Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:295

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-01-2018
Datum publicatie
01-02-2018
Zaaknummer
5782714 CV EXPL 17-6032
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een reisagent moet bijna 7.000 euro betalen aan een man en zijn zwangere echtgenote die niet mee mochten met een cruise (van ruim 4.100 euro).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2018/602
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 5782714 CV EXPL 17-6032

vonnis van: 18 januari 2018

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

nader te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. W.M.H. Franken-van Gils

t e g e n

de vennootschap naar buitenlands recht American Express International INC.

gevestigd te Amsterdam

gedaagde

nader te noemen: Amex

gemachtigde: mr. C.C. Rooijakkers

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

- dagvaarding van 24 februari 2017 met bijlagen;
- incidentele conclusie van niet-ontvankelijkheid met bijlagen;

- conclusie van antwoord in incident;
- instructievonnis;
- dagbepaling comparitie.

De comparitie heeft plaatsgevonden op 19 december 2017. Voorafgaand aan de zitting heeft Amex een conclusie van antwoord aan de kantonrechter en aan [eiser] gestuurd. [eiser] is verschenen, vergezeld door zijn gemachtigde. Voor Amex is verschenen [naam 1] (teamleider customer service) en [naam 2] (customer service), vergezeld door de gemachtigde. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

[eiser] is houder van een platinum American Express Card.

1.2.

Amex is een reisagent en bemiddelt ten behoeve van ‘cardmembers’ van American Express bij de totstandkoming van reisovereenkomsten.

1.3.

[eiser] boekt regelmatig reizen en vluchten via Amex. In het voorjaar van 2016 heeft [eiser] Amex ingeschakeld om door hem geboekte vluchten naar Curaçao om te boeken naar Dubai. Zijn echtgenote was zwanger en zij wilde geen risico lopen in verband met het zika-virus.

1.4.

Op 27 mei 2016 heeft [eiser] Amex opdracht gegeven voor hem, zijn vrouw en kind en een vriendin met twee kinderen een cruisevakantie te zoeken.

1.5.

Per mail van 1 juni 2016 heeft [eiser] aan Amex te kennen gegeven dat hij een door Amex voorgestelde cruise, van 6 tot 13 augustus 2016, met Norwegian Cruises wilde boeken en zijn wensen (hutten tegenover elkaar) doorgegeven.

1.6.

Op 2 juni 2016 heeft Amex een offerte van VCK Cruises met bijlage gestuurd. De bijlage bestaat uit 22 pagina’s. De eerste 12 pagina’s bevatten het vaarschema, informatie over vaccinatie en reisdocumenten en de persoonsgegevens. Pagina’s 13 tot en met 22 geven in alfabetische volgorde ‘aanvullende informatie over uw schip’. Allerlei onderwerpen, waaronder Activiteiten, Alcohol, Bagage, Drinkwater, Fitness centre, Kapper, Kerkdiensten, Rookbeleid, etcetera, worden beschreven. Op de laatste pagina staat onder het kopje ‘Zwanger’ het volgende:

Vrouwen mogen voor of tijdens de cruise nog geen 24 weken zwanger zijn. Als u zwanger bent of reist met iemand die zwanger is, dan moet de persoon in kwestie een brief van de dokter overhandigen met de datum waarop de baby wordt verwacht, dat zij medisch geschikt is om te reizen en dat de zwangerschap geen hoog risico met zich meedraagt. (…).

1.7.

Amex heeft eveneens op 2 juni 2016 laten weten dat zij de reservering in orde ging maken. De boeking is op 6 juni 2016 schriftelijk bevestigd aan [eiser] , onder verwijzing naar van toepassing zijnde Algemene Voorwaarden van VCK Cruises en de ANVR Reisvoorwaarden, te vinden op de in de mail genoemde websites. De totale kosten bedragen € 4.626,50 exclusief reserveringskosten Amex van € 30,--.

1.8.

Artikel 3 lid 1 van de ANVR Reisvoorwaarden luidt:

Informatieplicht opdrachtgever. De opdrachtgever zal de, voor het sluiten van de overeenkomst en de uitvoering daarvan, benodigde gegevens betreffende hemzelf en de (eventuele) andere reiziger(s) verstrekken aan de reisagent.(…) De opdrachtgever zal informatie vertrekken over hemzelf en door hem aangemelde reizigers met betrekking tot de lichamelijke en/of geestelijke situatie, over andere relevante – waaronder medische – aspecten, alsmede over beperkte mobiliteit, of de noodzaak tot het begeleiden van minderjarige en/of mindervalide reizigers, zwangere vrouwen, zieken en andere medereizigers. Indien de opdrachtgever in zijn informatieplicht te kort schiet, komen de eventueel daaruit voortvloeiende negatieve financiële gevolgen voor diens rekening.

1.9.

[eiser] en zijn reisgezelschap zijn naar Venetië gevlogen en hebben zich op 6 augustus 2016 gemeld bij de incheckbalie aan de haven. Daar moesten zij een Public Health Questionnaire invullen. Toen bleek dat de echtgenote van [eiser] meer dan 24 weken (circa 25 weken) zwanger was, werd hen de toegang tot het schip geweigerd.

1.10.

Amex heeft voor het reisgezelschap een overnachting geregeld in een hotel in Venetië en daaropvolgend een verblijf in een 5 sterren-hotel in Rimini. Het verblijf is verlengd tot en met 14 augustus 2016. [eiser] heeft de hotelkosten betaald.

1.11.

Amex heeft op 9 september 2016 een bedrag van € 470,-- (10% van de kosten van de cruise) aan [eiser] overgemaakt.

Vordering

2. [eiser] vordert primair dat Amex bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van € 12.932,97 aan hoofdsom te vermeerderen met de wettelijke rente. Subsidiair vordert hij veroordeling tot betaling van schade van € 4.310,99 wegens dwaling en € 8.621,98 wegens onrechtmatig handelen en te verklaren voor recht dat de reisovereenkomst tot stand is gekomen onder dwaling en middels dagvaarding buitengerechtelijk is vernietigd, althans nog zal worden vernietigd. Voorts vordert [eiser] (primair en subsidiair) veroordeling van Amex tot betaling van € 875,-- aan buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

3. [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag (primair) dat Amex tekort is gekomen in de nakoming van de overeenkomst en (subsidiair) dat hij heeft gedwaald bij het aangaan van de reisovereenkomst en dat Amex onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld.

4. Amex voert als verweer dat [eiser] met haar geen reisovereenkomst heeft gesloten. VCK is voor [eiser] de contractspartij voor de reisovereenkomst. maar dat zij slechts heeft bemiddeld in de totstandkoming daarvan. Voor zover [eiser] de bemiddelingsovereenkomst als uitgangspunt neemt voor zijn vorderingen, is geen sprake van een toerekenbare tekortkoming of van onrechtmatig handelen. Amex betwist de schade, omdat er geen causaal verband is en omdat sprake is van eigen schuld en er voordeelverrekening moet plaatsvinden. De gestelde dwaling en onrechtmatig handelen zijn niet onderbouwd.

5. Op de stellingen van partijen zal bij de beoordeling, voor zover relevant, nader worden ingegaan.

Beoordeling

6. [eiser] heeft na dagvaarding, in het verdere verloop van de procedure, de stelling betrokken dat hij met Amex geen reisovereenkomst maar een bemiddelingsovereenkomst heeft gesloten, dat zijn vorderingen geen verband houden met de reisovereenkomst en dat hij de reisovereenkomst niet wil aantasten. Nu partijen het erover eens zijn dat zij met elkaar een bemiddelingsovereenkomst hebben gesloten zal de kantonrechter bij de verdere beoordeling daar ook vanuit gaan. Dat betekent dat de bepalingen van boek 7 titel 7A BW, die betrekking hebben op de reisovereenkomst, niet van toepassing zijn. Aansprakelijkheid moet worden beoordeeld aan de hand van de algemene regels van het verbintenissenrecht.

7. [eiser] heeft de bemiddeling van Amex gevraagd bij het boeken van een cruise. Deze bemiddeling heeft geleid tot de totstandkoming van een reisovereenkomst tussen [eiser] en VCK. De duur van de zwangerschap van [eiser] echtgenote vormde echter een belemmering voor de uitvoering van die reisovereenkomst. Amex heeft ter zitting desgevraagd bevestigd dat zij op de hoogte was van de voorwaarde met betrekking tot de duur van een zwangerschap die VCK en/of Norwegian Cruises stellen aan deelname aan een cruise. Zij betwist echter de stelling van [eiser] dat zij op de hoogte was van de zwangerschap van diens echtgenote. Vast staat dat Amex niet heeft geïnformeerd naar een eventuele zwangerschap van een van de leden van het reisgezelschap. Ook staat vast dat Amex [eiser] gedurende het bemiddelingstraject niet actief heeft gewezen op de voorwaarde van VCK en/of Norwegian Cruises, inhoudend dat vrouwen voor of tijdens de cruise geen 24 weken zwanger mogen zijn. Amex heeft de reisbescheiden van VCK, met een bijlage waarin de voor uitvoering van de cruise cruciale voorwaarde op de allerlaatste van 22 pagina’s (tussen Zeeziek en Zwembaden) is vermeld, zonder enige verwijzing daarnaar aan [eiser] toegestuurd.

8. Volgens Amex is het een feit van algemene bekendheid dat voor (hoog)zwangere vrouwen beperkingen gelden voor het reizen en [eiser] had hier volgens haar onderzoek naar moeten doen. [eiser] betwist dit. Dat bij een zwangerschap van 25 weken beperkingen gelden voor het reizen, in het bijzonder voor deelname aan een cruise, is naar het oordeel van de kantonrechter geen feit van algemene bekendheid. Dat dit wel zo is, heeft Amex onvoldoende onderbouwd gesteld. [eiser] en zijn zwangere echtgenote zijn ook op 6 augustus 2016 zonder op enigerlei wijze daarin te zijn beperkt, per vliegtuig naar Venetië gereisd.

9. Amex heeft ook aangevoerd dat [eiser] zelf melding had moeten maken van de zwangerschap van zijn echtgenote, nu artikel 3 lid 1 van de ANVR-boekingsvoorwaarden dat voorschrijft. Dit standpunt wordt verworpen. Genoemd artikel geeft een zeer algemene informatieverplichting. Hoewel zwangerschap daarin wordt genoemd, is dit in een context die gaat over beperkte mobiliteit en noodzaak tot begeleiden. [eiser] had daaruit niet hoeven opmaken dat hij Amex van de zwangerschap van zijn vrouw op de hoogte moest stellen. Gesteld noch gebleken is immers dat er (medische) complicaties waren tijdens de zwangerschap, die leidden tot beperkte mobiliteit en/of noodzakelijke begeleiding.

10. Het gaat hier om een harde voorwaarde van de reisorganisatie, die - zoals is gebleken – van doorslaggevende betekenis is voor het uitvoeren van de reisovereenkomst. Over een dergelijke voorwaarde voor deelname aan een reis behoort de reisagent als bemiddelaar - die de voorwaarde kent - zijn opdrachtgever te informeren. Daarop is slechts een uitzondering denkbaar als aanstonds duidelijk is dat een zwangerschap niet tot de mogelijkheden behoort, bijvoorbeeld bij uitsluitend mannelijke of bejaarde deelnemers aan de cruise. Naar het oordeel van de kantonrechter is Amex dan ook tekort gekomen in de nakoming van de bemiddelingsovereenkomst. De bemiddeling heeft immers geleid tot een onuitvoerbare reisovereenkomst. Deze tekortkoming kan Amex worden toegerekend.

11. [eiser] stelt dat de door hem geleden gevolgschade van € 12.932,47 door Amex moet worden vergoed. Die bestaat uit de hotelkosten die hij heeft gemaakt voor het reisgezelschap (€ 1.327,50 voor de eerste nacht in Venetië en € 9.387,-- voor het verblijf tot en met 14 augustus 2016 in Rimini), de kosten voor wijziging van de vluchtdatum (552,--), de transfer van het hotel in Rimini naar de luchthaven (€ 440,--) en gederfd vakantiegenot (€ 1.226,47). Daarover wordt het volgende overwogen.

12. [eiser] noemt als wettelijke grondslag voor de gevorderde schadevergoeding de artikelen 7:507 BW, 7:510 BW en 7:511 BW, maar zoals al is overwogen zijn die op de bemiddelingsovereenkomst niet van toepassing. De toerekenbare tekortkoming van Amex leidt in beginsel tot aansprakelijkheid voor de daaruit voortvloeiende schade. Voor het vaststellen van de omvang van de aansprakelijkheid dient te worden beoordeeld of de gestelde schade in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van Amex berust, dat zij haar kan worden toegerekend. Die gebeurtenis is het niet voldoende informeren van [eiser] over de voorwaarden voor deelname aan een cruise bij VCK.

13. Dat [eiser] schade heeft geleden als gevolg van de tekortkoming van Amex kan worden vastgesteld. Die schade zal als volgt worden begroot.

14. Amex dient de kosten van de niet doorgegane cruise te vergoeden: € 4.626,50 (exclusief reserveringskosten van € 30,--). Rekening houdend met € 470,-- die al door Amex aan [eiser] is betaald, is een bedrag van € 4.156,50 toewijsbaar.

15. [eiser] heeft er, begrijpelijk, voor gekozen om een alternatieve vakantie te boeken in plaats van terug naar huis te keren. Amex heeft er van haar kant alles aan gedaan om een alternatief te vinden en is daar ook in geslaagd. Partijen hebben desgevraagd ter zitting laten weten dat zij bij het boeken van de hotels niet met elkaar hebben besproken voor wiens rekening de kosten van het alternatief verblijf zouden komen. [eiser] kon er dus niet zomaar van uit gaan dat deze kosten - die ruim twee keer zo hoog waren als de kosten van de geboekte cruise - door Amex zouden worden vergoed. Van toezeggingen van Amex op dit punt is niet gebleken. Bovendien had [eiser] ook een alternatieve vakantie moeten boeken als Amex hem wel tijdig had geïnformeerd over de voorwaarde die deelname aan de cruise verhinderde. Zijn echtgenote voldeed immers ten tijde van de boeking al niet aan de voorwaarde met betrekking tot de duur van de zwangerschap. De kantonrechter houdt er wel rekening mee, dat [eiser] op het moment dat deelname aan de cruise werd geweigerd niet veel keuze meer had bij het boeken van een alternatief. Het was hoogseizoen in Italië en er moest direct worden gehandeld. Nu de door [eiser] gevorderde kosten voor de alternatieve vakantie alles bij elkaar echter ruim tweemaal zo hoog zijn als de aanvankelijk geplande cruise, komen de extra kosten (dus na aftrek van de € 4.626,50 die voor de cruise was betaald) slechts voor de helft voor rekening van Amex, inclusief de kosten voor de transfer van Rimini naar de luchthaven, doch met aftrek van de kosten van de verlenging met een extra dag en de gewijzigde vluchtdatum. Laatstgenoemde kosten zijn immers het gevolg van de keuze van [eiser] om een dag langer te blijven en zijn daarom geen schade die voor vergoeding in aanmerking komt. Dit leidt tot het volgende bedrag dat voor vergoeding in aanmerking komt: (12/13 x € 11.154,50) minus € 4.626,50 gedeeld door 2 =) € 2.834,98.

15. Het gevorderde bedrag aan gederfd vakantiegenot is op geen enkele wijze onderbouwd. [eiser] heeft ter zitting verklaard dat hij ondanks het niet doorgaan van de cruise een hele goede vakantie heeft gehad. Dat sprake is geweest van ongenoegen over de gang van zaken wil de kantonrechter wel aannemen, maar voor een vergoeding wegens gederfd vakantiegenot in de omvang zoals gevorderd bestaat onvoldoende grond, zodat die wordt afgewezen.

17. Totaal zal een bedrag van € 6.991,48 worden toegewezen, evenals de daarover gevorderde wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding, nu [eiser] voor toewijzing vanaf de door hem genoemde datum 6 augustus 2016 onvoldoende heeft gesteld.

18. Nu de vordering op de primaire grondslag wordt toegewezen, behoeft de subsidiaire grondslag – voor zover die nog is gehandhaafd – en de daarop gegronde vordering geen bespreking meer.

19. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal worden afgewezen. Uit de door [eiser] gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan [eiser] vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

20. Bij deze uitkomst van de procedure zal Amex in de proceskosten worden veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt Amex tot betaling aan [eiser] van € 6.991,48 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2017 tot aan de voldoening.

veroordeelt Amex in de proceskosten aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op:

griffierecht € 470,--

explootkosten € 101,87

salaris gemachtigde € 600,--

totaal: € 1.171,87

veroordeelt Amex tot betaling van een bedrag van € 50,-- aan nasalaris, alsmede tot betaling van een bedrag van € 68,00 aan kosten voor betekening onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en Amex niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.H.J. Konings, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.