Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:3768

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-05-2018
Datum publicatie
01-06-2018
Zaaknummer
6559112 CV EXPL 18-198
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een cursist die een ICT-opleiding volgde krijgt de helft van het lesgeld terug. De cursist was volgens de kantonrechter met recht ontevreden over het gebodene: de opleiding bood onvoldoende structuur en kwaliteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 6559112 CV EXPL 18-198

vonnis van: 28 mei 2018

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie

nader te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. H.D. Wind

T e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde in conventie, tevens eiser in reconventie

nader te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

  • -

    dagvaarding van 21 december 2017, met producties;

  • -

    antwoord in conventie, met eis in reconventie, met producties;

  • -

    antwoord in reconventie;

  • -

    instructievonnis.

In het instructievonnis is bepaald dat een bijeenkomst van partijen zal plaats vinden. Deze is gehouden op 25 april 2018. [gedaagde] is in persoon verschenen. [eiseres] is ook in persoon verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht, [gedaagde] aan de hand van pleitnotities. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord.

Bepaald is dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

[gedaagde] heeft aan [eiseres] een offerte uitgebracht voor een door [eiseres] te volgen ICT-opleiding tot Data-scientist, Big Data, en BI specialist en BI Consultant.

1.2.

Het betreft een fulltime opleiding gedurende 50 dagen, level 1, met een duur van 3 maanden, met als startdatum 9 januari 2017.

1.3.

[gedaagde] biedt ook een level 2 opleiding aan. Bij het slagen voor de level 2 opleiding wordt een baangarantie geboden.

1.4.

[eiseres] heeft de offerte voor de level 1 opleiding op 23 december 2017 ondertekend.

1.5.

In de offerte is bij “werkwijze/stappenplan” vermeld dat een 100 % beschikbaarheid en aanwezigheid verplicht is tijdens de training.

1.6.

Onder de kop “ter hand stellen algemene voorwaarden” vermeldt de offerte het volgende:

“De ondergetekende verklaart een algemene voorwaarde ter hand te hebben ontvangen van de navolgende documenten welke een onverbrekelijk geheel vormen met deze overeenkomst:

Module AlgemeenOp iedere transactie van toepassing

Module 1: Licentie voor programmatuur

Module 2: Ontwikkeling van programmatuur

Module 3: Onderhoud van programmatuur

Module 4: Application Service Provision, Software as a Service en Computerservice

Module 5: Ontwikkeling en onderhoud van een website

Module 6: Webhosting

Module 7: Detacheringsdiensten

Module 8: Opleidingen en trainingen

Module 9: Advisering, consultancy en projectmanagement

Module 10: Overige diensten

Module 11: Verkoop van IT-, telecommunicatie- en kantoorapparatuur en andere zaken

Module 12: Verhuur van IT-, telecommunicatie- en kantoorapparatuur

Module 13: Onderhoud van IT-, telecommunicatie- en kantoorapparatuur

Module 14: Toegang tot internet

Module 15: Telecommunicatiediensten

- Module 16: Financiering en leasing van ICT

- Studie richtlijnen en voorwaarde XADAT.NL;

- Onderwijs Examen Regelementen XADAT.NL 2016;

- Huishoudelijke regelementen”

1.7.

Het document “Huishoudelijke Regelementen XADAT NL 2016-Leefregels” (productie 11 bij de de conclusie van antwoord in conventie) vermeldt onder 2.2.2:

“De “kostgeld omscholen naar ict” prijs voor het ganse schooljaar en de opdeling ervan per maand wordt jaarlijks vastgesteld door de Raad van Bestuur van XADAT.NL11. Voor het schooljaar 2016-2019 bedraagt de “Kostgeld (in euro) omscholen naar ict” prijs (level 1) 2500,00 + (level2) 5.000 per student .”

1.8.

[eiseres] is op 9 januari 2017 met de opleiding gestart

1.9.

[eiseres] heeft de opleiding gevolgd tot 5 april 2017. Volgens [eiseres] is zij met ingang van 5 april 2017 afgesloten van het digitale netwerk van [gedaagde] , zodat zij de opleiding wel moest staken; [gedaagde] heeft uitdrukkelijk betwist dat [eiseres] van het digitale netwerk is afgesloten.

1.10.

Bij brief van haar gemachtigde van 16 oktober 2017 stelt [eiseres] zich op het standpunt dat er sprake is van bedrog, althans van toerekenbare tekortkomingen aan de zijde van [gedaagde] en vordert zij het volledige bedrag van de opleidingskosten, derhalve € 2.500,-, terug. Daarnaast vordert [eiseres] schadevergoeding.

1.11.

Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat in de procedure die bij de kantonrechter bekend is met nummer CV17-29060 door mevrouw [naam medecursist] , medecursist van [eiseres] , getuigenverklaringen in het zijn geding gebracht van [naam 1] en [naam 2] .

Vorderingen en verweer in conventie en in reconventie

2. [eiseres] vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad wordt veroordeelt tot terugbetaling van het cursusgeld, ad € 2.500,-. [eiseres] vordert ook schadevergoeding ten bedrage van (zo leest de kantonrechter de vordering) € 2.438,95. Tot slot vordert [eiseres] de eigen bijdrage ad € 196,- en de proceskosten.

3. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat [gedaagde] haar heeft bedrogen, door haar onder valse voorwendselen een opleiding aan te bieden van drie maanden en een baangarantie in het vooruitzicht te stellen, terwijl de kwaliteit van de door [gedaagde] gegeven opleiding volstrekt onder de maat was, de organisatie aan alle kanten rammelde en het voor de cursisten vanaf de aanvang af niet duidelijk was waar ze aan toe waren met het aangeboden programma en de examens. [eiseres] meent dat zij door [gedaagde] is opgelicht en dat haar ten onrechte geld is afgetroggeld. Er is sprake van regelrecht bedrog, althans van wanprestatie.

4. [eiseres] vordert daarom het cursusgeld ad € 2.500,- terug. Zij vordert voorts schadevergoeding. Deze bestaat uit drie posten. Allereerst een bedrag van € 2.100,-, omdat [eiseres] als schoonmaakster werkzaam was voor € 700,- per maand, welk werk zij heeft opgegeven om de drie maanden durende opleiding te kunnen volgen.

5. Verder heeft [gedaagde] [eiseres] aangeraden om voor wiskunde B Havo examen te doen, om de kans van slagen bij de driemaandelijkse opleiding van [gedaagde] groter te maken. Nu [gedaagde] ’s opleiding waardeloos was heeft [eiseres] ook niets aan het advies van hem met betrekking tot het Havo examen. [eiseres] heeft studiematerieel gekocht en examengeld betaald, voor een bedrag van € 279,-. Voorts heeft [eiseres] een calculator aangeschaft ten bedrage van € 59,95.

6. Ðe drie bedragen opgeteld maken samen het gevorderde bedrag aan schadevergoeding van € 2.438,95, aldus steeds [eiseres] .

7. [gedaagde] voert verweer. Hij stelt hiertoe, samengevat en zakelijk weergegeven, dat hij IT ondernemer is en meer dan tien jaar ervaring heeft in de IT sector. De onderneming is gevestigd aan de [adres] te [plaats] . Hij biedt zijn afnemers, waaronder [eiseres] , de mogelijkheid een opleiding en trainingen te volgen via een ”coding bootcamp” voor de opleiding BI consultant.

8. [eiseres] heeft via een digitale inschrijving gekozen voor de fulltime dagopleiding maatwerk level 1 ter waarde van € 2.500,-.

9. Het is van groot belang voor het slagen van de opleiding dat de cursist altijd aanwezig is. Het is aan [eiseres] te wijten dat zij veelvuldig te laat kwam of helemaal niet kwam. Zij zei dan dat ze voor de kinderen moest zorgen, de kinderen naar de crèche moest brengen of ze had hoofdpijn.

10. [eiseres] was vaker niet dan wel aanwezig. [eiseres] haalde ongeveer 20 % aanwezigheid. Haar is te kennen gegeven dat zij de mogelijkheid heeft om te herkansen.

11. Al met al heeft [gedaagde] [eiseres] geboden hetgeen geoffreerd was. Niet meer maar ook niet minder. Van dwaling of bedrog kan dan ook geen sprake zijn en van een toerekenbare tekortkoming evenmin, aldus steeds [gedaagde] .

12. [gedaagde] heeft een tegenvordering ingediend. Deze luidt, na wijziging van eis, als volgt: [gedaagde] vordert veroordeling van [eiseres] tot betaling aan [gedaagde] van € 5.000,- in verband met inschrijving voor de avondopleiding, level 2, van [gedaagde] , met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure, de nakosten daaronder begrepen.

13. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat [eiseres] zich, met het ondertekenen van de offerte voor de (dag)opleiding level 1, tevens heeft gecommitteerd aan het volgen en betalen van de (avond)opleiding level 2. Immers heeft [eiseres] getekend voor de ontvangst van de algemene voorwaarden en tot die voorwaarden behoren eveneens de huishoudelijke reglementen. In het reglement, bedoeld onder 1.8, staat vermeld dat de kosten voor de opleiding level 1 en level 2 respectievelijk € 2.500,- en € 5.000,- bedragen. Met het ondertekenen van de offerte heeft [eiseres] zich verbonden om € 2.500,- en € 5.000,- te voldoen. Nu zij slechts € 2.500,- heeft voldaan is [eiseres] nog het bedrag van € 5.000,- verschuldigd.

14. [eiseres] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dit verweer zal, voor zover van belang, hierna worden besproken en beoordeeld.

Beoordeling in conventie

15. De kantonrechter is van oordeel dat van bedrog geen sprake is. Niet aangenomen wordt dat [gedaagde] opzettelijk een valse voorstelling van zaken heeft gegeven. Dat het gaat om een fulltime opleiding waarbij de verplichting bestaat om de volledige cursustijd aanwezig te zijn staat duidelijk verwoord in de door [eiseres] ondertekende offerte. Voor zover de vordering is gegrond op bedrog wordt deze derhalve afgewezen.

16. De vraag is dan of [gedaagde] jegens [eiseres] toerekenbaar tekort is geschoten. Daarvoor moet worden beoordeeld of de studenten, waaronder [eiseres] , hebben gekregen hetgeen zij op grond van de gemaakte afspraken mochten verwachten. Geoordeeld wordt dat [eiseres] niet heeft gekregen hetgeen zij, alle omstandigheden in aanmerking nemend, van de opleiding mocht verwachten.

17. Naar het oordeel van de kantonrechter moet op grond van de stellingen van [eiseres] en de schriftelijke getuigenverklaringen, genoemd onder 1.11, in rechte worden aangenomen dat [gedaagde] jegens [eiseres] toerekenbaar tekort is geschoten.

18. Immers staat op grond van de stellingen van [eiseres] , ondersteund door de getuigenverklaringen van [naam 1] en [naam 2] , het volgende vast:

-er was onvoldoende structuur in de opleiding qua planning en inzichtelijkheid

-het lesgeven was van onvoldoende kwaliteit

-er waren incomplete readers

-de studenten hadden regelmatig geen toegang tot software programma’s

-tentamens werden niet of nauwelijks nagekeken

-er werd geen certificaat afgegeven bij het afronden van level 1

-er bestond geen hulp bij solliciteren.

19. [eiseres] heeft niet betwist dat zij de opleiding in de periode van 9 januari 2017 tot 5 april 2017 heeft gevolgd. Gelet hierop kan in het midden blijven of [eiseres] al dan niet was afgesloten van het digitale netwerk, zoals [eiseres] heeft betoogd en [gedaagde] heeft betwist. Dat betekent dat [eiseres] op grond van artikel 7:405 BW in beginsel het overeengekomen loon, te weten € 2.500,- verschuldigd is.

20. Dit bedrag is [eiseres] alleen dan verschuldigd, als ervan moet worden gegaan dat de opleiding voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Onder 18 is echter vast gesteld dat de opleiding slechts gedeeltelijk voldeed aan de daaraan te stellen eisen, waarbij [gedaagde] slechts voor een deel de gemaakte afspraken is nagekomen en [eiseres] slechts voor een deel van de opleiding profijt heeft gehad. Schattenderwijs gaat de kantonrechter ervan uit dat [gedaagde] voor slechts 50 % heeft gepresteerd en dat [eiseres] voor 50 % profijt van de opleiding heeft gehad. Hieruit volgt dat [eiseres] aan [gedaagde] verschuldigd is de somma van (€ 2.500,- : 2 =) € 1.250,-. Nu zij € 2.500,- heeft betaald, moet [gedaagde] aan [eiseres] terugbetalen het bedrag van € 1.250,-.

21. Tot betaling van dit bedrag zal [gedaagde] worden veroordeeld.

21. Ten aanzien van de door [eiseres] gevorderde schadeposten overweegt de kantonrechter als volgt.

23. Geoordeeld wordt dat [eiseres] niet heeft aangetoond, dat zij uitsluitend door het volgen van de opleiding geen werkzaamheden als schoonmaakster heeft verricht. Zij heeft dit enkel gesteld en niet nader onderbouwd. Daarom zal deze schadepost, als staande in een te ver verwijderd oorzakelijk verband, worden afgewezen.

23. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij [eiseres] heeft geadviseerd het Havo wiskunde B examen te halen om haar kansen te vergroten om de opleiding level 1, gegeven door [gedaagde] , met succes af te ronden. Nu [gedaagde] ten aanzien van het geven van deze opleiding tekort is geschoten, is de kantonrechter met [eiseres] van oordeel dat de betreffende schadeposten een rechtstreeks gevolg zijn (en daarom in voldoende verband staan met) het volgen van de opleiding, waarvan is vastgesteld dat deze tekortkomingen vertoont. Daarom zal [gedaagde] worden veroordeeld deze schadeposten (€ 279,- + € 59,95 = ) € 338,95 aan [eiseres] te voldoen.

25. De gevorderde eigen bijdrage is niet toewijsbaar.

26. Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

Beoordeling in reconventie

27. Tussen partijen staat vast dat [eiseres] slechts één offerte heeft ondertekend, namelijk die betreffende level 1. In deze offerte wordt niet verwezen naar level 2.

28. [gedaagde] heeft gesteld dat uit het onder 1.7 bedoelde huishoudelijk reglement (artikel 2.2.2) volgt dat [eiseres] zich ook heeft verbonden om level 2 te volgen en hiervoor € 5.000,- te betalen.

29. De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in deze redenering. Vastgesteld moet worden dat het betreffende huishoudelijk reglement, zijnde algemene voorwaarden, niet op de overeenkomst van toepassing is. Immers heeft [gedaagde] ter zitting erkend dat hij deze algemene voorwaarden niet aan [eiseres] ter hand heeft gesteld. Voor de toepasselijkheid is onvoldoende dat de algemene voorwaarden online beschikbaar zijn, zoals door [gedaagde] is aangevoerd.

30. De vordering van [gedaagde] zal daarom worden afgewezen.

31. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] in de kosten worden veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

In conventie

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 1.250,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 september 2017 tot de dag van de voldoening;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 338,95,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 september 2017 tot de dag van de voldoening;

bepaalt dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af;

In reconventie

wijst de vordering af;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op € 300,- aan salaris voor de gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief BTW.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 50,- aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,- aan kosten van betekening onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

In conventie en in reconventie

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter