Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:3416

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-03-2018
Datum publicatie
22-05-2018
Zaaknummer
6292268 / CV EXPL 17-20768
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Reservering van twee villa's en een vergaderarrangement is later bevestigd. Eieres mocht vertrouwen op de bevoegdheid van de medewerker van gedaagde. Er is dan ook overeenstemming bereikt over de boeking, Recron-voorwaarden zijn niet ter hand gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2018, afl. 4, p. 225
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: 6292268 / CV EXPL 17-20768

vonnis van de kantonrechter van 16 maart 2018 in de zaak van

de besloten vennootschap

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeente] ,

eiseres,

gemachtigde: P.M.F. Otten,

t e g e n

de besloten vennootschap

PLATINUM AGENCY B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. E. Holthuizen.

Partijen worden hierna [eiseres] en Platinum Agency genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 29 augustus 2017, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 2 november 2017, waarbij een comparitie van partijen is

bepaald;

  • -

    de akte wijziging van (grondslag van) eis van 9 januari 2018;

  • -

    de op de comparitie van partijen van 15 januari 2018 door mr. M.C. Dirks namens [eiseres] voorgedragen pleitnota;

  • -

    de akte uitlating wijziging van (grondslag van) eis na comparitie van Platinum Agency; en,

  • -

    de antwoordakte van [eiseres] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] verhuurt luxe villa’s en verzorgt vergaderarrangementen.

2.2.

Platinum Agency richt zich op onder andere het boeken en managen van artiesten in de entertainmentbranche.

2.3.

Op 11 november 2016 mailt mevrouw [naam 1] (medewerker van Platinum Agency, hierna ‘ [naam 1] ’) met een e-mailadres eindigend op ‘ [e-mailadres] ’ het volgende aan [eiseres] : “(…) ik (zou) graag een officiële reservering willen plaatsen voor woensdag 25 tot 26 januari, 2017. (…) Tot slot ontvang ik graag een financieel voorstel met daarbij de betalingsvoorwaarden gezien ik dit vooraf moet approven bij onze finance department.

2.4.

Op 15 november 2016 stuurt [eiseres] een offerte voor een overnachting in twee villa’s voor maximaal 38 personen en een keuze uit twee vergaderarrangementen aan [naam 1] . Overnachting en vergaderarrangement A kost € 8.283,00 exclusief BTW. Overnachting en vergaderarrangement B kost € 8.703,00 exclusief BTW. In de offerte wordt verwezen naar de Recron voorwaarden, maar deze worden niet meegestuurd.

2.5.

Op 16 december 2016 vraagt [eiseres] per e-mail aan [naam 1] of de reservering vastgelegd mag worden. [naam 1] reageert op 19 december 2016 per e-mail als volgt: “Ik wil de locatie in ieder geval vast leggen, moet ik hierbij gelijk de extra’s zoals eten, drinken etc ook bevestigen?

2.6.

Op 19 december 2016 stuurt [eiseres] een boekingsbevestiging voor overnachting en vergaderarrangement B aan [naam 1] .

2.7.

Op 9 januari 2017 schrijft [eiseres] het volgende per e-mail aan [naam 1] : “Welk arrangement willen jullie? Arrangement A of arrangement B? Kan de kok het buffet aanhouden van € 25.00 of willen jullie het uitgebreider? Kan ik uitgaan van 38 personen overdag? Hoeveel personen blijven slapen? Hoeveel personen voor het ontbijt?

2.8.

Op 16 januari 2017 schrijft [naam 1] het volgende per e-mail aan [eiseres] : “Tot mijn grote spijt heeft ons finance team een no go gegeven voor deze maandag waardoor mede door te weinig animo van onze artiest de overnachting niet meer gaan realiseren in januari. Wel zijn wij aan het kijken of wij avond in maart kunnen doorzetten maar dit is nog te onzeker.

2.9.

Op 23 januari 2017 stuurt [eiseres] een annuleringsfactuur aan [naam 1] . Met deze factuur wordt, conform de Recron voorwaarden, 95% annuleringskosten in rekening gebracht, oftewel € 8.210,85 inclusief 6% BTW. Deze factuur wordt niet betaald.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert, na eiswijziging, dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Platinum Agency veroordeelt tot betaling aan haar van:

  1. Primair een hoofdsom van € 8.210,85;

  2. Subsidiair een hoofdsom € 7.901,00;

  3. € 32,39 aan berekende rente tot 18 augustus 2017;

  4. € 785,54 aan buitengerechtelijke incassokosten;

  5. de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2017 over de hoofdsom, berekende rente en buitengerechtelijke incassokosten; en,

  6. de proceskosten.

3.2.

Aan deze vordering legt [eiseres] – samengevat – het volgende ten grondslag. [eiseres] heeft op 19 december 2016 een overeenkomst gesloten met Platinum Agency voor een overnachting in twee villa’s en een vergaderarrangement tegen een bedrag van € 8.703,00 exclusief BTW. Platinum Agency heeft vervolgens op

16 januari 2017 aangegeven af te zien van de overnachting en vergaderarrangement. Primair is Platinum Agency op grond van de Recron voorwaarden gehouden om 95% annuleringskosten te betalen, oftewel € 8.210,85 inclusief 6% BTW. Subsidiair komt Platinum Agency tekort in de nakoming van de overeenkomst en is zij gehouden de door

[eiseres] geleden schade te vergoeden van € 7.901,00.

3.3.

Platinum Agency betwist primair dat een overeenkomst is gesloten. Subsidiair betwist Platinum Agency dat [naam 1] bevoegd is om namens Platinum Agency een overeenkomst te sluiten. Meer subsidiair voert Platinum Agency verweer door te stellen dat, in het geval een overeenkomst tot stand is gekomen, de Recron voorwaarden niet van toepassing zijn omdat deze niet ter hand zijn gesteld. Nog meer subsidiair betwist Platinum Agency dat nakoming blijvend onmogelijk zou zijn en dat [eiseres] haar gestelde schade voldoende heeft onderbouwd.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

is een overeenkomst tot stand gekomen?

4.1.

De kantonrechter stelt vast dat partijen verdeeld zijn over de vraag of er op

19 december 2016 een overeenkomst tot stand is gekomen. [eiseres] stelt namelijk dat haar aanbod van 15 november 2016 op 19 december 2016 is aanvaard door [naam 1] . Weliswaar was niet geheel duidelijk hoeveel mensen zouden komen, dit is echter niet relevant omdat het geen invloed had op de overeengekomen prijs, aldus [eiseres] . Platinum Agency betwist dit en geeft aan dat slechts een optie is geplaatst die nog bevestigd had moeten worden. Ook is geen overeenstemming bereikt over de essentialia van de overeenkomst. [eiseres] gaf zelf aan dat een aantal dingen onduidelijk en dus niet afgesproken waren. De onderhandelingen mochten dan ook worden afgebroken, aldus Platinum Agency.

4.2.

De kantonrechter is van oordeel dat een overeenkomst tot stand is gekomen en overweegt daartoe als volgt. Uit de overgelegde e-mails volgt dat [eiseres] , op verzoek van [naam 1] , op 15 november 2016 een aanbod heeft gedaan voor de verhuur van twee villa’s voor maximaal 38 personen en een vergaderarrangement. Hiermee is een optie geplaatst door [naam 1] . Vervolgens aanvaardt [naam 1] het aanbod op 19 december 2016 door aan te geven dat zij in ieder geval de locatie wil vastleggen. Hiermee is de optie bevestigd en een overeenkomst tot stand gekomen omdat overeenstemming is bereikt over de essentialia (object, periode en prijs) daarvan. Dat nog geen duidelijkheid was over het exacte aantal personen en het eten doet daar niet aan af. Er is immers overeengekomen dat er maximaal 38 personen kunnen overnachten terwijl volgens [eiseres] de prijs van de overeengekomen villa’s niet anders wordt als er minder personen overnachten. Ten aanzien van het eten heeft [eiseres] gevraagd of Platinum Agency een uitgebreider menu zou willen. Dat houdt in dat er al overeenstemming was bereikt over een ander menu.

mocht [eiseres] vertrouwen op de bevoegdheid van [naam 1] ?

4.3.

Verder is tussen partijen in geschil of [naam 1] bevoegd was een overeenkomst namens Platinum Agency te sluiten. [eiseres] stelt dat zij mocht vertrouwen op de bevoegdheid van [naam 1] . Platinum Agency betwist dat [eiseres] daarop mocht vertrouwen. [naam 1] heeft immers op 15 november 2016 aangegeven dat zij eerst akkoord nodig had van de financiële afdeling en er is niet aangegeven dat dit akkoord is verkregen.

4.4.

Op grond van artikel 3:61, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), moet in beginsel sprake zijn van een schijn van volmacht gewekt door een verklaring of gedraging van Platinum Agency. Op grond van vaste rechtspraak kan echter ook plaats zijn voor toerekening van de schijn van volmachtverlening aan Platinum Agency. Hier is sprake van als [eiseres] gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening aan [naam 1] op grond van feiten en omstandigheden die in de risico-sfeer van Platinum Agency liggen en waaruit een schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid (zie bijvoorbeeld het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK7671).

4.5.

De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] mocht vertrouwen op volmachtverlening aan [naam 1] en overweegt daartoe als volgt. [naam 1] heeft contact opgenomen met [eiseres] om een reservering te plaatsen. Hierbij heeft zij aangegeven dat ze akkoord nodig heeft van de financiële afdeling van Platinum Agency. Enige tijd later bevestigt zij de reservering. Dit alles heeft [naam 1] gedaan met een door Platinum Agency aan [naam 1] ter beschikking gesteld e-mailadres. Met het voorgaande heeft [naam 1] in ieder geval de schijn gewekt dat zij akkoord had van de financiële afdeling en dat zij namens Platinum Agency optrad. De kantonrechter overweegt dat hiermee sprake is van feiten en omstandigheden die in de risico-sfeer van Platinum Agency liggen en waaruit een schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Conclusie is dan ook dat [naam 1] namens Platinum Agency een overeenkomst met [eiseres] heeft gesloten.

zijn de Recron voorwaarden van toepassing?

4.6.

[eiseres] stelt zich primair op het standpunt dat de Recron voorwaarden van toepassing zijn en dat Platinum Agency op grond van artikel 6 van die voorwaarden gehouden is om 95% annuleringskosten te betalen. Platinum Agency betwist dat die voorwaarden van toepassing zijn, omdat deze niet ter hand zijn gesteld.

4.7.

De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 6:233, aanhef en onder b, van het BW een beding in de Recron voorwaarden vernietigbaar is als [eiseres] aan Platinum Agency niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van die voorwaarden kennis te nemen. Van een redelijke mogelijkheid is op grond van artikel 6:234 van het BW sprake als [eiseres] de voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan Platinum Agency ter hand heeft gesteld of, als dat redelijkerwijs niet mogelijk is, Smockelaer voor de totstandkoming van de overeenkomst aan Platinum Agency bekend heeft gemaakt dat de voorwaarden ter inzage liggen en dat zij op verzoek worden toegezonden.

4.8.

De kantonrechter stelt vast dat de Recron voorwaarden niet voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan Platinum Agency ter hand zijn gesteld, bijvoorbeeld door deze per e-mail met de offerte mee te sturen. Verder is niet gebleken dat het redelijkerwijs niet mogelijk was om de Recron voorwaarden ter hand te stellen. Dit betekent dat de Recron voorwaarden vernietigbaar zijn. De kantonrechter begrijpt dat Platinum Agency met haar verweer dat de ‘voorwaarden niet van toepassing zijn’ beoogt die voorwaarden te vernietigen. De Recron voorwaarden zijn hierdoor dan ook vernietigd en daarom is Platinum Agency niet gehouden om de annuleringsvergoeding van 95% te betalen. De primaire vordering van [eiseres] wordt dan ook afgewezen.

schadeplichtig wegens tekortkoming in de nakoming?

4.9.

Subsidiair stelt [eiseres] dat Platinum Agency tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst door af te zien van de reservering en het niet betalen van de overeengekomen vergoeding voor de geboekte overnachting met arrangement. Platinum Agency hoeft niet in gebreke te worden gesteld omdat nakoming blijvend onmogelijk is. Door deze tekortkoming in de nakoming heeft [eiseres] € 7.901,00 aan schade geleden bestaande uit de overeengekomen vergoeding minus de niet gemaakte kosten. Het voorgaande volgt uit de overgelegde offerte.

4.10.

Platinum Agency betwist dat nakoming blijvend onmogelijk is. Platinum Agency heeft namelijk op 16 januari 2017 aangegeven dat het evenement waarschijnlijk alsnog in maart 2017 zou plaatsvinden. Platinum Agency wilde dan ook op een later moment presteren, waardoor geen sprake is van blijvend onmogelijkheid van de nakoming en zij dus niet in verzuim is. Verder is de schade onvoldoende onderbouwd.

4.11.

De kantonrechter stelt vast dat partijen niet verdeeld zijn over de vraag of Platinum Agency tekort is geschoten in de nakoming van de overeengekomen verbintenis. Partijen zijn wel verdeeld over de vraag of nakoming blijvend onmogelijk is en of de schade voldoende is onderbouwd. Naar het oordeel van de kantonrechter is nakoming blijvend onmogelijk en is de schade voldoende onderbouwd. De overeenkomst betreft namelijk het voor Platinum Agency verzorgen van een vergaderarrangement en het huren van twee villa’s voor een specifieke periode, de nacht van 25 op 26 januari 2017. Dit houdt in dat Platinum Agency na het verstrijken van deze periode niet meer alsnog kan nakomen en dat nakoming blijvend onmogelijk is. [eiseres] heeft voldoende gemotiveerd gesteld dat zij hierdoor € 7.901,00 aan schade heeft geleden. Platinum Agency is op grond van

artikel 6:74, eerste lid, van het BW gehouden om deze schade te vergoeden. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de subsidiaire vordering van [eiseres] van € 7.901,00 wordt toegewezen.

berekende rente tot 18 augustus 2017

4.12.

[eiseres] vordert rente tot 18 augustus 2017 van € 32,39. Uit de stukken blijkt dat de gevorderde rente is berekend over de afgewezen (hogere) primaire vordering. [eiseres] heeft niet toegelicht hoe zij tot dit bedrag is gekomen. Hierdoor kan de kantonrechter deze rente niet berekenen over de toegewezen subsidiaire vordering. Dit houdt in dat de gevorderde rente van € 32,39 wordt afgewezen.

buitengerechtelijke incassokosten

4.13.

[eiseres] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 785,54 vermeerderd met de wettelijke rente. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter stelt ook vast dat

[eiseres] voldoende heeft gesteld dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag is echter hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief.

wettelijke rente

4.14.

[eiseres] vordert de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2017 (datum dagvaarding) over de toegewezen hoofdsom van € 7.901,00 en de buitengerechtelijke incassokosten. Platinum Agency heeft niets aangevoerd tegen de gevorderde rente. Deze rente wordt dan ook toegewezen.

proceskosten

4.15.

Platinum Agency wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [eiseres] veroordeeld. Deze kosten worden begroot op € 1.055,21, bestaande uit:

  • -

    € 85,21 aan explootkosten;

  • -

    € 470,00 aan griffierecht; en,

  • -

    € 500,00 aan salaris gemachtigde (2,0 punten x tarief van € 250,00 per punt).

nakosten

4.16.

Ook wordt Platinum Agency veroordeeld in de nakosten, op de wijze zoals in de beslissing is vermeld.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt Platinum Agency tot betaling aan [eiseres] van € 7.901,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het BW, over het toegewezen bedrag vanaf 29 augustus 2017 tot aan de dag van algehele betaling;

5.2.

veroordeelt Platinum Agency in de buitengerechtelijke incassokosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 770,05, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het BW vanaf 29 augustus 2017 tot de dag van algehele betaling;

5.3.

veroordeelt Platinum Agency in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.055,21;

5.4.

veroordeelt Platinum Agency in de nakosten ter hoogte van € 131,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met € 68,00 en de explootkosten onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis is voldaan en het vonnis vervolgens wordt betekend;

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; en,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Moussaoui, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2018.