Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:2757

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-04-2018
Datum publicatie
03-05-2018
Zaaknummer
13/751486-16
Rechtsgebieden
Europees strafrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Overleveringsverzoek Bulgarije, tussenuitspraak voor het stellen van nadere vragen m.b.t. de detentieomstandigheden in de penitentiaire inrichting waarin de opgeëiste persoon na overlevering zal worden geplaatst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751486-16

RK nummer: 16/4757

Datum uitspraak: 19 april 2018

TUSSENUITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 juli 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 3 oktober 2014 (ontvangen op 30 juni 2016) door de landelijk officier van justitie bij het Landelijk Parket Gorna Oryahovitsa (Bulgarije) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedag] 1966,

wonende op het adres [adres] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

Zitting 25 augustus 2016

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 25 augustus 2016. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort, en door een tolk in de Bulgaarse taal.

De rechtbank heeft het onderzoek geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit specifieke aanvullende informatie te verkrijgen omtrent de detentieomstandigheden en de exacte detentie-instelling waar de opgeëiste persoon na zijn overlevering zou worden geplaatst.

Zitting 14 februari 2017

De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 14 februari 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie,
mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw
mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort, en door een tolk in de Bulgaarse taal.

Ter zitting heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met 30 dagen verlengd.

Bij tussenuitspraak van 28 februari 2017 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst in afwachting van aanvullende informatie van de uitvaardigende autoriteit op grond waarvan een reëel gevaar op een behandeling in strijd met artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) kan worden uitgesloten.

Zitting 11 oktober 2017

De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare terechtzitting van 11 oktober 2017, in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is niet verschenen. De rechtbank heeft de behandeling aangehouden omdat de opgeëiste persoon niet op de juiste wijze was opgeroepen.

Zitting 13 februari 2018

De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 13 februari 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort, en door een tolk in de Bulgaarse taal.

Bij tussenuitspraak van 27 februari 2018 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om vragen aan de Bulgaarse justitiële autoriteiten te stellen betreffende de detentieomstandigheden.

Zitting 5 april 2018

De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 5 april 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie,

mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw,

mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort, en door een tolk in de Bulgaarse taal.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Bulgaarse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis nr. 687/19.10.2011, in de strafzaak van algemene aard nr. 481/2011 bij Regionale Rechtbank Gorna Oryahovitsa, in kracht gegaan op 4 mei 2012.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 4 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert volgens het EAB nog 4 maanden. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.

Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW, strafbaarheid, feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

Naar het oordeel van de rechtbank is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing. De rechtbank verwijst naar hetgeen zij in dit verband heeft overwogen in de tussenuitspraak van 28 februari 2017.

De rechtbank verwijst eveneens naar haar overwegingen in deze tussenuitspraak met betrekking tot de (dubbele) strafbaarheid van de feiten ten aanzien waarvan de overlevering is verzocht. Aan de in artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW gestelde eisen is voldaan.

5. Detentieomstandigheden, artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie

5.1

Inleiding

In verschillende uitspraken1 heeft de rechtbank op grond van het public statement van 26 maart 2015 van het CPT (Committee for the Prevention of Torture) geconcludeerd dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Bulgarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, zoals bedoeld in artikel 4 Handvest.

Onder verwijzing naar het arrest van het Europese Hof van 5 april 2016 inzake Aranyosi en en Căldăraru (C-404/15 en C-659/15) ligt derhalve de vraag voor of op basis van nadere informatie kan worden uitgesloten dat voor de opgeëiste persoon een zodanig reëel gevaar bestaat als hij wordt overgeleverd.

Daarbij gaat de rechtbank er op grond van eerder door de Bulgaarse autoriteiten verstrekte informatie van uit, dat de opgeëiste persoon most likely zal worden geplaatst in de gevangenis van Lovech.

Tussenuitspraak 28 februari 2017

In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat op basis van de tot dan toe verstrekte algemene gegevens niet kon worden uitgesloten dat een reëel gevaar als hiervoor bedoeld bestond. Er waren slechts algemene informatie dan wel garanties gegeven dat de detentieomstandigheden in overeenstemming met artikel 3 ERVM dan wel artikel 4 van het Handvest zouden zijn, terwijl de door de Bulgaarse autoriteiten verstrekte gegevens geen enkele informatie bevatten over de omstandigheden in de gevangenis in Lovech.

Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat het CPT in het voormelde public statement naar aanleiding van zijn bezoeken aan Bulgarije heeft geconstateerd dat zich ernstige tekortkomingen voordoen in de Bulgaarse detentie-instellingen, dat het laatste bezoek heeft gedemonstreerd dat geen of weinig vooruitgang is geboekt ten aanzien van de door het CPT gedane aanbevelingen, dat de Bulgaarse autoriteiten niet hebben voldaan aan hun herhaalde verzekeringen dat actie zou worden ondernomen en dat in het public statement als nog steeds bestaande tekortkomingen worden opgesomd: physical ill-treatment, inter-prisoner violence, endemic corruption, overcrowding, ever worsening material conditions, no acces to organised out of cell activities, poor accesibility and quality of medical services.

De rechtbank heeft overwogen dat zij tenminste op de door het CPT in het public statement van 26 maart 2015 genoemde punten concrete informatie noodzakelijk acht omtrent de omstandigheden waarin de opgeëiste persoon in Lovech zal verkeren.

Bij brief van 23 augustus 2017 is door Yordan Angelov Prosecutor het volgende meegedeeld:

We requested it (information) from the Ministery of Justice, General Directorate “Execution of Sentences”. In their answer of April 3, 2017, the following is stated:

At present, the number of convicted persons in the prison in Lovech is 647, of which 365 are staying in the main building of the prison, at capacity based on four square meters – 407; in the prison hostel “Poligona” / of open type / - 50, at capacity based on four square meters – 110 and in the prison hostel “Veliko Tarnovo” – 34, at capacity based on four square meters – 103. They are differentially divided into groups.

The sleeping premises are with replaced windows and a private toilet.

The Medical Center of the prison and the Specialized Hospital for Active Treatment of Prisoners provide medical services around the clock.

Prisoners have the right to free food, which chemical and calorie composition is under tables, approved by the Minister of Justice, in coordination with the Minister of health. The daily menu is prepared following a special recipe book.

Bij brief van 20 september 2017 is voorts namens het Ministery of Justice, General Directorate for Execution of Penalties het volgende meegedeeld:

Pursuant to art 43, par, 4 of the Law on Execution of Penalties and Detention, the minimum living space in the sleeping room for each person deprived of liberty can’t be less than 4m2, therefore the personal space is 4 m2, excluding toilet and bathroom.

Even our previous reply contained the information that the premises have new door and window frames and private toilet and bathroom.

The prison of the town of Lovech is heated by a centralized gas supply system.

We confirm that twenty-four-hour medical care is provided for by the Medical Center of the prison and the Specialized Hospital for Active Treatment for People Deprived of Liberty.

(…)

The report of the Committee for the Prevention of Torture from November 12, 2015 doesn’t refer to any evidence for physical abuse in the prison of the town of Lovech, and such cases haven’t been registered there up to the present moment.

Tussenuitspraak 27 februari 2018

De rechtbank heeft in deze tussenuitspraak geoordeeld dat de beschikbare informatie geen aanleiding geeft om af te wijken van haar oordeel dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Bulgarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld. De beschikbare informatie sluit dit gevaar bovendien niet uit voor de opgeëiste persoon.

De rechtbank heeft op basis van de verstrekte informatie aangenomen dat de opgeëiste persoon zal beschikken over 4 m2 aan personal space en dat de feitelijke bezettingsgraad in de gevangenis in Lovech zodanig is dat er geen sprake van overbevolking is.

Omdat het vastgestelde algemene gevaar echter niet alleen gebaseerd is op overbevolking, blijven de overige detentieomstandigheden relevant (vgl. het arrest van de Europese Hof van de Rechten van de Mens van 20 oktober 2016 inzake Muršić/Kroatië (7334/13)). Ten aanzien van die omstandigheden was de rechtbank van oordeel dat de verstrekte informatie nog onvoldoende concreet was.

Om die reden heeft de rechtbank in haar tussenuitspraak om aanvullende informatie verzocht en daartoe de volgende vragen gesteld:

  • -

    Welke acties zijn in Lovech Prison ondernomen om fysieke mishandeling en geweld te registeren en te onderzoeken sinds het rapport van het CPT?

  • -

    Wat is de huidige stand van zaken in Lovech Prison ten aanzien van de aangekondigde necessary repairs zoals genoemd in de Response van 12 november 2015? Wat zijn de concrete materiele condities waarin de opgeëiste persoon terecht komt?

  • -

    Hoeveel uren per dag zal de opgeëiste persoon in een cel zitten? Wat zijn de georganiseerde activiteiten buiten de cel?

Daarnaast heeft de rechtbank het volgende overwogen:

“(…) in de Response van de Bulgaarse overheid van 12 november 2015 wordt melding gemaakt (pagina 8, punt 9) van the Neshkov working group, ingesteld door het Bulgaarse ministerie van justitie:

The working group has two main tasks: 1) to elaborate measures to tackle the problems identified in the pilot judgment, and, 2) to propose a system of preventive and compensatory remedies against poor material conditions of detention.

(…)

The group shall announce the results of its work in November 2015.

Voor zover deze werkgroep nog actief is, zijn de bevindingen ervan mogelijk van belang bij de beoordeling van de huidige detentieomstandigheden in Bulgarije en de beantwoording van voornoemde vragen.”

Aanvullende informatie voor de zitting van 5 april 2018

Bij schrijven van 28 maart 2018 heeft de vertegenwoordiger van the District Prosecutor’s Office – Gorna Oryahovitsa informatie, afkomstig van the Ministry of Justice, Chief Directorate ‘Execution of Punishments’ County Jail Lovech (van 22 maart 2018), aan het Openbaar Ministerie gezonden.

Deze informatie luidt, voor zover van belang, als volgt:

(…)

1. In relation to the Report of the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment, concerning the frequent cases of complaints of physical abuse, found during an inspection in places of deprivation of liberty in the Republic of Bulgaria, on the grounds of Art.11, para.3 of the Law on Execution of Penalties and Detention (LEPD), Section 1 of Ordinance No. LS-04-l805 / 17.11.2014 of the Minister of Justice, was issued Ordinance No. LS-04-1416 / 13.10.2015 of the Deputy Minister of Justice on the establishment of a register of traumatic injuries in the places of deprivation of liberty and increasing control in incidents related to the use of physical force .

Pursuant to the aforementioned Ordinance of the Deputy Minister of Justice, from November 2015 in the Country Jail Lovech the cases of traumatic injuries of prisoners and detained in custody are registered and in which physical force or auxiliary funds. The results of the reviews shall be recorded in the general outpatient journals, as at the discretion of the medical specialists, for each case entered in the “Register for traumatic injuries of prisoners and detained in custody”, the respective prosecutor’s office was notified, according to art.205, para.2 of the Criminal Procedure Code. Separately, in case of use of physical force or auxiliary means pursuant to Chapter 9, Section III of the Law on Execution of Penalties and Detention, a medical examination shall be carried out and the respective Prosecutor’s Office informed. In cases where auxiliary means has to be used - handcuffs, prisoners and detained persons shall be placed under constant surveillance and immediately after dropping their need they shall be removed.

1. Cases of traumatic injuries to prisoners can be divided into several ranges. (…) The most numerous cases of traumatic injuries are physical intimidation between the prisoners. (…) in Lovech Country Jail (…), attention is paid to reducing the interceptions between the prisoners. (..) Measures have been taken to increase cooperative activities between security officers and social workers in order to transmit information, direct monitoring of problem persons and solving socio-ethnic contradictions.

2. In 2015, kitchens in the Specialized Hospital for Active Treatment of Prisoners at the prison, in the "Holding" in prison and the prison hostel of closed type - PHCT "Atlant", city of Troyan were completely renovated and equipped. (…)

Currently, some of the cells in the main Corpus in the prison have been renovated, as hot water facilities were placed in the prison corpus. Repairs are still underway in the cells, common areas and sanitary facilities. Regularly, the premises (cells, canteens, bathrooms, toilets, common areas, etc.) where the deprived persons reside are being degraded on schedule. The premises are heated on a daily basis according to the statutory temperature values.

Prisoners have access to healthcare in the country without being discriminated against on the basis of their legal status. Every prisoner and the deprived person is offered an adequate medical examination as soon as possible after imprisonment and such medical care and treatment is provided as necessary. These care and treatment are provided free of charge. Sick prisoners in need of specialized treatment are accommodated in specialized hospitals in prisons or city hospitals. The services of a qualified dentist are also available.

3. (…) Every person deprived of his liberty is being planned for activities depending on his qualities, skills, professional qualifications or the need for continuing education. Cultural and information activities, sports activities and tournaments, participation in artistic activities, competitions on national holidays and celebrations in the country (making paintings and drawings, writing essays, stories, parables, etc.) are mandatory carried out. Prisoners are involved in various interest clubs and organized training courses. The same can work on households, in the workshops on the territory of the prison and in the PHCT "Atlant" - city of Troyan, on external work sites for the prisoners of imprisonment in open type prison hostels, as well as voluntary unpaid labour (…) Upon request, prisoners may attend meetings organized by the Orthodox church or the Evangelical Methodist Church.

How many hours during the day will the prisoners stay in hostels (cells) depends on their individual personal qualities, skills, interests, abilities, labour and social activities, etc.

5.2

Het standpunt van de verdediging

Door de raadsvrouw is betoogd, zakelijk weergegeven, dat de overlevering moet worden beëindigd omdat op basis van de verstrekte aanvullende informatie nog steeds niet kan worden uitgesloten dat voor de opgeëiste persoon, indien hij wordt overgeleverd aan Bulgarije, een reëel gevaar bestaat dat hij in detentie aan een onmenselijke of vernederende behandeling zal worden onderworpen.

Er is in het antwoord van de Bulgaarse justitiële autoriteiten geen aandacht besteed aan de Neshkov workinggroup. Verder is er een register ingesteld voor het registreren van geweld tussen gedetineerden onderling, maar niet van geweld door anderen dan medegedetineerden. Dergelijk geweld kan wel worden gemeld, maar wordt niet geregistreerd. Er zijn daarnaast geen andere stappen ondernomen dan het instellen van een register.

Over corruptie wordt niets gezegd in de aanvullende informatie. Gelet op de stakingen op 21 en 22 maart 2018 door personeelsleden van Lovech prison - wegens de slechte arbeidsomstandigheden, salaris en de onderbezetting - is er echter wel sprake van omstandigheden waarbinnen corruptie gedijt.

Lovech prison is voorts slechts deels gerenoveerd. Het project is aangevangen, maar nog niet af. Het is niet duidelijk waar de opgeëiste persoon zal terechtkomen in de penitentiarie inrichting. De material conditions zijn kortom aan het verbeteren, maar die verbeteringen zien met name op de gemeenschappelijke gedeeltes van Lovech prison en op een paar cellen.

Er zijn daarnaast allerlei activiteiten buiten de cel mogelijk, maar het is niet duidelijk wat dit concreet voor de opgeëiste persoon inhoudt. Wat kan hij ondernemen en hoeveel uur brengt hij dan buiten zijn cel door.

Er is daarom sprake van een gebrek aan personeel en nog niet is opgehelderd wat concreet de staat van de gebouwen van Lovech prison is. Bovendien is nog steeds niet duidelijk in hoeverre de opgeëiste persoon aan activiteiten kan deelnemen.

Subsidiair verzoekt de raadsvrouw om nadere vragen aan de Bulgaarse justitiële autoriteiten te vragen.

5.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de aanvullende informatie genoegzaam is en dat de opgeëiste persoon kan worden overgeleverd aan de Bulgaarse justitiële autoriteiten. Er bestaat, in het licht van de aanvullende informatie, geen reëel gevaar dat de opgeëiste persoon na overlevering aan Bulgarije in detentie onmenselijk of vernederend zal worden behandeld, zoals bedoeld in artikel 4 Handvest.

De Bulgaarse justitiële autoriteiten garanderen 4 m² aan celruimte voor de opgeëiste persoon en de overcrowding is geen probleem meer in Lovech prison. De rechtbank heeft niet naar de corruptie waar in het rapport van het CPT over wordt gesproken, gevraagd, maar in andere Bulgaarse overleveringszaken heeft de rechtbank hier wel naar gevraagd en toen is een afdoende antwoord verstrekt.

Er is een register betreffende physical abuse ingesteld en dat ziet op alle geweldsmisdrijven. Het Openbaar Ministerie wordt altijd op de hoogte gesteld van geweldsmisdrijven en indien nodig kunnen artsen het slachtoffer van een geweldsmisdrijf bezoeken. Met betrekking tot geweld door personeelsleden van de penitentiaire inrichting hebben de Bulgaarse justitiële autoriteiten aangegeven dat na het aandoen van boeien altijd wordt gecheckt of er geen letsel is en zo ja, dan wordt daarvan melding bij het Openbaar Ministerie gedaan.

Voorts wordt gesproken over de renovatie van onder andere de keukens en nieuwe heet water-faciliteiten. Verder wordt gesteld dat “Repairs are still underway in the cells, common areas and sanitary facilities”.

Hoe lang de opgeëiste persoon in zijn cel moet verblijven is geen heel belangrijk punt want er is namelijk vier m² personal space gegarandeerd en het is duidelijk dat er voldoende te doen is voor gedetineerden die dat willen.

Ten slotte wordt in de rapportage van het CPT niet gemeld dat er sprake is van onderbezetting bij het personeel van penitentiaire inrichtingen.

Subsidiair wordt verzocht om, indien de rechtbank meent dat de aanvullende informatie onvoldoende is, de zaak nogmaals aan te houden voor het stellen van nadere vragen.

5.4

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank geeft de verstrekte informatie nog immer geen aanleiding om af te wijken van haar eerdere oordeel dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Bulgarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld. De beschikbare informatie sluit dit gevaar bovendien niet op alle punten uit voor de opgeëiste persoon.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank om nadere, op de concrete situatie van de opgeëiste persoon toegespitste, informatie verzocht ten aanzien van de volgende punten (in relatie tot hetgeen het CPT hierover heeft gezegd):

  1. Welke acties in Lovech Prison ondernomen zijn om fysieke mishandeling en geweld te registeren en te onderzoeken;

  2. Wat de stand van zaken is in Lovech Prison ten aanzien van de aangekondigde necessary repairs, met name de concrete materiële condities waarin de opgeëiste persoon terecht komt na overlevering;

  3. Hoeveel uren per dag de opgeëiste persoon in een cel zal zitten, gelet op de georganiseerde activiteiten buiten de cel;

  4. Wat de bevindingen van de Neshkov working group zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank is vraag 1. afdoende beantwoord door de Bulgaarse justitiële autoriteiten. De rechtbank begrijpt dat alle geweldsmisdrijven worden geregistreerd. Uit het antwoord maakt de rechtbank niet op dat de registratie tot geweld tussen gedetineerden onderling is beperkt noch dat geweldshandelingen door personeelsleden hiervan zijn uitgesloten.

Ten aanzien van de overige antwoorden overweegt de rechtbank het volgende.

Concrete materiële condities Lovech prison

De antwoorden van de Bulgaarse justitiële autoriteit met betrekking tot de stand van zaken als het gaat om de (onderhouds)toestand van de gebouwen van Lovech prison houden, kort gezegd, in dat de keukens en een aantal cellen zijn gerenoveerd. Verder zijn er heet water-faciliteiten geïnstalleerd in de penitentiaire inrichting en liggen er nog reparaties in het verschiet als het gaat om de cellen, de gemeenschappelijke ruimtes en de sanitaire voorzieningen.

De vraag wat dit concreet betekent voor de opgeëiste persoon als hij wordt overgeleverd, in het bijzonder of hij in een cel wordt geplaatst die conform de aanbevelingen van het CPT is aangepast, is echter nog niet beantwoord.

Activiteiten waaraan de opgeëiste persoon kan deelnemen, in het bijzonder het aantal uren dat hij op cel doorbrengt

De rechtbank maakt uit de beantwoording van haar vraag op dat de opgeëiste persoon desgewenst aan verschillende activiteiten kan deelnemen, mits deze passen bij onder meer zijn persoonlijke eigenschappen, vaardigheden en interesses. Het is de rechtbank nog niet duidelijk hoeveel uren per dag de opgeëiste persoon aan activiteiten kan besteden en hoeveel uren per dag hij in ieder geval op cel moet doorbrengen.

Neshkov working group

De rechtbank heeft in haar tussenuitspraak geoordeeld dat, indien deze werkgroep nog actief is,

de bevindingen ervan mogelijk van belang zijn bij de beoordeling van de huidige detentieomstandigheden in Bulgarije en de beantwoording van voornoemde vragen.

Voor alle duidelijkheid zal de rechtbank deze vraag, anders geformuleerd, nogmaals stellen.

De rechtbank zal het onderzoek ter zitting daarom heropenen voor het stellen van de volgende vragen:

  1. Wat zijn de concrete materiële condities waarin de opgeëiste persoon na overlevering in Lovech Prison terecht komt? Meer in het bijzonder, wordt de opgeëiste persoon in een cel geplaatst die conform de aanbevelingen van het CPT is aangepast?

  2. Hoe veel uren per dag zou de opgeëiste persoon aan activiteiten buiten zijn cel kunnen besteden?

  3. Hoe veel uren per dag moet hij in ieder geval op cel doorbrengen?

  4. Is de Neshkov workinggroup nog actief en zo ja, wat zijn hun bevindingen?

Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de volgende beslissing.

6 Beslissingen

HEROPENT en SCHORST het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd

STELT UIT de beslissing over de tenuitvoerlegging van het EAB.

BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nog vast te stellen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.

BEVEELT de oproeping van een tolk voor de Bulgaarse taal tegen de nog vast te stellen datum en het nog vast te stellen tijdstip.

Aldus gedaan door

mr. E.M.M. Gabel, voorzitter,

mrs. W.A.J.P. van den Reek en B. Poelert, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 19 april 2018.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

1 Zie o.a. Rechtbank Amsterdam 28 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:1269 en Rechtbank Amsterdam 8 juni 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:441