Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:2812

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-04-2018
Datum publicatie
13-06-2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 2447
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Intrekken van exploitatievergunning en drank- en horecavergunning volgens stappenplan Handhavingsstrategie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 18/2447

uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 april 2018 in de zaak tussen

[verzoeker] h.o.d.n. [bedrijf], verzoeker

(gemachtigde: mr. M.J. Drijftholt),

en

de burgemeester van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Boermans).

Partijen worden hierna [verzoeker] en de burgemeester genoemd.

Procesverloop

Bij besluit van 27 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester de aan [verzoeker] verleende exploitatievergunning en vergunning op grond van de Drank- en Horecawet (DHW) ingetrokken met ingang van 18 april 2018.

[verzoeker] heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt en daarnaast de voorzieningenrechter gevraagd het bestreden besluit te schorsen tot zes weken nadat op het bezwaar is beslist. Naar aanleiding van het verzoek heeft de burgemeester de intrekking van de vergunningen geschorst tot aan de zitting van 25 april 2018.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 25 april 2018. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De burgemeester heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en mr. A. de Vries.

Overwegingen

Inleiding

1. [verzoeker] exploiteert [bedrijf] (hierna: [bedrijf]) aan de [adres] te Amsterdam. Ten aanzien van [bedrijf] zijn eerder overtredingen geconstateerd. De burgemeester heeft in verband met die overtredingen diverse bestuurlijke maatregelen genomen. Deze maatregelen zijn gebaseerd op de Handhavingsstrategie Horeca en Slijterijen 2013 (de Handhavingsstrategie). Zo is de burgemeester kort voor het nu bestreden besluit overgegaan tot invordering van een eerder verbeurde last onder dwangsom ten bedrage van € 2500,-. Dit is gebeurd bij besluit van 17 januari 2018 (stap 2 van de Handhavingsstrategie). Aanleiding daarvoor was dat op 17 december 2017 (wederom) geen leidinggevende in [bedrijf] aanwezig was en bezoekers buiten de openingstijden van het terras en buiten de terrasgrenzen luidruchtig consumpties nuttigden. Daarmee had [verzoeker] artikel 24, eerste lid, van de DHW overtreden. Op 21 januari 2018 werd tijdens een controle in [bedrijf] nogmaals geconstateerd dat er geen leidinggevende in [bedrijf] aanwezig was en dat zonder geluidsbegrenzer muziek werd gedraaid. De burgemeester heeft daarop bij het bestreden besluit stap 3 van de Handhavingsstrategie aan [verzoeker] opgelegd en zijn exploitatievergunning en DHW-vergunning ingetrokken. Als [verzoeker] de exploitatie niet tijdig beëindigt, zal de burgemeester [bedrijf] sluiten.

Standpunt [verzoeker]

2. [verzoeker] bestrijdt de overtredingen niet. Vanwege privéproblemen heeft hij zijn mede leidinggevenden niet tijdig laten bijschrijven op de exploitatievergunning. Omdat zijn leidinggevenden beschikken over een SVH-diploma was een verantwoordelijke bedrijfsuitvoering wel gewaarborgd. Sinds december 2017 is hij hiermee actief aan de slag gegaan. [verzoeker] begrijpt niet dat vier dagen na het opleggen van stap 2 van de Handhavingsstrategie alweer een nieuwe controle in [bedrijf] heeft plaatsgevonden. [verzoeker] heeft hiermee niet de tijd gekregen om zijn zaken op orde te krijgen. Omdat [verzoeker] nu nieuwe mede leidinggevenden heeft bijgeschreven, ligt een nieuwe overtreding niet in de lijn van verwachting. [verzoeker] drijft [bedrijf] al sinds 2012 zonder noemenswaardige problemen. Daarom dient zijn belang zwaarder te wegen dan het belang van de burgemeester bij handhaving.

Beleid van de burgemeester

3. Het beleid van de burgemeester staat in de Handhavingsstrategie. Het beleid komt er - voor zover hier van belang - op neer dat de eerste keer dat er een overtreding wordt geconstateerd een bestuurlijke waarschuwing volgt (stap 0) en dat na een eerstvolgende overtreding binnen een jaar een last onder dwangsom wordt opgelegd (stap 1). Bij een volgende overtreding binnen een jaar wordt de last onder dwangsom verbeurd (stap 2). Een opvolgende overtreding leidt tot het intrekken van de exploitatievergunning voor onbepaalde tijd (stap 3).

Beoordeling

4.1

Bij de beoordeling van het verzoek weegt de voorzieningenrechter de belangen van de burgemeester en [verzoeker] bij de schorsing van het besluit af. Dit oordeel is overigens een voorlopig oordeel. In een eventuele beroepsprocedure is de bodemrechter niet aan dit oordeel gebonden.

4.2

De voorzieningenrechter stelt voorop dat [verzoeker] geen bezwaar heeft gemaakt tegen de eerder aan hem opgelegde bestuurlijke maatregelen op grond van de Handhavingsstrategie. De stappen 0 tot en met 2 staan daarom in rechte vast. De voorzieningenrechter dient daarom te beoordelen of de burgemeester volgens de Handhavingsstrategie de exploitatie- en DHW-vergunning mocht intrekken voor onbepaalde tijd vanwege één of meerdere overtredingen na 17 januari 2018 (stap 2) en of er sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat er geen of een lichtere maatregel moet worden opgelegd.

4.3

[verzoeker] erkent dat bij controle in [bedrijf] op 21 januari 2018 geen leidinggevende aanwezig was die was bijgeschreven op de exploitatievergunning. De burgemeester is dan conform de Handhavingsstrategie bevoegd om de exploitatievergunning op grond van artikel 3.16, tweede lid van de APV1 en de DHW-vergunning op grond van artikel 24, eerste lid, van de DHW in te trekken.

4.4

De vraag is nog wel of sprake is van een situatie waarin handhaving zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat daarvan dient te worden afgezien. [verzoeker] heeft na het opleggen van elke stap van de Handhavingsstrategie kansen gehad om zijn leven te beteren. Die kansen heeft hij niet gepakt. In de omstandigheid dat er een korte tijd zit tussen het opleggen van stap 2 en 3 heeft de burgemeester geen aanleiding hoeven zien om in afwijking van de Handhavingsstrategie een lichtere maatregel op te leggen. Bij eerdere voornemens tot handhaving van respectievelijk 21 juli 2017 en 22 december 2017 is [verzoeker] expliciet gewaarschuwd dat de vergunningen zullen worden ingetrokken als hij de overtreding binnen een jaar nogmaals begaat. Dat [verzoeker] hiermee niets gedaan heeft, komt voor zijn rekening en risico.

Sluiting café

5. Op de zitting heeft de gemachtigde van de burgemeester verklaard niet bereid te zijn om de sluiting van [bedrijf] op te schorten totdat [verzoeker] [bedrijf] heeft verkocht, waarom op de zitting is verzocht. Ook na het bestreden besluit zijn er nog een aantal klachten van omwonenden geweest van (geluids)overlast en hebben handhavingsmedewerkers daarnaast twee keer geconstateerd dat de voor [bedrijf] geldende geluidsnorm is overschreden. Wel heeft de burgemeester zich bereid getoond om de sluiting van [bedrijf] op te schorten tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan na Koningsdag (27 april 2018). Gelet op de datum van de uitspraak, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de sluiting van [bedrijf] op te schorten tot 1 mei 2018 24.00 uur.

Conclusie

6.1

Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bestreden besluit in bezwaar hoogstwaarschijnlijk stand zal houden. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.

6.2

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van

mr. W. Niekel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2018.

griffier

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

1 Algemeen Plaatselijke verordening Amsterdam.