Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:2987

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-04-2018
Datum publicatie
15-05-2018
Zaaknummer
13/751320-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Overlevering aan Portugal toegestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751320-17

RK nummer: 17/3548

Datum uitspraak: 19 april 2018

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 1 juni 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 22 december 2016 door de Comarco de Aveiro (Judicial District of Aveiro), Portugal, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] , Portugal, op [geboortedag] 1975,

met ingang van 6 oktober 2017 niet meer ingeschreven in de Basisregistratie personen en geregistreerd als Vertrokken Onbekend Waarheen (VOW),

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 oktober 2017 in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink.

De opgeëiste persoon is, ondanks dat hij daartoe op grond van de schorsingsvoorwaarden verplicht was, niet verschenen.

De raadsman van de opgeëiste persoon, mr. T. van Assendelft, advocaat te ’s-Hertogenbosch en waarnemende voor mr. F.L.C. Schoolderman, is verschenen en heeft verklaard niet door de opgeëiste persoon uitdrukkelijk gemachtigd te zijn namens hem verweer te voeren tegen de vordering.

De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst in afwachting van de beantwoording van de in de zaak Ardic aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde vragen (zaaksnummer C571-17 PPU). Het Hof van Justitie heeft op 22 december 2017 arrest gewezen (C-571-17 PPU, ECLI:EU:C:2017:1026).

De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 19 april 2018 in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. J.J.M. Asbroek.

De opgeëiste persoon is wederom niet verschenen. De raadsman van de opgeëiste persoon, mr. T. van Assendelft, advocaat te ’s-Hertogenbosch en waarnemende voor mr. F.L.C. Schoolderman, is verschenen en heeft verklaard niet uitdrukkelijk door de opgeëiste persoon gemachtigd te zijn namens hem verweer te voeren tegen de vordering.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, van de OLW uitspraak zou moeten doen voor onbepaalde tijd verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat zij er vanwege de aanhouding niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft op 26 oktober 2017 de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de opgeëiste persoon de Portugese nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis, te weten een enforcable ruling van 29 juni 2005, onherroepelijk geworden op 14 juli 2005.

Voorts is vermeld dat op grond van een cumulatieve strafoplegging de opgeëiste persoon is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaar.
Bij beslissing van 16 oktober 2008 (onherroepelijk geworden op 9 december 2008) is de voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf herroepen en is de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor de duur van drie jaar bevolen (zaaksnummer: 700/98.3PAOVR).

De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van deze vrijheidsstraf, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat.

Dit vonnis betreft twee feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, omdat de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder de nummers 16 en 18, te weten:

ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling
en

georganiseerde en gewapende diefstal

5 Artikel 6, vijfde lid, van de OLW

De rechtbank concludeert dat de opgeëiste persoon niet wordt aangemerkt als een vreemdeling die op grond van artikel 6, vijfde lid, van de OLW met een Nederlander gelijk gesteld dient te worden. Een terugkeergarantie is derhalve niet nodig.

6 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7 Toepasselijke wetsbepalingen

De 2, 5, en 7 van de Overleveringswet.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Comarco de Aveiro (Judicial District of Aveiro), Portugal, voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. A.J. Dondorp, voorzitter,

mrs. E.M.M. Gabel en C. Klomp, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 19 april 2018.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.