Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:382

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-01-2018
Datum publicatie
01-02-2018
Zaaknummer
13/703203-16 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 23-jarige man krijgt anderhalf jaar gevangenisstraf voor het bezit en uitgeven van valse bankbiljetten en voor het oplichten van meer dan 50 personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/703203-16 (Promis)

Datum uitspraak: 26 januari 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres] , [woonplaats] ,

gedetineerd in het Justitieel Complex [naam JC] te [plaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 januari 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M. Lobregt en van wat verdachte en zijn raadsman mr. B. Hartman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging op de zitting van 12 januari 2018 – ten laste gelegd dat hij zich in 2016 en 2017 schuldig heeft gemaakt aan

  1. oplichting van [slachtoffer 1] bij de aankoop van een paar Adidasschoenen door middel van vals geld;

  2. het opzettelijk uitgeven van 10 valse bankbiljetten van 50 euro en het vervoeren/ in voorraad hebben van 224 valse bankbiljetten van 50 euro;

  3. oplichting van ruim 50 verkopers van concert-/festivalkaarten door zich voor te doen als een bonafide/betrouwbare koper en het tonen van een vervalst betalingsbewijs;

  4. poging tot oplichting van twee verkopers van concert-/festivalkaarten door zich voor te doen als een bonafide/betrouwbare koper en het tonen van een vervalst betalingsbewijs;

  5. identiteitsfraude.

De tekst van de hele tenlastelegging is opgenomen in bijlage I.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vindt dat alle feiten bewezen kunnen worden.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de bewezenverklaring van de feiten omdat verdachte de feiten op de terechtzitting heeft bekend.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak van het onder 4 ten laste gelegde

De rechtbank acht het vierde feit niet bewezen en zal verdachte hiervan vrijspreken. Uit de aangiftes van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] blijkt dat zij de kaartjes naar het door verdachte opgegeven adres hebben gestuurd. Hiermee zijn zij dus al bewogen tot afgifte van hun festivalkaartjes, ook al zijn de kaartjes uiteindelijk niet bij verdachte aangekomen. Dit maakt dat in die gevallen sprake is van een voltooide oplichting en niet meer kan worden gesproken van een poging, zoals ten laste gelegd.

Het oordeel over het onder 1, 2, 3 en 5 ten laste gelegde

Verdachte heeft het onder 1, 2, 3 en 5 ten laste gelegde bekend. De rechtbank acht deze feiten, mede gelet op het overige bewijs in het dossier (waaronder de aangiftes) bewezen. Omdat de verdediging hiervoor geen vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor deze feiten volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen in bijlage II.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.
op 25 november 2016 te Amsterdam met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van een paar schoenen (merk Adidas, Limited Edition), door zich voor te doen als [naam 1] , een bonafide/betrouwbare koper en tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij zijn computer had verkocht (Mac Book) en het geld voor die schoenen contant wilde betalen en vervolgens die [slachtoffer 1] te betalen met vals geld (10 biljetten van 50 euro);

2.
op 25 november 2016 te Amsterdam opzettelijk als echte en onvervalste bankbiljetten, 10 bankbiljetten van 50 euro, waarvan de valsheid verdachte toen hij die bankbiljetten ontving bekend was, heeft uitgegeven

en

op 28 november 2016 te Amstelveen opzettelijk 204 biljetten van 50 euro, als echte en onvervalste bankbiljetten, waarvan de valsheid verdachte toen hij die bankbiljetten ontving bekend was, heeft vervoerd en in voorraad heeft gehad;

3.
in de periode van 1 mei 2017 tot en met 28 juli 2017 te Amstelveen en/of te Amsterdam althans in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [slachtoffer 4] en

- [slachtoffer 5] en

- [slachtoffer 6] en

- [slachtoffer 7] en

- [slachtoffer 8] en

- [slachtoffer 9] en

- [slachtoffer 10] en

- [slachtoffer 11] en

- [slachtoffer 12] en

- [slachtoffer 13] en

- [slachtoffer 14] en

- [slachtoffer 15] en

- [slachtoffer 16] en

- [slachtoffer 17] en

- [slachtoffer 18] en

- [slachtoffer 19] en

- [slachtoffer 20] en

- [slachtoffer 21] en

- [slachtoffer 22] en

- [slachtoffer 23] en

- [slachtoffer 24] en

- [slachtoffer 25] en

- [slachtoffer 26] en

- [slachtoffer 27] en

- [slachtoffer 28] en

- [slachtoffer 29] en

- [slachtoffer 30] en

- [slachtoffer 31] en

- [slachtoffer 32] en

- [slachtoffer 33] en

- [slachtoffer 34] en

- [slachtoffer 35] en

- [slachtoffer 36] en

- [slachtoffer 37] en

- [slachtoffer 38] en

- [slachtoffer 39] en

- [slachtoffer 40] en

- [slachtoffer 41] en

- [slachtoffer 42] en

- [slachtoffer 43] en

- [slachtoffer 44] en

- [slachtoffer 45] en

- [slachtoffer 46] en

- [slachtoffer 47] en

- [slachtoffer 48] en

- [slachtoffer 49] en

- [slachtoffer 50] en

- [slachtoffer 51] en

- [slachtoffer 52] en

- [slachtoffer 53] en

- [slachtoffer 54] en

- [slachtoffer 55]

heeft bewogen tot de afgifte van op internet aangeboden concertkaart(en) en/of festivalkaart(en) en/of bijbehorende parkeerkaarten en/of buskaarten en/of campingkaarten, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in de strijd met de waarheid

- hierboven genoemde personen benaderd met de mededeling de door hem aangeboden concertkaart(en) en/of festivalkaart(en) en/of bijbehorende parkeerkaarten en/of buskaarten en/of campingkaarten te willen kopen en

- daarbij zich (per telefoon en/of via Facebook en/of per e-mail en/of WhatsApp) voorgedaan als een ander persoon, te weten als [naam 2] en/of [slachtoffer 5] en/of [naam 4] en/of [slachtoffer 6] en

- zich voorgedaan als een bonafide/betrouwbare koper en/of

- een kopie/foto van een rijbewijs op naam van [naam 2] en/of [slachtoffer 5] en/of [naam 4] en/of [slachtoffer 6] aan de verkoper(s) verstuurd (via Facebook en/of Whatsapp en/of e-mail) en/of

- een screenshot/foto van een banktransactie en/of geldoverschrijving aan de verkoper(s) verstuurd (via Facebook en/of Whatsapp en/of e-mail), terwijl deze banktransactie en/of geldoverschrijving niet door verdachte is verricht en is vervalst, waardoor de verkopers nooit hun geld hebben ontvangen;

5.
in de periode van 1 mei 2017 tot en met 28 juli 2017 te Amstelveen en/of te Amsterdam althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens van anderen heeft gebruikt met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, immers heeft hij met dat opzet

- de naam en/of gegevens van een rijbewijs gebruikt van [naam 2] en van [slachtoffer 5] en van [slachtoffer 6] en

- dat rijbewijs van de genoemde personen opgeslagen en

- de foto van dat rijbewijs gestuurd aan verkopers van concertkaarten en/of festivalkaarten.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 maanden met aftrek van voorarrest. Zij heeft in haar eis met name meegewogen dat verdachte veel slachtoffers heeft gemaakt met de oplichtingen en dat sprake is geweest van identiteitsfraude.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om aan verdachte een straf op te leggen gelijk aan het voorarrest. Mocht de rechtbank een hogere straf noodzakelijk vinden, dan wordt verzocht om hem geen hogere straf op te leggen dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden. Verder heeft hij de rechtbank verzocht om in de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte was van het rechte pad afgeraakt en de feiten moeten als één wilsbesluit worden gezien en niet als steeds opnieuw genomen wilsbesluiten. Ook is sprake van eendaadse samenloop. Tot slot dient in strafverminderende zin rekening te worden gehouden met de toepassing van artikel 631 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een grootschalige oplichting van ruim 50 personen door zich op Marktplaats en Facebook onder een valse naam voor te doen als een bonafide koper van festival- en/of concertkaartjes. Hij heeft de verkopers bewogen tot aangifte van hun festival- en/of concertkaartjes door hen onder meer een ‘screenshot’ van een vervalste bankoverschrijving te sturen, zonder dat hij daadwerkelijk voor de kaartjes betaalde. Met het doorverkopen van de kaartjes waarvoor hij niet heeft betaald, heeft verdachte circa € 22.000,- verdiend. Verdachte maakte hierbij misbruik van de persoonsgegevens van mensen die hij eerder had opgelicht. Hij heeft aan een aantal slachtoffers foto’s van rijbewijzen van de eerder opgelichte personen opgestuurd. Hiermee heeft hij zich ook schuldig gemaakt aan identiteitsfraude. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen van alle benadeelden en de overgrote meerderheid daarvan financiële schade toegebracht. Verder blijkt uit het dossier dat de slachtoffers van de identiteitsfraude hinder hebben ondervonden en hun naam hebben moeten zuiveren.

Naast oplichting van de verkopers van festivalkaartjes heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan oplichting door bij de aankoop van een paar sneakers met vals geld te betalen. Ook hierbij heeft verdachte misbruik gemaakt in het vertrouwen dat het slachtoffer in hem had gesteld. Hij heeft hierdoor bijgedragen aan de aantasting van het vertrouwen dat aan bankbiljetten een bepaalde (daarop vermelde) waarde kan worden toegekend.

De ernst van voornoemde feiten rechtvaardigt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Verder heeft de rechtbank gekeken naar het strafblad van verdachte van 13 december 2017. Op dat strafblad staat een – nog niet onherroepelijke – veroordeling van 9 november 2017 voor andere oplichtingen. Dit betekent dat de rechtbank artikel 63 Sr zal toepassen, omdat de huidige zaak bij de eerdere veroordeling had kunnen worden meegenomen.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van eendaadse samenloop. De strekking en het beschermd belang van artikel 326 Sr (oplichting) verschillen wezenlijk van die van artikel 209 Sr (gebruik maken van vals geld).

Alles afwegende zal verdachte worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van voorarrest.

8 Beslag

Onder verdachte zijn voorwerpen in beslag genomen die staan vermeld op de beslaglijst in bijlage III.

8.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen goederen, met uitzondering van de goederen met de nummers: 22, 24, 29, 31, 32, 34, 42 en 50, verbeurdverklaard worden. Dit omdat het dure tassen, jassen en horloges betreft die bij verdachte zijn aangetroffen en door hem niet op een legale manier verkregen kunnen zijn. De goederen met de nummers 22, 24, 29, 31, 32, 34, 42 en 50 kunnen worden teruggegeven aan verdachte.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat niet is komen vast te staan dat de goederen van misdrijf afkomstig zijn. De inbeslaggenomen goederen moeten dan ook worden teruggeven aan verdachte.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Onttrekking aan het verkeer

Omdat met het goed met nummer 30 (een envelop met een vals biljet van 50 euro, item nummer 5295981) het onder 2 bewezen verklaarde is begaan en het van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang, wordt dit voorwerp onttrokken aan het verkeer.

Teruggave aan verdachte

De in beslag genomen goederen met de nummers 1 tot en met 58 op de beslaglijst van 14 december 2017 – met uitzondering van nummer 30 – kunnen worden teruggegeven aan verdachte. Een relatie met de door verdachte gepleegde strafbare feiten en de bij hem aangetroffen goederen en geldbedragen kan weliswaar worden vermoed, maar niet worden vastgesteld.

9 Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

9.1

De vorderingen

In dit strafproces hebben diverse personen zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van de schade die zij als gevolg van de door verdachte gepleegde strafbare feiten hebben geleden. Een overzicht van de gevorderde totaalbedragen en de bedragen die door de rechtbank worden toegewezen staat hierna in rubriek 11.

9.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] geheel kan worden toegewezen. Van de vorderingen van de benadeelde partijen van feit 3 kunnen de materiële schadebedragen worden toegewezen voor zover het de inkoopwaarde van de kaartjes betreft. Zij heeft verzocht om de vorderingen tot die bedragen toe te wijzen en de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren in hun vordering. Ten aanzien van de benadeelde partijen die immateriële schade hebben gevorderd kan voor elk van hen een bedrag van € 100,00 daarvoor worden toegekend. Wat meer aan immateriële schade is gevorderd dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Verder heeft zij verzocht de toegewezen bedragen (waar dit is gevorderd) te vermeerderen met de wettelijke rente en om de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op te leggen.

9.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van benadeelde [slachtoffer 1] bepleit dat aansluiting dient te worden gezocht bij de aankoopwaarde van de schoenen, € 219,95. In totaal kan dan € 244,94 worden toegewezen en voor het overige dient [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering.

Ten aanzien van de overige vorderingen is door de raadsman het volgende aangevoerd.

De vorderingen waarbij door de benadeelden geen informatie is verstrekt over de aanschafwaarde van het kaartje en geen stukken bij de vordering of aangifte zijn gevoegd dienen primair niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat ze niet zijn onderbouwd. Subsidiair is verzocht om de schade te schatten.

Ten aanzien van de benadeelden die de prijs vorderen die zij als verkoopbedrag overeen zijn gekomen meent de raadsman dat van de aanschafwaarde dient te worden uitgegaan. Het doel van toekenning van schadevergoeding is om de benadeelde terug te brengen in de positie waarin hij verkeerde voordat het feit werd gepleegd. Gederfde winst valt hier niet onder.

In de gevallen waarbij kosten in verband met het doen van aangifte zijn gevorderd verzoekt de verdediging de rechtbank om de benadeelde partijen in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

Tot slot is de gevorderde immateriële schade onvoldoende onderbouwd. Ook in deze onderdelen van de vorderingen dienen de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te worden verklaard.

9.4

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 1] - feit 1

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft € 500,00 aan materiële schade gevorderd. Dit bedrag bestaat uit € 475,00 aan de dagwaarde van de schoenen en € 25,00 aan wisselgeld dat benadeelde aan verdachte had gegeven. De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde partij door het onder 1 bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Gelet op de onderbouwing van de vordering – onder meer marktplaatsadvertenties van soortgelijke schoenen – is het aannemelijk dat de dagwaarde van de schoenen aanzienlijk hoger is dan de aanschafwaarde van € 219,95. Het bedrag dat door benadeelde wordt gevorderd is naar het oordeel van de rechtbank dan ook redelijk. De rechtbank zal de vordering tot materiële schadevergoeding tot een bedrag van in totaal € 500,00 toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd tot aan de dag van voldoening. De rechtbank zal daarbij de schadevergoedingsmaatregel zoals bedoeld in artikel 36f Sr opleggen.


Ten aanzien van de vorderingen behorend bij feit 3

Ontvankelijkheid vorderingen

De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde partijen door het onder 3 bewezen verklaarde feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Uit de vorderingen en de aangiftes blijkt dat de gevorderde materiële schadebedragen zijn gestoeld op de bedragen die de benadeelden niet hebben ontvangen voor de door hen opgestuurde concert-/festivalkaartjes en dat zij deze schade vergoed willen zien. Omdat de vorderingen op dat punt duidelijk zijn worden ook de vorderingen waarbij aanvullende stukken ontbreken ontvankelijk verklaard.

Het indienen van een vordering benadeelde partij is in beginsel vormvrij, mede gelet op het gegeven dat in de wet staat dat een vordering ook mondeling op de terechtzitting kan worden gedaan. Dat betekent dat ook de vorderingen die niet zijn ondertekend of volgens de verdediging op andere punten niet aan de wettelijke vereisten zouden voldoen ontvankelijk worden verklaard.

Algemene overweging

Gelet op de verschillende bedragen en kostenposten die zijn gevorderd zal de rechtbank de soorten (deel)vorderingen per soort behandelen:

  • -

    de gevorderde materiële schade is gebaseerd op de aankoopprijs van de kaartjes;

  • -

    de gevorderde materiële schade is gebaseerd op de met verdachte overeengekomen verkoopprijs van de kaartjes;

  • -

    immateriële schade;

  • -

    kosten gemaakt voor het doen van aangifte;

  • -

    reiskosten van en naar de terechtzitting.

Gevorderde schadebedragen die zien op de aankoopwaarde van de kaartjes

Uit de vorderingen, dan wel uit de aangiftes van de benadeelden, blijkt welk aankoopbedrag de benadeelden hebben betaald voor de tickets. Daarmee is voldoende onderbouwd dat de benadeelde partijen die gevorderde schade hebben geleden. De rechtbank zal deze vorderingen tot materiële schadevergoeding geheel toewijzen. Dit betreft de benadeelde partijen: [slachtoffer 6] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 38] , [slachtoffer 42] , [slachtoffer 39] , [slachtoffer 46] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 20] .

Gevorderde schadebedragen die zien op de overeengekomen verkoopprijs

Het doel van toekenning van schadevergoeding is om de benadeelde terug te brengen in een positie waarin hij verkeerde voordat het feit werd gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat van de dagwaarde van de tickets moet worden uitgegaan, omdat de kaarten op de dag van de oplichting een bepaalde waarde vertegenwoordigden die de benadeelden door het handelen van verdachte niet voor het kaartje/de kaarten hebben kunnen realiseren. Alhoewel in het geval van concert- of festivalkaartjes de dagwaarde vlak voor het concert/festival veelal hoger zal liggen dan de aanschafwaarde, vindt de rechtbank onvoldoende onderbouwd dat de met verdachte overeengekomen verkoopprijzen – soms 2 à 3 keer de aankoopwaarde – de werkelijke dagwaarde vertegenwoordigen. De rechtbank zal in deze gevallen de dagwaarde van de kaarten, op de voet van artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek, bij wijze van schatting bepalen op 120% van de aankoopprijs.

De vorderingen van de benadeelden die een materieel schadebedrag hebben gevorderd die onder de aankoopprijs plus 20% ligt, zullen geheel worden toegewezen.

De benadeelden die een hoger bedrag hebben gevorderd krijgen een bedrag toegewezen van 20% bovenop de aankoopprijs. Het meer gevorderde zal worden afgewezen.

Dit betreft de benadeelde partijen: [slachtoffer 35] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 44] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 45] , [slachtoffer 48] , [slachtoffer 34] , [slachtoffer 27] , [slachtoffer 50] , [slachtoffer 53] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 29] [slachtoffer 37] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 24] , [slachtoffer 55] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 31] , [slachtoffer 51] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 32] , [slachtoffer 30] , [slachtoffer 36] , [slachtoffer 47] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 26] , [slachtoffer 54] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 7] .

Gevorderde immateriële schade

Door de benadeelden is – kort gezegd – aangegeven dat zij veel stress hebben ervaren en dat zij hiervoor immateriële schadevergoeding willen ontvangen. De rechtbank kan zich voorstellen dat het feit stress kan hebben opgeleverd, maar voor toewijzing van immateriële schadevergoeding moet deze schade worden onderbouwd door bijvoorbeeld medische stukken. Alleen de beschrijving van de ervaren stress is onvoldoende. Omdat bij alle vorderingen waarbij immateriële schadevergoeding wordt verzocht die onderbouwing ontbreekt, worden al deze vorderingen voor dit deel afgewezen.

Dit betreft de benadeelde partijen: [slachtoffer 6] , [slachtoffer 29] [slachtoffer 46] , [slachtoffer 15] en [slachtoffer 7] .

Gevorderde bedragen in verband met het doen van aangifte

De vorderingen tot vergoeding van kosten gemaakt ten behoeve van het doen van aangifte zijn onvoldoende onderbouwd en komen om die reden niet voor vergoeding in aanmerking. Deze gevorderde schadebedragen worden daarom afgewezen. Dit betreft de volgende benadeelde partijen: [slachtoffer 35] , [slachtoffer 29] en [slachtoffer 5] .

Reiskosten van en naar de terechtzitting

Benadeelde partij [slachtoffer 48] heeft vergoeding gevorderd van de reiskosten van en naar de terechtzitting op 12 januari 2018. Dit deel van de vordering is onderbouwd en zal worden toegewezen tot een bedrag van € 31,24.

Toegewezen bedragen per benadeelde partij

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen worden de hierna in rubriek 11 te noemen bedragen toegewezen.

Wettelijke rente

De toegewezen bedragen worden, in de gevallen en voor de posten waarvoor dit is gevorderd, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd tot aan de dag van de algehele voldoening.

Ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal ten aanzien van alle benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36f, 57, 63, 209, 231b en 326 Sr.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 4 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 5 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 en 3 bewezen verklaarde:

Oplichting, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

Opzettelijk valse bankbiljetten uitgeven

en

opzettelijk bankbiljetten in voorraad hebben, waarvan de valsheid hem bekend was toen hij ze ontving en met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te geven.

Ten aanzien van het onder 5 bewezen verklaarde:

Identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk zijn identiteit te verhelen, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beslag

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

Nummer voorwerpen goednummer

30 1.00 STK Enveloppe Kl: oranje ING envelop met vals biljet 50 euro - 5295981

Gelast de teruggave aan verdachte van:

Nummer voorwerpen goednummer

1. STK Horloge Kl: goud ROLEX horlogeband gebroken 5295943

1. Geld Euro 3600.00: 9x100 52x50 2x20 1x10 5426826

2 1.00 STK Halsketting Kl: goud dichte schakels 5295946

3 1.00 STK Horloge Kl: zilver ROLEX 5295953

4 1.00 STK Armband Kl: Roze CARTIER 5295965

5 1.00 STK Armband CARTIER roze 5295966

6 1.00 STK Horloge Kl: zilver ROLEX 5295949

7 1.00 STK Horloge ROLEX Submariner 5296335

8 1.00 STK Horloge ROLEX OYSTER Perpetual 5295454

9 1.00 STK Jas Kl: zwart CANADA GOOSE 5295890

10 1.00 STK Jas Kl: rood MONCLER Bodywarmer 5295911

11 1.00 STK Riem LOUIS VUITTON 5295914

12 1.00 STK Riem HERMES 5295915

13 1.00 STK Tas Kl; grijs LOUIS VUITTON 5295897

14 1.00 STK Tas Kl: grijs LOUIS VUITTON schouder 5295901

15 1.00 STK Portemonnee Kl: grijs LOUIS VUITTON 5295902

16 1.00 STK Tas Kl: bruin LOUIS VUITTON 5295905

17 1.00 STK Tas Kl: grijs LOUIS VUITTON 5295906

18 1.00 STK Bodywarmer Kl: zwart MONCLER 5295908

19 1.00 STK Bodywarmer K1:rood MONCLER 5295909

20 1.00 STK Bodywarmer Kl: wit MONCLER 5295910

21 1.00 STK Jas SUSUDIO leren 5295987

22 3.00 STK Papier ABN AMRO 5295986

23 1.00 STK Tas K1:zwart AZURRO 5295551

24 1.00 STK Snoer oplaadsnoer van telefoon 5295546

25 4.00 STK Enveloppe Kl: wit ING 5295979

26 4.00 STK Kaart entree 4 krtn the boys meets world tour 5295989

27 1.00 STK Bankbescheiden ING overzicht rekeningoverzicht Ing 5295962

28 4.00 STK Enveloppe 5295967

29 1.00 STK Factuur AUDI 5295969

31 2.00 STK Papier acceptgiro 5295984

32 1.00 STK Papier briefje met cijfers en x-jes 5295458

33 1.00 STK Papier Franse vispas 5295553

34 1.00 STK Papier vel met namen, tijden en bedragen 5295529

35 26.00 STK Enveloppe lege enveloppen 5295573

36 1.00 STK Tas Kl: bruin schouder 5295549

37 1.00 STX Schoeisel Kl: zwart ADIDAS yeezy 5295433

38 1.00 STK Riem Kl: lichtbruin 5295449

39 1.00 STK Pet X1:zwart BROOKLYN N.Y. 5295457

40 1.00 STK Pas VISA 5295971

41 1.00 STK Pas AMERICAN EXPRES bank 5295974

42 1.00 STK Tas DELL computer 5295957

43 1.00 STK Doos ADIDAS yeezyboost 5295916

44 1.00 STK Bon HERMES kassabon 5295920

45 4.00 STK Doos Kl: bruin LOUIS VUITTON 5295924

46 1.00 STK Doos Kl: oranje HERMES 5295925

47 2.00 STK Manchetknoop GUCCI 5295926

48 2.00 STK Manchetknoop GUCCI 5295927

49 1.00 STK Sjaal LOUIS VUITTON 5295928

50 1.00 STK Computer Kl: zilver APPLE + toetsenbord en muis 5295868

51 1.00 STK Zaktelefoon Kl: zwart APPLE IPhone 5295428

52 1.00 STK Zaktelefoon Kl: zwart APPLE IPhone 5295432

53 1.00 STK Simkaart van zaktelefoon TELE2 5295874

54 1.00 STK Simkaart van zaktelefoon LYCAMOBILE 5295877

55 1.00 STK Simkaart van zaktelefoon LEBARA 5295880

56 1.00 STK USB-stick (memorykaart) Kl: zwart 5295882

57 1.00 STK USB-stick (memorykaart) Kl: wit 5295883

58 1.00 STK Enveloppe rechtszaak papieren bedrijf 5295970

Benadeelde partijen:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de hierna te noemen benadeelde partijen, ter zake van materiële schade, van de in de betreffende kolom achter hun naam vermelde bedragen;

- voor zover van toepassing, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de voldoening;

- veroordeelt verdachte in de door benadeelde partij [slachtoffer 48] gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 31,24;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten door de hierna te noemen benadeelde partijen gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- wijst de vorderingen voor het overige af;

- legt aan verdachte tevens de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen benadeelde partijen de toegewezen bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;

- bepaalt dat, als en voor zover verdachte ten aanzien van een benadeelde partij aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen:

Naam

Totaal gevorderd

Toegewezen materieel schadebedrag

Dagen hechtenis 36f

Wett. rente

Dhr. [slachtoffer 35]

€ 140,43

€ 97,80 (zevenennegentig euro en tachtig cent)

1

ja

Dhr. [slachtoffer 12]

€ 200,00

€ 158,40 (honderdachtenvijftig euro en veertig cent)

3

ja

Dhr. [slachtoffer 6]

€ 384,00

€ 134,00 (honderdvierendertig euro)

2

ja

Dhr. [slachtoffer 1]

€ 500,00

€ 500,00 (vijfhonderd euro)

10

ja

Mw. [slachtoffer 11]

€ 600,00

€ 600,00 (zeshonderd euro)

12

ja

Dhr. [slachtoffer 44]

€ 175,00

€ 160,80 (honderdzestig euro en tachtig cent)

3

ja

Dhr. [slachtoffer 23]

€ 500,00

€ 440,40 (vierhonderdveertig euro en veertig cent)

8

ja

Mw. [slachtoffer 21]

€ 145,00

€ 145,00 (honderdvijfenveertig euro)

2

ja

Mw. [slachtoffer 45]

€ 280,00

€ 189,60 (honderdnegenentachtig euro en zestig cent)

3

ja

Mw. [slachtoffer 48]

€ 151,24

€ 125,00 (honderdvijfentwintig euro)

2

ja

Dhr. [slachtoffer 34]

€ 115,00

€ 88,20 (achtentachtig euro en twintig cent)

1

ja

Dhr. [slachtoffer 27]

€ 120,00

€ 79,20 (negenenzeventig euro en twintig cent)

1

ja

Dhr. [slachtoffer 50]

€ 210,00

€ 163,20 (honderddrieënzestig euro en twintig cent)

3

ja

Dhr. [slachtoffer 53]

€ 130,00

€ 94,80 (vierennegentig euro en tachtig cent)

1

ja

Dhr. [slachtoffer 17]

€ 450,00

€ 313,20 (driehonderddertien euro en twintig cent)

6

ja

Dhr. [slachtoffer 29]

€ 770,00

€ 79,20 (negenenzeventig euro en twintig cent)

1

ja

Mw. [slachtoffer 38]

€ 149,20

€ 149,20 (honderdnegenenveertig euro en twintig cent)

2

ja

Mw. [slachtoffer 46]

€ 268,35

€ 168,35 (honderdachtenzestig euro en vijfendertig cent)

3

ja

Dhr. [slachtoffer 37]

€ 2.075,00

€ 1.461,60 (veertienhonderd-eenenzestig euro en zestig cent)

24

nee

Dhr. [slachtoffer 18]

€ 360,00

€ 215,70 (tweehonderdvijftien euro en zeventig cent)

4

ja

Dhr. [slachtoffer 24]

€ 110,00

€ 104,40 (honderdvier euro en veertig cent)

2

ja

Dhr. [slachtoffer 55]

€ 190,00

€ 150,00 (honderdvijftig euro)

3

ja

Mw. [slachtoffer 16]

€ 170,00

€ 115,50 (honderdvijftien euro en vijftig cent)

2

ja

Dhr. [slachtoffer 5]

€ 260,00

€ 150,00 (honderdvijftig euro)

3

ja

Mw. [slachtoffer 4]

€ 136,00

€ 136,00 (honderdzesendertig euro)

2

ja

Dhr. [slachtoffer 31]

€ 120,00

€ 79,20 (negenenzeventig euro en twintig cent)

1

ja

Mw. [slachtoffer 51]

€ 200,00

€ 200,00 (tweehonderd euro)

4

ja

Dhr. [slachtoffer 14]

€ 300,00

€ 208,80 (tweehonderdacht euro en tachtig cent)

4

ja

Mw. [slachtoffer 32]

€ 80,00

€ 59,40 (negenenvijftig euro en veertig cent)

1

ja

Dhr. [slachtoffer 30]

€ 288,78

€ 288,78 (tweehonderdachtentachtig euro en achtenzeventig cent)

5

nee

Mw. [slachtoffer 54]

€ 135,00

€ 94,80 (vierennegentig euro en tachtig cent)

1

ja

Dhr. [slachtoffer 47]

€ 150,00

€ 150,00 (honderdvijftig euro)

3

ja

Dhr. [slachtoffer 42]

€ 173,00

€ 173,00 (honderddrieënzeventig euro)

3

ja

Dhr. [slachtoffer 39]

€ 80,00

€ 80,00 (tachtig euro)

1

ja

Dhr. [slachtoffer 36]

€ 1.300,00

€ 470,40 (vierhonderdzeventig euro en veertig cent)

9

ja

Dhr. [slachtoffer 26]

€ 120,00

€ 94,24 (vierennegentig euro en vierentwintig cent)

1

ja

Mw. [slachtoffer 8]

€ 450,00

€ 321,60 (driehonderdeenentwintig euro en zestig cent)

6

ja

Dhr. [slachtoffer 20]

€ 66,00

€ 66,00 (zesenzestig euro)

1

ja

Mw. [slachtoffer 15]

€ 650,00

€ 400, (vierhonderd euro )

8

ja

Dhr. [slachtoffer 7]

€ 2.295,00

€ 1.557,00 (vijftienhonderdzevenenvijftig euro)

25

ja

Totaal

€ 10.326,57 (tienduizend driehonderdzesentwintig euro en zevenenvijftig cent)

177

-

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter,

mrs. G.H. Marcus en J. Huber, rechters

in tegenwoordigheid van mr. M. van der Mark, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 januari 2018.

1 Artikel 63 Sr bepaalt dat in het geval gelijktijdige berechting met andere strafbare feiten mogelijk was, maar niet heeft plaatsgevonden, daarmee in de strafmaat rekening wordt gehouden als ware de feiten wel op één zitting afgedaan.