Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:3611

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-02-2018
Datum publicatie
28-05-2018
Zaaknummer
642858 HARK 18-35
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek niet ontvankelijk verklaard omdat het verzoek tot wraking is gedaan nadat uitspraak is gedaan in de hoofdzaak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het op bij ongedateerde brief ingekomen op 8 februari 2018 schriftelijk gedane en onder rekestnummer C/13/642858/ HA RK 18/35 ingeschreven verzoek ingediend door:

[verzoeker] ,

wonende te [ ],

verzoeker,

welk verzoek strekt tot wraking van mr. H.M. Patijn, kantonrechter, hierna: de rechter.

1 Verloop van de procedure

De wrakingskamer heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:

 Het schriftelijke wrakingsverzoek ingekomen 6 februari 2018;

 Het proces-verbaal van de openbare zitting van 23 november 2017 van de behandeling van het door verzoeker ingesteld beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving van verkeersvoorschriften (hierna verder: de Wahv).

2 De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1

Op 23 november 2017 heeft ten overstaan van de rechter de behandeling plaatsgevonden van het door verzoeker ingestelde beroep tegen een aan hem bij beschikking van 8 juni 2016 opgelegde sanctie in het kader van de Wahv. Bij beslissing van 23 november 2017 is het beroep ongegrond verklaard. Een afschrift van deze beslissing is op 22 december 2017 verzonden, waarbij is gewezen op de mogelijkheid hoger beroep tegen de beslissing in te stellen.

2.2

In artikel 8:16 van de Algemene Wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt, op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.3

Nu de wet niet voorziet in de mogelijkheid van wraking nadat uitspraak is gedaan in de hoofdzaak, immers de rechter heeft dan geen zaak van verzoeker meer in behandeling, dient verzoeker in zijn verzoek met betrekking tot die zaak niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.4

Voor een mondelinge behandeling van het verzoek bestaat geen aanleiding. Het in artikel 8:18 lid 1 Awb als vanzelfsprekend opgenomen recht op hoor en wederhoor is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Aan dat onderzoek komt de rechtbank niet toe omdat het verzoek aanstonds niet-ontvankelijk wordt verklaard.

2.5

Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De rechtbank:

 verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.

Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, A.W.J. Ros en P.B. Martens, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 februari 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.