Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:3620

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-02-2018
Datum publicatie
07-06-2018
Zaaknummer
C/13/643060/ HA RK 18/45
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoek als zijnde kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen. Beslissing buiten zitting. Contact rechter en wederpartij? Uit de inhoud van de brief van 18 december 2017 volgt niet dat er contact is geweest tussen een rechter en de wederpartij, laat staan dat er contact is geweest tussen mr. Belcheva en de wederpartij. De brief betreft een gebruikelijk verzoek van de griffier aan de wederpartij om de op de zaak betrekking hebbende stukken- en een verweerschrift in te dienen. Als er al stukken in het dossier zijn aangetroffen die door de rechtbank aan de wederpartij ter beschikking zouden zijn gesteld, hetgeen geenszins vast staat, is gesteld noch gebleken waarom dit zou duiden op vooringenomenheid bij mr. Belcheva. Uit het verzoek blijkt niet dat het betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste rechter. Het enkele noemen van haar naam is daartoe niet voldoende

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het op bij brief van 8 februari 2018 schriftelijk gedane en onder rekestnummer C/13/643060/ HA RK 18/45 ingeschreven verzoek van:

[verzoekster] ,

wonende te [ ],

verzoekster,

welk verzoek strekt tot wraking van mr. A.D. Belcheva, bestuursrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1 Verloop van de procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:

 Het schriftelijke wrakingsverzoek met bijlagen van 8 februari 2018;

 De in de brief van 8 februari 2018 genoemde brieven van 18 december 2017 en 7 februari 2018 in de procedure met zaaknummers [zaaknummer 1] en [zaaknummer 2] .

2 De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1

Verzoekster heeft bij deze rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar. De behandeling van dit beroep is bepaald op dinsdag 20 februari 2018. De behandelend rechter op die zitting is mr. Belcheva.

2.2

In artikel 8:16 van de Algemene Wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt, op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.3

Verzoekster voert aan dat uit de brief van 18 december 2017 blijkt dat er contact is geweest tussen de rechter en de wederpartij inzake het samenvoegen van de zaken. Ondanks dit gegeven, staat in de brief van 7 februari 2018 vermeld dat de aangewezen rechter niet eerder betrokken is geweest bij eerdere beslissingen in deze zaak. Daarnaast heeft verzoekster in het dossier [zaaknummer 1] stukken gevonden, die blijkbaar door de rechtbank beschikbaar zijn gesteld aan de wederpartij. Deze stukken zijn door verzoekster aan de rechtbank beschikbaar gesteld voor een andere zaak, aldus verzoekster.

2.4

De wrakingskamer overweegt dat uit de inhoud van de brief van 18 december 2017 niet volgt dat er contact is geweest tussen een rechter en de wederpartij, laat staan dat er contact is geweest tussen mr. Belcheva en de wederpartij. De brief betreft een gebruikelijk verzoek van de griffier aan de wederpartij om de op de zaak betrekking hebbende stukken- en een verweerschrift in te dienen. Als er al stukken in het dossier zijn aangetroffen die door de rechtbank aan de wederpartij ter beschikking zouden zijn gesteld, hetgeen geenszins vast staat, is gesteld noch gebleken waarom dit zou duiden op vooringenomenheid bij mr. Belcheva.

2.5

Nu uit het verzoek niet blijkt dat het betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste rechter, het enkele noemen van haar naam is daartoe niet voldoende, dient het verzoek aanstonds als kennelijk niet-ontvankelijk te worden afgewezen. Voor een mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 8:18 Awb bestaat geen aanleiding. Het in deze bepaling als vanzelfsprekend opgenomen recht op hoor en wederhoor is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Aan dat onderzoek komt de rechtbank niet toe omdat het verzoek aanstonds niet-ontvankelijk wordt verklaard.

2.5

Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De rechtbank:

 verklaart verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.

Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, A.W.J. Ros en P.B. Martens, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 februari 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.