Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:4657

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-07-2018
Datum publicatie
05-07-2018
Zaaknummer
13/751390-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Proces verbaal. Aanhouding overleveringsverzoek België. Meer informatie nodig over de gevolgen van de huidige cipiersstakingen op de detentieomstandigheden in Belgische gevangenissen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751390-18

RK nummer: 18/3283

PROCES-VERBAAL

ZITTING

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden zitting van bovengenoemde rechtbank op

3 juli 2018.

Tegenwoordig:

mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,

mrs. A.W.C.M. van Emmerik en E.G. Fels, rechters,

mr. A.T.P. van Munster, griffier.

Het Openbaar Ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen opgeëiste persoon uitroepen en belast de oudste rechter met de behandeling van het onderzoek.

Aan de orde is de behandeling van de vordering van de officier van justitie van 9 mei 2018 ex artikel 23 van de Overleveringswet. De vordering strekt tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd op 20 februari 2018 door de Procureur des Konings te Leuven (België).

De opgeëiste persoon:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboortegegevens] 1991,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in [detentieadres] ,

is niet verschenen.

De oudste rechter maakt melding van een schriftelijke verklaring van de opgeëiste persoon van 29 juni 2018 waarin hij afstand doet van zijn recht om op de vordering te worden gehoord.

Als raadsman van de opgeëiste persoon is ter zitting aanwezig mr. S.Ph.Chr. Wester, advocaat te Amsterdam.

De oudste rechter vat de stukken van het overleveringsverzoek samen.


De raadsman verklaart, zakelijk weergegeven:

Ik wist dat de opgeëiste persoon vandaag niet zou verschijnen. Ik ben gemachtigd.
Ik leg enkele stukken over met betrekking tot de detentieomstandigheden in België.

[deze stukken zijn aan dit proces verbaal gehecht]

Ik weet dat al eerder Belgische overleveringsverzoeken zijn aangehouden vanwege de slechte detentieomstandigheden, waarna later alsnog de overlevering is toegestaan.

Op dit moment zijn er weer stakingen gaande in Belgische gevangenissen. Uit de overgelegde mediaberichten blijkt onder andere dat een Belgische raadkamer heeft beslist dat gevangenen niet terug naar de gevangenis kunnen worden gestuurd, vanwege de slechte detentieomstandigheden als gevolg van de stakingen. Uit de berichtgeving in de media volgt bovendien dat in meerde gevangenissen wordt gestaakt, terwijl deze gevangenissen vaak al overvol waren.

Gelet op de arresten [arrest 1] en [arrest 2]1 en [arrest 3] vs Croatia2 is er sprake van een reëel gevaar voor een vernederende behandeling. Ook in de gevangenis in Leuven centraal waar de opgeëiste persoon waarschijnlijk terecht zal komen, wordt gestaakt. Van belang bij de vaststelling van het gevaar is ook de Openbare Verklaring van 13 juli 2017 van het CPT3.

Primair verzoek ik de overlevering te weigeren, subsidiair verzoek ik om aanhouding voor nadere gegevens omtrent de gevangenis Leuven centraal, omdat ik denk dat de opgeëiste persoon naar dat detentiecentrum zal worden overgeleverd.


De officier van justitie deelt mee, zakelijk weergegeven:


Het EAB voldoet aan de vereisten van de Overleveringswet. Er is sprake van een verstekvonnis met een verzetgarantie. Het feitencomplex is genoegzaam omschreven wat betreft de tijd, plaats en mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon. Het specialiteitsbeginsel is gewaarborgd. Er zijn in redelijkheid twee lijstfeiten aangekruist. In het kader van de WETS4 moet ook de dubbele strafbaarheid getoetst worden. Het feitencomplex is naar Nederlands recht strafbaar op grond van artikel 140 Wetboek van Strafrecht en artikel 2 en 10 Opiumwet. Artikel 12 levert geen weigeringsgrond op, gelet op de verzetgarantie.
Ten aanzien van de detentieomstandigheden merk ik als volgt op. In meerdere Belgische zaken is onlangs de behandeling heropend of zijn zaken aangehouden omdat de rechtbank nadere informatie wenst. Een algemeen reëel gevaar voor een onmenselijke behandeling in Belgische detentiecentra is niet aangenomen. Uit informatie van de Belgische autoriteiten is al gebleken dat de politie inspringt, daar waar wordt gestaakt.
De berichten die in de media verschijnen zijn niet de objectieve gegevens waar in het arrest [arrest 1] en [arrest 2] over wordt gesproken. Een algemeen reëel gevaar kan dan ook niet worden vastgesteld. Ik verzoek de behandeling van de zaak wel aan te houden voor het verkrijgen van nadere informatie. Van de zittingen van vorige week heb ik helaas nog geen processen-verbaal mogen ontvangen.

De voorzitter merkt op dat de aanhoudingen en heropeningen van vorige week in Belgische zaken, hebben plaatsgevonden voor intern beraad.

De officier van justitie merkt op dat sommige recente Belgische zaken weldegelijk zijn aangehouden voor het verkrijgen van nadere informatie.

De raadsman verklaart, zakelijk weergegeven:

Als de zaak wordt aangehouden, zou ik ook graag zien dat het recente rapport van het CPT en de reactie daarop van de Belgische regering in het Nederlands worden vertaald en aan het dossier worden toegevoegd.

Na beraad deelt de oudste rechter als overwegingen en beslissing van de rechtbank als volgt mee:

- Gelet op (met name) berichten in de media over stakingen van gevangenispersoneel in Belgische gevangenissen, waaronder berichten dat een raadkamer in Mechelen gevangenen heeft vrijgelaten uit voorlopige hechtenis omdat sprake zou zijn van mensonwaardige omstandigheden als gevolg van deze stakingen – dit alles in het licht van de rapportages van the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) omtrent de detentieomstandigheden in België – zijn er op dit moment sterke aanwijzingen dat in Belgische gevangenissen waar wordt gestaakt, sprake is van een reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Vanwege het feit dat de informatie over de actuele stand van zaken thans voor een groot deel uit mediaberichten komt, wenst de rechtbank nadere gegevens hierover te verkrijgen van de Belgische uitvaardigende autoriteit.

- Het onderzoek wordt daarom geschorst en aangehouden voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de volgende vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit:

o Wat is – gelet op voornoemde mediaberichten – de actuele stand van zaken van de stakingen van het gevangenispersoneel en wat zijn de gevolgen hiervan voor de detentieomstandigheden?

o In welke gevangenissen wordt gestaakt?

o Waar zou de opgeëiste persoon na een eventuele overlevering terechtkomen en hoe is de situatie aldaar?

- De rechtbank ziet geen aanleiding het Franse CPT-rapport en de reactie daarop van de Belgische overheid te laten vertalen.

De oudste rechter beveelt de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen dag en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van de opgeëiste persoon.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 Hof van Justitie van de Europese Unie op 5 april 2016 (ECLI:EU:C:2016:198).

2 EHRM 20 oktober 2017, 7334/13.

3 The European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment.

4 Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties.