Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:3420

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-04-2018
Datum publicatie
28-05-2018
Zaaknummer
6577034 \ CV EXPL 18-1059
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zaak wordt verwezen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank omdat verklaringen voor recht worden gevorderd, terwijl geen duidelijke aanwijzingen bestaan dat deze verklaringen een lagere waarde vertegenwoordigen dan €25.000.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer en rolnummer: 6577034 \ CV EXPL 18-1059

vonnis van de kantonrechter van 13 april 2018 in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ANGLO DUTCH MINING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

gemachtigde: mr. J. Cortet,

t e g e n

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats], [land],

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

gemachtigde: mr. E. Heuzeveldt.

Partijen worden hierna ADM en [gedaagde] genoemd.

1 Verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 13 november 2017, met producties;

- de incidentele conclusie tot onbevoegdheid van de Nederlandse rechter van [gedaagde] ;

- de incidentele conclusie van antwoord van ADM;

- de brief van de griffier van 20 maart 2018 inzake het voornemen van de kantonrechter om de zaak te verwijzen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank;

- de brief van mr. Heuzeveldt van 21 maart 2018; en,

- de brief van mr. Cortet van 22 maart 2018, tevens houdende akte voorwaardelijke wijzing van eis.

1.2.

Daarna is de zaak voor vonnis in het door [gedaagde] opgeworpen bevoegdheidsincident verwezen.

2 Het geschil

2.1.

In de dagvaarding vordert ADM dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. primair voor recht verklaart dat [gedaagde] te kort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen voortvloeiende uit de door hem ondertekende aanmeldingsformulieren, waardoor ADM schade heeft geleden;

  2. subsidiair voor recht verklaart dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens ADM, waardoor ADM schade heeft geleden;

  3. [gedaagde] veroordeelt om aan ADM te voldoen een vergoeding van de door ADM als gevolg van voormeld handelen van [gedaagde] geleden materiële- en immateriële schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

  4. voor recht verklaart dat [gedaagde] gehouden is om de toegezegde investering ten bedrage van € 20.600,00 aan ADM te voldoen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 augustus 2016, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag van volledige betaling;

  5. [gedaagde] veroordeelt om aan ADM te voldoen bij wijze van voorschot op deze schade een bedrag van € 2.000,00 gebaseerd op de in de dagvaarding begrote schadeposten;

  6. bepaalt dat [gedaagde] aan ADM de buitengerechtelijke kosten is verschuldigd van € 2.168,87; en,

  7. bepaalt dat [gedaagde] aan ADM de kosten van deze procedure is verschuldigd, waaronder begrepen nasalaris advocaat, met bepaling dat [gedaagde] de kosten aan ADM dient te voldoen binnen veertien dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis, bij gebreke waarvan hij de wettelijke rente over de kosten verschuldigd is.

2.2.

De griffier heeft partijen per brief geïnformeerd over het voornemen van de kantonrechter om de zaak te verwijzen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank omdat het door ADM gevorderde buiten de competentiegrens van de kantonrechter valt.

2.3.

ADM heeft in reactie op de brief van de griffier haar eis bij akte (voorwaardelijk) gewijzigd. Indien de kantonrechter van oordeel is dat de vordering hoger is dan € 25.000,00, dan handhaaft ADM niet langer haar vordering tot betaling van € 2.000,00 als voorschot op haar schade. In het geval ook dan de kantonrechter van oordeel is dat het gevorderde buiten de competentiegrens valt, verzoekt ADM om verwijzing naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken. [gedaagde] stelt zich kort gezegd op het standpunt dat de kantonrechter niet bevoegd is om kennis te nemen van deze zaak, omdat de vordering hoger is dan € 25.000,00.

3 De beoordeling

3.1.

De door ADM gevorderde verklaringen voor recht betreffen vorderingen van onbepaalde waarde. De kantonrechter overweegt dat dergelijke vorderingen in beginsel worden behandeld door een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank. Ingevolge artikel 93, aanhef en onder b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) worden dergelijke vorderingen behandeld en beslist door de kantonrechter als er duidelijke aanwijzingen bestaan dat het gevorderde geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,00. Afstand doen van het meerdere boven de € 25.000,00 is aan te merken als een dergelijke duidelijke aanwijzing.

3.2.

De kantonrechter overweegt dat er in dit geval geen duidelijke aanwijzingen bestaan dat de gevorderde verklaringen voor recht geen hogere waarde vertegenwoordigen dan € 25.000,00. Integendeel zelfs, in de dagvaarding worden diverse schadeposten genoemd die een gezamenlijke waarde vertegenwoordigen van ongeveer € 100.000,00. De gevorderde verklaringen voor recht strekken tot vergoeding van die schade, nader op te maken bij staat. De akte wijziging van eis maakt dit niet anders nu de vorderingen tot het afgeven van verklaringen voor recht worden gehandhaafd en ADM geen afstand heeft gedaan van het meerdere boven de € 25.000,00. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank en niet de kantonrechter bevoegd is deze zaak te behandelen, althans voor zover de Nederlandse rechter bevoegd is, want dat wordt door [gedaagde] betwist. Op grond van artikel 71, eerste lid van het Rv wordt de zaak daarom in de stand waarin deze zich nu bevindt verwezen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

verklaart zich onbevoegd om van de vorderingen van ADM kennis te nemen;

4.2.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt (vonnis in het door [gedaagde] opgeworpen bevoegdheidsincident) naar de rolzitting van een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank van woensdag 25 april 2018 te 10.00 uur;

4.3.

wijst partijen erop dat voor ADM nog een bedrag van € 998,00 aan griffierecht zal worden bijgeheven en dat [gedaagde] een griffierecht van € 895,00 verschuldigd zal zijn; en,

4.4.

wijst partijen erop dat zij voor wat betreft het vervolg van deze procedure slechts door tussenkomst van een advocaat proceshandelingen kunnen verrichten.

Aldus gewezen door mr. Y. Moussaoui, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 april 2018.