het vastzetten van de kickstarter. Ook wenst zij vervangend vervoer. [gedaagde] heeft tevens bericht dat geld niet wordt teruggeven en dat vervangend vervoer niet kan worden geregeld.

1.5.

Op 22 juni 2017 bericht [gedaagde] nogmaals dat geld niet wordt teruggegeven, maar dat een nieuwe scooter tot de mogelijkheden behoort als een aantal stappen wordt doorlopen bij BTC (de leverancier). Hoe lang dat gaat duren, durft [gedaagde] niet te zeggen maar als [eiseres] dinsdag nog niets heeft gehoord, kan zij zelf contact opnemen met de fabrikant, aldus [gedaagde] . Voorts biedt [gedaagde] aan [eiseres] een e-bike ter beschikking te stellen die met voetsteunen zal worden uitgerust zodat vervoer van haar kind mogelijk is.

1.6.

In een ongedateerde brief van [gedaagde] aan BTC schrijft zij dat de stuurkap beschadigd is en vervangen moet worden, dat de scooter 45 km rijdt waar dat 32 km mag zijn, de koppeling geluid maakt bij het optrekken en schokkend rijdt en geen gelijke snelheid houdt, er een piepend geluid komt van het achterwiel maar dat [gedaagde] zelf het probleem niet heeft kunnen vinden. Ook moet de valbeugel strakker gemonteerd en nagekeken worden en het kickstartpedaal vastgezet.

1.7.

Op 3 juli 2017 neemt [eiseres] contact op met BTC-scooters, die haar melden dat ze meer tijd nodig hebben.

1.8.

Bij e-mail van 3 juli 2017 bericht [eiseres] aan [gedaagde] dat ze de aankoop wil ontbinden en aanspraak maakt op terugbetaling van het aankoopbedrag.

1.9.

Op 5 juli 2017 bericht [gedaagde] dat de scooter volledig nagekeken en gerepareerd is en eind van de week door de fabrikant wordt terug geleverd.

1.10.

Op 7 juli 2017 ontvangt [eiseres] het bericht dat de scooter kan worden opgehaald.

1.11.

Bij brief van 18 juli 2017 van de gemachtigde van [eiseres] wordt [gedaagde] gesommeerd tot terugbetaling van het aankoopbedrag en juridische kosten van
€ 487,-.

1.12.

Volgens twee mails van [naam] , verbonden aan BTC, is na een testrit van 10 of 25 km gebleken dat alle problemen met de scooter zijn opgelost. De valbeugels zijn vastgezet en de begrenzer, achterkoppeling en bougies zijn vervangen. De speling op de kickstartas is normaal.

1.13.

[eiseres] heeft ongeveer 1.000 km met de scooter gereden.


Vorderingen en verweer

2. [eiseres] vordert te verklaren voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig handelt jegens haar op grond van artikel 6:193b lid 1 en lid 3 sub a BW jo artikel 6:193c lid 1 sub g BW door aan haar informatie te verstrekken dat de bedrijfspolicy maatgevend is voor het recht van haar op ontbinding van de koop en teruggave van het aankoopbedrag. Voorts vordert [eiseres] betaling van € 2.577,-, bestaande uit de aankoopsom, eigen bijdrage juridische bijstand, kosten voor een aangetekende brief en voor kosten voor een uittreksel van het KvK, alsmede griffierecht, alles te vermeerderen met wettelijke rente vanaf ingebrekestelling zijnde 21 juni 2017 c.q. 3 juli 2017 en de (voorwaardelijke reconventionele) vordering van [gedaagde] vanwege stallingskosten af te wijzen.

3. [eiseres] stelt hiertoe veelvuldig met allerlei mankementen aan de scooter te zijn terug geweest bij [gedaagde] , en dan meer specifiek vanwege:
- een verkeerd gemonteerde pin in het slot van de buddy;
- het laten plaatsen van voetsteunen en rugkussen die dan weer los raakten zodat uiteindelijk een kinderzitje moest worden gekocht voor € 180,-;
- een piepend geluid bij het rijden;
- een kras op de motorkap die daarom zou worden vervangen, hetgeen niet gebeurde;
- plotseling te hard rijden;
- het schokkend rijden en afslaan van de motor;

4. [eiseres] heeft vervolgens de koop ontbonden op 21 juni 2017, maar door misleidende informatie van [gedaagde] over het niet terugbetalen van de koopsom, heeft zij toch ingestemd met het terugsturen van de scooter naar BTC, waar de scooter vervolgens veel langer bleef dan was toegezegd. Een vervangende scooter werd niet aangeboden. Daarbij komt dan nog dat [gedaagde] heeft gezegd dat de scooter in Nederland is gemaakt, maar eigenlijk van Chinese makelij blijkt te zijn. Als [eiseres] dit had geweten, had ze de scooter niet gekocht. Ten slotte heeft [gedaagde] verklaard nooit geld terug te geven, hetgeen in strijd is met haar recht op ontbinding van de koopovereenkomst bij non-conformiteit van het product, hetgeen een oneerlijke handelspraktijk oplevert.

5. [gedaagde] betwist het relaas van [eiseres] . Juist is wel dat [eiseres] veelvuldig terug is geweest met de scooter, maar dat had mede te maken met het feit dat zij van scooters geen verstand had. Zo belde zij de eerste dag al dat de scooter niet startte, waarna iemand bij haar is langsgekomen om haar erop te wijzen dat dat kwam omdat zij met haar vinger de startonderbreker dicht hield. Ook kwam zij terug omdat ze de buddybak met teveel spullen geforceerd dicht had gedaan, waardoor de haak van de buddybak niet goed meer sloot. Het piepende geluid waar [eiseres] over klaagt is een normaal motorgeluid. Over voetsteunen is bij de koop niets afgesproken, maar om haar van dienst te zijn is geprobeerd fietssteunen te bevestigen die, doordat haar kinderen daar met hun volle gewicht op gingen staan, loslieten. Deze steunen horen ook niet op een scooter. Zij diende eigenlijk een speciale kinderstoel aan te schaffen, hetgeen [eiseres] uiteindelijk ook heeft gedaan. Dat de valbeugel loszat, kwam omdat haar kinderen die er hadden afgetrapt. Dat er met de scooter op enig moment 60 km per uur kon worden gereden, betwist [gedaagde] , nu deze een begrenzer heeft. Omdat [eiseres] maar bleef terugkomen, ook voor de kleinste dingetjes, heeft [gedaagde] voorgesteld de scooter door BTC te laten nakijken en heeft zij [eiseres] een e-bike aangeboden ter tijdelijke vervanging, maar die wilde ze niet. Uiteindelijk zijn alle mankementen aan de scooter door BTC ook verholpen maar [eiseres] weigert de scooter op te halen. Ondertussen heeft zij er wel 1.000 km mee gereden. Tot slot stelt [gedaagde] dat de scooter niet mag worden vergeleken met een veel duurdere Vespa en [eiseres] eigenlijk gewoon spijt heeft van haar aankoop.

6. [gedaagde] vordert daarom voorwaardelijk, namelijk indien [eiseres] weigerachtig blijft de scooter bij haar op te halen, stallingskosten van € 900,-.

Beoordeling

7. Ongeacht de uitkomst van deze procedure hebben partijen ter zitting afgesproken dat de scooter, die zich bevindt in de winkel van [gedaagde] en daar volgens [gedaagde] danig in de weg staat, door [gedaagde] mag worden verkocht. [eiseres] heeft daartoe ter zitting ook de eigendomspapieren aan de heer [gedaagde] overhandigd.

8. Tussen partijen is in geschil of de aan [eiseres] verkocht scooter aan de overeenkomst heeft beantwoord en of door [gedaagde] misleidende informatie is verstrekt die dient te worden gekwalificeerd als een oneerlijke handelspraktijk.

Oneerlijke handelspraktijk

9. [eiseres] vordert een verklaring voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig handelt jegens haar op grond van artikel 6:193b lid 1 en lid 3 sub a BW jo artikel 6:193c lid 1 sub g BW door aan haar informatie te verstrekken dat de bedrijfspolicy maatgevend is voor het recht van haar op ontbinding van de koop en teruggave van het aankoopbedrag.

10. Artikel 193c lid 1 onder g BW bepaalt in dit verband dat een handelspraktijk misleidend is indien onjuiste informatie is verstrekt zoals te aanzien van de rechten van de consument waaronder het recht van herstel of vervanging van de afgeleverde zaak of het recht om de prijs te verminderen, of de risico’s die de consument eventueel loopt.

11. Wordt [eiseres] goed begrepen dan doelt zij bij haar vordering op de mededeling van [gedaagde] dat nooit geld wordt terugbetaald. Verwijzende naar r.o. 1.4 en 1.5 van dit vonnis staat voldoende vast dat [gedaagde] deze mededeling heeft gedaan. Echter heeft zij daarbij tevens aangegeven dat vervanging van de scooter eventueel wel tot de mogelijkheden behoort. Systeem van de wet is - kort gezegd - dat een consument bij aankoop van een zaak die niet aan de overeenkomst beantwoord, in eerste instantie kan eisen dat deze wordt hersteld of wordt vervangen en dat indien aan het recht op herstel niet wordt tegemoet gekomen, de koper bevoegd is de zaak te laten herstellen door een derde op kosten van de verkoper. Pas als herstel of vervanging onmogelijk is of niet van de verkoper kan worden gevergd - waarbij de mate van de afwijking van het overeengekomene mede een rol speelt - komt ontbinding van de koopovereenkomst in zicht en ontstaat een recht op teruggave van de koopprijs. In dit licht is de mededeling van [gedaagde] dat zij geen geld teruggeeft maar eventueel wel een andere scooter, niet dusdanig in strijd met de wet dat dit een oneerlijke handelspraktijk oplevert. Teruggave van de koopprijs is immers pas aan de orde na het doorlopen van de hiervoor beschreven stappen. De verklaring voor recht wordt dan ook geweigerd.

Vordering tot teruggave koopsom

12. Vaststaat dat [eiseres] een aanzienlijk aantal keren terug is geweest met de scooter met allerhande klachten, maar ook dat [gedaagde] , weliswaar niet naar tevredenheid van [eiseres] , ook een aantal maal tot herstel is overgegaan. Betwist is daarbij dat alle klachten hun oorsprong vinden in aan de scooter klevende gebreken of dat deze door onkundig gebruik door [eiseres] zijn ontstaan, zoals bij de buddy, het loslaten van de voetsteunen en het rugkussen en het loszitten van de valbeugel.

12. De hiervoor genoemde gebreken zijn, tezamen met een kras op de kap, los van de vraag waardoor deze zijn ontstaan en los van de vraag of deze niet reeds afdoende door [gedaagde] zijn verholpen, onvoldoende ernstig om een algehele ontbinding de overeenkomst te rechtvaardigen. Dit geldt overigens ook voor de mededeling van [gedaagde] dat de scooter van Nederlandse makelij is, hoewel deze in werkelijkheid in onderdelen door een Nederlands bedrijf zou zijn geïmporteerd vanuit China en hier is geassembleerd. Dat de scooter is gefabriceerd in China wil immers niet zeggen dat deze daarmee niet conform de gerechtvaardigde verwachtingen kan worden gebruikt. Daarbij is de kantonrechter overigens ook van oordeel dat van een scooter in deze prijscategorie niet die kwaliteit mag worden verwacht als van een scooter uit een hoger segment, zoals een Vespa met een twee keer zo hoge aanschafprijs.

12. Vorenstaande neemt echter niet weg dat [eiseres] heeft mogen verwachten dat met de scooter op veilige wijze aan het verkeer kan worden deelgenomen. Gelet evenwel op het gereden aantal kilometers, kan niet zonder meer worden gezegd dat dit met de onderhavige scooter onmogelijk is gebleken.

15. [eiseres] heeft al kort na aankoop van de scooter geklaagd over een piepend geluid dat volgens [gedaagde] of helemaal niet aanwezig was, ofwel hoort bij deze scooter. [eiseres] heeft zelf geen onderzoek laten doen naar de oorzaak van het vermeende geluid, zodat de kantonrechter daarover in het duister tast. Bovendien valt niet uit te sluiten dat dit piepen na de door BTC uitgevoerde reparaties is verholpen. Dit laatste geldt ook voor het plotseling harder kunnen rijden dan met deze scooter wettelijk is toegestaan. Hoewel [gedaagde] dit mankement heeft betwist, kan uit de opsomming van werkzaamheden die door of namens BTC zijn verricht, worden afgeleid dat de begrenzer is vervangen. De kantonrechter gaat er bij gebrek aan voldoende informatie maar vanuit dat een defecte begrenzen de mogelijke oorzaak is geweest van deze plotselinge toename van het snelheidsbereik en dat door vervanging van deze begrenzer daaraan mogelijkerwijs een einde is gekomen.

16. Ook heeft [eiseres] aan haar vordering tot algehele teruggave van de aankoopprijs ten grondslag gelegd dat zij op of omstreeks 21 juni 2017 te maken kreeg met het schokkend rijden, het niet vasthouden van een constante snelheid en vervolgens afslaan van de motor, waarbij overigens niet gesteld of gebleken is dat dit meermaals is gebeurd. Opnieuw de opsomming van door BTC uitgevoerde werkzaamheden beziend, zou dit euvel te maken kunnen hebben gehad met ondeugdelijke bougies en achterkoppeling, die immers zijn vervangen en waarmee dus voldoende vaststaat dat deze gebrekkig waren. Maar ook hier geldt weer dat nu [eiseres] de uitkomst van de reparaties van BTC niet heeft willen afwachten, niet duidelijk is of deze gebreken wel of niet geheel zijn verholpen.

16. Hoewel de kantonrechter op zich heel goed begrijpt dat [eiseres] het gedoe rond de scooter meer dan beu was en zij van mening is dat zij onvoldoende adequaat door [gedaagde] is geholpen, heeft [eiseres] anderzijds op een wel zeer ongelukkig moment de koopovereenkomst willen beëindigen, namelijk net voordat BTC de scooter had nagekeken en gerepareerd. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of de gebreken thans nog aanwezig zijn dan wel geheel zijn verholpen, zoals [gedaagde] (met BTC) onbetwist heeft gesteld. Uit de hiervoor onder r.o. 11 gegeven omschrijving van het systeem van de wet volgt dat de verkoper eerst in de gelegenheid moet worden gesteld de zaak te herstellen of te vervangen alvorens rechtsgeldig tot ontbinding van de koopovereenkomst mag worden overgegaan. In het onderhavige geval heeft [gedaagde] meermaals reparaties uitgevoerd en heeft zij, toen de klachten aanhielden, vervolgens door BTC en diagnose willen laten stellen over de (on)deugdelijkheid van de scooter, met de mogelijkheid, dat als deze ondeugdelijk zou worden geoordeeld, tot vervanging van de scooter over te gaan. Door de uitkomst van de diagnose van BTC niet af te wachten, wordt geoordeeld dat [gedaagde] onvoldoende in de gelegenheid is gesteld haar verplichting tot herstel dan wel vervanging na te komen.

16. Dat [eiseres] [gedaagde] al op 21 juni 2017 in gebreke heeft gesteld maakt vorenstaande niet anders, te meer nu zij daarna toch akkoord is gegaan met het terugsturen van de scooter naar BTC. Dat [eiseres] vervolgens (te) lang heeft moeten wachten op reparatie of mogelijke vervanging, vindt de kantonrechter niet doorslaggevend. [eiseres] stelt wel dat [gedaagde] heeft toegezegd dat daarmee slechts één dag of slechts een korte tijd zou zijn gemoeid, maar daarmee miskent [eiseres] de inhoud van de e-mail van 22 juni 2017, aangehaald in r.o. 1.5, waarin [gedaagde] zegt dat zij niet weet hoe lang het gaat duren bij BTC. Bovendien had [eiseres] moeten begrijpen dat de tijd die BTC heeft genomen voor het stellen van de diagnose en het herstel van de daarbij geconstateerde gebreken ook niet geheel in de invloedssfeer van [gedaagde] ligt. Het verwijt dat [eiseres] [gedaagde] vervolgens maakt dat zij geen leenscooter meekreeg legt hierbij onvoldoende gewicht in de schaal, nu daarop ook geen concreet recht bestaat en [gedaagde] haar wel een e-bike heeft willen uitlenen.

19. Al met al acht de kantonrechter in deze zaak, daarbij in ogenschouw nemende dat enerzijds: niet alle gebreken ernstig waren, sommigen gebreken door [gedaagde] wel direct zijn verholpen en onduidelijk is of de terugkerende en in beginsel wel ernstige gebreken zoals die van een defecte begrenzer en achterkoppeling inmiddels afdoende zijn verholpen, en anderzijds: de omstandigheid dat [eiseres] wel heel vaak heeft moeten terugkomen vanwege mankementen aan de scooter, daarbij toch meer van [gedaagde] heeft mogen verwachten ten aanzien van de service, alsmede advisering over de aanschaf van de scooter nu [eiseres] bij de aanschaf uitdrukkelijk heeft gezegd dat deze ook geschikt moest zijn om haar kinderen ermee te vervoeren en dit door [gedaagde] onvoldoende lijkt te zijn onderkend, slechts een partiële ontbinding van de overeenkomst op zijn plaats ter hoogte van een vermindering van de koopprijs van in totaal € 750,-. Dit bedrag zal [gedaagde] in ieder geval aan [eiseres] dienen terug te betalen en daartoe zal zij worden veroordeeld.

20. Voorts zal [gedaagde] , nu zij de scooter (inclusief toebehoren) van [eiseres] ter zitting heeft overgedragen gekregen, gehouden zijn om daarvoor een bedrag aan [eiseres] te voldoen. De kantonrechter acht een bedrag van € 1.000,- redelijk, daarbij betrekkende een waardedaling van de scooter met toebehoren en de door [gedaagde] te maken loonkosten voor het verkopen van de scooter aan een derde. Al het meerdere dat [gedaagde] voor de scooter zal krijgen, mag zij zelf behouden ter compensatie van door haar gemaakte stallingskosten. [gedaagde] zal tot betaling van deze € 1.000,- ook worden veroordeeld, zodat de totale hoofdsom uitkomt op € 1.750,-.

21. Deze uitkomst van de procedure rechtvaardigt geen toewijzing van het aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderde bedrag van € 154,-, maar de helft van dit bedrag, dat dan ook aan [eiseres] zal worden toegewezen.

21. Bij deze uitkomst van de procedure acht de kantonrechter het geëigend om [gedaagde] te veroordelen in de helft van de proceskosten in conventie gemaakt, te weten de kosten voor het uittreksel kvk ad € 2,65, griffierecht van 78,- en salaris gemachtigde ad
€ 200,-, hetgeen uitkomt op een bedrag van € 140,33. Explootkosten komen niet voor vergoeding door [gedaagde] in aanmerking omdat deze vanwege de aan [eiseres] afgegeven toevoeging door de griffier zijn voorgeschoten en een rechtsgrond ontbreekt om deze kosten van [gedaagde] terug te vorderen. Van het uitspreken van een proceskostenveroordeling in reconventie wordt vanwege de nauwe samenhang met de vorderingen in conventie afgezien.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van:
- € 1.750,- vanwege een gedeeltelijke ontbinding van de koopovereenkomst, met daarover wettelijke rente vanaf heden tot de dag der algehele voldoening;
- € 77,- aan buitengerechtelijke incassokosten;

veroordeelt [gedaagde] in (een bijdrage in de) proceskosten begroot op € 140,33,

inclusief eventueel verschuldigde BTW;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.


Aldus gewezen door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.