Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:4236

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-06-2018
Datum publicatie
22-06-2018
Zaaknummer
C/13/647049 / KG ZA 18-400
Formele relaties
Hersteluitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2018:8238
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Jarenlange procedures tussen twee broers. Toewijzing verbod tot het (verder) uitvoering geven aan een dreigbrief. De overige vorderingen vergen nader onderzoek naar de feiten en lenen zich niet voor kort geding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/647049 / KG ZA 18-400 AB/TF

Vonnis in kort geding van 14 juni 2018

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

2. [eiseres 2],

beiden wonende te [woonplaats eisers] ,

eisers bij dagvaarding van 16 mei 2018,

advocaten mrs. B.T. Craemer en N.J.P. Miltenburg te Amsterdam,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2],

beiden wonende te [woonplaats gedaagden] ,

gedaagden,

in persoon verschenen.

Eisers zullen hierna afzonderlijk [eiser 1] en [eiseres 2] worden genoemd en gedaagden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .

1 De procedure

1.1.

Ter zitting van 25 mei 2018 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij de vordering tot vergoeding van de integrale kosten hebben ingetrokken. Gedaagden hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht, waaronder aan de zijde van gedaagden een conclusie van antwoord, en van eisers eveneens een pleitnota. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren voor zover van belang aanwezig:

aan de zijde van eisers: [eiser 1] met mrs. Craemer en Miltenburg,

aan de zijde van gedaagden: [gedaagde 1] en zijn echtgenote [gedaagde 2] .

1.2.

Voorafgaand aan de zitting hebben gedaagden gesteld dat de rechtbank Amsterdam niet bevoegd is om van de vorderingen van eisers kennis te nemen.

Ter zitting hebben partijen hierover hun standpunten nader toegelicht.

De voorzieningenrechter heeft beslist de zaak te kunnen behandelen en daartoe het volgende overwogen.

Er kan geen bevoegdheid op grond van artikel 99 Rv worden aangenomen, nu [gedaagde 2] haar woonplaats of werkelijke verblijfplaats in [woonplaats gedaagden] heeft en niet (ook) in Amsterdam. Artikel 102 Rv schept echter wel bevoegdheid voor de rechtbank Amsterdam. De grondslag van de vorderingen is immers onrechtmatige daad en de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan is mede in Amsterdam gelegen. Een deel van de vorderingen ziet immers op het uitvoering geven aan de brief van 7 oktober 2016, die inhoudt dat aan besturen van Allen & Overy, EY en banken informatie wordt verstrekt. Deze besturen zitten grotendeels in Amsterdam.

2 De feiten

2.1.

[eiser 1] en [gedaagde 1] zijn broers en voeren een hevige juridische strijd over de verdeling van hun gemeenschap. Die verdeling was rond met het passeren van de notariële aktes op 29 december 2009. [gedaagde 1] kan kort gezegd achteraf niet instemmen met de destijds overeengekomen verdeling en eist een groter deel op van het actief.

2.2.

[eiser 1] en [gedaagde 1] hebben een aanzienlijk vermogen verworven met de verkoop van hun gezamenlijke onderneming in [land] . [eiser 1] heeft nadien een onderneming in Nederland opgezet. [gedaagde 1] heeft geen betaalde werkzaamheden meer verricht. De broers hebben samen, ieder voor de helft, twee in [woonplaats partijen] gelegen landgoederen gekocht: in 1986 Landgoed [x] en in 1991 Landgoed [Y] . Ook hebben zij samen een weiland bij de [adres in woonplaats partijen] en een appartement aan de [adres] in eigendom gehad. Na de verdeling was [eiser 1] eigenaar van [Y] en Landgoed [x] en [gedaagde 1] eigenaar van huize [adres in woonplaats partijen] en het daaraan grenzende weiland. Partijen zijn bij de verdeling overeengekomen dat zij over en weer niets meer van elkaar te vorderen hebben.

2.3.

Één van de aktes die in 2009 is gepasseerd, is de akte van levering/vestiging recht van gebruik ter zake het weiland. In deze akte wordt voor [eiseres 2] , de echtgenote van [eiser 1] , een gebruiksrecht op het weiland gevestigd. In de akte staat voor zover van belang het volgende:

(..) Artikel 4. (..)

(..) RECHT VAN GEBRUIK

Vervolgens verklaren partijen bij deze te vestigen ten laste van voormeld perceel grasland (..) het recht van gebruik als bedoeld in artikel 3:226 lid 2 Burgerlijk Wetboek ten behoeve van (..) ( [eiseres 2] , VZR), zulks onder de navolgende voorwaarden en bepalingen:

1. Het recht van gebruik is verleend aan de gebruiker persoonlijk;

Het is de gebruiker derhalve niet toegestaan het grasland in huur of in gebruikte geven aan derden.

2. De gebruiker heeft het recht het grasland te gebruiken ten behoeve van het hebben, houden en berijden van paarden.

Vanwege de kwalificatie als natuurterrein in de zin van artikel 15 lid 1 aanhef en letter s van de Wet op belastingen van rechtsverkeer dient het hebben en houden van paarden op het grasland nadrukkelijke beperkt te blijven binnen de normen die voor het beheer van het natuurterrein acceptabel zijn. Het berijden van paarden op het grasland mag de natuurwaarden van het grasland niet schaden.

3. De gebruiker is niet bevoegd dit recht over te dragen dan wel te bezwaren.

4. Het recht van gebruik bestaat zolang de gebruiker leeft. (..)

SLOTVERKLARING

Tenslotte verklaarde verkoper ( [eiser 1] , vzr) al het mogelijke te verrichten om voor de gebruiker een alternatief grasland te vinden zodanig, dat voormeld recht van gebruik door de gebruiker kan worden opgezegd. (..)

2.4.

Op 24 oktober 2014 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank op verzoek van [gedaagde 1] voorlopig verlof verleend tot het leggen van conservatoir beslag ten laste van [eiser 1] voor een bedrag van ruim € 23 miljoen dat [gedaagde 1] nog van [eiser 1] tegoed zou hebben. [gedaagde 1] heeft op grond van het verlof beslagen gelegd ten laste van [eiser 1] . Bij beschikking van 20 november 2014 is het voorlopig verleende verlof vervallen verklaard omdat niet summierlijk is gebleken van de deugdelijkheid van de vordering. Op 1 december 2015 is deze beschikking in hoger beroep bekrachtigd.

2.5.

[gedaagde 1] heeft [eiser 1] en [eiseres 2] , ABN AMRO Bank N.V. (ABN AMRO), Allen & Overy en de bij de verdeling betrokken oud-notaris [naam notaris] gedagvaard in een bodemprocedure bij deze rechtbank. Hij heeft onder meer geldbedragen gevorderd, omdat volgens hem sprake is geweest van een onrechtmatige verdeling.

2.6.

In een brief van 7 oktober 2016 van [gedaagde 1] aan [eiser 1] staat voor zover van belang het volgende:

Ik leg even iets aan je voor. Voor het geval ik de procedure tegen jou en de andere gedaagden ga verliezen (wat ik niet verwacht) zal ik je aangeven wat ik dan ga doen.

Ik zal in hoger beroep gaan. Ik zal daarbij stukken inbrengen die tot nu toe niet zijn ingebracht, met het doel om nog beter te schetsen hoe je werkelijk in elkaar steekt en opereert.

(volgt een lijst van bescheiden waaruit zou moeten blijken dat [eiser 1] zich schuldig zou maken aan onder meer witwassen, valsheid in geschrifte en belastingontduiking, vzr) (..)

Ik ben bereid dat niet te doen als wij tot een redelijke beëindiging van het geschil komen (en ik vraag daarbij veel minder dan waar ik recht op heb), dat dient dan ten minste te bestaan uit:

  1. Onvoorwaardelijke doorhaling en beëindiging van (het zakelijk) recht van gebruik van ‘het weiland’;

  2. betaling van één miljoen euro voor de renovatie van mijn woning;

  3. betaling van twee miljoen euro; en

  4. e betaling van alle door mij en [gedaagde 2] betaalde en nog te betalen proces- en advocatenkosten, nader vast te stellen.

Graag verneem ik van je concreet en duidelijk vóór 18 oktober 2016. Als je niet reageert, ga ik ervan uit dat je het voorstel afwijst. Ik acht mij dan vrij om vooruitlopend op de uitspraak een ieder die daar mogelijk belang bij heeft schriftelijk te informeren met overlegging van de relevante bescheiden, bijvoorbeeld, doch niet uitsluitend en in willekeurige volgorde:

  1. De minister van Financiën en de vaste kamercommissie voor Financiën

  2. De raad van bestuur van ABN AMRO

  3. De belastingdienst/FIOD

  4. IRS

  5. Italiaanse belastingdienst

  6. UK Revenue

  7. Gemeente [woonplaats partijen]

  8. Bestuur van Allen & Overy

  9. Bestuur van EY

  10. Bestuur van Lexence

  11. Bestuur van de Rabobank

  12. Alle toezichthouders waar dan ook die daar belang bij zouden kunnen hebben

  13. De rechtbank Amsterdam

  14. De Pers

Ik zal dan haarfijn uitleggen wat je met al je kunstgrepen hebt nagestreefd en dat is: (1) beide landgoederen naar je toehalen, (2) totaal geen belasting te hoeven betalen, (3) mij een groot deel van mijn vermogen afnemen en dat je daarbij geen middel ongebruikt hebt gelaten, waaronder zelfs het plegen van valsheid in geschrifte, maar ook anderen ertoe aan te zetten.

(..)

2.7.

Bij brief van 1 november 2016 heeft de toenmalige advocaat van [gedaagde 1] aan de advocaat van [eiser 1] verzocht om een schriftelijke reactie waaruit blijkt dat de handelingen van [eiser 1] wettelijk geoorloofd waren en meegedeeld dat bij gebreke daarvan [gedaagde 1] samen met [gedaagde 2] en bijgestaan door [consulent] (belastingconsulent) een onderzoek starten naar het handelen van [eiser 1] en dat zij daarbij ook derden gaan betrekken.

2.8.

[strafrechtadvocaat] (strafrechtspecialist) heeft in opdracht van [eiser 1] een memorandum inzake gebleken feiten en omstandigheden opgesteld waarin staat welke in de brief van 7 oktober 2016 aangekondigde acties/onderzoeken jegens [eiser 1] zijn uitgevoerd. In de memorandum staat voor zover van belang het volgende:

2.9.

In een door eisers als productie 11 overgelegd overzicht van de belangrijkste acties die gedaagden tegen [eiser 1] hebben ondernomen staat voor zover van belang het volgende:

(..)

21. [gedaagde 1] heeft het [lokale krant] benaderd met belastende (onjuiste) informatie over [eiser 1] ; (..)

26. [gedaagde 1] heeft herhaaldelijk voor [eiser 1] belastende (onjuiste) informatie aan ABN AMRO verstrekt; (..)

34. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben de Belastingdienst benaderd met talloze vragen over de fiscale positie van [eiser 1] en zijn bedrijven; (..)

2.10.

Bij vonnis van 9 november 2016 heeft de rechtbank alle vorderingen van [gedaagde 1] afgewezen. De rechtbank heeft [gedaagde 1] veroordeeld in de daadwerkelijk door [eiser 1] gemaakt proceskosten van ruim € 200.000,-.

In het vonnis staat voor zover van belang het volgende:

(..) Dit alles overziende concludeert de rechtbank, zelfs met inachtneming van de haar passende terughoudendheid, dat in het onderhavige geval sprake is van vorderingen gebaseerd op feiten en omstandigheden waarvan [gedaagde 1] de onjuistheid kende. Er is daarmee ruimte voor toewijzing van de vordering van [eiser 1] tot een veroordeling in de volledige proceskosten.

2.11.

[gedaagde 1] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. Het pleidooi staat gepland op 17 september 2018.

2.12.

In een brief van 6 december 2016 heeft [eiser 1] aan [gedaagde 1] meegedeeld dat hij de zaak met hem wil schikken. In de laatste alinea heeft [eiser 1] geschreven dat hij is geschrokken van de in de brief van 7 oktober 2016 genoemde dreigementen en dat hij een strafrechtadvocaat heeft ingeschakeld.

2.13.

Onderhandelingen tussen partijen, waarbij [gedaagde 1] werd bijgestaan door

[consulent] , zijn op niets uitgelopen.

2.14.

Tot op heden maakt [eiseres 2] nog steeds gebruik van het weiland voor het stallen en berijden van haar paarden.

2.15.

In een verklaring van [naam CFO] , sinds 2001 CFO van het bedrijf van [eiser 1] , [naam onderneming] , een private-equity-maatschappij, van 22 mei 2018, staat voor zover van belang het volgende:

Nadat de rechtbank in november 2016 alle vorderingen van [gedaagde 1] tegen [eiser 1] heeft afgewezen, zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] begonnen met het indienen van klachten tegen diverse adviseurs en banken van [eiser 1] en [naam onderneming] (het bedrijf, VZR), zoals EY, Lexence, Allen & Overy, ABN AMRO en Rabobank. We hebben enorm veel tijd moeten steken in het helpen van deze partijen in het weerleggen van de valse beschuldigingen. (..)

Gelukkig hebben we de langdurige relatie met onze adviseurs en banken met heel veel moeite kunnen behouden, met uitzondering van ABN AMRO, die de relatie, na integriteitsklachten van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (..) heeft beëindigd. (..)

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen samengevat - gedaagden ieder voor zich op straffe van een dwangsom te verbieden:

a. zich schuldig te maken aan enig handelen dat [eiseres 2] hindert in het ongestoord gebruik van het weiland, waaronder:

 het haar (laten) achtervolgen als zij naar het weiland gaat of daar vertrekt,

 het haar (laten) observeren en filmen tijdens het gebruik van het weiland,

 het (laten) schreeuwen van verwensingen,

 het (laten) vernielen van sloten om de toegang tot het weiland te krijgen, dan wel haar de toegang te bemoeilijken;

 het zonder haar toestemming (laten) betreden van het weiland,

 het (laten) benaderen, afschrikken en/of mishandelen van de dieren op het weiland,

en/of het op enigerlei wijze inbreuk (laten) maken op het gebruiksrecht ex artikel 3:226 lid 2 BW op het aan [eiseres 2] toekomende gebruiksrecht;

zonder voorafgaande toestemming van [eiser 1] de hem in eigendom toebehorende onroerende zaken te (laten)betreden, waaronder zijn kadastrale percelen te [woonplaats eisers] ;

en/of zich zonder voorafgaande toestemming van [eiser 1] op te houden binnen een straal van 1 meter rondom deze onroerende zaken of zich te bevinden of op te houden in een in goede justitie te bepalen gebied;

om de in de brief van 7 oktober 2016 bedoelde derden, waaronder toezichthouders, instituten, besturen, verzekeringsmaatschappijen, autoriteiten en publiekrechtelijke rechtspersonen aan te schrijven en/of anderszins te (laten) benaderen of te (laten) informeren over enig handelen of nalaten door [eiser 1] en/of [eiseres 2] en/of zich anderszins in de toekomst nog schuldig te maken aan het in de brief omschreven en aangekondigde onrechtmatig handelen;

adviseurs en/of personeelsleden van [eiser 1] en/of [eiseres 2] en/of bedrijven en/of stichtingen waarvan [eiser 1] bestuurder is en/of andere zakelijke relaties van [eiser 1] en/of [eiseres 2] en/of familieleden te betrekken in tuchtrechtelijke procedures, dan wel een klacht tegen bedoelde adviseurs en/of relaties of een (integriteits-)melding of handhavingsverzoek bij toezichthouders en/of autoriteiten in te dienen, en te (laten) communiceren met instanties en autoriteiten over reeds ingediende klachten, WOB verzoeken, (integriteits)meldingen en handhavingsverzoeken;

om schriftelijk, elektronisch en/of in persoon contact op te (laten) nemen met [eiser 1] en/of [eiseres 2] en/of familieleden en/of personeelsleden dan wel hen te laten volgen, te (laten) filmen en/of anderszins te (laten) observeren (waaronder hun bezittingen);

om zich in woord of geschrift, via internet, websites of weblog op het internet, in de media en/of anderszins, (in)direct jegens personen of instanties negatief uit te laten over [eiser 1] en/of [eiseres 2] en/of familieleden en/of personeelsleden en/of adviseurs en/of bedrijven en/of stichtingen waarvan [eiser 1] bestuurder is.

3.2.

Eisers stellen hiertoe het volgende.

Gedaagden handelen onrechtmatig jegens hen en dat moet worden gestopt.

[gedaagde 1] heeft [eiser 1] in een chantagebrief gesommeerd miljoenen euro’s te betalen en gedreigd dat bij niet-betaling derden worden geïnformeerd. De aangekondigde acties zijn vervolgens uitgevoerd. Gedaagden moet worden verboden eisers nog langer fysiek en juridisch te stalken en derden te bestoken met klachten en valse (integriteitsmeldingen) over [eiser 1] . Tegen oud-notaris [naam notaris] zijn bijvoorbeeld tientallen valse klachten ingediend. Het onrechtmatig handelen van gedaagden klemt te meer, nu ook de vaste externe adviseurs van het bedrijf van [eiser 1] met valse klachten en (integriteits)meldingen worden bestookt. Tegen ABN AMRO en de Rabobank lopen klachten bij DNB, ECB en AFM. [gedaagde 2] misbruikt haar kennis als [functie gedaagde 2] om al deze klachten op te stellen en bij het juiste loket in te dienen. EY, Allen & Overy en ABN AMRO hebben protocollen om ieder risico uit te sluiten als er klachten worden ingediend. Eisers dreigen hiervan de dupe te worden. ABN AMRO heeft na 40 jaar besloten de bankrelatie op te zeggen. Door dit alles wordt de bedrijfsvoering van [eiser 1] ernstig verstoord. Gedaagden hebben via hun toenmalige advocaat [advocaat] de publiciteit gezocht met pertinente leugens en onjuistheden om [eiser 1] en zijn bedrijf met adviseurs zwart te maken. Door deze negatieve media-aandacht is veel schade aangericht. De op te leggen verboden moeten ook zien op derden die handelen in opdracht van gedaagden.

[eiseres 2] ondervindt bij het gebruik van het weiland ook veel hinder van gedaagden. [gedaagde 1] vernielt of vervangt sloten waardoor haar feitelijk de toegang tot het weiland wordt ontzegd. Ook laat [gedaagde 1] derden toe op het weiland en wordt [eiseres 2] (door [gedaagde 2] ) achtervolgd, gefilmd en uitgescholden. Verder begeven gedaagden zich op het grondgebied en rondom de woning van eisers. Tijdens deze ongeoorloofde bezoeken maken zij foto’s die zij gebruiken in procedures. Een gebieds-, contact- en filmverbod is dan ook noodzakelijk. Eisers hebben een spoedeisend belang bij hun vorderingen.

3.3.

Gedaagden voert verweer. Hierop wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De verschillende vorderingen zullen hierna achtereenvolgens worden besproken.

verbod hinder in ongestoord gebruik weiland

4.2.

Partijen verschillen van mening over wat er zoal gebeurt op en rond het weiland. Volgens eisers kan [eiseres 2] haar levenslange gebruiksrecht niet ongestoord uitoefenen. De toegang tot het weiland wordt haar ontzegd doordat de hangsloten op het toegangshek door [gedaagde 1] worden vernield of vernieuwd. Verder wordt zij door [gedaagde 2] achtervolgd, gefilmd en uitgescholden. In de als productie 15 aan de zijde van [eiser 1] overgelegde verklaring van [eiseres 2] wordt dit nader toegelicht.

Gedaagden betwisten dit en betogen dat [eiseres 2] haar plichten verzaakt en het weiland, dat zij “natuurterrein” noemen, doorlopend beschadigt. Zij zagen zich genoodzaakt dit onrechtmatige handelen door middel van foto’s vast te leggen.
Het natuurterrein is als het ware de achtertuin van gedaagden; als zij naar buiten kijken zien zij [eiseres 2] daar paardrijden. Doordat zij regelmatig dicht langs de perceelgrens rijdt en dus vlak langs de woning van gedaagden komt, maakt zij inbreuk op hun privacy.

Bovendien vinden gedaagden dat [eiseres 2] slechts medegebruiker van het weiland is en dat het zakelijk recht al lang had moeten worden opgezegd. [eiser 1] heeft immers jaren geleden toegezegd al het mogelijke te doen om voor [eiseres 2] een alternatief grasland te vinden. Hij heeft hier niet aan voldaan. Eisers stellen op hun beurt dat het vinden van een alternatief tot op heden nog niet is gelukt en dat het stallen van paarden op hun eigen grondgebied niet kan en mag.

4.3.

Ter zitting is duidelijk geworden dat het weiland de twistappel bij uitstek vormt. Iedere keer als [eiseres 2] zich daar onder het raam van gedaagden vertoont is dat olie op het vuur. Strikt genomen is dat gebruik haar goed recht, maar niet voor niets heeft [eiser 1] in de akte toegezegd al het mogelijke te zullen verrichten om voor haar een alternatief grasland te vinden, zodanig dat het recht van gebruik kan worden opgezegd. Met zijn financiële middelen zou het toch mogelijk moeten zijn om in al die jaren een behoorlijk alternatief te vinden voor de paarden van zijn vrouw. Dat is geen kwestie van toegeven aan chantage, zoals [eiseres 2] schrijft, maar zou getuigen van wijs beleid. Alleen op die manier zijn partijen immers ook daadwerkelijk geheel uit elkaar.

Wat de gestelde hinder betreft kan tegenover de gemotiveerde betwisting door gedaagden in dit geding niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan de hun verweten onrechtmatige gedragingen rond het weiland. Daartoe is nader onderzoek nodig, waarvoor het kort geding zich niet leent. De vordering om die gedragingen op straffe van een dwangsom te verbieden zal dan ook worden afgewezen.

verbod betreden onroerende zaken

4.4.

Vooralsnog is niet voldoende aannemelijk geworden dat gedaagden zich onbevoegd hebben begeven op het grondgebied van [eiser 1] om daar foto’s te maken. Zij hebben aangevoerd dat de ze de foto’s die in procedures zijn overgelegd niet zelf hebben gemaakt en dat het terrein van [eiser 1] regelmatig voor het publiek toegankelijk is. Eisers hebben geen ander bewijs aangedragen waaruit zou kunnen blijken dat gedaagden zich daar onbevoegd hebben bevonden.
Ook deze vordering wordt afgewezen.

verbod om de aangekondigde acties in de brief van 7 oktober 2016 uit te voeren

4.5.

De inhoud van deze brief kan niet anders worden opgevat dan als pure chantage. [gedaagde 1] probeert [eiser 1] te dwingen tot betaling van miljoenen euro’s en dreigt bij verlies van de procedure en bij niet-betaling alle mogelijke derden aan de hand van een waslijst aan stukken te informeren over volgens hem strafbare gedragingen van [eiser 1] . Deze chantage kan worden aangemerkt als onrechtmatig handelen als bedoeld in artikel 6:162 BW. Verder is voldoende aannemelijk geworden dat [gedaagde 1] , daarbij geholpen door [gedaagde 2] (en met hulp van hun toenmalige advocaat en adviseur), nadat hij in de bodemzaak in het ongelijk was gesteld, deels feitelijk uitvoering heeft gegeven aan zijn dreigementen. In het memorandum van [adviseur] en het overzicht van acties wordt vermeld dat gedaagden in ieder geval informatie over [eiser 1] aan ABN AMRO en de Belastingdienst hebben verstrekt. Dit is door hen niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken. Het lijkt er verder op dat ook informatie aan de pers ( [lokale krant] ) is verstrekt. Een en ander louter met het doel eisers schade te berokkenen en verder onder druk te zetten. Dit is zodanig onrechtmatig dat het een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting van gedaagden rechtvaardigt. Voorkomen moet worden dat zij hiermee doorgaan. Het gevorderde verbod voor de duur van twee jaar, waarbij eisers onder deze omstandigheden een spoedeisend belang hebben, zal dan ook worden toegewezen.

Om executieproblemen te voorkomen zal het verbod alleen zien op de in de brief van 7 oktober 2016 genoemde derden. Dit betekent overigens niet dat het gedaagden vrij zou staan andere personen en instellingen te benaderen met informatie over [eiser 1] . Dergelijke acties kunnen achteraf alsnog als onrechtmatig worden aangemerkt. Zij dienen hiermee onverwijld te stoppen. Het gevorderde verbod zal worden toegewezen als in het dictum vermeld.

4.6.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd als volgt.

verbod tuchtrechtelijke klachten en procedures

4.7.

Dit verbod wordt afgewezen. Van eventueel nog door gedaagden in te dienen klachten kan niet bij voorbaat worden gezegd dat zij misbruik van recht opleveren. Misbruik van recht wordt niet snel aangenomen en niet valt uit te sluiten dat gedaagden ook terechte klachten indienen.

contactverbod en verbod negatieve uitlatingen

4.8.

Vooralsnog zijn er onvoldoende aanwijzingen dat sprake is van ‘stalking’ en dat gedaagden zich anders dan onder 4.5 bedoeld negatief uitlaten over eisers. Daarvoor is onvoldoende gesteld. Partijen zijn in een langdurig conflict verwikkeld en dat maakt dat tegen derden soms verwijtend over elkaar wordt gesproken. Een contact- en spreekverbod voor gedaagden is onder deze omstandigheden te vérstrekkend. De vorderingen worden afgewezen.

4.9.

Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zullen gedaagden worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt gedaagden ieder voor zich om gedurende twee jaren na betekening van dit vonnis de in de brief van 7 oktober 2016 genoemde derden, aan te schrijven en/of anderszins te (laten) benaderen of te (laten) informeren over enig handelen of nalaten van [eiser 1] en daarbij bescheiden te verstrekken,

5.2.

veroordeelt gedaagden om aan eisers een dwangsom te betalen van € 25.000,- voor iedere overtreding van het onder 5.1 uitgesproken verbod, tot een maximum van € 500.000,- is bereikt,

5.3.

veroordeelt gedaagden in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van eisers begroot op:

– € 99,91 € 99,91 aan explootkosten,

– € 99,91 € 291,- aan griffierecht en

– € 99,91 € 980,- aan salaris advocaat,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.H. Felix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2018.1

1 type: GHF coll: