Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:2955

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-04-2018
Datum publicatie
03-05-2018
Zaaknummer
C/13/646108 / KG ZA 18-343
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige perspublicatie? Verbod uitzending (deel) documentaire? Moeder van inmiddels overleden man vindt dat zoon eenzijdig negatief in beeld wordt gebracht. Toets 6:106 BW (nabestaande); afweging belangen zoon/moeder vs producent. Afw. vorderingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/646108 / KG ZA 18-343

Vonnis in kort geding van 16 april 2018

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres bij dagvaarding op verkorte termijn van 11 april 2018,

advocaat mr. P.C. Schouten te Breda,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HALAL DOCS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de vereniging

OMROEPVERENIGING BNN-VARA,

gevestigd te Hilversum,

gedaagden,

advocaat mr. O.M.B.J. Volgenant te Amsterdam.

Eiseres zal hierna [eiseres] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk Halal Docs c.s. genoemd worden en ieder afzonderlijk respectievelijk Halal Docs en BNN-VARA.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 16 april 2018 heeft eiseres gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Halal Docs c.s. hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Eiseres heeft producties in het geding gebracht. Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen. Daarnaast is een film/documentaire integraal getoond. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 16 april 2018 de beslissing gegeven. Het onderstaande vormt de uitwerking van die beslissing en is, zoals aangekondigd, aan partijen verstrekt op 23 april 2018.

Ter zitting waren aanwezig:

Aan de zijde van eiseres: [eiseres] , met mr. Schouten.

Aan de zijde van Halal Docs c.s.: mw. [naam 1] , [functie] bij Halal Docs, mevrouw [naam 2] , van BNN-VARA en mevrouw [naam 3] , [functie], met mr. Volgenant.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is de moeder van wijlen [betrokkene] (hierna: [betrokkene] ).

2.2.

[betrokkene] is op 2 mei 2017 overleden. In het verleden had hij een relatie met een vrouw genaamd [naam 4] . (Haar achternaam is in de procedure niet genoemd.)

2.3.

[betrokkene] is op 2 maart 2017 door de strafrechter veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor (onder meer) stalking van [naam 4] , met toekenning van een schadevergoeding van € 4.000,00 aan [naam 4] .

2.4.

Halal Docs heeft een documentaire geproduceerd over [naam 4] , geregisseerd door [naam 3] (hierna: [naam 3] ).

2.5.

In deze film zijn beelden opgenomen waarin [betrokkene] te zien en te horen is en waarin [naam 4] en anderen over [betrokkene] praten.

2.6.

Daarnaast zijn in de film beelden te zien van de oprit van een begraafplaats op het moment dat de rouwauto van [betrokkene] en volgauto’s het terrein oprijden, met daarachter een groep Ajax-supporters met een spandoek met de tekst “RIP [betrokkene] ”.

2.7.

Tevens zijn in de film beelden te zien waarop dit spandoek is opgehangen op de tribune van een voetbalstadion.

2.8.

BNN-VARA is voornemens de film maandag 23 april 2018 om 21:00 uur uit te zenden op een van de publieke televisiezenders. Daarnaast is BNN-VARA voornemens de film aan te bieden via de website Uitzending Gemist met een link daarnaar op haar eigen website.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert – samengevat - bij uitvoerbaar te verklaren vonnis:

I. Halal Docs c.s. te bevelen zich te onthouden van het uitzenden van een tv-programma (documentaire) en het openbaar maken daarvan waarin [betrokkene] herkenbaar in beeld is en/of waarin zijn naam wordt genoemd en/of waarin [betrokkene] wordt aangeduid op een manier waardoor hij door het publiek kan worden geïdentificeerd en voor zover hij daarbij wordt beschuldigd van strafbare feiten, zoals het hebben van moordplannen en voor zover deze beschuldiging aantoonbaar geen steun in de thans bekende feiten en omstandigheden heeft;

II. Halal Docs c.s. te verbieden tot iedere openbaarmaking en verveelvoudiging van beeld- en geluidsopnamen van [betrokkene] in diens relatie met [naam 4] ;

III. Halal Docs te gelasten tot verwijdering in de documentaire van:

a. de beelden van de arrestatie van [betrokkene] (de “arrestatiescène”);

b. de beelden waarin wordt gesuggereerd dat [betrokkene] [naam 4] zal vermoorden;

c. beelden die zonder toestemming van de familie op de uitvaart van [betrokkene] zijn gemaakt;

d. verwijdering (of volledige afdekking “blur” in nader overleg) van alle beelden en geluidsopnamen waarop herkenbaar is dat de persoon over wie negatief wordt bericht [betrokkene] is; en

e. verwijdering van beelden van [betrokkene] waarin zijn portretrecht wordt geschonden;

IV. bij de hiervoor bedoelde verboden en geboden een door de beide gedaagden of een van hen aan eiseres te verbeuren dwangsom op te leggen van € 100.000 per incident, vermeerderd met een bedrag van € 500 voor iedere dag dat het incident voortduurt;

V. zodanig andere voorzieningen te treffen als de voorzieningenrechter juist acht; en

VI. hoofdelijke veroordeling van Halal Docs c.s. in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

[eiseres] heeft aan haar vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Het is onrechtmatig om [betrokkene] herkenbaar en met voornaam in beeld te brengen, omdat dit inbreuk maakt op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de nabestaanden en het portretrecht van [betrokkene] . De beeldvorming in de film is eenzijdig negatief voor [betrokkene] , doordat expliciet de nadruk wordt gelegd op de problemen in de privérelatie tussen [betrokkene] en [naam 4] , in het bijzonder doordat zijn arrestatie is gefilmd en doordat de suggestie wordt uitgesproken dat [betrokkene] [naam 4] zou gaan vermoorden, zonder dat dit is gebaseerd op feiten. Hierdoor wordt [betrokkene] aangetast in zijn eer en goede naam. Dit alles zal (kunnen) leiden tot onherstelbare psychische schade bij [eiseres] en de twee minderjarige kinderen van [betrokkene] . Het belang van [eiseres] op eerbiediging van haar persoonlijke levenssfeer dient in dit geval zwaarder te wegen dan het recht op vrije meningsuiting van Halal Docs c.s., nu er geen enkel maatschappelijk belang is gediend bij het tonen van de bedoelde beelden.

3.3.

Halal Docs c.s. voeren verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Omdat uitzending van de film gepland is op 23 april 2018, heeft [eiseres] een spoedeisend belang bij het instellen van haar vorderingen. Zij is dan ook ontvankelijk in dit kort geding.

4.2.

Toewijzing van het door [eiseres] gevorderde uitzendverbod zou een beperking inhouden van het in artikel 7 van de Grondwet (Gw) en in artikel 10 lid 1 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) neergelegde grondrecht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht kan slechts worden beperkt indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (zie artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij wet is voorzien is sprake, indien de uitzending van Halal Docs c.s. onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

4.3.

Een actie uit onrechtmatige daad, strekkend tot een verbod vooraf van uitzending, komt alleen voor toewijzing in aanmerking wanneer de mogelijkheid van schade is gesteld en aannemelijk gemaakt. Volgens de stellingen van [eiseres] bestaat haar schade uit nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, zogenaamde immateriële schade. Op grond van artikel 6:106, eerste lid, BW bestaat – voor zover hier relevant – uitsluitend recht op immateriële schadevergoeding indien:

  • -

    onder b: [eiseres] zelf in haar eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in haar persoon is aangetast; of

  • -

    onder c: het nadeel gelegen is in aantasting van de nagedachtenis van een overledene en toegebracht is aan [eiseres] (als bloedverwant tot in de tweede graad van de overledene), mits de aantasting plaatsvond op een wijze die de overledene, ware hij nog in leven geweest, recht zou hebben gegeven op schadevergoeding wegens het schaden van zijn eer of goede naam.

Aantasting van de nagedachtenis van [betrokkene]

4.4.

Voor zover [eiseres] haar vordering heeft willen baseren op aantasting van de nagedachtenis van [betrokkene] , geldt dus dat de vordering op die grond eerst toewijsbaar kan zijn indien de aantasting plaatsvond op een wijze die [betrokkene] , ware hij nog in leven geweest, recht zou hebben gegeven op schadevergoeding wegens het schaden van zijn eer of goede naam. De vraag die dan in de eerste plaats beantwoord dient te worden, is of voorshands aannemelijk is geworden dat Halal Docs c.s. jegens [betrokkene] , ware hij nog in leven geweest, onrechtmatig zou handelen door (ongewijzigde en integrale) uitzending van de film.

4.5.

Voor het antwoord op die vraag moeten alle wederzijdse – in beginsel gelijkwaardige – belangen tegen elkaar worden afgewogen. Het belang van Halal Docs c.s. is erin gelegen met de film een bijdrage te leveren aan het maatschappelijke debat over stalking en geweld binnen relaties, alsmede het kunnen uitoefenen van de artistieke vrijheid van expressie. Het belang van [betrokkene] zou gelegen zijn in bescherming van zijn eer en goede naam. Welke van deze belangen de doorslag moet krijgen, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden.

4.6.

In de film komt [betrokkene] onder meer in beeld op een tattooconferentie, waarbij hij over zichzelf en zijn relatie met [naam 4] vertelt. Ook zijn [betrokkene] en [naam 4] samen in beeld terwijl ze over hun relatie vertellen. Zij zijn daar op dat moment positief over en hoopvol gestemd. De voorzieningenrechter stelt voorop dat [betrokkene] , zoals Halal Docs c.s. heeft aangevoerd en ook afdoende uit deze beelden blijkt, kennelijk op enig moment heeft ingestemd met het opnemen van bewegende beelden van hem ten behoeve van de film. Van schending van zijn portretrecht is dus voorshands niet gebleken.

4.7.

Later in de film bevindt [naam 4] zich in een woning terwijl een politiemacht op straat staat en daar een schreeuwende persoon te horen is. Uit de context blijkt dat dit [betrokkene] is. [betrokkene] schreeuwt en trapt vervolgens een aantal keer hard tegen een deur, terwijl [naam 4] met haar dochters bespreekt wat ze (moeten) doen. [naam 4] praat door de deur heen en probeert [betrokkene] ertoe te bewegen weg te gaan (door partijen aangeduid als de ‘arrestatiescène’ of ‘trapscène’). Dit gedeelte van de film vormt een neutrale weergave van feiten: de bewoordingen en gedragingen van [betrokkene] en [naam 4] spreken voor zich en zijn door de makers niet van commentaar voorzien. Halal Docs c.s. heeft onweersproken aangevoerd dat er in de periode waarin de opnames voor de film zijn gemaakt meerdere scènes zijn opgenomen die heftiger waren dan deze. Dat de scène [betrokkene] ten onrechte in een negatief daglicht stelt is dan ook niet aannemelijk.

4.8.

De door [naam 4] en haar dochter(s) in diezelfde scène gewekte suggestie dat [betrokkene] [naam 4] een keer bijna had vermoord of zou willen vermoorden, moet gezien worden in de context waarin die uitlatingen zijn gedaan: de opmerkingen zijn niet zeer expliciet en uit de beelden blijkt duidelijk dat [naam 4] en haar dochter(s) geëmotioneerd waren door de situatie waarin zij zich op dat moment bevonden, zodat hun uitlatingen niet onnodig grievend of beschuldigend zijn. Daarnaast tonen de beelden ook hier uitsluitend een weergave van de feiten, zonder dat de uitingen van [naam 4] en haar dochter(s) door de makers van de film op enige wijze worden bekrachtigd en zonder dat een onnodig negatieve sfeer of beeldvorming wordt gecreëerd van [betrokkene] in zijn relatie tot [naam 4] .

4.9.

In de film zeggen [naam 4] en haar dochters een aantal keer dat [betrokkene] [naam 4] ’s eigendommen heeft vernield en haar stalkte. Dit kan Halal Docs c.s. evenmin worden tegengeworpen; ook hier geeft de film slechts een weergave van de uitlatingen van [naam 4] en haar dochters, terwijl deze verdenkingen voldoende steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal: immers staat vast dat [betrokkene] is veroordeeld voor onder andere stalking van [naam 4] , waarbij zij een schadevergoeding van € 4.000,00 toegekend heeft gekregen, en heeft Halal Docs c.s. onweersproken aangevoerd dat zij kennis heeft genomen van foto’s waarop vernielde goederen van [naam 4] te zien zijn. De film begint ook met beelden van [naam 4] bij haar volledig vernielde auto.

4.10.

Tot slot wordt meegewogen dat, zoals Halal Docs c.s. heeft aangevoerd, de beelden van [betrokkene] in de film een duidelijk doel hebben bij het vertellen van [naam 4] ’s levensverhaal en daar onlosmakelijk onderdeel van zijn. [naam 4] noemt [betrokkene] in de film ondanks alles de liefde van haar leven. Al met al heeft Halal Docs c.s. in de film een afgewogen weergave gegeven van het leven van [naam 4] en haar relatie met [betrokkene] , zonder dat deze weergave eenzijdig negatief of onnodig kwetsend is.

4.11.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de afweging tussen de belangen van [betrokkene] , ware hij nog in leven geweest, en die van Halal Docs c.s. ertoe leidt dat een beperking van de uitingsvrijheid van Halal Docs c.s. in dit geval niet gerechtvaardigd zou zijn geweest. Uitzending van de film zou dus tegenover [betrokkene] niet onrechtmatig zijn, zodat aan één van de vereisten van artikel 6:106, eerste lid, onder c, BW niet is voldaan. Daaruit volgt dat [eiseres] zich op die grond dan ook niet met succes kan verzetten tegen de uitzending.

4.12.

Op die grond zou ook geen ruimte hebben bestaan voor toewijzing van vorderingen van de minderjarige kinderen van [betrokkene] . Tussen partijen is in geschil of zij in dit kort geding rechtsgeldig vertegenwoordigd zijn en als eisende partij optreden. Dat kan verder in het midden blijven omdat hun vorderingen, ook als zij rechtsgeldig als eisende partij zijn aan te merken, niet toewijsbaar zijn zoals tevens uit het hierna volgende volgt.

Aantasting in de persoon of schaden eer of goede naam van [eiseres]

4.13.

Voor zover [eiseres] haar vordering heeft willen baseren op het zijn geschaad van haar eigen eer of goede naam of aantasting op andere wijze in haar persoon of die van de kinderen van [betrokkene] , geldt dat daarvan voorshands ook onvoldoende is gebleken. Daarbij is van belang dat uit de film niet kan worden afgeleid hoe de volledige voornaam of achternaam van [betrokkene] luidt, zodat een connectie met [eiseres] of de kinderen van [betrokkene] voor het grote publiek niet te maken is. Ook wordt nergens op enige wijze gerefereerd aan [eiseres] of de kinderen van [betrokkene] . Bovendien toont de film – met uitzondering van de beelden van de uitvaart – geen aspecten uit hun privéleven. In de kring van mensen die [betrokkene] met [eiseres] of met de kinderen van [betrokkene] in verband kunnen brengen – familie, vrienden en kennissen – kunnen personen zijn die door het zien van de film ermee bekend raken dat de overleden zoon van [eiseres] en vader van de kinderen zich gewelddadig en bedreigend heeft gedragen naar zijn toenmalige vriendin. Het is goed voorstelbaar dat dit een ongewenste inbreuk vormt op het privéleven van [eiseres] en de kinderen van [betrokkene] en dat de uitzending pijnlijk en verdrietig is voor hen, maar hun belang om hiertegen beschermd te worden weegt niet op tegen het belang van Halal Docs c.s. om met de film een bijdrage te kunnen leveren aan het maatschappelijke debat over stalking en geweld binnen relaties. Uiteindelijk is het vooral het gedrag van [betrokkene] dat het meest pijnlijk is. Dit is in de film voldoende zorgvuldig in beeld gebracht.

4.14.

Ten aanzien van de beelden van de uitvaart geldt hetzelfde. Deze beelden raken ook de persoonlijke levenssfeer van [eiseres] en de kinderen van [betrokkene] , maar het betreft een neutrale weergave van de rouwstoet en een groep Ajax-supporters, gemaakt vanaf de openbare weg. Met uitzondering van de begrafenisondernemer is niemand herkenbaar in beeld en kentekens zijn onherkenbaar gemaakt. Daarbij heeft de scène een zekere functie in de film, aangezien [betrokkene] belangrijk was voor [naam 4] en zij bij de uitvaart aanwezig was.

4.15.

In de afweging van de belangen van Halal Docs c.s. bij uitzending en die van [eiseres] bij eerbiediging van haar persoonlijke levenssfeer, wordt dan ook voorshands geoordeeld dat een beperking van de uitingsvrijheid van Halal Docs c.s. evenmin gerechtvaardigd is.

Conclusie

4.16.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen zullen worden afgewezen. [eiseres] zal als in de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Halal Docs c.s. tot op heden begroot op:

- griffierecht € 626,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.442,00,

5.3.

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, bijgestaan door mr. M.F. Zaagsma, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2018.1

1 type: mz coll: EB