Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:4718

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-07-2018
Datum publicatie
12-07-2018
Zaaknummer
13/751286-18
Rechtsgebieden
Internationaal publiekrecht
Europees strafrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

EAB Belgie, heropening ivm recente stakingen in Belgische gevangenissen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751286-18

RK-nummer: 18/2249

Datum uitspraak: 5 juli 2018

TUSSEN-UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 30 maart 2018 en aangevuld op 23 mei 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 30 maart 2018 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,

ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres:

[adres] ,

hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 29 mei 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. M.M.R. Slaghekke, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere informatie bij de uitvaardigende autoriteit op te vragen.

De vordering is wederom behandeld op de openbare zitting van 21 juni 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J. Asbroek.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. M.M.R. Slaghekke, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22 van de OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een Aanhoudingsmandaat bij verstek van 30 maart 2018, uitgevaardigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, met kenmerk: 2018/051.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van België strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

Het EAB houdt verder een verzoek in om inbeslagname en afgifte van een geldbedrag, aangetroffen in het bezit van de opgeëiste persoon. De lijst van inbeslaggenomen goederen is eveneens aan deze uitspraak gehecht.

4 Strafbaarheid, feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 18, te weten:

georganiseerde of gewapende diefstal

Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, als naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, als hij voor de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.

De procureur des Konings te Antwerpen, afdeling Turnhout heeft op 17 mei 2018 de volgende garantie gegeven:

Overeenkomstig artikel 5 §3 van het kaderbesluit d.d. 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel bied ik u de garantie voor de terugkeer naar Nederland van de door u over te leveren Nederlandse onderdaan of ingezetene, in casu de Nederlandse onderdaan [opgeëiste persoon] .


Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland zal terugkeren om deze straf of maatregel daar te ondergaan. De terugkeer zal gebeuren op basis van het Europees Kaderbesluit inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie (2008/909/JBZ).

Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbare feiten opleveren.

De feiten zijn inderdaad naar Nederlands recht strafbaar en leveren op:

diefstal vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Aan deze voorwaarde is voldaan.

Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.

6 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a OLW

De rechtbank stelt vast dat het EAB geen betrekking heeft op strafbare feiten die geacht worden geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. De weigeringsgrond van artikel 13 van de OLW is dan ook niet van toepassing.

7 Detentieomstandigheden in België: heropening

De rechtbank heeft na sluiting van het onderzoek kennis genomen van recente ontwikkelingen in België over de detentieomstandigheden in verband met stakingen in Belgische gevangenissen.

De rechtbank ziet aanleiding zich te beraden over deze recente ontwikkelingen met het oog op het bepaalde in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het arrest van het Europese Hof van Justitie inzake Aranyosi en Căldăraru van 5 april 2016 (C-404/15 en C-659/15 PPU). Op een volgende zitting zal een en ander met partijen worden besproken.

Gezien het voorgaande zal de rechtbank het onderzoek ter zitting heropenen.

8 Beslissing

HEROPENT EN SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd.

BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nog vast te stellen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan de raadsvrouw van de opgeëiste persoon.

Aldus gedaan door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. M.T.C. de Vries en B. Poelert, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 5 juli 2018.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.