Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:2907

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-04-2018
Datum publicatie
02-05-2018
Zaaknummer
6586503 EA VERZ 18-39
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

“Tussenbeschikking naar aanleiding van een verzoek voor een voorlopig getuigenverhoor.

Aanleiding voor het verzoek vormen verklaringen in oktober 2017 van twee voormalige werkgevers van verzoeker naar aanleiding van publicaties door een betrokkene, eveneens een ex-werknemer van deze werkgevers. In die publicaties beschuldigt de betrokkene verzoeker ervan zich in 2002, in een periode waarin beiden betrokken waren bij de opnamen van een televisieprogramma, schuldig te hebben gemaakt aan seksueel wangedrag. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat de ex-werkgevers zich niet als goed werkgevers hebben gedragen door in hun verklaringen uit oktober 2017 zonder nader onderzoek partij te kiezen voor de betrokkene die hem heeft beschuldigd. Verzoeker wenst aan een aantal getuigen, waaronder de betrokkene die hem heeft beschuldigd en derden met wie beiden in 2002 hebben samengewerkt, vragen te stellen om te onderzoeken of er gronden zijn tot het instellen van een bodemprocedure tegen de ex-werkgevers.

In de beslissing wordt aan de hand van de maatstaven voor het toe- of afwijzen van een dergelijk verzoek beslist dat de door de ex-werkgevers aangedragen argumenten op dit moment onvoldoende zijn om het verzoek af te wijzen. Dat geldt zowel voor het argument dat verzoeker en de betrokkene over en weer aangifte bij de politie hebben gedaan, als voor het argument dat verzoeker met name een geschil heeft met de betrokkene en een derde die hem hebben beschuldigd, als voor het argument dat sommige getuigen die verzoeker wil horen niet betrokken zijn geweest bij de verklaringen door de ex-werkgevers uit oktober 2017. Omdat de beschuldigingen tegen verzoeker expliciet zijn geplaatst in het kader van #Me-Too wordt tevens geoordeeld dat vragen aan getuigen die betrokken zijn geweest bij de opnamen van het televisieprogramma in 2002 wel relevant kunnen zijn. Ook wordt van belang geacht dat de door verzoeker geformuleerde vragen geen betrekking hebben op het incident uit 2002 waarvan de betrokkene verzoeker beschuldigt.

De betrokkene die de beschuldigingen heeft geuit en een derde die verzoeker eveneens aansprakelijk heeft gesteld worden als belanghebbenden aangemerkt. De belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het verzoek voordat daarop wordt beslist.

Tevens wordt overwogen dat het, ter vermijding van schade aan alle bij de kwestie betrokken personen door onnodige juridische procedures, van belang is dat alle relevante feiten en omstandigheden zo duidelijk mogelijk worden. Daarom worden alle in het verzoek genoemde getuigen verzocht om de in het verzoek genoemde vragen schriftelijk te beantwoorden, waarna verzoeker zich kan uitlaten of het verzoek wordt gehandhaafd, gewijzigd of ingetrokken. Indien het verzoek niet wordt ingetrokken zal een mondelinge behandeling worden gehouden waarin verzoeker, de ex-werkgevers en de belanghebbenden zich kunnen uitlaten vóórdat een definitieve beslissing zal worden genomen. “

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0398
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 6586503 EA VERZ 18-39

beschikking van: 23 april 2018

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoeker

nader te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: mr. M.A.M. Euverman

t e g e n

1 de besloten vennootschap FremantleMedia Netherlands B.V.

gevestigd te Amsterdam-Duivendrecht
hierna te noemen Fremantle

e n

2
2. RTL Nederland B.V.

gevestigd te Hilversum
hierna te noemen RTL

tezamen nader te noemen: FremantleMedia en RTL

gemachtigden: mr. B.T. Craemer en mr. N.J.P. Miltenburg

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoeker] heeft op 15 januari 2018 een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor als bedoeld in artikel 186 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ingediend.

Het verzoek is ter zitting van 9 april 2018 behandeld. Daarvan is aantekening gehouden.

[verzoeker] is verschenen in persoon, vergezeld door mr. F. Brans en door mr. Ph.A.J. Raaijmaakers als gemachtigde. RTL is verschenen bij [naam 1] en [naam 2] , en Fremantle is verschenen bij [naam 3] , beiden bijgestaan door mr. B.T. Craemer en mr. N.J.P. Miltenburg als gemachtigden.

Hierna is een datum voor beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

  1. In het dagblad Trouw van 24 oktober 2017 is een artikel verschenen van de heer [naam 4] (hierna: [naam 4] ) waarin deze naar aanleiding van de openbare discussie rond #MeToo melding maakt van een gebeurtenis die hem persoonlijk is overkomen in het begin van zijn televisiecarrière, door hem aangemerkt als een verkrachting na te zijn gedrogeerd. Hij heeft dit verder toegelicht in de uitzending van het televisieprogramma De Wereld Draait Door van 25 oktober 2017. De betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden in 2002.

  2. In verband met het voornemen tot publicatie van het bovenbedoelde artikel is [verzoeker] op 21 oktober 2017 telefonisch benaderd door de adjunct-hoofdredacteur van Trouw met het verzoek of [verzoeker] commentaar wilde leveren.

  3. Naar aanleiding van de onder 1. bedoelde publicatie en het daar bedoelde televisie-optreden van [naam 4] heeft Fremantle op 26 oktober 2017 in een verklaring (verzonden per e-mail gericht aan interne medewerkers) onder meer medegedeeld dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden toen [naam 4] redactielid was van het programma [naam programma] . Dit programma werd geproduceerd door een rechtsvoorgangster van Fremantle. RTL heeft op dezelfde datum een verklaring op haar website gepubliceerd waarin onder meer wordt vermeld dat het [naam 4] “… is overkomen toen hij werkzaam was bij één van onze programma’s”. In het radioprogramma NPO Radio1-journaal van 27 oktober 2017 heeft de heer [naam 5] (hierna: [naam 5] ) medegedeeld dat [naam 4] hem op de maandag daarvoor heeft gebeld (dat was 23 oktober 2017) en het onder 1. bedoelde artikel heeft aangekondigd, en daarbij ook de naam heeft genoemd van degene die hem dit had aangedaan, en voorts dat hij ( [naam 5] ) deze kwestie vervolgens telefonisch heeft besproken met de heer [naam 6] . In alle verklaringen en uitlatingen hebben de betrokkenen – kort samengevat – hun steun uitgesproken aan [naam 4] .

  4. Tijdens het televisieprogramma [televisieprogramma] van 30 oktober 2017 heeft [verzoeker] verklaard dat hij degene was die door [naam 4] is bedoeld en heeft hij de lezing van [naam 4] over de gebeurtenissen betwist.

  5. [verzoeker] en [naam 4] hebben beiden tegen elkaar bij de politie aangiften gedaan van strafbare feiten.

  6. [verzoeker] heeft Fremantle en RTL, [naam 4] en [naam 5] aansprakelijk gesteld voor door hem geleden schade als gevolg van (onder meer) bovenbedoelde uitlatingen.

Standpunten van partijen

7. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd – kort samengevat – dat hij en [naam 4] in de betreffende periode beiden als werknemer in dienst waren bij Holland Media House, waarvan Fremantle en RTL de rechtsopvolgers zijn. Dat brengt mee dat Fremantle en RTL als goed (ex)werkgevers ook een verantwoordelijkheid en zorgplicht hebben jegens [verzoeker] . In verband daarmee waren zij verplicht om, voordat zij een standpunt in bovenbedoelde kwestie zouden innemen, eerst nader onderzoek te doen en om vanuit het oogpunt van hoor en wederhoor ook [verzoeker] in de gelegenheid te stellen zijn kant van het verhaal te doen. Zij hebben dit echter nagelaten en in plaats daarvan uitsluitend [naam 4] in zijn uitlatingen (juridisch) ondersteund. De naam van [verzoeker] was al in brede kring bekend. Hij heeft gekozen voor een optreden bij [televisieprogramma] omdat dit een gelegenheid was om zijn kant van het verhaal te vertellen, te weten dat er slechts sprake is geweest van vrijwillige seks van beide kanten. De door Fremantle en RTL erkende zorgplicht als ex-werkgever wordt selectief toegepast in het voordeel van uitsluitend [naam 4] . Voorts dragen Fremantle en RTL door zonder nader onderzoek publiekelijk een standpunt in te nemen bij aan het vooroordeel dat in de publieke opinie jegens [verzoeker] is ontstaan. Zij hebben gehandeld in strijd met hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om geen onterechte beschuldigingen te onderschrijven. Door aldus te handelen hebben Fremantle en RTL hun verplichtingen als goed werkgever geschonden en hebben zij ook onrechtmatig gehandeld. Fremantle en RTL zijn aangeschreven maar zijn niet bereid hun standpunt te heroverwegen en geven ook geen (voldoende) antwoord op gestelde vragen, aldus [verzoeker] . Teneinde de mogelijkheden voor een op bovenbedoelde gronden aanhangig te maken bodemprocedure te onderzoeken wenst [verzoeker] aan (in elk geval) de in het verzoekschrift genoemde getuigen de daarin genoemde vragen te stellen.

8. Fremantle en RTL voeren gemotiveerd verweer tegen het verzoek. Zij voeren daarbij – kort samengevat – het volgende aan. Fremantle en RTL betwisten dat zij partij hebben gekozen in het geschil tussen [naam 4] en [verzoeker] . Fremantle en RTL waren vóór het optreden van [verzoeker] in [televisieprogramma] niet geïnformeerd over de betrokkenheid van [verzoeker] . Zij betwisten dat [verzoeker] op dit moment belang heeft bij het voorlopig getuigenverhoor. Dit omdat de aan hen gerichte verwijten de periode van eind oktober 2017 betreffen, en niet de gebeurtenis in 2002 als bedoeld in r.o. 1. Volgens Fremantle en RTL dienen eerst de resultaten van de (strafrechtelijke) procedures tussen [naam 4] en [verzoeker] te worden afgewacht. Een aantal door [verzoeker] genoemde getuigen zullen niets kunnen verklaren over de totstandkoming van de door Fremantle en RTL in oktober 2017 gepubliceerde verklaringen of andere handelingen. Kennelijk beoogt [verzoeker] om met name [naam 5] en [naam 4] als getuigen te laten horen, maar dan zou het verzoek tegen hen gericht dienen te zijn en niet tegen Fremantle en RTL. Fremantle en RTL betwisten dat zij hebben gehandeld in strijd met hun verplichtingen als goed werkgever, en ook dat er sprake zou zijn geweest van onrechtmatige gedragingen. Als gevolg van de vele wijzigingen in de structuur van hun ondernemingen kunnen zij ook niet meer nagaan of (onder meer) [verzoeker] in 2002 bij hun in dienst was. Het verzoek dient bovendien te worden afgewezen bij gebrek aan belang, omdat Fremantle en RTL reeds duidelijkheid hebben verschaft en bereid zijn tot nadere toelichting en het beantwoorden van vragen, en omdat niet valt te verwachten dat eventuele vorderingen gericht tegen Fremantle en RTL kans van slagen hebben. Indien [verzoeker] de heren [naam 5] en [naam 4] als getuigen wil laten horen, die in elk geval in 2017 niet in dienst waren bij Fremantle of RTL, dient hij tegen hen een apart verzoek in te dienen zodat zij in de gelegenheid worden gesteld als belanghebbende te worden gehoord. In elk geval dienen [naam 5] en [naam 4] als belanghebbenden te worden gehoord in deze procedure. Fremantle en RTL hebben hen niet benaderd naar aanleiding van het onderhavige verzoek, reeds omdat zij niet betrokken willen worden in de geschillen tussen [verzoeker] en [naam 4] respectievelijk [naam 5] , aldus – steeds – Fremantle en RTL.

Beoordeling

9. Waar nodig zal hierna nader worden ingegaan op de stellingen en verweren van partijen. Geoordeeld wordt als volgt.

10. Een voorlopig getuigenverhoor kan onder meer tot doel hebben om opheldering te verkrijgen over bepaalde feiten en omstandigheden, om zodoende een partij in staat te stellen beter te beoordelen of er gronden zijn voor het instellen van een vordering en zo ja, welke vordering en tegen wie. Het verzoekschrift moet voldoende duidelijk zijn over de aard en omvang van de (eventuele) vordering en over de feiten of rechten die vastgesteld moeten worden.

11. Volgens vaste rechtspraak kan een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor (dat voor het overige aan de eisen voldoet) worden afgewezen wanneer van de bevoegdheid om dit middel in te zetten misbruik wordt gemaakt, of omdat het verzoek strijdig is met een goede procesorde, of omdat er sprake is van een ander, door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar. Dit verzoek kan ook worden afgewezen in het geval de verzoeker bij toewijzing daarvan onvoldoende belang heeft.

12. Bij de beoordeling of sprake is van een reden tot afwijzing van het verzoek dient de rechter terughoudend te zijn. De waarheidsvinding staat voorop. Zolang de eisen van een goede procesorde in acht worden genomen en er voldoende verband bestaat met het gestelde doel van het voorlopig getuigenverhoor, is het in beginsel aan de verzoekende partij om te bepalen wie als getuigen worden gehoord en welke vragen worden gesteld. In de procedure waarin toestemming wordt gevraagd voor een voorlopig getuigenverhoor wordt niet geoordeeld over de toewijsbaarheid van de in het verzoekschrift aangeduide vordering (behoudens het geval reeds op voorhand duidelijk is dat de vordering onmogelijk toewijsbaar zou kunnen zijn, in welk geval geen belang bij het verzoek zal bestaan).

13. Het onderhavige verzoek van [verzoeker] voldoet aan de onder 10. bedoelde eisen. Dit is door Fremantle en RTL ook niet betwist.

14. Voor zover Fremantle en RTL hebben aangevoerd dat het verzoek moet worden afgewezen omdat eventuele vorderingen van [verzoeker] tegen hen niet toewijsbaar zullen zijn, worden zij daarin niet gevolgd. Een inhoudelijk oordeel over een eventuele vordering van [verzoeker] tegen Fremantle en/of RTL kan op dit moment niet worden gegeven. Dit kan anders zijn nadat een voorlopig getuigenverhoor heeft plaatsgevonden, maar daarop kan niet worden vooruitgelopen. Dit zou slechts anders kunnen zijn indien thans reeds duidelijk zou zijn dat de vorderingen van [verzoeker] tegen Fremantle en RTL in geen enkel geval toewijsbaar zouden kunnen zijn, maar dat is niet gebleken.

15. Aan zijn verzoek, en aan de vordering waarvan de mogelijkheden door middel van het voorlopig getuigenverhoor moeten worden onderzocht, heeft [verzoeker] mede ten grondslag gelegd enerzijds dat Fremantle en RTL niet als goed (ex)werkgever hebben gehandeld door zonder onderzoek, althans zonder hoor en wederhoor, bepaalde uitlatingen te doen, en anderzijds dat die uitlatingen tot gevolg hadden dat [verzoeker] publiekelijk werd aangewezen als iemand die zich schuldig heeft gemaakt aan het soort gedrag dat in de #MeToo discussie als ernstig verwijtbaar wordt aangemerkt. Dit laatste door in verklaringen de relatie te leggen tussen de gebeurtenis waarop het onder 1. bedoelde artikel van [naam 4] betrekking heeft (waarin uitdrukkelijk wordt verwezen naar #MeToo) en de opnamen van het programma [naam 5] en [naam 6] . Deze opnamen vormden de werkplek waar op het betreffende moment zowel [naam 4] als [verzoeker] werkzaam waren. De verwijzingen naar situaties waarop de #MeToo-discussies betrekking hadden, en naar de werkplek als omgeving waarin de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden, rechtvaardigen dat een onderzoek naar de feiten en omstandigheden die relevant zijn voor de vordering van [verzoeker] zich ook kan uitstrekken tot bepaalde feiten en omstandigheden zoals die in 2002 aanwezig waren op die werkplek.

16. Gegeven de door [verzoeker] gestelde (maar nog niet inhoudelijk beoordeelde) vordering op Fremantle en RTL volgt uit het voorgaande dat het onderzoek via een voorlopig getuigenverhoor naar relevante feiten en omstandigheden zich mede kan uitstrekken naar – kort samengevat – de arbeidsverhoudingen op de werkplek bij de opnamen van het programma [naam 5] en [naam 6] in 2002. Daaronder moeten worden begrepen de hiërarchische verhoudingen en andere afhankelijkheidsrelaties tussen de daar toen werkzame personen, waaronder [verzoeker] , [naam 4] en [naam 5] . Dit wordt reeds gerechtvaardigd doordat de verklaringen een relatie leggen met het publieke debat rond #MeToo, waarin veelal sprake was van gevallen waarin personen misbruik hebben gemaakt van hun machtspositie in (onder meer) werk-gerelateerde situaties. In elk geval kan om genoemde redenen thans niet worden geconcludeerd dat een onderzoek daarnaar niet relevant zou zijn voor het in het verzoekschrift genoemde doel. Dat betekent dat de bezwaren van Fremantle en RTL tegen het oproepen van andere getuigen dan degenen die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de verklaringen van Fremantle en RTL in oktober 2017 geen reden kunnen zijn voor een (gedeeltelijke) afwijzing van het verzoek. Hetzelfde geldt voor de bezwaren van Fremantle en RTL tegen vragen die niet betrekking hebben op de (werk)situatie in oktober 2017.

Andere belanghebbenden

17. Door Fremantle en RTL is voorts aangevoerd dat – kort samengevat – er verbanden bestaan tussen het verzoek van [verzoeker] enerzijds en diens geschillen met (met name) [naam 4] en [naam 5] anderzijds, welke personen door [verzoeker] eveneens aansprakelijk zijn gesteld. Nu het verzoek er op is gericht om ook beide laatstgenoemden als getuigen te horen is dat verband evident. Fremantle en RTL worden echter niet gevolgd in hun stelling dat een voorlopig getuigenverhoor zoals verzocht niet op zijn plaats is zolang de strafrechtelijke procedure(s) tussen [verzoeker] en [naam 4] niet zijn afgewikkeld. Het is in het geheel niet zeker of van dergelijke procedures sprake zal zijn (tot nu toe is er slechts sprake van een aangifte bij de politie over en weer). En verder is van belang dat de vragen die [verzoeker] aan [naam 4] als getuige wenst te (laten) stellen geen betrekking hebben op de gebeurtenis als bedoeld onder 1, waarop de politieaangiften betrekking hebben, maar op de verhoudingen op de werkplek bij het programma [naam 5] en [naam 6] en op de gang van zaken in oktober 2017. Hetzelfde geldt voor de vragen die [verzoeker] wenst te (laten) stellen aan [naam 5] .

17. De civielrechtelijke aansprakelijkheidstelling van [naam 4] en [naam 5] door [verzoeker] vormt evenmin een reden waarom het verzoek niet toewijsbaar zou zijn. Het enkele feit dat mogelijk een vordering kan worden ingesteld tegen een (mogelijke) getuige betekent niet dat een verzoek voor een voorlopig getuigenverhoor (in zoverre) zou moeten worden afgewezen, of dat de betrokken getuige na toewijzing van dat verzoek niet verplicht zou zijn om een getuigenverklaring af te leggen.

17. Niettemin vormen de onder 17. bedoelde omstandigheden wel voldoende aanleiding om [naam 4] en [naam 5] aan te merken als belanghebbenden bij de beslissing op het verzoek van [verzoeker] . Het verzoek om hen als getuigen te horen heeft betrekking op de door [verzoeker] gestelde tekortkomingen en/of onrechtmatige gedragingen van Fremantle en RTL. Noch in deze procedure, noch in een eventuele daarop volgende bodemprocedure tussen [verzoeker] enerzijds en Fremantle en RTL anderzijds zal een beslissing kunnen worden gegeven in de geschillen tussen [verzoeker] en [naam 4] respectievelijk [naam 5] . Niettemin zal het feit dat zij als getuige (kunnen) worden gehoord van invloed kunnen zijn in laatstbedoelde geschillen. [naam 4] en [naam 5] zullen daarom een redelijk belang hebben om in de onderhavige procedure te worden gehoord voordat daarin een (eind)beslissing wordt gegeven.

17. Door Fremantle en RTL is verklaard dat zij [naam 4] en [naam 5] (en de als getuige genoemde [getuige 1] , toenmalig regisseur van [naam 5] en [naam 6] ) niet op de hoogte hebben gesteld van het onderhavige verzoek, omdat zij zich niet willen mengen in de geschillen tussen [verzoeker] en hen en ook niet de verdenking van samenspanning op zich willen laden. In elk geval hebben [naam 4] en [naam 5] nog niet de gelegenheid gehad om als belanghebbenden hun zienswijze te geven op het verzoek. Om die reden zal de beslissing op het verzoek worden aangehouden tot zij die mogelijkheid wel hebben gehad.

Verdere behandeling van het verzoek

21. Bij de behandeling en beoordeling van het verzoek van [verzoeker] wordt het volgende voorop gesteld. De vorderingen waarvan sprake is in het verzoekschrift zullen zich formeel richten tegen Fremantle en RTL als rechtspersonen. Het is echter duidelijk dat er tevens sprake is van diepgaande geschillen tussen enkele betrokken natuurlijke personen, waarbij zwaarwegende persoonlijke belangen in het geding zijn. Bij dergelijke geschillen rijst veelal de vraag of, en zo ja in hoeverre, een juridische procedure een oplossing kan bieden, dan wel of alle in aanmerking te nemen belangen niet beter worden gediend door het kiezen van een andere oplossingsrichting. Duidelijkheid ten aanzien van de relevante feiten en omstandigheden helpt om daarin een verantwoorde keuze te kunnen maken. Het houden van een voorlopig getuigenverhoor is een van de mogelijkheden om dergelijke duidelijkheid te kunnen krijgen, maar is niet de enige mogelijkheid.

21. Of en zo ja, in hoeverre [verzoeker] belang heeft bij toewijzing van het verzoek zal mede afhangen van de vraag of door de direct betrokkenen inmiddels duidelijkheid is gegeven ten aanzien van relevante feiten en omstandigheden.

21. In het verzoekschrift worden zes te horen getuigen genoemd, te weten [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] , [naam 4] , [naam 5] en [getuige 1] . Tevens worden per getuige de vragen opgegeven die [verzoeker] gesteld wenst te zien. Gegeven de hierboven weergegeven uitgangspunten, die er op neer komen dat terughoudendheid moet worden betracht bij het oordeel dat er geen belang zou bestaan bij het stellen van een bepaalde vraag aan een bepaalde getuige, kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat bepaalde vragen als niet relevant buiten beschouwing zouden moeten blijven.

21. De vragen zijn over het algemeen van feitelijke aard en lenen zich goed voor een antwoord van feitelijke aard. Een schriftelijke verklaring met antwoorden op de betreffende vragen kan – indien nodig – op eenvoudige wijze de kracht van een getuigenverklaring verkrijgen door de inhoud daarvan onder ede door de betreffende getuige te laten bevestigen. Waar nodig biedt een schriftelijk antwoord meer mogelijkheden tot het geven van uitleg, en tot het geven van een toelichting in het geval een bepaalde vraag niet beantwoord wordt, wat de kwaliteit van de verschafte informatie ten goede komt.

21. Uit het voorgaande volgt dat een schriftelijke beantwoording van de in het verzoekschrift gestelde vragen de volgende voordelen heeft:

  1. het kan leiden tot betere en meer volledige informatie over de voor een oplossing van de geschillen relevante feiten en omstandigheden;

  2. daardoor kan beter een verantwoorde keuze worden gemaakt voor de wijze waarop deze geschillen, alle belangen in aanmerking genomen, het beste kunnen worden opgelost, via een juridische procedure en/of op een andere wijze;

  3. daardoor wordt de kans op onnodige juridische procedures verkleind;

  4. voor zover nog een onder ede afgelegde getuigenverklaring noodzakelijk wordt geacht zal in belangrijke mate kunnen worden volstaan met het onder ede bevestigen van de inhoud van de schriftelijke antwoorden, zodat het getuigenverhoor op een efficiëntere wijze kan verlopen.

26. Fremantle en RTL hebben in verband hiermee toegezegd dat zij zich zullen inspannen om van de (beoogde) getuigen die zijn gelieerd aan hun organisaties (te weten [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] ) schriftelijke verklaringen te verkrijgen met de antwoorden op de in het verzoekschrift bij elk van deze getuigen vermelde vragen, met waar nodig een toelichting, en in het geval een getuige een bepaalde vraag niet kan of wil beantwoorden, eveneens een toelichting daarop.

26. Zoals hiervoor bij r.o. 19 en 20. reeds is overwogen zullen [naam 4] en [naam 5] in de gelegenheid worden gesteld om als belanghebbenden (schriftelijk) hun zienswijze te geven alvorens op het verzoek wordt beslist. Daartoe zal door de griffie van de rechtbank het verzoekschrift met bijlagen aan hen worden toegezonden. De kantonrechter gaat er van uit dat ook zij belang hebben bij het voorkomen van onnodige juridische procedures. Onder verwijzing naar de hiervoor bij r.o. 25 genoemde voordelen van een schriftelijke beantwoording van de in het verzoekschrift genoemde vragen die aan hen worden gesteld, wordt [naam 4] en [naam 5] in overweging gegeven om uiterlijk op de hierna te noemen datum in of naast hun zienswijze als belanghebbenden eveneens schriftelijk antwoord te geven op die vragen.

26. Hoewel er thans geen aanleiding bestaat om hem als belanghebbende bij het verzoek aan te merken zal, vanuit het oogpunt van een goede procesorde, het verzoekschrift met bijlagen eveneens worden toegezonden aan de daarin als getuige genoemde [getuige 1] . Onder verwijzing naar de hiervoor bij r.o. 25 genoemde voordelen van een schriftelijke beantwoording van de in het verzoekschrift genoemde vragen die aan hem worden gesteld, wordt [getuige 1] eveneens in overweging gegeven om uiterlijk op de hierna te noemen datum eveneens schriftelijk antwoord te geven op die vragen.

26. Nadat de belanghebbenden en andere getuigen zich hebben uitgelaten als hiervoor bedoeld zal [verzoeker] in de gelegenheid worden gesteld om zich uit te laten over de vraag of het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor wordt gehandhaafd, gewijzigd dan wel ingetrokken.

26. Indien het verzoek niet wordt ingetrokken zal een nieuwe mondelinge behandeling worden bepaald, waarop partijen en belanghebbenden in de gelegenheid zullen zijn hun standpunten toe te lichten, waarop de mogelijkheden voor een minnelijke regeling zullen worden onderzocht en waarop – voor het geval een voorlopig getuigenverhoor zal worden gehouden – regieafspraken zullen kunnen worden gemaakt.

26. Elke verdere beslissing zal worden aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:

stelt Fremantle en RTL in de gelegenheid om uiterlijk 22 mei 2018 schriftelijke verklaringen als bedoeld in r.o. 26. over te leggen, desgewenst vergezeld van een toelichting;

bepaalt dat de griffie van de rechtbank deze beschikking en het verzoekschrift met bijlagen zal toezenden aan [naam 4] en [naam 5] en stelt ieder van hen in de gelegenheid om uiterlijk 22 mei 2018 als belanghebbende schriftelijke verklaringen als bedoeld in r.o. 27. over te leggen;

bepaalt dat de griffie van de rechtbank deze beschikking en het verzoekschrift met bijlagen zal toezenden aan [getuige 1] en stelt hem in de gelegenheid om uiterlijk 22 mei 2018 een schriftelijke verklaring als bedoeld in r.o. 28. over te leggen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.