Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:443

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31-01-2018
Datum publicatie
02-02-2018
Zaaknummer
13/684585-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

23-jarige man is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een taakstraf van 240 uur voor medeplegen van voorbereiding van afpersing dan wel diefstal met geweld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/684585-16

Datum uitspraak: 31 januari 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 6, 7, 11 december 2017 en 18 januari 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.L.A. ter Veer en van wat verdachte en zijn raadsman mr. R.G. Funcke naar voren hebben gebracht.

Het onderzoek 13Spalter richt zich op de volgende verdachten: [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] . [verdachte] en alle medeverdachten worden verder in dit vonnis bij hun achternaam aangeduid, behalve de gebroeders [naam broers] die bij hun voornaam ( [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] ) worden genoemd.

2 Tenlastelegging

Aan [verdachte] is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

Zaaksdossier ‘Arnhem’

1. Medeplegen van voorbereiding van het in vereniging plegen van een diefstal met geweld dan wel een afpersing in de periode van 10 tot en met 26 november 2016 te Amsterdam en/of Arnhem en/of elders in Nederland;

2. het in vereniging aanwezig hebben van een hoeveelheid cocaïne in de woningen aan de [adres 1] en de [adres 2] te [plaats] op 26 november 2016, althans in de periode van 10 tot en met 26 november 2016;

3. het in vereniging voorhanden hebben van twee gas- alarmpistolen in de woning aan de [adres 3] te Amsterdam en een vakantiewoning in Velsen-Zuid op 26 november 2016, althans in de periode van 10 tot en met 26 november 2016;

4. witwassen in vereniging van een geldbedrag van € 76.000,- (mogelijk vals briefgeld) in een woning aan de [adres 3] te [plaats] , en een ‘rippakket’ (bestaande uit echt en nepgeld) in een vakantiewoning in Velsen-Zuid op 26 november 2016, althans in de periode van 10 tot en met 26 november 2016;

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I, die aan dit vonnis is gehecht en hier als ingevoegd geldt.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Inleiding

In het strafrechtelijke onderzoek ‘Triberga’ is de naam van [medeverdachte 1] naar voren gekomen. Het vermoeden bestond dat hij op 22 december 2015 met twee andere personen in een zwarte Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken] een bezoek aan Duitsland heeft gebracht ten behoeve van de handel in vuurwapens dan wel de handel in verdovende middelen.

Op 28 april 2016 is voornoemde Volkswagen Golf gecontroleerd. [medeverdachte 4] was de bestuurder en de andere vermoedelijke inzittenden die dag waren [medeverdachte 1] , zijn broertje [naam broertje] en [naam 1] (hierna: [naam 1] ). In de auto werden onder andere het rijbewijs van [medeverdachte 1] en een briefje met de tekst ‘Izhmash AK47 AK76’ aangetroffen. Izhmash is een fabrikant van Kalasjnikovs. Op het briefje stond ook een telefoonnummer van ‘ [naam 2] ’, welk nummer bleek toe te behoren aan [naam 2] , een contactpersoon van [medeverdachte 1] in het kader van de Top600.1

De zwarte Volkswagen Golf kwam weer in beeld bij een onderzoek naar een overval in Zoetermeer op 31 juli 2016 (Zaaksdossier ‘Zoetermeer’). De Volkswagen Golf bleek van 16 tot 20 juli op naam van [medeverdachte 1] geregistreerd te hebben gestaan.2

Op 19 september 2016 heeft [medeverdachte 1] de zwarte Volkswagen ingeruild voor een witte Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken] .3

Deze witte Volkswagen Golf kwam in beeld bij een poging inbraak in Amersfoort op 7 augustus 2016. Het signalement van één van daders kwam overeen met dat van [medeverdachte 1] . Eén van de aangehouden verdachten had de sleutels van de witte Volkswagen Golf bij zich en [medeverdachte 1] is daags voor de overval samen met anderen in de auto gecontroleerd.4

Een overval in Alkmaar op 21 februari 2016 vertoonde gelijkenissen met de zaken in Zoetermeer en Amersfoort.5 In alle gevallen bleken de slachtoffers in relatie te staan tot juwelierswinkels gevestigd in de Beverwijkse Bazaar. Alle drie de incidenten werden gepleegd op een zondag door drie daders, waarbij in twee gevallen gebruik werd gemaakt van een vuurwapen.

Op 13 juli 2016 werd een onderzoek gestart onder de naam ‘13Spalter’. Het onderzoek richtte zich op [medeverdachte 1] die zich vermoedelijk met diverse andere personen schuldig maakte aan de handel en/of bezit van vuurwapens en het plegen van overvallen op juweliers. Het bevel tot het plaatsen van plaatsbepalingsapparatuur onder de witte Volkswagen Golf is op 29 september 2016 afgegeven.6 Op 7 oktober 2016 heeft de rechter-commissaris de machtiging tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie (OVC) in de witte Volkswagen Golf afgegeven.7 De telefoonnummers van [medeverdachte 1] werden sinds 25 augustus 2016 getapt.8

Gaandeweg het onderzoek kwam de verdenking naar boven dat [medeverdachte 1] zich, samen met diverse andere personen, met allerlei vormen van criminaliteit bezighield. Naar aanleiding hiervan zijn ook de telefoonnummers van andere mogelijke betrokkenen getapt.

Sinds 28 oktober 2016 is het telefoonnummer van [medeverdachte 4] getapt.9 De aanleiding hiervoor was het vermoeden van een samenwerkingsverband tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] met betrekking tot de handel in vuurwapens.10

Sinds 1 december 2016 is het telefoonnummer van [medeverdachte 3] getapt.11 De aanleiding hiervoor was het vermoeden dat [medeverdachte 3] door [medeverdachte 1] zou worden betrokken bij het stelen van een partij verdovende middelen van een drugshandelaar in Arnhem (zaaksdossier ‘Arnhem’). Ook bleek uit het onderzoek 13Spalter dat [medeverdachte 3] mogelijk betrokken is geweest bij een diefstal van een partij verdovende middelen op 7 november 2016 in Amstelveen (zaaksdossier ‘Amstelveen’).12

Sinds 15 november 2016 is het telefoonnummer van [verdachte] getapt.13 Meerdere gesprekken tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] over een ontmoeting waarbij een vuurwapen voorhanden zou zijn, waren hiervoor de aanleiding.14

Sinds 29 november 2016 is het telefoonnummer van [medeverdachte 2] getapt.15 De aanleiding hiervoor was het vermoeden dat [medeverdachte 2] samen met [medeverdachte 1] en [verdachte] betrokken was bij de voorbereiding van een diefstal met geweld in Arnhem (zaaksdossier ‘Arnhem’).16

Van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] zijn de telefonische verkeersgegevens opgevraagd. De aanleiding hiervoor was het vermoeden dat zij betrokken waren bij een diefstal met geweld op 7 november 2016 in Amstelveen (zaaksdossier ‘Amstelveen’).1718

4.2.

Zaaksdossier ‘Arnhem’

4.2.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat uit de tapgesprekken en de OVC-gesprekken in de witte Volkswagen Golf volgt dat de verdachten [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] voorbereidingshandelingen hebben getroffen voor het plegen van een diefstal met geweld dan wel afpersing op [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] . De verdachten zijn meerdere malen in Arnhem langs geweest, probeerden vertrouwen te winnen en spraken over het kopen van kleine hoeveelheden drugs met de bedoeling om op een later moment toe te slaan, als er een grotere partij was. Bij de verdachten en op hun verblijfplaatsen zijn verschillende voorwerpen aangetroffen die zij voorhanden hadden in het kader van de voorbereiding: verschillende mobiele telefoons, twee gas- alarmpistolen, twee auto’s en een ‘rippakket’; een stapel papier waarvan het bovenste en onderste papier een biljet van 50 euro waren.

De verklaring van [medeverdachte 1] dat hij zou hebben geweten dat hij in zijn auto werd afgeluisterd en daarom met opzet onwaarheden heeft verkondigd, wordt tegengesproken door het dossier. De naam ‘ [bijnaam 1] ’ is nergens terug te vinden in de belastende OVC-gesprekken. Ook hebben [medeverdachte 1] en [verdachte] in eerste instantie gezwegen en hebben zij in de arrestantenbus hun verklaringen op elkaar afgestemd. Bovendien valt niet in te zien waarom [medeverdachte 1] nog meer risico zou lopen om te worden aangehouden door de politie uit te dagen. De verklaring van [medeverdachte 2] dat hij naar Arnhem ging om te bemiddelen over de verhuur van auto’s is ongeloofwaardig. Voor de overtuiging weegt mee dat uit tapgesprekken kan worden opgemaakt dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] eerder met elkaar hebben samengewerkt en elkaar hebben gesproken over onder andere ‘topjes’ en ‘schone wiet’.

De officier van justitie heeft ten aanzien van alle verdachten vrijspraak gevorderd voor het voorhanden hebben van een hoeveelheid cocaïne. De cocaïne is weliswaar aangetroffen in de woningen waar [medeverdachte 1] verbleef en regelmatig kwam, hij was echter niet de enige die op die adressen kwam.

Het voorhanden hebben van de twee gas- alarmpistolen kan volgens de officier van justitie wel worden bewezen. Het wapen, dat onderin het fornuis in de woning van [medeverdachte 2] aan de [adres 3] te [plaats] is aangetroffen, is een gaspistool en [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij dit had om inbrekers af te schrikken. In de vakantiewoning in Velsen-Zuid is een huurcontract op de naam van [medeverdachte 2] en post gericht aan hem gevonden. [medeverdachte 2] had ook de sleutels van de vakantiewoning. Dat niet [medeverdachte 2] , maar een vriend van hem in de woning verbleef, is door [medeverdachte 2] niet voldoende onderbouwd. [medeverdachte 1] en [verdachte] wisten dat [medeverdachte 2] wapens had en dat deze zouden worden gebruikt bij de geplande diefstal in Arnhem.

Voor het tenlastegelegde witwassen dient volgens de officier van justitie ten aanzien van alle verdachten vrijspraak te volgen, omdat niet kan worden bewezen dat het (nep)geld van misdrijf afkomstig was.

4.2.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie ten aanzien van de feiten 2 en 4. De cocaïne kan niet worden gelinkt aan [verdachte] en niet bewezen kan worden dat het valse geld uit misdrijf afkomstig was. [verdachte] dient van deze feiten te worden vrijgesproken.

Volgens de raadsman dient [verdachte] ook te worden vrijgesproken van de feiten 1 en 3.

Van de onder feit 1 genoemde goederen kunnen slechts de gas- alarmpistolen relevantie hebben. Niet blijkt dat het de bedoeling was om slachtoffers met tiewraps vast te binden en dat verdovende middelen aan de benadeelde geleverd zouden worden. Het gebruik van nepgeld zou juist een gewone diefstal impliceren en de auto’s en de mobiele telefoon stralen geen geweld uit.

De verdenking jegens [verdachte] is volgens de raadsman hoofdzakelijk gebaseerd op tap- en OVC-gesprekken. [verdachte] heeft ter terechtzitting ontkend de door politie en justitie aan hem toegeschreven inhoud van deze taps te hebben gezegd. Ook heeft hij op advies van zijn raadsman een beroep gedaan op zijn zwijgrecht. De gesprekken over cocaïne en wapens tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] zijn niet meer dan grootspraak met als doel om de politie te provoceren. Het is onaannemelijk dat een ripdeal zou kunnen worden uitgevoerd met twee gas- alarmpistolen die zich op 100 kilometer afstand van de plaats delict bevonden. [verdachte] heeft de opmerkingen in de arrestantenbus gemaakt nadat hem bekend was geworden dat hij werd verdacht van strafbare voorbereiding, en deze houden dus geen bekentenis in.

De raadsman heeft met betrekking tot de duiding en bewijswaarde van de tap- en OVC-gesprekken gewezen op het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in het ‘Alpamayo’ onderzoek.19 De rechter moet voorzichtig zijn bij het interpreteren van tap- en OVC-gesprekken. Een bepaalde duiding kan slechts worden gegeven wanneer de inhoud en het onderling verband van de gesprekken en het verband met andere te bezigen bewijsmiddelen daartoe voldoende basis bieden.

Aan bedoeld steunbewijs ontbreekt het in deze zaak. Bij geen van de verdachten zijn ten tijde van de aanhoudingen wapens aangetroffen. Indien de onder [medeverdachte 2] aangetroffen gas- alarmpistolen hierbij in aanmerking worden genomen, stelt de verdediging dat hieraan het overtuigende geweldskarakter van vuurkracht ontbreekt.

Van een duurzaam hecht samenwerkingsverband tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] is geen sprake. Ze zeggen beiden elkaar niet te kennen. De eerdere gesprekken tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] over mogelijke softdrugshandel kunnen niet in verband worden gebracht met het voorbereiden van het plegen van een ripdeal. De twee gas-alarmpistolen kunnen dus niet aan [verdachte] worden gelinkt.

De raadsman heeft een voorwaardelijke verzoek gedaan tot het uitluisteren van alle OVC-gesprekken van 3 tot en met 26 november 2016.

4.2.3.

Het oordeel van de rechtbank

4.2.3.1. De bevindingen

Gedurende het onderzoek 13Spalter zijn diverse technische acties aangesloten op mobiele telefoonnummers waarvan, onder andere op basis van stemherkenningen, is vastgesteld dat deze in gebruik waren bij verschillende verdachten. Het telefoonnummer * [nummer] is aan [medeverdachte 1] toegeschreven20, het telefoonnummer * [nummer] aan [verdachte]212223 en het telefoonnummer * [nummer] aan [medeverdachte 2] .2425 Tevens is plaatsbepalings- en afluisterapparatuur geplaatst in de Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken] , waarvan was vastgesteld dat deze in gebruik was bij [medeverdachte 1] .26

In de periode van 17 tot en met 26 november 2016 hebben [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] verschillende gesprekken met elkaar gevoerd in de auto en via de telefoon, waarvan de rechtbank de hierna genoemde gesprekken relevant acht.

- op 17 november 2016 omstreeks 12.46 uur bespraken [medeverdachte 1] en [verdachte] in de Volkswagen Golf dat ze een tas en het geld moesten pakken en dan meteen naar de auto moesten rennen. [medeverdachte 1] noemde de naam ‘ [slachtoffer 1] ’ en parkeerde op de [adres 4] in [plaats] .27 Op het adres [adres 4] te [plaats] stond [slachtoffer 1] ingeschreven, een man met antecedenten op het gebied van de Opiumwet.28

Kort daarna spraken [medeverdachte 1] en [verdachte] in de auto over dat ze het ‘tweemans’ gingen doen, dat ze hem goed moesten ‘roeren’ en niet voor vijf of zes kilo. [verdachte] zei “ik zet die pam pam op zijn hoofd” en [medeverdachte 1] had het over een ‘snelle waggie’ en wiet die in de auto gezet moest worden.29

- Die avond zaten [medeverdachte 1] en [verdachte] weer samen in de auto. [verdachte] zei: “Elke week een ripdeal is perfect”. [medeverdachte 1] zei dat hij deze week weer wat wilde ‘raggen’ en dat hij iemand ging ‘getten’. [verdachte] had nagedacht over ‘die chappies in Arnhem’ en het moest volgens hem ‘niet in een keer: bam bam bam’. [medeverdachte 1] en [verdachte] bespraken hoeveel ‘doezoe’ de man het was.30

- Een dag later, op 18 november 2016, zei [medeverdachte 1] in de auto tegen [verdachte] dat ze ‘2 of 3 kitjes gingen pakken’ en dat ze ‘ [slachtoffer 1] ook nu konden raggen’.31 Die dag belde [medeverdachte 1] met de gebruiker van het nummer * [nummer] , om tegen die persoon te zeggen dat hij moest bellen als er wat bij was gekomen. Het telefoonnummer * [nummer] is toegeschreven aan [slachtoffer 2] , de schoonzoon van [slachtoffer 1] .3233 [medeverdachte 1] belde daarna met [verdachte] en vertelde dat ‘die andere gozer’ vijf van die ‘messie trainingspakken’ had en dat hij had gezegd dat hij moest bellen als er ‘rond de tien’ was.34 Ook op deze dag is de Volkswagen Golf in de nabijheid van de [adres 4] in [plaats] geweest.35

- [medeverdachte 1] vertelde de volgende dag, op 19 november 2016, aan [verdachte] dat ‘hij’ volgende week 10 of 15 kon regelen en dat het dan interessant was.36

- Op 20 november 2016 heeft de Volkswagen Golf zich van de IJburglaan te Amsterdam naar de [adres 5] in Arnhem verplaatst. Rond dezelfde tijd dat de Volkswagen Golf in Arnhem was, peilde de telefoon van [medeverdachte 1] ook in Arnhem uit.37

- Op 21 november 2016 werd er in de auto door [medeverdachte 1] gesproken over dat ze drie man nodig hadden. [medeverdachte 1] en [verdachte] spraken over het meenemen van ‘ [bijnaam 2] ’ en zijn Audi, hoeveel ‘doezoe’ de man ze dan zouden pakken en dat ze ‘viermans’ zouden gaan.38 De Volkswagen Golf bewoog zich ten tijde van dit gesprek vanaf de Rijnwijk in Arnhem naar Amsterdam, terwijl de telefoon van [medeverdachte 1] op dat moment ook in Arnhem uitpeilde.39

- Op 22 november 2016 reden [medeverdachte 1] en [verdachte] weer naar de Rijnwijk in Arnhem. Ook de telefoon van [medeverdachte 1] peilde weer uit in Arnhem.40 In de auto sprak [medeverdachte 1] erover dat hij een ‘halve’ ging kopen om mee naar zijn klanten te gaan. [verdachte] sprak over ‘haze’, waarmee volgens de verbalisant wiet werd bedoeld. [medeverdachte 1] vroeg aan [verdachte] of hij ook de Glock bij zich had, waarop [verdachte] bevestigend antwoordde.41 Nadat ze ruim een uur later weer uit Arnhem vertrokken, bespraken [medeverdachte 1] en [verdachte] dat ze vertrouwen hadden gekweekt en dat ze op zaterdag om drie uur een afspraak met [slachtoffer 1] hadden.42 Deze afspraak blijkt ook uit een sms van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aan [medeverdachte 1] .43

- Op 24 november 2016 komt [medeverdachte 2] in beeld. Nadat [medeverdachte 1] telefonisch met [medeverdachte 2] had afgesproken bij de McDonalds en Basic Fit op de IJdoornlaan in Amsterdam, zei hij tegen [verdachte] dat hij zaterdag de ‘ [bijnaam 5] ’ mee zou nemen. Hij moest mee om indruk te maken met zijn auto, een ‘Duitse 335’ en ‘klapt’ ook mee. Volgens [medeverdachte 1] werkten ze met traangas en Glocks. Toen [medeverdachte 1] en [verdachte] bij de IJdoornlaan aankwamen zei [medeverdachte 1] tegen [verdachte] : “Deze man gaan we mee werken deze”, waarna hij uitstapte. Toen [medeverdachte 1] weer instapte deelde hij [verdachte] mee dat ze zaterdag om half twee met twee auto’s richting [slachtoffer 1] zouden gaan en dat ze ze goed zouden gaan ‘pakken’, desnoods 2, 3 stuks.

Volgens [medeverdachte 1] hadden ze ze deze week al een beetje warm. Hij zou [slachtoffer 1] de tijd gaan geven, ze hebben er 20 nodig. Het hoefde niet van één partij te zijn, maar wel allemaal van ‘shopkwaliteit’. ‘ [bijnaam 3] ’ en ‘ [bijnaam 4] ’ zouden niet mee gaan, twee poppetjes buiten was genoeg. Hij zou het goed gaan spelen, dat zij de tussenpersoon van Turk zijn. [medeverdachte 1] zei tot slot: “Weet je wat ik vet vind als iedereen in de rij staat. Dat weet je wat je hebt geript/gehit”.44

- Uit een telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op zaterdag 26 november 2016 blijkt dat zij die dag apart naar Arnhem reden.45 Zij bespraken telefonisch hoe zij in Arnhem zouden gaan handelen. [medeverdachte 1] moest ergens gaan staan en zorgen dat ‘ze’ [medeverdachte 2] zagen en tegen ze zeggen dat [medeverdachte 2] een Turk was omdat deze een goede naam hebben. [medeverdachte 2] zou even uitstappen en met [medeverdachte 1] in het Engels praten.4647 De telefoongesprekken daarop tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn in het Engels gevoerd, terwijl de telefoon van [medeverdachte 1] uitpeilde in de buurt van de Rijnwijk in Arnhem.4849 [medeverdachte 1] liet [medeverdachte 2] per sms weten dat hij naar de Rijnwijk in Arnhem moest komen.50 De Volkswagen Golf met [medeverdachte 1] en [verdachte] als inzittenden is rond 15.00 uur gezien in Arnhem, terwijl deze in de richting van de Rijnwijk reed. Om 15.13 uur is gezien dat de Volkswagen Golf op de Agnietenstraat te Arnhem was.51 Rond datzelfde tijdstip sms’te [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] dat hij naar het adres [adres 6] te [plaats] moest komen.52

Kort daarna is [medeverdachte 2] samen met [naam 3] aangehouden op de A12 (rechts) nabij hectometerpaal 111.2 (ter hoogte van Ede), rijdend in de richting van Arnhem. De auto waarin [medeverdachte 1] en [naam 3] reden was een BMW, type 3 serie, voorzien van een Duits kenteken.53 [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn aangehouden bij de McDonalds in Breukelen in de witte Volkswagen Golf.54

De woningen van de aangehouden verdachten zijn doorzocht. In de woning aan het [adres 1] te [plaats] , het verblijfadres van [medeverdachte 1] , is onder andere een hoeveelheid cocaïne gevonden.555657 Ook in het ouderlijk huis van [medeverdachte 1] , op de [adres 2] te [plaats] , is een hoeveelheid cocaïne gevonden.5859 In de woning van [medeverdachte 2] aan de [adres 3] te [plaats] werden onder andere een gas- alarmpistool en 52 neppe biljetten van 500 euro aangetroffen.606162 [medeverdachte 2] beschikte tijdens zijn aanhouding over een sleutel van een bungalow op een vakantiepark in Velsen-Zuid, die op zijn naam was gehuurd.63 In deze bungalow werden onder andere een gas- alarmpistool, een ‘rippakket’, pepperspray en tiewraps gevonden.6465 De BMW waarin [medeverdachte 2] ten tijde van zijn aanhouding reed, is ook doorzocht. Hierin lag het huurcontract van de BMW op onder andere zijn naam. In de auto is ook een parkeerkaart van het bungalowpark in Velsen-Zuid aangetroffen, geldig vanaf 21 november 2016. In de kofferbak werden meerdere tiewraps gevonden.66

4.2.3.2. Weging van de bevindingen

Ten aanzien van de feiten 2 (bezit verdovende middelen) en 4 (witwassen)

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van feit 2 (bezit van verdovende middelen) en feit 4 (witwassen).

Ten aanzien van feit 3 (bezit van twee gas-alarmpistolen)

[verdachte] wordt ook vrijgesproken van feit 3 (bezit van twee gas-alarmpistolen) nu niet is gebleken dat hij zich bewust was van de aanwezigheid van die wapens in de woning van [medeverdachte 2] en in een door hem gehuurde vakantiebungalow, noch dat hij enige beschikkingsmacht over die wapens heeft gehad.

Ten aanzien van feit 1 (voorbereidingshandelingen)

[verdachte] wordt onder feit 1 verweten zich samen met anderen schuldig te hebben gemaakt aan het voorhanden hebben van een Volkswagen Golf, een Audi en een BMW, vuurwapens, een rippakket, tiewraps, mobiele telefoons en testhoeveelheden verdovende middelen, bestemd tot het plegen van een diefstal met geweld, dan wel een afpersing.

Bij de beantwoording van de vraag of de in artikel 46, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) vermelde voorwerpen naar hun uiterlijke verschijningsvorm ‘zijn bestemd tot het begaan van het misdrijf’ in de zin van deze bepaling, dient te worden beoordeeld of deze voorwerpen naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen dienstig kunnen zijn voor het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik van de voorwerpen voor ogen had.67 Hierbij geldt dat de bestemming van voorwerpen dient te worden geduid aan de hand van het concrete plan. Hoe concreter dit plan uit de bewijsmiddelen naar voren kom, hoe eerder (op het oog onschuldige) voorwerpen kunnen worden geduid als dienstig aan de uitvoering van dat plan.

Uit de hiervoor aangehaalde afgeluisterde tap- en OVC-gesprekken en de peilbakengegevens blijkt een duidelijk misdadig doel dat verdachten voor ogen hadden: zij wilden in Arnhem [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met geweld beroven van verdovende middelen. [verdachte] en [medeverdachte 1] spraken hierover (in ieder geval) vanaf 17 november 2016 bijna dagelijks tot aan 26 november 2016. Uit de gesprekken valt af te leiden dat zij en [medeverdachte 2] eerst vertrouwen wilden winnen om vervolgens zoveel mogelijk kilo’s buit te kunnen maken.

Aanvankelijk praatten [verdachte] en [medeverdachte 1] erover om dat met twee man te doen. Later zei [medeverdachte 1] , meteen na een telefoongesprek met [medeverdachte 2] , tegen [verdachte] dat de ‘ [bijnaam 5] ’ ook ‘meeklapt’. Met de [bijnaam 5] wordt naar het oordeel van de rechtbank zonder meer [medeverdachte 2] bedoeld. Hij reed in een BMW met Duits kenteken. Een Duits kenteken geeft kennelijk vertrouwen.68 Hij moest zich voordoen als een Turkse man omdat Turken een goede naam hebben. Op 26 november 2016 was het de bedoeling dat [medeverdachte 2] zou worden gepresenteerd als een Turkse man met een Duitse auto, zodat het beoogde slachtoffer de keer daarop veel kilo’s verdovende middelen tegelijk zou willen leveren. Hoe de beroving dan vervolgens precies zou plaatsvinden is niet geheel duidelijk geworden (twee man naar binnen en twee buiten wachten, al dan niet met gebruikmaking van pistolen en/of van traangas). Niet kan worden vastgesteld dat de - veelal bij de huiszoekingen - aangetroffen voorwerpen (wapens, tiewraps, mobiele telefoons, vals geld en verdovende middelen) de bestemming hadden om het misdrijf te plegen.

Wel kan worden vastgesteld dat van de genoemde auto’s in de tenlastelegging de BMW met Duits kenteken naar zijn uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen dienstig was voor het misdadige doel dat de verdachten met het gebruik ervan voor ogen hadden. Waar de Volkswagen Golf inwisselbaar was, vormde de BMW een onmisbare schakel in het plan om zoveel mogelijk kilo’s verdovende middelen te kunnen rippen. Ook al was [medeverdachte 2] huurder van deze auto, verdachten beschikten, door hem te laten meedoen met de voorgenomen ripdeal, gezamenlijk over deze auto.

[medeverdachte 1] heeft aangevoerd dat wat hij in de auto en over de telefoon heeft gezegd allemaal onzin is geweest met het doel om de politie te provoceren. Hij wist naar eigen zeggen dat hij werd afgeluisterd. [verdachte] heeft zich in zijn laatste woord hierbij aangesloten. De rechtbank is echter van oordeel dat dit standpunt niet aannemelijk is. De gesprekken die zijn afgeluisterd, komen immers overeen met andere (feitelijke) bevindingen (peilbakengegevens, observaties, adres van [slachtoffer 1] ). Dit geldt zowel voor het onderhavige zaaksdossier als voor andere zaaksdossiers (zaaksdossiers ‘Amstelveen’ en ‘Afpersingen’). De rechtbank ziet, gelet op het slechts in algemene bewoordingen gedane verzoek daartoe, geen noodzaak alle OVC-gesprekken uit te luisteren, zoals door de verdediging voorwaardelijk is verzocht.

Desgevraagd hebben verdachten geen afdoende verklaring willen of kunnen geven over hun bedoelingen in Arnhem. [medeverdachte 2] verklaring - waarbij [medeverdachte 1] zich heeft aangesloten - dat het ging om het verhuren van auto’s is evenmin aannemelijk geworden. In geen enkel afgeluisterd gesprek wordt over autoverhuur gesproken. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] reppen niet van voorgenomen autohuur en [medeverdachte 2] had de auto waarin hij reed zelf gehuurd van IQ-rent, hetgeen onlogisch is als hij op provisiebasis voor dit bedrijf zou bemiddelen in de verhuur van auto’s.

De tenlastegelegde voorbereiding van diefstal met geweld en/of afpersing is dan ook bewezen met betrekking tot de BMW. Met betrekking tot de overige voorwerpen, de Audi, de Volkswagen Golf, de wapens, tiewraps, mobiele telefoons, vals geld en verdovende middelen kan de tenlastegelegde voorbereiding niet bewezen worden en daarvoor volgt voor alle verdachten vrijspraak.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat [verdachte]

Ten aanzien van feit 1:

in de periode van 10 november 2016 tot en met 26 november 2016 te Amsterdam en elders in Nederland tezamen en in vereniging met anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in vereniging en/of afpersing in vereniging (artikel 312 en/of 317 Wetboek van Strafrecht) opzettelijk een auto (een BMW), bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden heeft gehad;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. [verdachte] is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 Strafbaarheid van het feit

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van [verdachte] uitsluit. Hij is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] voor de door haar onder 1 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest. Hierbij heeft zij gevorderd de gevangenneming van [verdachte] te bevelen.

[verdachte] is in het verleden eerder veroordeeld voor gewelds- en vermogensdelicten. Er is geen reden om het adolescentenstrafrecht toe te passen.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair bepleit dat [verdachte] integraal dient te worden vrijgesproken, en dat aan hem dus geen straf dient te worden opgelegd.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht bij een eventuele bewezenverklaring rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] . De rechtbank dient het adolescentenstrafrecht toe te passen, dan wel de zaak vanuit deze invalshoek te bekijken. Het strafblad van [verdachte] is beperkt en er is geen recidivegevaar. De jonge leeftijd van [verdachte] komt onder meer tot uitdrukking in het kiezen van niet altijd de juiste vrienden, de hang naar avontuur en overdrijving, stoerheid, grootspraak en het nog niet kunnen overzien van de uitwerking van gedane verbale uitlatingen. [verdachte] werkt als groenteverkoper op de markt en zal een opleiding aan de Hogeschool van Rotterdam gaan volgen.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

Uit het zaaksdossier ‘Arnhem’ blijkt dat [verdachte] en zijn medeverdachten het plan hebben beraamd om een zogenoemde ripdeal te plegen op [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , en hen dus met geweld te beroven van verdovende middelen. [verdachte] is met zijn medeverdachten ter uitvoering van dit plan op weg gegaan naar Arnhem, waar medeverdachte [medeverdachte 2] zou worden gepresenteerd als een Turkse man met een Duitse auto. Dit zou volgens de verdachten vertrouwen wekken bij de beoogde slachtoffers, zodat deze de keer daarop veel kilo’s verdovende middelen tegelijk zouden willen leveren en deze konden worden gestolen. Alle verdachten zijn die dag uiteindelijk aangehouden en het is nooit tot de beoogde diefstal gekomen. [medeverdachte 2] reed bij zijn aanhouding in een BMW met een Duits kenteken. [verdachte] heeft samen met zijn medeverdachten deze BMW voorhanden gehad ter voorbereiding van de geplande ripdeal. Een uitvoering van de door [verdachte] en zijn medeverdachten beoogde plannen zou een diepe impact op de beoogde slachtoffers hebben gemaakt. Bovendien zorgen ripdeals voor een spiraal aan geweld. [verdachte] is bij zijn handelen geheel voorbij gegaan aan deze mogelijke gevolgen en is uitsluitend uitgeweest op zijn eigen gewin: het zonder er voor te betalen verkrijgen van verdovende middelen.

Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd. Gezien de ernst van het feit zou het opleggen van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de hand liggen.

De rechtbank is van oordeel dat het adolescentenstrafrecht niet van toepassing is. Hoewel [verdachte] nog jong is, was er in 2015 geen indicatie aanwezig voor toepassing van het adolescentenstrafrecht en is hij toen in het kader van een schorsingstoezicht begeleid door de volwassenreclassering. Dat een dergelijke indicatie er op dit moment wel zou zijn, is niet gebleken.

De reclassering heeft [verdachte] in 2015 beschreven als een beïnvloedbare jongeman. Alhoewel [verdachte] zich in onderhavige zaak ter terechtzitting tot aan het laatste woord op zijn zwijgrecht heeft beroepen, kan de rechtbank die opmerking gelet op de inhoud van het dossier plaatsen. Verder geeft de aard van het bewezenverklaarde reden tot zorgen. Uit het strafblad van [verdachte] van 14 november 2017 blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor onder andere vermogens- en geweldsdelicten.

Aan de andere kant is er ook een aantal persoonlijke omstandigheden die in het voordeel van [verdachte] wegen. Ter terechtzitting heeft hij verklaard werkzaam te zijn als marktkoopman. Hij is naar eigen zeggen voornemens een opleiding te gaan volgen aan de Hogeschool Rotterdam. Verder blijkt uit de hoogte van de eerder aan [verdachte] opgelegde straffen dat de veroordelingen zagen op relatief lichte vergrijpen.

In het voorgaande, en mede gelet op de jonge leeftijd van [verdachte] , ziet de rechtbank redenen om aan hem geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op te leggen. Daarnaast acht de rechtbank het opleggen van een taakstraf van 240 uren met aftrek van het voorarrest passend en geboden. De rechtbank ziet dit als het moment waarop [verdachte] zijn leven nog een andere wending kan geven. Het is nu aan hem die kans aan te grijpen.

9 Beslag

9.1.

Beslaglijst

Onder [verdachte] is een geldbedrag van 900 euro (5294810) in beslag genomen.

9.2.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat dit geldbedrag kan worden geretourneerd aan [verdachte] .

9.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.

9.4.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het geldbedrag van 900 euro kan worden geretourneerd aan [verdachte] .

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 46, 47, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

[verdachte] wordt hierna als ‘verdachte’ aangeduid.

Verklaart het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

medeplegen van voorbereiding van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en/of van diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

 Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden.

Beveelt dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

 Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 240 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van twee uren per dag.

Gelast de teruggave aan verdachte van het geldbedrag van 900 euro.

Wijst af de vordering tot gevangenneming.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.B. Martens, voorzitter,

mrs. M.C. Eggink en V.V. Essenburg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R. Stockmann, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 januari 2018.

1 Proces verbaal van verdenking (1) d.d. 2 augustus 2016, BOB-dossier documentcode 6924611.

2 Proces-verbaal van verdenking (2) d.d. 10 augustus 2016, BOB-dossier documentcode 7007984.

3 Proces-verbaal aanvraag stelselmatige observatie ex art. 126g Sv d.d. 28 september 2016, BOB-dossier documentcode 7153158.

4 Proces-verbaal van verdenking (2) d.d. 10 augustus 2016, BOB-dossier documentcode 7007984.

5 Proces-verbaal aanvraag opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel ex art. 126l Sv d.d. 6 oktober 2016, BOB-dossier documentcode 7194276.

6 Wijziging bevel observatie ex art. 126g/126o Sv d.d. 29 september 2016, BOB-dossier achter aanvraag met documentcode 7153158.

7 Bevel tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel d.d. 7 oktober 2016, BOB-dossier achter aanvraag met documentcode 7194276.

8 Bevel opnemen van (tele)communicatie d.d. 25 augustus 2016, BOB-dossier achter aanvraag met documentcode 7056252.

9 Bevel opnemen van (tele)communicatie d.d. 28 oktober 2016, BOB-dossier [medeverdachte 4] .

10 Proces-verbaal aanvraag bevel opnemen (tele)communicatie d.d. 27 oktober 2016, BOB-dossier [medeverdachte 4] documentnummer 7271971.

11 Bevel opnemen van (tele)communicatie d.d. 1 december 2016, BOB-dossier [medeverdachte 3] .

12 Proces-verbaal aanvraag bevel opnemen (tele)communicatie d.d. 29 november 2016, BOB-dossier [medeverdachte 3] documentnummer 7422760.

13 Bevel opnemen van (tele)communicatie d.d. 15 november 2016, BOB-dossier [verdachte] .

14 Proces-verbaal aanvraag bevel opnemen (tele)communicatie d.d. 16 november 2016, BOB-dossier [verdachte] documentnummer 7369177.

15 Bevel opnemen van (tele)communicatie d.d. 29 november 2016, BOB-dossier [verdachte] .

16 Proces-verbaal aanvraag bevel opnemen (tele)communicatie d.d. 28 november 2016, BOB-dossier [medeverdachte 2] documentnummer 7414720.

17 Proces-verbaal aanvraag vordering verstrekking verkeersgegevens telefonie d.d. 18 januari 2017, BOB-dossier [medeverdachte 5] documentnummer 7630828.

18 Proces-verbaal aanvraag vordering verstrekking verkeersgegevens telefonie d.d. 13 december 2016, BOB-dossier [medeverdachte 6] documentnummer 7473570.

19 Gerechtshof Amsterdam van 14 december 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ0299.

20 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2016, p. 1.

21 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 november 2016, p. 5.

22 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 november 2016, p. 9.

23 Proces-verbaal van bevindingen stemherkenningen d.d. 3 februari 2017, ongenummerd.

24 Proces-verbaal aanvraag bevel opnemen (tele)communicatie d.d. 28 november 2016, ongenummerd

25 Proces verbaal van bevindingen (stemherkenning) d.d. 25 november 2016, ongenummerd.

26 Proces-verbaal gebruik/eigendom [kenteken] d,d, 20 januari 2017, p. 361-365.

27 Proces-verbaal van bevindingen OVC-gesprekken rip Arnhem d.d. 25 november 2016, p. 11-12.

28 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 november 2016, p. 36.

29 Proces-verbaal van bevindingen OVC-gesprekken rip Arnhem d.d. 25 november 2016, p. 12-13.

30 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 december 2016, p. 220-221.

31 Proces-verbaal van bevindingen OVC-gesprekken rip Arnhem d.d. 25 november 2016, p. 14.

32 Tapgesprek sessienummer 25 d.d. 18 november 2016 19:53:07, p. 26.

33 Proces-verbaal gebruiker * [nummer] d.d. 6 januari 2017, p. 370.

34 Tapgesprek sessienummer 32 d.d. 18 november 2017 21:38:29, p. 27.

35 Proces-verbaal Witte Golf in Arnhem, p. 40-41.

36 Tapgesprek sessienummer 112 d.d. 19 november 2016 19:57:02, p. 28.

37 Proces-verbaal Witte Golf in Arnhem, p. 40-41

38 Proces-verbaal van bevindingen OVC-gesprekken rip Arnhem d.d. 25 november 2016, p. 14-15.

39 Proces-verbaal Witte Golf in Arnhem, p. 40-41.

40 Proces-verbaal Witte Golf in Arnhem, p. 40-41.

41 Proces-verbaal van bevindingen OVC-gesprekken rip Arnhem d.d. 25 november 2016, p. 15-16.

42 Proces-verbaal van bevindingen OVC-gesprekken rip Arnhem d.d. 25 november 2016, p. 16.

43 SMS sessienummer 326 d.d. 22 november 2016 14:28:48, p. 54.

44 Proces-verbaal van bevindingen OVC-gesprekken rip Arnhem d.d. 25 november 2016, p. 17-18.

45 Tapgesprek sessienummer 735 d.d. 26 november 2016 9:37:58, p. 58-59.

46 Tapgesprek sessienummer 781 d.d. 26 november 2016 12:47:11, p. 61.

47 Tapgesprek sessienummer 782 d.d. 26 november 2016 12:49:34, p. 62.

48 Tapgesprek sessienummer 788 d.d. 26 november 2016 13:40;43, p. 63.

49 Tapgesprek sessienummer 789 d.d. 26 november 2016 14:13:55, p. 64.

50 SMS sessienummer 790 d.d. 26 november 2016 14:15:07, p. 65.

51 Proces-verbaal van observatie zaterdag 26 november 2016 d.d. 28 november 2016, p. 123.

52 SMS sessienummer 798 d.d. 26 november 2016 15:28:41, p. 67.

53 Proces-verbaal van aanhouding d.d. 26 november 2016, persoonsdossier [medeverdachte 2] p. 1-2.

54 Proces-verbaal van observatie zaterdag 26 november 2016 d.d. 28 november 2016, p. 123.

55 Proces-verbaal van bevindingen betreffende verblijfplaats d.d. 1 november 2016, p. 73.

56 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming [adres 1] d.d. 27 november 2016, p. 75-77.

57 Rapporten verdovende middelen d.d. 7 en 9 december 2016, p. 144-146.

58 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming [adres 2] d.d. 27 november 2016, p. 80-81.

59 Rapport verdovende middelen d.d. 6 december 2016, p. 142.

60 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming [adres 3] d.d. 27 november 2016, p. 84-87.

61 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 28 november 2016, p. 137-139.

62 Verklaring van valsheid d.d. 29 november 2016, p. 140-141.

63 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek adressen Droompark d.d. 28 november 2016, p. 90-91.

64 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming Velsen-Zuid d.d. 28 november 2016, p. 94-95.

65 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 14 december 2016, p. 133-136.

66 Proces-verbaal van bevindingen doorzoeking BMW [medeverdachte 2] / [naam 3] d.d. 27 november 2016, p. 97-102.

67 Arrest van de Hoge Raad van 9 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1503.

68 Proces-verbaal van bevindingen OVC-gesprekken rip Arnhem d.d. 25 november 2016, p. 17.