Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:4056

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-06-2018
Datum publicatie
15-06-2018
Zaaknummer
C/13/646103 / KG ZA 18-342
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De Nationale Opera hoeft een recensent niet langer te voorzien van vrijkaarten of hem uit te nodigen voor besloten bijeenkomsten. De recensent kreeg – op zijn verzoek – vrijkaarten. De Opera is daarmee gestopt nadat hij in Het Parool een kritisch artikel over de programmering van de Opera had geschreven. De Opera gaf als reden hiervoor dat zij de recensent niet langer serieus nam als journalist vanwege zijn activistische houding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2018/473
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/646103 / KG ZA 18-342 CB/EB

Vonnis in kort geding van 15 juni 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser bij dagvaarding van 12 april 2018,

advocaat mr. M. Herens te Amsterdam,

tegen

de stichting

STICHTING NATIONALE OPERA & BALLET,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.W. Versteeg te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en de Nationale Opera worden genoemd.

1 De procedure

Voor de aanvang ter zitting van 23 april 2018 is de behandeling van deze zaak verplaatst naar 31 mei 2018. Op de zitting van 31 mei 2018 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. De Nationale Opera heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting was [eiser] aanwezig met mr. Herens. Aan de zijde van de Nationale Opera waren aanwezig [naam 1] (Algemeen directeur), [naam 2] (Directeur en regisseur) en [naam 3] (Hoofd Marketing, Communicatie en Verkoop).

2 De feiten

2.1.

[eiser] is freelance opera recensent. Voor zijn Belgische opdrachtgever de Opera Gazet (een relatief klein weblog) heeft hij sinds 2015 verschillende voorstellingen van de Nationale Opera gerecenseerd. Tot voor kort heeft de Nationale Opera aan [eiser] voor verschillende voorstellingen vrijkaarten verstrekt die de Opera Gazet voor hem aanvroeg. Hij werd dan eveneens uitgenodigd voor de zogenoemde persontvangsten voorafgaand aan die voorstellingen en hij woonde dan na afloop ook de zogenoemde nazit bij, in de vorm van een borrel.

2.2.

In zijn recensies over voorstellingen van de Nationale Opera is [eiser] veelal enthousiast geweest over de muzikale prestaties, maar vaak negatief over de regie. Hij houdt van librettogetrouwe uitvoeringen, terwijl de Nationale Opera juist een innovatief profiel heeft.

2.3.

Op 28 februari 2018 is een opiniestuk van [eiser] , getiteld ‘Laatste seizoen [naam 2] is hautaine klap in het gezicht’, verschenen in het Parool. In dat artikel uit [eiser] stevige kritiek op de programmering van de Nationale Opera in het algemeen en in het bijzonder de keuze om in 2019 een greep uit alle zeven delen van de operacyclus LICHT van Karlheinz Stockhausen in het programma op te nemen. Ongeveer een jaar eerder was [eiser] al een online petitie gestart om (onder andere) de Nationale Opera te vragen de voorgenomen uitvoering “Aus Licht” te heroverwegen.

2.4.

Op 13 maart 2018 is de opera “Das Floss der Medusa” in première gegaan. [eiser] heeft wel een persvrijkaart voor die première ontvangen, maar hij is niet uitgenodigd voor de daaraan voorafgaande persbijeenkomst. Vóór aanvang van de persbijeenkomst heeft hij de Nationale Opera per e-mail gevraagd of er een reden was om hem niet uit te nodigen. Kort daarna heeft een medewerker van de Nationale Opera hem geantwoord dat hij niet was uitgenodigd omdat hij met het artikel in het Parool de grens van het journalistiek aanvaardbare heeft overschreden en de Nationale Opera het daarom niet langer gepast vindt om hem uit te nodigen voor de intieme persontvangsten. In dezelfde e-mail is [eiser] gemeld dat dit de laatste keer is geweest dat de Nationale Opera [eiser] of zijn opdrachtgever Opera Gazet een vrijkaart heeft gegeven voor haar producties.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert, kort gezegd, de Nationale Opera op straffe van verbeurte van een dwangsom te veroordelen om hem op zijn verzoek een kosteloze persvrijkaart te verstrekken voor iedere premièrevoorstelling en hem toe te laten tot de perspresentaties en de bijbehorende nazit, alles met veroordeling van de Nationale Opera in de proceskosten.

3.2.

De Nationale Opera voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiser] stelt zich op het standpunt dat de beslissing van de Nationale Opera om hem niet langer uit te nodigen voor de persbijeenkomsten en hem niet langer persvrijkaarten voor haar voorstellingen te verstrekken, neerkomt op censuur en een schending oplevert van zijn grondrecht op vrijheid van meningsuiting en vrije nieuwsgaring, verankerd in artikel 7 van de Grondwet en artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

4.2.

De eerste vraag die ter beoordeling voorligt, is of er sprake is van een beperking van de uitingsvrijheid.

4.3.

Anders dan [eiser] stelt, is niet aannemelijk dat de Nationale Opera hem de toegang tot haar voorstellingen belet. De Nationale Opera onderschrijft het recht van [eiser] op vrije meningsuiting en zij heeft toegezegd dat zij [eiser] als betalende klant niet zal weren. Zij wil hem alleen geen vrijkaarten meer verstrekken, omdat zij hem vanwege zijn activistische houding niet langer serieus neemt als journalist. Voorshands is er geen reden om te betwijfelen dat de Nationale Opera haar toezegging om [eiser] als betalende klant te verwelkomen gestand zal doen, zodat er van wordt uitgegaan dat [eiser] de voorstellingen van de Nationale Opera kan blijven bezoeken en recenseren. De Nationale Opera verbindt aan zijn toelating tot haar producties geen voorwaarden ten aanzien van de inhoud van de door hem te schrijven recensies. Niet aannemelijk is dat de Nationale Opera [eiser] de mond wil snoeren.

4.4.

Om de voorstellingen van de Nationale Opera te kunnen blijven recenseren, zal [eiser] , althans zijn opdrachtgever, wel kosten moeten maken. Dat doet echter niet af aan het oordeel dat het recht op vrije meningsuiting hier niet in het geding is. Ook als het betoog van [eiser] gegrond zou zijn, dat de Nationale Opera alleen vrijkaarten geeft aan journalisten die haar naar de mond praten, levert dat geen inbreuk op de uitingsvrijheid op. Als een journalist de inhoud van zijn artikelen afstemt op zijn wens om vrijkaarten te blijven ontvangen, is dat een gevolg van zijn eigen keuze. Bovendien ligt het in de rede dat de Nationale Opera niet aan alle journalisten die daarom vragen een vrijkaart verstrekt, zoals zij heeft toegelicht. Aannemelijk is dat de vraag groter is dan het aanbod. Voorshands wordt er dan ook van uitgegaan dat er tal van andere journalisten zijn die ook geen vrijkaarten ontvangen.

4.5.

Overigens is niet aannemelijk geworden dat de Nationale Opera probeert de berichtgeving over haar voorstellingen te sturen door het al dan niet verstrekken van vrijkaarten. Zo zijn aan [eiser] nog verschillende vrijkaarten gegeven nadat hij zich in recensies kritisch had uitgelaten over de regie van verschillende voorstellingen van de Nationale Opera en nadat hij een petitie was gestart om haar te vragen de keuze voor “Aus Licht” te heroverwegen. Bovendien waren zijn recensies voor wat betreft het muzikale gehalte van de voorstellingen vaak juist zeer lovend. De Nationale Opera stelt [eiser] niet langer serieus te nemen als journalist omdat hij zich meer als actievoerder opstelt. Meer concreet heeft [eiser] volgens de Nationale Opera een aantal journalistieke gedragsregels niet in acht genomen, zoals het streven naar objectiviteit, het aanbrengen van een duidelijk onderscheid tussen feiten, beweringen en meningen en het integer te werk gaan. Wat daar ook van zij, de afweging van de Nationale Opera om [eiser] op deze gronden geen vrijkaarten meer te verstrekken, levert zoals gezegd geen belemmering van de uitingsvrijheid op.

4.6.

[eiser] stelt dat het hem niet alleen om de vrijkaarten gaat, maar ook om de persbijeenkomsten en de nazit. Die bijeenkomsten kunnen alleen op uitnodiging van de Nationale Opera worden bijgewoond. Het kopen van een kaartje zal voor [eiser] de deuren tot deze bijeenkomsten niet openen.

4.7.

[eiser] stelt dat tijdens de persbijeenkomsten de regisseur en dirigent van de productie informatie daarover verstrekten, en dat de nazit hem gelegenheid bood om kort met solisten te spreken. De Nationale Opera bestrijdt dat tijdens de persbijeenkomsten informatie wordt verstrekt die niet ook langs andere weg te verkrijgen is, bijvoorbeeld door het stellen van vragen aan haar afdeling Voorlichting. Volgens haar zijn de persbijeenkomsten – waarbij overigens ook andere soorten genodigden zoals sponsoren aanwezig zijn – met name bedoeld als gezellige ontvangst.

4.8.

Het belang van de voor- en nazit lijkt vanuit journalistiek oogpunt beperkt te zijn, gezien de hiervoor gegeven toelichtingen. [eiser] heeft ook niet weersproken dat hij in 2015 verschillende producties van de Nationale Opera heeft gerecenseerd zonder de bijeenkomsten rond de betreffende voorstellingen te hebben bijgewoond. Bovendien geldt ook hier dat lang niet alle journalisten worden uitgenodigd voor deze bijeenkomsten. De beslissing om [eiser] niet langer uit te nodigen voor de persbijeenkomsten en de nazit levert dan ook geen belemmering van de persvrijheid op.

4.9.

Op grond van het voorgaande zal de vordering in zijn geheel worden afgewezen.

4.10.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Nationale Opera worden begroot op:

- griffierecht € 626,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.606,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de Nationale Opera tot op heden begroot op € 1.606,00,

5.3.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Berkhout, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2018.1

1 type: eB coll: mb