Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:2573

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-04-2018
Datum publicatie
01-05-2018
Zaaknummer
13/741006-18
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

auto-inbraak, toepassing jeugdstrafrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM


VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/741006-18

Datum uitspraak: 4 april 2018

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1995,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres 1] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 april 2018, waarbij verdachte aanwezig was.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. B. Looijestijn, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. T. de Wit, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij op 4 januari 2018 in Abcoude met een ander of anderen heeft ingebroken in een auto en daaruit diverse goederen van [persoon] heeft weggenomen.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die achter dit vonnis is gevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Hij baseert zich daarbij op de waarneming van de politieagent die ziet dat er drie jongens vanuit een onder een wooncomplex gelegen garage komen lopen, het feit dat deze drie jongens allemaal goederen in hun handen hebben en dat deze drie jongens wanneer ze de politieagent zien de goederen weggooien en het op een rennen zetten. Later blijkt dat de goederen afkomstig zijn uit de auto van [persoon] (hierna: aangever) die in de garage stond. De drie jongens worden aangehouden en één van de medeverdachten heeft glas in zijn haar en in zijn capuchon en draagt een afstandsbediening bij zich die ook afkomstig is uit de auto van aangever.

3.2

Het standpunt van de raadsvrouw van verdachte

De raadsvrouw van verdachte heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Verdachte was aanwezig, maar hij heeft verklaard niet in de garage te zijn geweest. Bovendien zijn er geen inbrekersmaterialen of glasscherven bij hem aangetroffen. Hij kreeg, staand voor de garage de goederen in zijn handen gedrukt en moest toen gaan rennen. Voor normale mensen zijn dit verdachte omstandigheden, maar vanwege de persoonlijke problematiek van verdachte (laag IQ, lichte verstandelijke beperking, zeer kwetsbaar en beïnvloedbaar) kon hij de situatie niet overzien.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging door middel van braak. Zij overweegt als volgt.

Vanwege een groot aantal diefstallen uit de garage van de flats aan de [straatnaam] in Abcoude besluit de politie om op 4 januari 2018 ’s nachts te posten op de [straatnaam] ter hoogte van nummers [nummers] . Een politieagent positioneert zich op de parkeerplaats tegenover de flat zodat hij goed zicht heeft op de omgeving. Omstreeks 02.57 uur ziet hij dat er drie personen omhoog lopen vanuit de garage van de betreffende flat. Hij ziet dat deze personen alle drie goederen vasthouden en dat ze met normale snelheid lopen. Op een gegeven moment ziet één van de personen de politieagent waarop alle drie de personen beginnen met rennen. Zij gooien de goederen weg die zij vasthielden. De drie personen worden aangehouden en de weggegooide goederen worden gevonden. Het zijn een gevulde witte plastic tas, een gevulde zwarte sporttas en een doos met kleding in plastic verpakt. Op de doos staat het adres [straatnaam] [nummer] . De bewoner van dit adres, aangever, wordt ingelicht en hij bevestigt dat hij kleding in zijn auto heeft liggen. Samen met de politieagent loopt hij naar zijn auto, die in de garage geparkeerd staat, en ziet dat het raam van de passagiersdeur van zijn auto kapot is en dat hij verschillende goederen mist, waaronder een witte tas met kledingstukken en een kartonnen doos met kledingstukken.

Verdachte heeft in zijn verhoor bij de politie verklaard dat hij niet in de garage was en dat hij niets heeft weggegooid. Hij ging rennen omdat zijn vrienden zeiden dat hij moest gaan rennen. Op de zitting heeft verdachte in eerste instantie verklaard dat hij boven aan de helling (bij en naar de garage) stond te wachten. Zijn vrienden zeiden dat ze naar een andere jongen gingen en liepen de garage in. Even later heeft verdachte op de zitting verklaard dat hij beneden bij de garagedeur stond en dat hij daar de goederen van zijn vrienden kreeg. Hij rende weg omdat zijn voorlopige hechtenis in een andere zaak net geschorst was en hij daarbij een papier had gekregen wat hij bij zich had moeten dragen, maar dat hij op dat moment niet bij zich had.

De rechtbank acht de verklaring dat verdachte niet in de garage is geweest ongeloofwaardig. Verdachte heeft wisselend verklaard over zijn positie bij de garage en de politieagent ziet drie personen (verdachte en zijn vrienden) vanuit de garage omhoog lopen. Nu zij zijn gaan rennen toen één van hen de politieagent zag en goederen weggooiden die – naar later bleek – afkomstig waren uit de auto van aangever, is de rechtbank van oordeel dat het verdachte en zijn vrienden zijn geweest die in de auto van aangever hebben ingebroken en de goederen hebben weggenomen.

Medeplegen
Uit het dossier volgt dat verdachte met zijn vrienden naar Abcoude is gegaan, dat zij met zijn drieën vanuit de garage omhoog kwamen lopen met goederen in hun handen, dat zij met zijn drieën wegrenden voor de politieagent en dat zij alle drie goederen hebben weggegooid. Op grond van deze omstandigheden oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 4 januari 2018 te Abcoude, gemeente De Ronde Venen, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto met kenteken [kenteken] heeft weggenomen drie zonnebrillen en een grote hoeveelheid kledingstukken bestaande uit truien en overhemden en shirts en een afstandsbediening, merk Cardin, en sleutels en een naamkaarthouder, toebehorend aan [persoon] , waarbij hij, verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot voornoemde personenauto hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak op een ruit van het rechter voorportier van voornoemde personenauto.

4 De bewijsmiddelen

De rechtbank zal de bewijsmiddelen waarop de bewezenverklaring is gebaseerd uitwerken als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld.

5 De strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het bewezen verklaarde is een strafbaar feit en verdachte is daarvoor ook strafbaar.

6 Motivering van de straffen

6.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat op grond van de persoonlijke omstandigheden van verdachte het jeugdstrafrecht moet worden toegepast. Hij heeft vervolgens een jeugddetentie van 120 dagen gevorderd met aftrek van voorarrest, waarvan 45 dagen jeugddetentie voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De officier vindt dat de bijzondere voorwaarden overeenkomstig het reclasseringsadvies van Inforsa van 7 maart 2018, te weten een meldplicht, een ambulante behandelverplichting en een opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, aan dit voorwaardelijk strafdeel moeten worden gekoppeld.

6.2

Het standpunt van de raadsvrouw van verdachte

De raadsvrouw van verdachte heeft vrijspraak bepleit waardoor geen straf of maatregel moet volgen. Subsidiair heeft zij de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Een straf gelijk aan het voorarrest vindt zij redelijk. Mocht de rechtbank toch een voorwaardelijk strafdeel willen opleggen dan heeft de raadsvrouw verzocht een taakstraf op te leggen en geen jeugddetentie. Zij heeft daarmee verzocht het jeugdstrafrecht toe te passen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Ernst van het feit
Verdachte heeft met zijn vrienden ’s nachts ingebroken in een auto en spullen meegenomen. Dit is een ergerlijk feit dat bij aangever overlast en schade heeft veroorzaakt.

Persoonlijke omstandigheden
Uit het rapport van Inforsa van 7 maart 2018, opgemaakt door S. Visser, volgt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende. Verdachte heeft problemen op verschillende leefgebieden. Zo heeft hij geen dagbesteding, geen geschikte woonomgeving, een negatief netwerk en gebruikt hij dagelijks cannabis. De psychische problematiek en de verstandelijke beperking van verdachte lopen als een rode draad door zijn leven en lijken ervoor te zorgen dat hij niet in staat is om zijn leven op een positieve manier te veranderen. Daarnaast is verdachte zeer beïnvloedbaar, hetgeen ertoe leidt dat hij in een negatief sociaal netwerk verkeert en dat daarom het recidiverisico toeneemt.

De reclassering vindt het belangrijk om een reclasseringstoezicht op te leggen zodat binnen dit toezicht nader onderzoek kan worden gedaan naar onder andere de psychische problematiek van verdachte. Zij vindt het tevens van belang dat verdachte structuur en regelmaat in zijn leven krijgt. Daartoe adviseert de reclassering verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht, een ambulante behandelverplichting, een opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en de verplichting om een structurele en zinvolle dagbesteding te vinden en te behouden. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij binnen afzienbare tijd een begeleid wonen plaats kan vinden bij een instelling in Amsterdam West, ver van zijn oude woonomgeving.

Toepassing jeugdstrafrecht
Uit voorgenoemd reclasseringsrapport blijkt dat er duidelijke indicaties aanwezig zijn voor toepassing van het jeugdstrafrecht, ondanks het feit dat verdachte bijna 23 jaar oud is. Gebleken is dat hij een kwetsbare en zeer beïnvloedbare jongeman is met een laag IQ. Vanuit zijn beperkte vermogen lijkt hij diverse situaties niet te kunnen overzien en is hij niet in staat zich zelfstandig los te maken van de druk die op hem door derden wordt uitgeoefend. Verdachte ervaart forse lijdensdruk van zijn problematiek en zou nagenoeg ‘aan de hand’ moeten worden genomen om te profiteren van aangeboden hulpverlening. Hij vertoont kinderlijker gedrag dan men gezien zijn kalenderleeftijd zou verwachten. Ondanks dat er in het verleden vanuit de jeugdhulpverlening vele hulpverleningsmogelijkheden zijn ingezet die niet tot gewenst resultaat hebben geleid, lijkt een pedagogische aanpak in deze alsnog wenselijk. De reclassering adviseert daarom toepassing van het jeugdstrafrecht.

De rechtbank neemt dit advies over en zal het jeugdstrafrecht toepassen.

De straffen
Bij het opleggen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten voor jeugdigen. Deze geven als uitgangspunt voor een diefstal met braak of verbreking in vereniging uit een auto een taakstraf van 60 uur, dan wel (dienovereenkomstige) jeugddetentie. Uit het strafblad van verdachte (met als datum 6 maart 2018) blijkt echter dat hij eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. Er is dan ook sprake van recidive wat de rechtbank als strafverzwarend meeweegt.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte niet meer terug hoeft naar de gevangenis en zal hem daarom een jeugddetentie voor de duur van 75 dagen opleggen, met aftrek van het voorarrest. Dit is hetzelfde aantal dagen dat verdachte in voorarrest heeft gezeten. Om de eigen verantwoordelijkheid van verdachte te benadrukken, zal de rechtbank daarnaast niet een voorwaardelijke jeugddetentie maar een relatief kleine voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 28 uren opleggen. Hierbij legt zij de bijzondere voorwaarden op zoals door reclassering Inforsa geadviseerd, te weten een meldplicht, een ambulante behandelverplichting, een opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en de verplichting om een structurele en zinvolle dagbesteding te vinden en te behouden.

In haar rapport heeft de reclassering tevens geadviseerd het toezicht te laten uitvoeren door de volwassenenreclassering. Ook dit advies zal de rechtbank overnemen en zij geeft daarom reclassering Inforsa opdracht tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

7 De vordering van de benadeelde partij [persoon]

De benadeelde partij [persoon] heeft € 526,00 (vijfhonderdzesentwintig euro) aan materiële schadevergoeding gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering ziet op het eigen risico voor het herstel van de autoruit en op een kras op de achterdeur.

De rechtbank stelt vast dat de gevorderde schadevergoeding in het geheel niet is onderbouwd met stukken of anderszins. Zij zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 47, 77c, 77g, 77i, 77m, 77ma, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3.4 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 75 (vijfenzeventig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Veroordeelt verdachte daarnaast tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 28 (achtentwintig) uren.

Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 14 (veertien) dagen.

Beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden.

Stelt de proeftijd vast op 2 jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77a, eerste tot en met het vierde lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

  • -

    zich binnen twee weken na het onherroepelijk worden van vonnis tussen 09.00 uur en 12.00 uur meldt bij Reclassering Inforsa op de [adres 2] in Amsterdam. Hierna moet verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    zich laat behandelen bij de Forensisch Ambulante Zorg van Inforsa of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    op het moment dat de proeftijd zal starten in een nader te bepalen woonvoorziening verblijft en zich houdt aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    een structurele en zinvolle dagbesteding vindt en behoudt, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan Reclassering Inforsa tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Verklaart de benadeelde partij [persoon] niet-ontvankelijk in de vordering.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.E. Leijten, voorzitter en tevens kinderrechter,
mrs. C. Klomp en L. Voetelink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Spaan, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 april 2018.

[...]