Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:2579

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-04-2018
Datum publicatie
20-04-2018
Zaaknummer
C/13/645426 / KG ZA 18-302
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De gemeente mag in een buurt in Amsterdam per direct betaald parkeren invoeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/645426 / KG ZA 18-302 AB/MV

Vonnis in kort geding van 19 april 2018

in de zaak van

1. de vereniging

[eiseres sub 1] ,

2. [eiseres sub 2],

3. [eiseres sub 3],

4. [eiseres sub 4],

5. [eiser sub 5],

6. [eiseres sub 6],

7. [eiseres sub 7],

8. [eiser sub 8],

9. [eiseres sub 9],

10. [eiseres sub 10],

11. [eiseres sub 11],

12. [eiser sub 12],

13. [eiser sub 13],

14. [eiseres sub 14],

15. [eiser sub 15],

16. [eiseres sub 16],

17. [eiseres sub 17],

18. [eiseres sub 18],

19. [eiser sub 19],

20. [eiser sub 20],

21. [eiseres sub 21],

22. [eiser sub 22],

23. [eiser sub 23],

24. [eiser sub 24],

25. [eiser sub 25],
26. [eiser sub 26],
27. [eiser sub 27],

28. [eiseres sub 28],

29. [eiser sub 29],

30. [eiseres sub 30],

31. de vereniging van eigenaren
[eiseres sub 31],

32. [eiser sub 32],

33. [eiser sub 33],

34. [eiser sub 34],

allen gevestigd of wonende te [plaats] ,

eisers bij dagvaarding van 28 maart 2018,

advocaten mrs. S. Levelt en D.C.E. de Haas te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE AMSTERDAM,

zetelend te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. ir. ing. F.A. Linssen te Amsterdam.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 12 april 2018 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.
Gedaagde, hierna ook de Gemeente, heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening.
Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Ter zitting waren – voor zover van belang – aanwezig:

aan de zijde van eisers [eiser sub 8] en [naam 1] met mrs. Levelt en
De Haas;

aan de zijde van de Gemeente [naam 2] en [naam 3] met mr. Linssen.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2 De feiten

2.1.

Eisers wonen of zijn gevestigd in de [buurt] te [plaats] .

2.2.

Met ingang van 20 januari 1986 gold in de [buurt] een systeem van belanghebbendenparkeren. In dit systeem mag alleen worden geparkeerd door vergunninghouders (bewoners en bedrijven van de [buurt] ) en hun bezoek.

2.3.

Bij brief van 31 januari 2018 heeft de Gemeente de bewoners van de [buurt] aangekondigd met ingang van 16 april 2018 een systeem van fiscaal parkeren in te voeren. In dit systeem mag iedereen in het gebied parkeren, mits daarvoor wordt betaald (door middel van een losse kaart, dan wel door middel van een vergunning). Een vergunning kan alleen door bewoners en door bestaande bedrijven worden verkregen. In het zogenoemde Uitwerkingsbesluit parkeerverordening stadsdeel 2018 van de Gemeente is opgenomen dat voor niet-vergunninghouders van maandag tot en met zaterdag van 9.00 tot 21.00 uur een parkeerduurbeperking geldt van 60 minuten en een parkeerduuronderbreking van 120 minuten.

2.4.

Bij brief van 19 februari 2018 hebben eisers de Gemeente gesommeerd af te zien van invoering van het systeem van fiscaal parkeren. De Gemeente heeft hieraan geen gevolg gegeven.

2.5.

Op 22 maart 2018 is aan de bestuursrechter van deze rechtbank verzocht de besluiten tot intrekking van het besluit van 20 maart 1985 tot aanwijzing van de [buurt] voor parkeren voor belanghebbenden te schorsen en bij wege van ordemaatregel te bepalen dat geen feitelijke wijziging wordt aangebracht in het parkeren voor belanghebbenden in de [buurt] .

2.6.

Eisers hebben vanaf 2004 bezwaarschriften bij de Gemeente ingediend tegen diverse besluiten die de strekking hadden de bestaande regeling van het belanghebbendenparkeren in te trekken. De behandeling hiervan is lange tijd aangehouden. Bij brief van 19 januari 2018 hebben zij verzocht om voortzetting van de aanhangige bezwaarprocedures. Bij brief van 9 maart 2018 zijn de gronden voor de bezwaren ingediend.

2.7.

Op 10 april 2018 heeft de Gemeente een besluit genomen waarin de onder 2.6 genoemde bezwaarschriften niet-ontvankelijk zijn verklaard Eisers hebben hiertegen dezelfde dag een beroepschrift ingediend bij deze rechtbank (Afdeling Publiekrecht, Team Bestuursrecht).

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen de Gemeente te verbieden om een systeem van fiscaal parkeren in de [buurt] in te voeren, althans dit in te voeren zonder dat daarin voor de bewoners is voorzien in parkeren voor belanghebbenden, althans dit in te voeren voordat is beslist op de bezwaarschriften gericht tegen intrekking van het huidige systeem van parkeren voor belanghebbenden. Ook vorderen zij de Gemeente te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2.

Eisers stellen hiertoe – samengevat weergegeven – dat de Gemeente met de invoering van het fiscaal parkeren een door haar afgegeven garantie schendt om de parkeerdruk in de [buurt] zoveel mogelijk te beperken. De garantie is neergelegd in een brief van het college van burgemeester en wethouders van 20 mei 1980 en hield verband met het verlenen van de bouwvergunning voor het World Trade Center. De garantie is door het stadsdeel Zuid bevestigd in 1997. Ook toen is gezegd dat de [buurt] als rustige woonbuurt moest worden behouden. Een systeem van fiscaal parkeren is weliswaar in beginsel niet onrechtmatig (zoals ook is geoordeeld door het gerechtshof Amsterdam op 13 juli 2006), maar de thans door de Gemeente gekozen variant is dat wèl. Ten onrechte is aangenomen dat de overlast beperkt is, onder meer omdat de parkeerbehoefte in (de omgeving van) de [buurt] toeneemt. Op het door Trajan verrichte onderzoek valt het nodige aan te merken. De vergelijking met Buitenveldert gaat mank. Verder voeren eisers aan dat – anders dan de Gemeente zegt – fiscaal belanghebbendenparkeren wèl mogelijk is. Tot slot is het afschaffen van het belanghebbendenparkeren onzorgvuldig in verband met de kwestie van de garages. Bewoners die hun garage (te goeder trouw) hebben omgebouwd tot een ruimte met een andere bestemming, hebben geen recht op een parkeervergunning. Al met al zijn eisers van mening dat de thans door de Gemeente gekozen variant van fiscaal parkeren een schending inhoudt van de garantie dat parkeeroverlast in de [buurt] zoveel als mogelijk wordt beperkt.
Daarnaast schendt de Gemeente de afspraak om niet tot invoering van fiscaal parkeren over te gaan voordat op de aanhangige bezwaarschriften is beslist. Deze afspraak is gemaakt in een gesprek tussen eisers en de toenmalige wethouder ( [naam wethouder] ) op 27 mei 2009 en is bevestigd in een brief van 22 juli 2009. De afspraak is aan te merken als een vaststellingsovereenkomst. Het op 10 april 2018 door de Gemeente genomen besluit op bezwaar voldoet op een aantal punten niet aan de daaraan te stellen eisen. Zo zijn eisers niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Het besluit is alleen genomen met het oog op de zitting in dit kort geding en getuigt van haastwerk.

3.3.

De Gemeente voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De toezegging om fiscaal parkeren niet in te voeren zolang de procedures lopen is mondeling gedaan door wethouder [naam wethouder] van het voormalig Stadsdeel Zuideramstel tijdens een bespreking met (bestuurs-) leden van de [eiseres sub 1] op 27 mei 2009. Volgens het proces-verbaal van de zitting bij de belastingkamer van het gerechtshof van 26 juni 2009 heeft de gemachtigde van het stadsdeel daar toen over gezegd. “De feitelijke situatie is dat de gemeente heeft toegezegd dat gedurende de procedures het belanghebbendenparkeren gehandhaafd blijft. In ieder geval tot aan de uitspraak van het Hof”. Die uitspraak kwam op 17 september 2009.
Bij brief van 22 juli 2009 aan wethouder [naam wethouder] heeft de [eiseres sub 1] de afspraak als volgt bevestigd:
“De bezwaarprocedure tegen de besluiten tot beëindiging van het systeem van belanghebbendenparkeren loopt nog. Namens het stadsdeel ter zitting van 26 juni jl. en tijdens ons gesprek van 27 mei jl. is toegezegd dat zolang de procedures lopen geen feitelijke invoeringsmaatregelen ten behoeve van fiscaal betaald parkeren zullen worden genomen.”

4.2.

De Gemeente heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat deze toezegging is nagekomen, nu de invoering zou plaatsvinden op 16 april 2018, nadat op 10 april 2018 op de bezwaren was beslist. Dat die beslissing met de grootste spoed is genomen om 16 april te halen maakt dat niet anders. Eisers mochten deze in 2009 gedane toezegging redelijkerwijs niet zo opvatten dat die zou inhouden dat ook nog in 2018 niet tot invoering zou worden overgegaan voordat het laatste bestuursrechtelijke achterhoedegevecht in hoogste instantie zou zijn beslist.

4.3.

In deze civiele zaak gaat het erom of de Gemeente door invoering van fiscaal parkeren, zoals door haar voorgestaan, de in 1980 door haar gegeven garantie schendt dat de parkeeroverlast in de [buurt] zoveel als mogelijk wordt beperkt. Die invoering kan in dit kort geding alleen worden verboden als voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter tot schending van de garantie zal concluderen.

4.4.

De civiele bodemrechter, het Hof Amsterdam, heeft zich al eens over deze kwestie uitgesproken, namelijk bij arrest van 13 juli 2006. Weliswaar waren niet alle eisers in dit kort geding ook partij in die zaak en werd toen gevorderd om de Gemeente te verbieden de bestaande regeling te beëindigen, maar dat neemt niet weg dat het om dezelfde kwestie ging. Na uitvoerige overwegingen is het Hof destijds tot de conclusie gekomen dat de Gemeente, door invoering van het systeem van het fiscaal parkeren in de [buurt] niet in strijd handelde met de door haar aan de bewoners gegeven garantie.

4.5.

Aan die uitspraak van de civiele bodemrechter komt in dit kort geding groot gewicht toe. Voor zover de overwegingen van het Hof inmiddels niet zijn achterhaald moeten die hier dan ook uitgangspunt zijn. Eisers wijzen erop dat de parkeerdruk sinds 2009 enorm is toegenomen, maar daar staat tegenover dat in het arrest werd uitgegaan van invoering van fiscaal parkeren zonder meer, terwijl daaraan nu stevige beperkingen in het voordeel van de bewoners worden verbonden, te weten een maximale parkeerduur van één uur, gevolgd door een parkeerduuronderbreking van 120 minuten. De Gemeente heeft uitgebreid vooronderzoek gedaan. In dat kader is een impactanalyse naar parkeerscenario’s opgesteld, waaruit blijkt dat de te verwachten parkeerdruk bij een parkeerduurbeperking van drie uur 38% zou zijn. Bij een beperking van één uur zal die dus lager zijn. De bezwaren van eisers tegen het eveneens uitgevoerde Trajan onderzoek kunnen hier buiten beschouwing blijven, omdat de resultaten daarvan niet ten grondslag liggen aan de impactanalyse, zoals de Gemeente onweersproken heeft aangevoerd. Veel zal afhangen van de daadwerkelijke handhaving, maar dat geldt in de huidige situatie ook. Al met al valt niet in te zien waarom het invoeren van een regime van fiscaal parkeren met vergaande beperkingen ten gunste van de bewoners onrechtmatig zou zijn, terwijl het invoeren van een algemeen fiscaal regime zonder beperkingen dat niet was, zoals het Hof in 2006 heeft uitgemaakt.

4.6.

Fiscaal belanghebbendenparkeren is ook uitvoerig onderzocht. Dat heeft de voorkeur van de bewoners, maar zou een afwijking van het gemeentelijk parkeerbeleid betekenen. De Gemeente heeft ter zitting duidelijk gemaakt dat de scanauto die het fiscaal parkeren controleert tegenwoordig weliswaar andere overtredingen kan signaleren en doorgeven, maar dat daartegen vervolgens alleen daadwerkelijk kan worden opgetreden door een opsporingsambtenaar.

Door af te zien van een buiten haar parkeerbeleid vallend systeem, met een dergelijke omslachtige handhavingsprocedure, schendt de Gemeente de in 1980 gegeven garantie niet.

4.7.

Ongeveer een derde van de bewoners heeft een zodanig verbouwde garage dat die niet meer als garage te gebruiken is. Onder het oude systeem stond een garage niet in de weg aan afgifte van een vergunning. Bij fiscaal parkeren wordt geen vergunning verleend wanneer iemand de beschikking heeft over een stallingsplaats. Voor zover dat laatste inderdaad het geval is, zal dat niet leiden tot een toename van de parkeeroverlast, integendeel.

4.8.

Voor het antwoord op de vraag of een bewoner daadwerkelijk een stallingsplaats heeft blijkt de Gemeente te zijn afgegaan op de aktes uitgifte erfpacht. Wie het niet eens is met de beslissing, omdat de garage geen reële stallingsplaats meer is, kan bezwaar maken. Daarmee worden de bewoners in veel gevallen gedwongen bezwaar te maken, omdat de Gemeente vaak zal zijn uitgegaan van verouderde gegevens. Dat is vervelend voor de betrokkenen, maar ook een beetje een luxeprobleem. Veel zal afhangen van een soepele afhandeling. Bij de beoordeling worden verbouwingen van vóór 16 april 2018 meegenomen, zo heeft de Gemeente ter zitting laten weten. In ieder geval maakt ook dit de invoering van fiscaal parkeren niet onrechtmatig.

4.9

Hoe de parkeerdruk werkelijk uitpakt zal pas enige tijd na invoering van het fiscaal parkeren kunnen worden vastgesteld. In dat verband heeft de Gemeente nog meegedeeld dat twee keer per jaar zal worden gemonitord. Eisers zullen daarbij de vinger aan de pols kunnen houden.

4.10.

De slotsom is dat de Gemeente niet in strijd handelt met de garantie uit 1980, noch anderszins onrechtmatig, door invoering in de [buurt] van het door haar beoogde systeem van fiscaal parkeren. De gevraagde voorziening zal dan ook worden geweigerd.

4.11.

Eisers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Gemeente worden begroot op:

- griffierecht € 626,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.442,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorziening,

5.2.

veroordeelt eisers in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 1.442,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2018.1

1 type: MV coll: BB