Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:2733

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-04-2018
Datum publicatie
04-05-2018
Zaaknummer
6778572 KK EXPL 18-292
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Dat de nieuwe bovenburen voor geluidsoverlast zorgen, heeft een huurster uit de Rivierenbuurt onvoldoende aannemelijk kunnen maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 6778572 KK EXPL 18-292

vonnis van: 25 april 2018

vonnis van de kantonrechterkort geding

I n z a k e

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres

nader te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. V.C. van der Velde

t e g e n

1. de besloten vennootschap [naam gedaagde 1] Makelaardij OG/Vastgoedmanagement B.V.

2. de besloten vennootschap NRE Amsterdam I B.V.

beiden gevestigd te Amsterdam

gedaagden

nader te noemen: [naam gedaagde 1] en NRE

gemachtigde: mr. H.C. Bollekamp

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 5 april 2018, met producties, heeft [eiseres] een voorziening gevorderd.

Ter zitting van 18 april 2018 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiseres] is in persoon verschenen, vergezeld door de gemachtigde. Namens NRE was de heer [naam technisch manager] (technisch manager) verschenen, vergezeld door de gemachtigde en de heer [naam informant] als informant. Mr. Van der Velde heeft voorafgaand aan de zitting nog nadere producties overgelegd. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht. Na verder debat is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Als uitgangspunt geldt het volgende.

1.1.

[eiseres] huurt sinds 1 januari 2001 de woning aan de [adres 1] (hierna: de woning) van NRE. [naam gedaagde 1] treedt op als beheerder.

1.2.

Na een verbouwing in de maanden mei en juni 2017 heeft de familie [naam familie] (hierna: [naam familie] ) per 1 juli 2017 haar intrek genomen in de woning aan de [adres 2] , gelegen direct boven de woning.

1.3.

NRE is eigenaar en verhuurder van alle woningen behorend tot het blok waarvan de woning deel uitmaakt en dus ook van de woning van [naam familie] .

1.4.

Bij brief van 5 september 2017 aan [naam gedaagde 1] heeft [eiseres] geklaagd over geluidsoverlast vanwege de door [naam familie] nieuw in de woning gelegde vloer (hierna: de vloer van [naam familie] ).

1.5.

Bij brief van 6 september 2017 heeft Rappange Administratie B.V. (hierna: Rappange) [eiseres] namens NRE bericht dat zij in reactie op de onder 1.4 genoemde brief navraag heeft gedaan bij [naam familie] en dat [naam familie] haar heeft verzekerd dat de vloer voldoet aan alle isolatie-eisen. Voorts heeft Rappange geschreven dat de klachten die [eiseres] omschrijft voorlopig klinken als normale leefgeluiden en haar verwezen naar een aantal instanties die zij kan benaderen mocht zij van mening zijn dat de overlast onaanvaardbaar is.

1.6.

Bij brief van 28 september 2017 aan Rappange heeft de gemachtigde van [eiseres] haar standpunt kort gezegd herhaald.

1.7.

Bij e-mail van 6 oktober 2017 heeft Rappange de gemachtigde van [eiseres] de isolatiewaarden van de vloer toegezonden en zich op het standpunt gesteld dat de vloer ruimschoots voldoet aan de wettelijke eisen.

Vordering en verweer

2. Na haar vordering tegen [naam gedaagde 1] ter zitting te hebben ingetrokken, vordert [eiseres] dat NRE bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld zal worden om (samengevat weergegeven):

2.1.

primair de vloer van [naam familie] te verwijderen;

2.2.

subsidiair geluidsisolering aan de vloer van [naam familie] aan te brengen;

2.3.

meer subsidiair medewerking te verlenen en betaling aan een onderzoek naar de contactgeluidsisolatie en de opbouw van de vloer van [naam familie] ;

2.4.

primair en (meer subsidiair) de kosten van de onderzoeken aan [eiseres] te vergoeden, vermeerderd met rente en op straffe van verbeurte van een dwangsom;

2.5.

de proceskosten van [eiseres] te betalen, vermeerderd met rente.

3. [eiseres] legt - kort gezegd - aan haar vordering ten grondslag dat de overlast die zij ervaart een gebrek oplevert in de zin van artikel 7:204 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) en dat NRE op grond van artikel 7:206 lid 1 BW verplicht is dit te verhelpen. Daarbij geldt dat een huurder die onrechtmatig geluidsoverlast veroorzaakt tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen jegens de verhuurder en dat een omwonende die huurder is van dezelfde verhuurder in redelijkheid mag verwachten dat de verhuurder een grondig onderzoek instelt naar de klachten om daar vervolgens maatregelen tegen te nemen. Door na te laten de klachten van [eiseres] te onderzoeken, is NRE in haar contractuele verplichtingen jegens [eiseres] tekortgeschoten, aldus [eiseres] .

4. NRE voert gemotiveerd verweer.

Beoordeling

5. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

6. Het door [eiseres] gestelde spoedeisende belang is door NRE niet weersproken, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat [eiseres] dit heeft.

7. [eiseres] heeft ter onderbouwing van de door haar gestelde onrechtmatige geluidsoverlast een door haar opgesteld logboek, waarin zij haar klachten per dag heeft opgeschreven, overgelegd alsmede een verklaring van haar psycholoog en haar coach. NRE heeft de gestelde overlast gemotiveerd betwist en heeft daartoe, onder verwijzing naar de bij de onder 1.6 genoemde e-mail gevoegde isolatiewaarden, aangevoerd dat de vloer van [naam familie] - die zelf vloerenlegger is - aan alle vereisten voldoet. Voorts heeft NRE betwist dat zij niet heeft willen meewerken aan een onderzoek. Volgens NRE heeft zij [eiseres] in november 2017 aangeboden om de kosten van een onderzoek naar de vloer voor haar rekening te nemen en de vloer van [naam familie] te zullen verwijderen, indien uit dat onderzoek blijkt dat de vloer van [naam familie] niet voldoet. [naam familie] - die dat ter zitting beaamde - heeft toegezegd zijn medewerking te verlenen, aldus NRE.

8. De kantonrechter acht de door [eiseres] gestelde overlast in dit kort geding onvoldoende aannemelijk geworden. Hetzelfde geldt voor het niet willen meewerken van NRE aan een onderzoek naar de vloer van [naam familie] , waarbij van belang is dat NRE (en [naam familie] ) haar onder 6 genoemde aanbod ter zitting heeft herhaald. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt voorshands ook niet in te zien waarom NRE de kosten van het onderzoek zou moeten dragen, behoudens indien komt vast te staan dat de vloer inderdaad niet voldoet. Maar voor dat geval heeft NRE juist toegezegd de kosten voor haar rekening te zullen nemen. Onder deze omstandigheden dienen de vorderingen van [eiseres] genoemd te worden afgewezen.

9. [eiseres] dient als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten te worden belast.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van NRE begroot op € 400,00 aan salaris voor de gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt [eiseres] tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en [eiseres] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. van de Poel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.