Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:2558

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-04-2018
Datum publicatie
19-04-2018
Zaaknummer
C/13/643894 / KG ZA 18-193
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot staking van iedere verdere inbreuk op handelsnaamrechten. Voorzieningenrechter oordeelt dat in geringe mate wel mogelijk lijkt dat onder omstandigheden verwarringsgevaar te duchten is, maar dat niet iedere graad van verwarring een gebod tot naamswijziging rechtvaardigt. In dit kort geding luidt de slotsom dat het verwarringsgevaar onvoldoende is om de vorderingen toe te wijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/643894 / KG ZA 18-193 MvW/BB

Vonnis in kort geding van 11 april 2018

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ADDCOMM GROUP B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ADDCOMM DIRECT B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eiseressen bij dagvaarding van 12 maart 2018,

advocaat mr. N.A. Winthagen te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

APPCOMM B.V.,

gevestigd te Venlo,

gedaagde,

advocaat mr. Y.J.P. Janssen te Venlo.

Eiseressen zullen hierna gezamenlijk AddComm worden genoemd en gedaagde zal hierna worden aangeduid als Appcomm.

1 De procedure

Ter zitting van 28 maart 2018 heeft AddComm gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Appcomm heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van AddComm: [naam 1] ( [functie] ), [naam 2] ( [functie] ) en [naam 3] ( [functie] ) met mr. Winthagen;

aan de zijde van Appcomm: [naam 4] ( [functie] ) met mr. Janssen.

2 De feiten

2.1.

AddComm is in 1996 opgericht en verleent in Nederland diensten op het gebied van fysieke en online (SMS, mail, apps, websites, social media) marketing. Zij ontwikkelt daarvoor onder meer online applicaties, bijvoorbeeld de AfvalWijzer app. Deze app is in 2011 ontwikkeld en met deze app kunnen gemeentes hun inwoners informeren over tijdstip en wijze van afvalinzameling. AddComm beheert een website onder de domeinnaam www.addcomm.nl. Er werken ruim 60 medewerkers bij AddComm.

2.2.

Appcomm is opgericht in oktober 2013 en verleent eveneens online marketing diensten aan Nederlandse bedrijven. Zij maakt daarvoor ten behoeve van haar klanten op maat gemaakte apps. Zij handelt onder de naam Appcomm en beheert een website onder de domeinnaam www.appcomm.nl.

2.3.

Bij brief van 16 juni 2017 heeft AddComm aan Appcomm bericht dat zij meent dat Appcomm inbreuk maakt op de handelsnaam van AddComm. Zij heeft Appcomm gesommeerd om het gebruik van de naam Appcomm te staken en de domeinnaam www.appcomm.nl aan AddComm over te dragen. Aan deze sommatie heeft Appcomm geen gehoor gegeven.

3 Het geschil

3.1.

AddComm vordert - samengevat- op straffe van dwangsommen:

I. Appcomm te bevelen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis iedere verdere inbreuk op de handelsnaamrechten van AddComm te staken en gestaakt te houden;

II. Appcomm te bevelen binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis al datgene te doen wat noodzakelijk is om te bewerkstelligen dat de domeinnaam www.appcomm.nl binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis wordt doorgehaald.

Ten slotte vordert AddComm om Appcomm in de werkelijke proceskosten te veroordelen en de termijn waarbinnen de hoofdzaak moet zijn ingesteld te bepalen op zes maanden.

3.2.

Appcomm voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ingevolge artikel 5 van de Handelsnaamwet is het verboden een handelsnaam te voeren, die, voordat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is.

4.2.

AddComm stelt dat Appcomm in strijd met deze bepaling handelt en haar vorderingen strekken ertoe dat hier een einde aan komt. In de aard van deze vorderingen ligt het spoedeisend belang van AddComm besloten. AddComm stelt dat zij medio 2017 bekend is geraakt met het gebruik van de naam Appcomm door Appcomm. Volgens Appcomm is AddComm al jarenlang bekend met haar gebruik van de naam Appcomm, maar Appcomm heeft dit niet onderbouwd. Daarom wordt haar verweer dat AddComm te lang heeft stilgezeten en nu geen spoedeisend belang meer heeft, verworpen.

4.3.

Tussen partijen is in geschil of AddComm de naam AddComm als handelsnaam gebruikt. Artikel 1 van de Handelsnaamwet bepaalt dat een handelsnaam de naam is waaronder een onderneming wordt gedreven. Uit productie 8, 10 en 11 van AddComm blijkt dat AddComm zelf en ook derden de benaming AddComm gebruiken om de onderneming van eiseressen (AddComm Group B.V. of AddComm Direct B.V.) aan te duiden. Ook is aannemelijk dat de domeinnaam www.addcomm.nl als handelsnaam wordt gebruikt. Deze naam geeft immers toegang tot de website van AddComm, waarop de diensten van AddComm worden aangeboden. Dit alles duidt op het gebruik van de naam AddComm als handelsnaam en niet enkel als (incidentele) verkorting van de handelsnamen AddComm Group en AddComm Direct.

4.4.

De handelsnaam Appcomm wijkt zowel visueel als auditief slechts in geringe mate af van AddComm. Het betreft bovendien in beide gevallen een evidente samenstelling: Add (al dan niet als afkorting van advertisement) en Comm (als afkorting van communication) respectievelijk App (als afkorting van application) en comm (als afkorting van communication). Ook hierin zijn de namen gelijkend. Beide namen zijn echter niet louter beschrijvend, nu deze immers zijn samengesteld uit afkortingen en geen beschrijving geven van de ondernemingsactiviteiten. Of AddComm, zoals zij stelt maar Appcomm betwist, een grote bekendheid heeft bij het relevante publiek is niet goed onderbouwd, zodat daarvan niet kan worden uitgegaan.

4.5.

Appcomm betwist niet dat AddComm haar handelsnaam eerder voerde. Wel voert Appcomm aan dat er geen verwarring te duchten is, terwijl AddComm stelt dat er wel verwarringsgevaar is. Voor de vraag of dat zo is moeten alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de ondernemingen van partijen en hun vestigingslocatie, worden meegewogen. In dit geval kunnen de klanten van beide partijen bij hen terecht voor online communicatiediensten, maar is het palet aan diensten van AddComm ruimer dan dat van Appcomm, dat alleen op maat gemaakte apps levert. De ondernemingen als geheel lijken niet op elkaar maar bepaalde diensten kunnen zowel AddComm als Appcomm leveren. Partijen begeven zich dus in beperkte mate op dezelfde markt. Uit het over en weer gestelde kan worden opgemaakt dat het daarbij gaat om opdrachten tot het maken van een bepaald soort app, die de klant als communicatiemiddel kan gebruiken. Bij AddComm is dit maar een zeer beperkt deel van het totaal aan online communicatiediensten dat zij levert, terwijl Appcomm geen andere diensten aanbiedt. Verder maken beide partijen gebruik van een Nederlandstalige website en Facebook om hun diensten aan te bieden. Hoewel zij in Nederland niet in dezelfde regio zijn gevestigd, bedienen zij dus wel hetzelfde publiek, te weten klanten in heel Nederland. Zij richten zich tot hetzelfde zakelijke publiek. Hun klanten zijn geen consumenten maar professionals die werkzaam zijn bij bedrijven, non-profit organisaties en (semi)overheidsinstellingen. Terecht voert Appcomm aan dat aangenomen kan worden dat deze klanten een hoger dan gemiddeld niveau van oplettendheid hebben. Al met al zijn dus de handelsnamen van partijen niet louter beschrijvend en niet identiek maar wel op elkaar lijkend, begeven partijen zich in beperkte mate op dezelfde markt en bedienen zij hetzelfde zakelijke publiek met een hoger dan gemiddeld niveau van oplettendheid. Dat onder deze omstandigheden verwarringsgevaar te duchten is lijkt in geringe mate wel mogelijk, maar niet iedere graad van verwarring rechtvaardigt een gebod tot naamswijziging. In dit kort geding luidt de slotsom dat het verwarringsgevaar onvoldoende is om de vorderingen toe te wijzen.

4.6.

Nu de gevraagde voorzieningen weliswaar zullen worden geweigerd, maar AddComm in haar stellingen wel gedeeltelijk wordt gevolgd, is er aanleiding om de proceskosten te compenseren, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. B.P.W. Busch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2018.1

1 type: BPWB coll: BB