Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:4356

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-06-2018
Datum publicatie
27-06-2018
Zaaknummer
6842468 EA VERZ 18-338
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet wegens het gooien van een horeca spuitbus naar een collega terecht gegeven. Letsel ontstaan bij twee collega's. Risico van letsel door het gericht gooien van de bus aanvaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0755
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 6842468 EA VERZ 18-338

beschikking van: 18 juni 2018

func.: 560

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoeker

nader te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: mr. E.T. Panneflek

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Café City Hall B.V. tevens h.o.d.n. Prix d’ Ami

gevestigd te Amsterdam

verweerster

nader te noemen: Prix d' Ami

gemachtigde: mr. D.C. Coppens

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend – inclusief een provisionele vordering – met producties. Prix d’ Ami heeft een verweerschrift ingediend, met producties.

Op 29 mei 2018 is de zaak mondeling behandeld. Namens [verzoeker] was zijn gemachtigde aanwezig. Voor Prix d' Ami is [naam 1] verschenen, vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, waarbij mr. Panneflek gebruik heeft gemaakt van een pleitnota. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Na verder debat is een datum voor beschikking bepaald.

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.

1.1.

[verzoeker] , geboren [geboortedatum] 1988, is op 1 december 2013 in dienst getreden bij Prix d’ Ami. [verzoeker] is laatstelijk werkzaam geweest in de functie van algemeen medewerker, tegen een salaris van € 1.525,30 bruto per maand, exclusief vakantiegeld en overige emolumenten.

1.2.

Prix d' Ami is een grote coffeeshop in Amsterdam. Prix d' Ami beschikt ook over een keukenvoorziening en een uitgebreide menukaart. [verzoeker] was hoofdzakelijk werkzaam als kok.

1.3.

Op 24 februari 2018 heeft er een woordenwisseling plaatsgevonden tussen [verzoeker] en een collega. De aanleiding was het verzoek van de collega om een tosti te maken. Op enig moment heeft [verzoeker] een volle metalen slagroombus gepakt en die door de keuken gegooid. Daarbij zijn de betreffende collega alsmede een andere collega door de slagroombus geraakt.

1.4.

De betreffende collega heeft letsel opgelopen, bestaande uit een afgebroken tand en een gezwollen mond en lip. De andere collega heeft een hoofdwond opgelopen.

1.5.

Na het voorval heeft er een gesprek met [verzoeker] plaatsgevonden. Partijen verschillen van mening over de vraag of [verzoeker] op diezelfde dag op staande voet is ontslagen.

1.6.

Op 26 februari 2018 heeft de manager van [verzoeker] hem telefonisch medegedeeld dat hetgeen is voorgevallen niet werd getolereerd en dat [verzoeker] niet meer welkom was bij Prix d' Ami.

Verzoek

2. [verzoeker] verzoekt primair om het ontslag op staande voet te vernietigen en Prix d’Ami te veroordelen tot doorbetaling van loon.

3. Aan dit verzoek legt [verzoeker] ten grondslag – kort samengevat – dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Prix d' Ami heeft aan [verzoeker] op het moment dat hij is ontslagen niet uiteengezet welke gedragingen en welk feitencomplex voor haar een dringende reden vormden voor het ontslag op staande voet. [verzoeker] kan zich daartegen dan ook niet verweren. Reeds om die reden kan het ontslag op staande voet geen stand houden, aldus [verzoeker] .

4. Ten aanzien van het voorval op de werkvloer stelt [verzoeker] het volgende. Al langere tijd zijn er op de werkvloer irritaties tussen collega’s, die zich steeds met elkaars werkzaamheden bemoeien. Prix d' Ami heeft daaraan niets gedaan. Een aantal weken voordat het incident heeft plaatsgevonden, was er een ruzie tussen andere collega’s, waarbij één collega een glas naar de ander heeft gegooid. Prix d' Ami is in gesprek gegaan met die collega’s en beiden zijn nog steeds werkzaam bij Prix d' Ami, zonder enige reprimande.

5. [verzoeker] kampte voor het incident al met gezondheidsklachten. Hij heeft zich in die periode ziek gemeld maar werd toch ingezet op de drukste dagen. Als hij zich ziek meldde, werd op hem ingepraat om toch te komen werken. Op de dag van het incident had [verzoeker] drukke dagen achter de rug en kampte hij met gezondheidsklachten. De betreffende collega heeft met [verzoeker] de confrontatie opgezocht door onder meer zijn moeder te beledigen. Dat was de druppel. [verzoeker] heeft toen de slagroombus gepakt en die door de keuken gegooid. Dat was geen doelbewuste, gerichte actie maar een actie die enkel is ingegeven door emoties. [verzoeker] heeft daar spijt van. Het rechtvaardigt echter, mede gelet op de door [verzoeker] gestelde omstandigheden, geen ontslag op staande voet.

6. [verzoeker] verzoekt subsidiair om een billijke vergoeding toe te kennen.

Verweer

7. Prix d’ Ami verweert zich tegen het verzoek. Het verweer komt bij de beoordeling aan de orde.

Beoordeling

8. Het gaat in deze zaak om de vraag of de opzegging door Prix d’ Ami moet worden vernietigd omdat daaraan geen dringende reden ten grondslag ligt.

9. Beoordeeld zal moeten worden of de reden zowel objectief als subjectief als dringende rede is te kwalificeren als bedoeld in artikel 7:677 Burgerlijk Wetboek (BW). Bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het ontslag moeten de omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang worden bezien. De aard en de ernst van de reden spelen een rol, de duur en de aard van de arbeidsovereenkomst en de (persoonlijke) omstandigheden van [verzoeker] alsmede de gevolgen van een ontslag op staande voet voor [verzoeker] .

10. Partijen zijn het er niet over eens of [verzoeker] op de dag dat het incident plaatsvond is ontslagen of twee dagen later. Mocht dat laatste het geval zijn geweest, dan betekent dat niet dat het ontslag niet onverwijld is gegeven. De tijd tussen het voorval en het ontslag is aanvaardbaar.

11. [verzoeker] heeft betoogd dat het voor hem niet duidelijk was wat Prix d' Ami aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd. Vast staat echter dat Prix d' Ami heeft verwezen naar het voorval dat op de werkvloer heeft plaatsgevonden en [verzoeker] heeft ter zitting erkend dat hij wist op welk voorval werd gedoeld. Uit het verzoekschrift blijkt ook dat [verzoeker] daartegen verweer heeft gevoerd. Dit betoog van [verzoeker] wordt daarom niet gevolgd.

12. Vast staat dat [verzoeker] een gevulde slagroombus door de keuken heeft gegooid, terwijl in zijn nabijheid collega’s stonden. [verzoeker] heeft niet bestreden dat een volle slagroombus ongeveer twee kilo weegt en aangenomen wordt dat [verzoeker] dat uit hoofde van diens functie ook weet. Hij behoorde het in ieder geval te weten.

13. [verzoeker] heeft bestreden dat hij de slagroombus in de richting van de betreffende collega heeft gegooid, maar uit een door Prix d' Ami overgelegde verklaring van de andere collega die is geraakt volgt een andere lezing. [verzoeker] was niet ter zitting om naar aanleiding van die verklaring een nadere toelichting te geven. Het had, zeker nu ook het letsel dat is ontstaan een aanwijzing is dat de slagroombus gericht is gegooid, op de weg van [verzoeker] om hierover een nadere toelichting te verschaffen. Nu hij dit heeft nagelaten wordt van de juistheid van de verklaring van de collega dat de bus gericht is gegooid uitgegaan. Door de slagroombus gericht te gooien heeft [verzoeker] het risico op de koop toegenomen dat zijn collega (’s) door de slagroombus geraakt zouden worden en daaraan letsel zouden overhouden. Dit is ook gebeurd. Dergelijk gedrag is ontoelaatbaar en levert in beginsel een dringende reden voor ontslag op staande voet op.

14. [verzoeker] heeft gewezen op (verzachtende) omstandigheden die, in de lezing van [verzoeker] , tot diens actie hebben geleid. Die omstandigheden, namelijk de bejegening door zijn collega en de fysieke gesteldheid van [verzoeker] doen, indien juist, niet af aan de dringendheid van de reden. Het beledigen van de moeder van [verzoeker] is onbehoorlijk en ongepast, maar dat kan geen rechtvaardiging zijn voor het gooien van een volle slagroombus. Het gevolg daarvan, namelijk dat collega’s daardoor letsel opliepen, is daarvoor te ernstig.

15. [verzoeker] heeft nog betoogd dat een ander voorval op de werkvloer, waarbij een medewerker een glas naar een collega zou hebben gegooid, is afgedaan met een gesprek tussen die medewerkers en dat er geen sancties zijn opgelegd. Prix d' Ami heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld met een dergelijk voorval niet bekend te zijn. [verzoeker] heeft daarover geen nadere toelichting verstrekt, hetgeen wel op zijn weg had gelegen. Dit standpunt kan daarom evenmin aan de (subjectieve) dringendheid van de reden afdoen.

16. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat [verzoeker] terecht op staande voet is ontslagen. Het verzoek, waaronder de provisionele vordering, moet daarom worden afgewezen.

17. [verzoeker] wordt als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst het verzoek, waaronder het provisionele verzoek, af;

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Prix d' Ami begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en [verzoeker] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J. van de Poel, kantonrechter en op 18 juni 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter